1. Verloren tijd

'Er is genoeg tijd verloren.'
...

Het Belgische begrotingstekort zal in 2020 volgens de Europese Commissie uitkomen op 2,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat betekent dat, als er geen beleidswijzigingen komen, we bijna 11 miljard euro in het rood gaan. België presteert volgens de vooruitzichten van Europa samen met Italië het slechts in de hele eurozone. Voor Nederland wordt een overschot van 0,5 procent verwacht, Duitsland mag rekenen op een overschot van 0,6 procent.De economische groeicijfers van België zijn evenmin om over naar huis te schrijven. Europa voorspelt volgend jaar een groei van amper 1 procent, alleen Italië doet nog slechter. Ook Duitsland, traditioneel de motor van de Europese economie en een belangrijke handelspartner van België, zal maar 1 procent economische groei kennen. Gemiddeld zal de groei in de eurozone 1,2 procent bedragen. Dat is pover.Dat België volgende jaar samen met Italië het grootste begrotingstekort en de op een na laagste groei heeft in de eurozone, deed zakenkrant De Tijd besluiten dat onze economie wegzakt naar de staart van het Europese peloton.David Clarinval (MR), minister van Begroting in de regering van lopende zaken, was er als de kippen bij om te zeggen dat dit alles wijst op 'de absolute noodzaak om zo snel mogelijk een regering met volheid van bevoegdheden op poten te zetten'. 'Er is genoeg tijd verloren', zei hij. Of hij daarmee ook doelde op de tijd die door de regering-Michel op begrotingsvlak werd verloren, is niet duidelijk.In een van haar eerste interviews als premier van België werd Sophie Wilmès geconfronteerd met het tekort van 11 miljard voor volgend jaar. Wilmès was immers in de regering-Michel minister van Begroting. Wij citeren uit het interview in De Tijd:'Dat ze met zo'n rapport beloond wordt met het premierschap, vinden sommigen cynisch. De liberale die alle vragen met de glimlach heeft beantwoord, geraakt plots wat geagiteerd. Ze zet een starre blik op en begint te doceren. 'Het is onjuist te zeggen dat het huidige deficit het resultaat is van het beleid van de regering-Michel. De regering is in december 2018 gevallen. Het begrotingstekort was toen historisch klein en de schuld was gedaald. Was dat voldoende? Misschien niet, maar het was een hele prestatie.' De ontsporing is er gekomen in de periode dat de regering-Michel in lopende zaken was.'Premier Wilmès verspreidt zo het verzinsel dat de oplopende tekorten het gevolg zijn van de val van de regering-Michel I. Jammer genoeg voor haar heeft bijvoorbeeld de Nationale Bank al veel eerder (een paar keer) voorspeld dat het begrotingstekort zou oplopen. En volgens de Nationale Bank heeft dat alles met het beleid van de regering-Michel.De Nationale Bank gaf voor die oplopende tekorten twee oorzaken aan. De verlaging van de vennootschapsbelasting, samen met de hogere voorafbetalingen. En de taxshift, die niet gefinancierd was.In het rapport van de Nationale Bank klinkt dat op bladzijde 20 in stroef Nederlands zo: 'De toename van het tekort vanaf 2019 is het gevolg van teruglopende ontvangsten, aangezien de primaire uitgaven nagenoeg stabiel zouden blijven en de rentelasten verder zouden afnemen. De inkomsten uit vennootschapsbelasting zouden slinken door lagere ontvangsten uit inkohieringen die de keerzijde vormen van de in 2017 en 2018 vastgestelde verschuiving naar hogere voorafbetalingen. Voorts wordt de heffingsdruk op arbeid verder verlaagd in het kader van de taxshift (die gericht is op het verbeteren van de concurrentiepositie van de ondernemingen en op het bevorderen van de werkgelegenheid), waarvan de laatste fase in 2020 ten uitvoer wordt gelegd.'Dat België volgend jaar het hoogst begrotingstekort zal hebben in de eurozone is dus wel degelijk de verantwoordelijkheid van de regering-Michel, en dus zeker ook van Wilmès.Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt ze wel. Een voorbeeld uit de praktijk: de Brusselse regering beweert zelf dat ze 2018 afsloot met een tekort van bijna 600 miljoen, maar volgens het Rekenhof, de waakhond van de overheidsrekeningen, ligt dat tekort de helft hoger en komt het bijna uit op 1 miljard euro. Dat komt overeen met bijna 22 procent of één vijfde van de inkomsten. De schuld van het Brusselse Gewest steeg met 584 miljoen tot 5,5 miljard euro.In de mededeling van het Rekenhof luidt het zo: 'De rekening van uitvoering van de begroting 2018 van de diensten van de (Brusselse) regering sluit met een nettotekort (zonder schuldverrichtingen) van 599,5 miljoen euro, dat volgens het Rekenhof echter 312,7 miljoen euro te laag geschat is. Het nettotekort beloopt bijgevolg 912,2 miljoen euro, en vertegenwoordigt nagenoeg 22 procent van de totale netto?ontvangsten.' Dat is een pijnlijke waarheid voor de Brusselse regering onder leiding van Rudi Vervoort (PS).Minister-president Vervoort begon net aan een tweede Brusselse ambtstermijn, en hij verklaarde al dat hij de schuld tijdens deze regeerperiode verder wil laten oplopen. Uit de begrotingsdocumenten voor 2019 blijkt dat de Brusselse regering erop rekent om dit jaar 5,31 miljard euro inkomsten te hebben, terwijl ze 6,5 miljard wil uitgeven.Voor volgend jaar is er sprake van een tekort van 1,1 miljard. Daarvan zijn er voor 500 miljoen kosten voor metro, trams en tunnels en dat zijn dus investeringen, die je in principe terugverdient. Maar het tekort bestaat ook voor 600 miljoen uit lopende uitgaven, en dat is kwalijker. Schepen Alexia Bertrand (MR) verwoordde het in het Brusselse nieuwsmedium Bruzz.be treffend: 'De Brusselse overheid is dus als een familie die de rekeningen voor telefoon, televisie of het karretje in de supermarkt niet kan betalen.'Dat een gezonde begroting de minste zorg is van de Brusselse regering, wordt door dit alles nog maar eens geïllustreerd.Meer dan 160 dagen na de stembusgang mag PS-voorzitter Paul Magnette van koning Filip van nul af aan beginnen met het oog op het vormen van een federale regering. Hij gaat met alle partijvoorzitters spreken, uitgezonderd die van Vlaams Belang en PVDA/PTB. Wat zullen die hem nog vertellen dat ze nog niet eerder hebben verteld?Opvallend is dat Magnette meteen al een persconferentie belegde - meestal kiezen informateurs er voor om in de luwte te werken. Hij deed daarbij nogal gewichtig door te stellen dat hij een 'nieuwe methode' tijdens de onderhandelingen zou toepassen: Magnette wil eerst focussen op de uitdagingen voor het land en dus op de inhoud, daarna pas op de partijen. Even ernstig: die uitdagingen voor het land zijn allang gekend, zoals het aanpakken van het begrotingstekort, naast andere hete hangijzers als klimaat, migratie, armoede, werkzaamheidsgraad, justitie, mobiliteit, koopkracht, pensioenen, sociale zekerheid enzovoort. In de opdracht die informateurs Johan Vande Lanotte (SP.A) en Didier Reynders (MR) eind mei van de koning stond kregen trouwens al dat ze 'de uitdagingen waar ons land voor staat moesten identificeren' en de 'noodzakelijke voorwaarden tot de vorming van een federale regering' moesten nagaan. Ze hebben daar ook een dik rapport over afgeleverd. Magnette gaat dat dus nog eens dunnetjes overdoen. Je kunt het ook zien als tijd winnen, misschien tot duidelijk is wie voorzitter wordt bij MR en CD&V en wat dat voor gevolgen heeft. (Bij de SP.A werd Conner Rousseau net verkozen tot opvolger van John Crombez.) Misschien treuzelt Magnette ook tot de volgende peiling bekend wordt. In de Wetstraat wordt er rekening mee gehouden dat hij uit is op nieuwe verkiezingen. Hij zou ervan overtuigd zijn dat de PS dan stemmen kan terugwinnen van de PTB en dat de MR met het vertrek van Charles Michel en Didier Reynders gehandicapt is. Er zijn politieke partijen die ernstig rekening houden met een nieuwe stembusgang tegen Pasen volgend jaar.Jaren na hun vertrek hebben ex-ministers nog medewerkers die door de staat worden betaald. Dat zit zo: wie stopt als federaal minister of staatssecretaris heeft recht op twee voltijdse medewerkers tot hun opvolgers op hun beurt worden vervangen door een nieuwe ploeg. Daarbij maakt het niet uit of die regeringsleden door ontslag stopten of gewoon aan het einde van hun regeerperiode kwamen. Aangezien de federale regeringsformatie aansleept, hebben de leden van de regering-Di Rupo, die in oktober 2014 stopte, vandaag en dus meer dan vijf jaar later nog altijd recht op die medewerkers.Concreet wil dat zeggen dat bijvoorbeeld CD&V-staatssecretarissen Hendrik Bogaert en Servais Verherstraeten, ex-premier Elio Di Rupo (PS), SP.A'ers Monica De Coninck, John Crombez en Johan Vande Lanotte nog over zulke medewerkers beschikken. Zelfs Melchior Wathelet (CDH), die al jaren geleden de politiek vaarwel zei, kan erover beschikken.Door de leegloop in de regering-Michel I en II hebben niet alleen N-VA'ers als Johan Van Overtveldt, Theo Francken en Sander Loonens door de staat betaalde medewerkers. Ook Kris Peeters (CD&V) die ontslag nam om Europees parlementslid te worden, kan daarop een beroep doen.Volgens De Standaard stelden oud-regeringsleden eind september via die regeling 26 'voltijdse equivalenten' te werk. De jaarlijkse loonkosten daarvan bedragen maximaal 110.000 euro per medewerker. Nergens staat wat die mensen wel of niet mogen doen. Soms spelen ze privéchauffeur, soms worden ze ingeschakeld in de partijwerking, soms lijkt men zelfs niet goed te weten wat ze precies doen.Al onder de regering-Leterme en de regering-Di Rupo was er sprake van om deze erg gunstige regeling voor ex-regeringsleden en hun partijen af te schaffen. Kwam niets van. Premier Charles Michel beloofde herhaaldelijk dat hij de zaak wilde bestuderen. Noppes. Huidig premier Sophie Wilmès liet al weten dat 'deze specifieke casus zeker kan worden aangepakt in het kader van het volgend regeerakkoord'. Maar, zo benadrukte ze, 'het is moeilijk voor een regering in lopende zaken, met 38 zetels, om maatregelen te nemen.'Ondanks het feit dat elke politieke partij zegt dat ze van de voorkeurregel af wil, blijft die toch bestaan. Gunstmaatregelen waarvan je zelf profiteert, schaf je niet zo gemakkelijk af, zelfs al vind je dat dat eigenlijk zou moeten. En dan verbaasd zijn dat het vertrouwen in de politiek afneemt.