1. Ballon

'PS krijgt klappen in Wallonië.'
...

Waarom lanceren de PS-ministers het ene na het andere voorstel uit hun partijprogramma in de media? MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez kan er ook wat van, maar hij is partijvoorzitter. En zelfs dan wringt het geregeld wanneer Bouchez het ene liberale punt lanceert en het andere niet-liberale voorstel afbrandt, zonder er rekening mee te houden dat zijn partij deel uitmaakt van de regering-De Croo. Dat zou je nog kunnen wijten aan de profileringsdrang van een voorzitter. Een graad erger is als ook ministers zich zo gedragen.En dat doen die van de PS. Van minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS), die onvoldragen, niet-becijferde, onsamenhangende proefballontjes over haar pensioenvoorstellen liet opstijgen, tot PS-vicepremier en minister van Werk Pierre-Yves Dermagne, die voorstelde dat iemand die zelf ontslag neemt toch van een werkloosheidsuitkering zou kunnen genieten, zónder de werkloosheidsuitkeringen te hervormen. Waarom doen de PS-ministers dat toch?De PS lijdt natuurlijk onder de oppositie van de PTB, waar ze kiezers aan verliest. Volgens de laatste peiling zakt de PS in Wallonië naar 21,4 procent, terwijl de partij van Paul Magnette bij de laatste verkiezingen nog 26,1 procent haalde. Dat is een significante klap, veel groter dan de foutmarge van 3 procent die bij zo'n peiling geldt. De PTB haalt dan weer 18,7 procent, 5 procentpunt meer dan de uitslag bij de verkiezingen in 2019. Een even significante stijging.De MR zit met 20,3 procent ondertussen de PS op de hielen om de grootste partij aan de andere kant van de taalgrens te worden. Dat komt niet omdat de MR stijgt: bij de verkiezingen van 2019 haalden de Franstalige liberalen in Wallonië 21,4 procent. De MR wint dus niet dankzij de sterke profileringsdrang van haar voorzitter. Ze nadert de PS omdat de Franstalige socialisten veel stemmen verliezen.Is het onder druk van de PTB en de MR dat de PS-ministers, zonder de coalitiepartners te raadplegen, het ene na het andere PS-partijprogrammapunt lanceren? Het gevolg is in elk geval dat hun voorstellen meteen worden afgeschoten. En vooral: dat er een stilstand dreigt. Geloven ze echt dat ze op deze manier stemmen zullen terugwinnen? Dat als er van hun voorstellen niets in huis komt, ze toch kunnen zeggen dat ze het hebben geprobeerd? Zou het?De manier waarop de PS en vooral hun ministers zich vandaag in de federale regering gedragen, heeft maar weinig te maken met het voeren van een beleid, maar alles met het voeren van partijpropaganda. Hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, misschien is de PS wel uit op vervroegde verkiezingen, een nieuwe stembusgang op een voor hen goed getimed moment en over een voor hen ideaal dossier.Dat is stilaan de enige denkbare reden waarom de PS zich voortdurend profileert. Niet alleen ten koste van de oppositie en van de andere regeringspartijen, maar ook ten koste van premier Alexander De Croo (Open VLD), die zijn regering niet onder controle heeft. En ten koste van ons allemaal, want we sukkelen van de ene controverse in de andere patstelling. De stilstand regeert het land.Staatssecretaris voor Relance Thomas Dermine (PS) pleitte begin deze week voor een solidariteitsfonds van 1,2 miljard om de overstromingsschade aan cruciale infrastructuur te herstellen. De helft daarvan wil hij laten betalen door de federale overheid. 'We staan voor een titanenwerk. We hebben nationale solidariteit nodig, zoals de premier heeft aangegeven', aldus Dermine. 'Het gaat hier niet om het herstellen van woningen of de kosten van de hulpverlening, maar om de heropbouw van infrastructuur van nationaal belang. Denk aan de schade aan waterwegen, bruggen, energie- en telecomvoorzieningen, ziekenhuizen en scholen.'De Waalse minister van Begroting Jean-Luc Crucke (MR) trad Dermine bij in zijn vraag naar federale solidariteit. '600 miljoen van de federale overheid is een minimum', verklaarde Crucke. In een interview met de krant La Libre zei hij dat de huidige staat van de Waalse financiën 'niet om mee te lachen is', meer zelfs, 'als er morgen een aardbeving zou zijn, dan weet ik niet hoe we het zouden aanpakken.' Dat wisten ze zelfs niet na de watersnood van deze zomer.Er valt veel te zeggen over solidariteit, maar er mogen ook enkele kanttekeningen worden gemaakt. Bijvoorbeeld dat de Waalse regering, gevormd door PS, MR en Ecolo en onder leiding van Elio Di Rupo (PS), niet uitblonk in een daadkrachtige aanpak van de wateroverlast. Er was veel kritiek op de coördinatie na de watersnood en op de manier waarop Di Rupo zijn verantwoordelijkheid ontvluchtte - ook een illustratie van het non-beleid dat de PS tegenwoordig voert.Daarbij: heeft Wallonië in het verleden voldoende gedaan om over een financiële buffer te beschikken om zo'n ramp als de watersnood enigszins op te vangen? 'Al decennia laat Wallonië na om te hervormen en zo de regio te versterken', tweette arbeidsmarktexpert Stijn Baert (UGent). 'Om vast te stellen dat de begroting geen noodsituatie aankan en dan maar op Vlaams geld te rekenen. Zodat ze weer verder kunnen aanmodderen. Dit is de Hollandse Ziekte in de praktijk.'De Hollandse Ziekte verwijst naar de aanzienlijke inkomsten die onze noorderburen kregen dankzij aardgasontginningen, waarna dat geld rijkelijk werd uitgegeven. Vervang hier noorderburen door Wallonië en aardgasontvangsten door transfers uit Vlaanderen en het plaatje wordt duidelijk. 'De welvarendheid van Vlaanderen staat de hervormingen in de weg die de Waalse economie en arbeidsmarkt nodig hebben', zei Baert deze zomer al scherp in een opiniestuk in De Standaard.Dat er in Vlaanderen vragen rijzen over de 600 miljoen federale euro's voor de wateroverlast in het zuiden van het land, is dan ook begrijpelijk. Te meer omdat het Rampenfonds sinds 2014, na de zesde staatshervorming, tot de bevoegdheden van de gewesten behoort. Bovendien moet het Waals rampenfonds met veel geld tussenkomen omdat in Wallonië heel wat mensen geen brandverzekering hebben, en dus (een deel van) de schade niet kunnen halen bij privéverzekeringsmaatschappijen.Alleen: het Waals Rampenfonds heeft geen geld. Net als het Brussels Rampenfonds. Het Vlaams rampenfonds beschikt op papier dan weer over een reserve van zo'n 100 miljoen euro, maar dat zou niet volstaan om zo'n grote ramp als de watersnood op te vangen. Dan zou er in Vlaanderen een dringende begrotingsaanpassing moeten volgen om extra geld vrij te maken. Of dan zou ook Vlaanderen een beroep moeten doen op de federale overheid. Die daar ook geen geld voor heeft.Wallonië zou ook zo'n dringende begrotingsaanpassing kunnen doorvoeren, maar de begroting is daar al een ramp. De schulden stapelen zich op. Bovendien beginnen de financiële transfers af te nemen, zodat Wallonië niet meer kan rekenen op Vlaams geld. Dáárom kan het zuiden van ons land niet verder zonder federale hulp. Solidariteit met de getroffenen is mooi, maar je mag wel verwachten dat Wallonië de problemen aanpakt.