1. Rousseau-Magnette

'Een tripartite heeft een relatieve meerderheid.'
...

De socialistische tandem Paul Magnette-Conner Rousseau werkte zich de voorbije maand in de belangstelling door samen ongevraagd op zoek te gaan naar een regering. Een zoveelste showrondje, want eerder al had Magnette zich in november-december als informateur in de kijker gewerkt, maar ook die informatiepoging had weinig om het lijf. Eind vorige week waren Magnette-Rousseau klaar met hun 'snuffelronde', zoals ze dat zelf noemden. Meer dan één jaar na de verkiezingen werd er voor de tigste keer bij de partijvoorzitters afgetoetst welke coalities er mogelijk zouden kunnen zijn. Het resultaat is ook ontnuchterend. Beide socialistische voorzitters komen met het voorstel om een klassieke tripartite te vormen, dus met PS, SP.A, MR, Open VLD, CD&V en CDH. Dat die formule maar 71 Kamerzetels op 150 heeft en dus geen meerderheid vinden ze geen bezwaar. Ze hebben het zelf over een 'relatieve meerderheid', omdat ze de Kamerzetels van het Vlaams Belang (18) en PVDA-PTB (12) niet meetellen. Dan heeft zo'n klassieke driepartijenregering 71 op 120 zetels. Alleen, zo werkt een democratie niet: alle verkozenen in de Kamer mogen stemmen en tellen dus mee.De klassieke tripartite zou dus een minderheidsregering zijn, die het vertrouwen zou krijgen als een andere fractie, bijvoorbeeld de groenen, zich zou onthouden. Bovendien zou ze aan Nederlandstalige kant ook geen meerderheid hebben, want daar heeft ze slecht 33 van de 88 zetels. Het voorstel van Magnette en Rousseau viel dan ook op een koude steen. Naast de socialisten reageerde alleen CDH enthousiast. Die partij is blij dat ze met slechts vijf zetels deel zou uitmaken van de regering en zo toch nog een bestaansreden zou hebben.Als er overwogen wordt om in ons land in deze moeilijke economische tijden te experimenteren met een minderheidsregering, wordt er plots veel mogelijk. Het is niet duidelijk of Magnette beseft dat de PS dan niet per se nodig is. Een herstart van de Zweedse coalitie bijvoorbeeld (liberalen, CD&V en N-VA) heeft 62 zetels. In het creatieve taalgebruik van Magnette is ook dat een 'relatieve meerderheid'. Maar of het de beste manier is om in deze cruciale tijden een land te besturen?Conner Rousseau en Paul Magnette hadden graag gezien dat Sophie Wilmès (MR) hun werk zou afmaken, maar de premier was slim genoeg om daarvoor te bedanken: waarom zou ze zichzelf in de vernieling rijden met een opdracht die tot mislukken gedoemd was? Daarop namen de drie voorzitters van de partijen die nu deel uitmaken van de restregering-Wilmès II het heft in handen: Georges-Louis Bouchez (MR), Joachim Coens (CD&V) en Egbert Lachaert (Open VLD) zijn op zoek naar een regering die - in tegenstelling tot het voorstel van Magnette-Rousseau - wél een parlementaire meerderheid heeft. En waar ze natuurlijk zelf deel van uitmaken, of wat had u gedacht?Opmerkelijk is dat met dit trio opnieuw Bouchez en Coens een rondje lopen. Zij waren al eerder, van 10 december 2019 tot 31 januari 2020, een informateursduo tot ze plots onverwacht door koning Filip bedankt werden en Koen Geens (CD&V) de wei werd ingestuurd als informateur. Bouchez en Coens hadden zich in die periode met glans ontpopt tot de meest schlemielige informateurs.Vooral Bouchez gedroeg zich als een ongeleid projectiel, zoals hier toen werd geschreven. Slechts één voorbeeld: terwijl het informateursduo probeerde om de PS en de N-VA aan tafel te krijgen, gaf hij een interview waarin hij een pleidooi hield voor een unitair België. Wat politoloog Carl Devos (UGent) deed tweeten: 'Brokkenpiloot Bouchez moet best zo snel mogelijk de formatiecockpit verlaten. Hij sleurt ook Coens, die tegen zijn zin een week langer moet zweven, naar beneden.' En net Bouchez en Coens, aangevuld door de pas verkozen Open VLD-partijvoorzitter Lachaert, gaan nu op zoek naar een regering met een parlementaire meerderheid. Benieuwd of het nu wel lukt.In elk geval heeft Bouchez er alle belang bij dat de restregering-Wilmès II zo lang mogelijk aan de macht blijft. Bij de verkiezingen van mei vorig jaar verloor zijn partij bijna 140.000 stemmen en behaalde ze nog maar 7,5 procent en 14 van de 150 Kamerzetels, een verlies van 6 zetels. En toch leveren de Franstalige liberalen de eerste minister, een vicepremier, vijf ministers en de Senaatsvoorzitter. En ondertussen ook nog de permanente voorzitter van de Europese Raad en de EU-Commissaris. Zoals we een paar maanden geleden al in Knack schreven: nooit zal de MR nog zo boven haar gewicht kunnen boksen als vandaag.Toen Rousseau en Magnette zichzelf als informateurs profileerden, had MR-voorzitter Bouchez het over 'bijna een kleine staatsgreep'. Nu hij zichzelf, samen met Joachim Coens en Egbert Lachaert, opwerpt als informateur, spreekt hij niet van 'bijna een kleine staatsgreep'. Ook al heeft koning Filip ook dit keer geen enkele rol gespeeld in het aanwijzen van de informateur(s).In de grondwet staat niet hoe een formatie moet verlopen, er wordt ook niet gezegd dat de koning daarin een rol moet spelen, al was dat tot nu toe wel de gewoonte. De koning stuurde de formatievorming met het aanwijzen van formateurs, informateurs, verkenners enzoverder, en kon soms door handig te manoeuvreren - of te treuzelen - de spanningen wat laten bekoelen. Die rol heeft de koning de laatste weken niet kunnen vervullen, omdat de regering-Wilmès II nog steeds het vertrouwen heeft.Het zijn de traditionele partijen die nu, zonder koninklijke bemiddeling, het heft in eigen handen hebben genomen om op zoek te gaan naar een volwaardige regering: eerst de voorzitters van de socialistische partijen en nu de voorzitters van de liberalen en de Vlaamse christendemocraten. De rol van de koning wordt op dit moment door hen verder ondergraven. Binnenkort speelt hij echt helemaal geen politiek rol meer als het zo verder gaat. Volgens de grondwet benoemt de koning de ministers, maar dat deed hij ook al lang niet meer, want het zijn de partijvoorzitters die de ministers aanwijzen.De traditionele partijen hollen de functie van het koningschap vandaag verder uit. Iets waar eigenlijk alleen de N-VA naar streeft. Zo verdwijnt langzaam en stilzwijgend de bestaansreden van ons koningshuis. En dat op een moment dat een telg, prins Joachim van België, zoon van aartshertog Lorenz en prinses Astrid, positief testte op het coronavirus nadat hij op een verboden feestje in Cordoba (Spanje) was betrapt en de quarantainemaatregelen niet had nageleefd en zo het koningshuis in opspraak bracht. Bovendien kwam het koningshuis de voorbije dagen ook nog negatief in het nieuws met het bloedige schrikbewind van koning Leopold II in Congo. Het zijn voorwaar geen fijne dagen voor de bewoners van het paleis in Laken.Terwijl een aantal partijvoorzitters rondjes draaien op zoek naar een coalitie, laat de Nationale Bank weten dat de gezinsinkomens over heel 2020 met zowat 2 procent zullen achteruitgaan, wat neerkomt op ongeveer 5 miljard voor de totale bevolking. En dat ondanks allerhande steunmaatregelen van de overheid, zoals de tijdelijke werkloosheid, om de negatieve gevolgen van de coronacrisis enigszins op te vangen. Meteen bevestigt de Nationale Bank wat we al wel wisten: de gezinnen met de lagere inkomens worden zwaarder getroffen door de coronacrisis. Het zijn vooral de zelfstandigen, tijdelijk werklozen en de jobstudenten die grote verliezen hebben geleden. In de zwaar getroffen sectoren, zoals horeca, evenementen, toerisme of detailhandel, werken meer mensen met een laag inkomen. Wie minder dan 1000 euro verdient, werd gemiddeld dubbel zo hard getroffen als wie maandelijks een inkomen van 4000 euro heeft. Wie minder dan 1000 euro verdient, had vijf keer zoveel kans om tijdelijk werkloos te zijn als wie meer dan 4000 euro verdient. Die laatsten waren bovendien minder dagen tijdelijk werkloos.Dat onderstreept nog maar eens dat het (opnieuw) aan het werk krijgen van de laaggeschoolden een zeer grote uitdaging wordt. Ongelijkheidsexpert Ive Marx (UAntwerpen) legde meteen de vinger op de wonde: 'En het tragische is dat de politici de tijd hebben gehad om zaken als werkloosheidsverzekering, ziekte- en invaliditeitsverzekering, leefloon enzoverder te hervormen in tijden dat het goed ging en er veel werk is. Instroom in die stelsels zal weerom groot zijn en heel problematisch.' Dat heeft dus te maken met het credo 'regeren is vooruitzien'. Niet echt iets waarin men in België uitblinkt. En het lijkt ook vandaag geen grote zorg van de partijvoorzitters als je ze zo bezig ziet.