De naam Roger Marijnissen (Gent, 1923) zal bij de meeste lezers geen belletje doen rinkelen. Nochtans is hij een markante figuur geweest in de kunstwereld vooral in die van de oude meesters. Hij was doctor in de Kunstgeschiedenis en leidde dertig jaar de afdeling "conservatie" aan het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in Brussel. Dat stond toen onder leiding van Paul Coremans die een chemicus was. Beiden waren l...

De naam Roger Marijnissen (Gent, 1923) zal bij de meeste lezers geen belletje doen rinkelen. Nochtans is hij een markante figuur geweest in de kunstwereld vooral in die van de oude meesters. Hij was doctor in de Kunstgeschiedenis en leidde dertig jaar de afdeling "conservatie" aan het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in Brussel. Dat stond toen onder leiding van Paul Coremans die een chemicus was. Beiden waren levenslang opposanten in de manier waarop kunstwerken dienden gerestaureerd te worden. Kunsthistoricus versus chemicus, gevoel versus zuivere wetenschap. Dat kwam het best tot uiting bij de restauratie van de beide schilderijen van Rubens uit de Antwerpse kathedraal, de Kruisoprichting en de Kruisafneming. Marijnissen stond in voor het ene werk en Coremans voor het andere. De ene ging voor een restauratie in situ en de andere liet het werk transporteren naar het laboratorium in Brussel met alle risico's van dien. Het was maar één van de twistpunten tussen beiden, Marijnissen was een topkenner van de oude kunst en zijn boeken over Bosch en Bruegel verkregen een internationaal renommee. Hij was ook een fervent tegenstander van het uitlenen van oude meesters omdat het verplaatsen van de ene omgeving naar een andere nadelig kon zijn voor de preservatie van het schilderoppervlak zowel als de drager, meestal van hout.Guido Van Hoof, destijds hoofd van het cultuurkatern van De Standaard, verleidde hem om voor de krant kunstrecensies te schrijven, ook over actuele kunst. Dat was geen onverdeeld succes omdat de beoordelaar vaak meer aandacht had voor de technische afwerking dan voor de inhoud. En die liet bij vele jonge kunstenaars volgens hem veel te wensen over. Dat was uiteraard niet HET criterium, vonden zij en anderen, om een hedendaagse werk te beoordelen. Wat niet belette dat Marijnissen graag gelezen werd.Hij heeft een bepaalde periode zelf geschilderd maar een blijvende naam heeft hij er niet mee gemaakt. Het was maar een violon d'Ingres. Behalve voor generatiegenoten (en dat zijn er niet zoveel meer) is zijn naam onbestaand. Maar binnen zijn discipline wordt hij nog steeds gewaardeerd.