Tot drie jaar geleden was het kraken van een onbewoond pand niet strafbaar. In 2017 doken enkele veelbesproken gevallen op van onrechtmatige bewoning, vooral in Gent. Het bleek juridisch erg moeilijk om de krakers uit te zetten. Die gevallen waren voor het parlement het signaal om, op liberaal initiatief, een 'kraakwet' goed te keuren.

In het strafwetboek werd in het najaar van 2017 een artikel toegevoegd dat de eigenaar of huurder van een onbewoond pand het recht gaf om een klacht in te dienen tegen mogelijke krakers. Daarbij kan de klager een bevel om het pand te ontruimen aanvragen. Alles in de wet is erop gericht om die uitruiming zo snel mogelijk te kunnen laten plaatsvinden.

De verdachten, die dan al een straf riskeren, worden onmiddellijk uitgenodigd voor verhoor. Er wordt snel overgegaan tot het aanplakken van het bevel aan de gevel van het pand. De krakers hebben vanaf dan acht dagen om het pand te verlaten of hoger beroep aan te tekenen.

Maar het is niet een onafhankelijke rechter die het ontruimingsbevel kan uitvaardigen, maar wel de procureur des Konings - die aan het hoofd staat van het parket, de statelijke vervolgingsautoriteit. Die kan tot actie overgaan wanneer het verzoek 'op het eerste gezicht kennelijk gegrond lijkt'.

Het Grondwettelijk Hof oordeelt nu dat die regeling een schending is van de rechten van verdediging. Met zo'n bevel tot uitzetting impliceert de procureur immers zelf dat de bezetters schuldig zijn aan een misdrijf, stelt het Hof. Zoiets kan alleen een rechter beslissen, niet het openbaar ministerie. Nu een volwaardige rechterlijke toetsing noodzakelijk is, zullen uitzettingsprocedures ongetwijfeld opnieuw langer aanslepen.

Tot drie jaar geleden was het kraken van een onbewoond pand niet strafbaar. In 2017 doken enkele veelbesproken gevallen op van onrechtmatige bewoning, vooral in Gent. Het bleek juridisch erg moeilijk om de krakers uit te zetten. Die gevallen waren voor het parlement het signaal om, op liberaal initiatief, een 'kraakwet' goed te keuren. In het strafwetboek werd in het najaar van 2017 een artikel toegevoegd dat de eigenaar of huurder van een onbewoond pand het recht gaf om een klacht in te dienen tegen mogelijke krakers. Daarbij kan de klager een bevel om het pand te ontruimen aanvragen. Alles in de wet is erop gericht om die uitruiming zo snel mogelijk te kunnen laten plaatsvinden. De verdachten, die dan al een straf riskeren, worden onmiddellijk uitgenodigd voor verhoor. Er wordt snel overgegaan tot het aanplakken van het bevel aan de gevel van het pand. De krakers hebben vanaf dan acht dagen om het pand te verlaten of hoger beroep aan te tekenen. Maar het is niet een onafhankelijke rechter die het ontruimingsbevel kan uitvaardigen, maar wel de procureur des Konings - die aan het hoofd staat van het parket, de statelijke vervolgingsautoriteit. Die kan tot actie overgaan wanneer het verzoek 'op het eerste gezicht kennelijk gegrond lijkt'. Het Grondwettelijk Hof oordeelt nu dat die regeling een schending is van de rechten van verdediging. Met zo'n bevel tot uitzetting impliceert de procureur immers zelf dat de bezetters schuldig zijn aan een misdrijf, stelt het Hof. Zoiets kan alleen een rechter beslissen, niet het openbaar ministerie. Nu een volwaardige rechterlijke toetsing noodzakelijk is, zullen uitzettingsprocedures ongetwijfeld opnieuw langer aanslepen.