Wereldwijd worden tienduizenden kinderen ingezet in gewapende conflicten. Zij die het overleven, blijven achter met ernstige geestelijke trauma's en ondervinden de grootste moeite om hun plaats in de lokale gemeenschap terug te vinden en hun leven uit te bouwen. 'De fysieke wonden zijn vaak te genezen, maar de genezing is veel minder zeker wanneer het gaat om mentale trauma's', stipte Mathilde aan.

De Belgische koningin, die in New York aanwezig is als ambassadeur van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN, wees erop dat deze oorlogstrauma's hele gemeenschappen kunnen ontwrichten en mee een 'vicieuze cirkel van geweld' in stand kunnen houden in landen in oorlog. 'Re-integratieprogramma's voor kinderen zijn van cruciaal belang op individueel niveau, maar ze vormen ook een kritieke factor voor duurzame vrede en collectieve veiligheid.' België was één van de organisatoren van het event, dat gemodereerd werd door minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders.

De re-integratie van kindsoldaten is al langer een prioriteit van het buitenlands beleid van België, dat zelf wordt geconfronteerd met de terugkeer van kinderen van jihadisten die vochten in Syrië en Irak. Ons land wil de problematiek op de internationale agenda houden wanneer het vanaf januari twee jaar lang lid zal zijn van de VN-Veiligheidsraad. Want de middelen zijn ontoereikend. Sinds 2000 zijn al meer dan 125.000 kindsoldaten op vrije voeten gekomen. Alleen al vorig jaar ging het om ruim 10.000 kinderen.

De VN runnen re-integratieprogramma's, maar de financiering schiet tekort, met name omdat de begeleiding een werk van lange adem is dat zich uitstrekt over verscheidene jaren. Volgens Virginia Gamba, de speciale VN-gezant voor kinderen in gewapende conflicten, kunnen ongeveer een kwart van de vrijgelaten kinderen geen programma volgen door een gebrek aan middelen. Met partners als België hoopt Gamba het komende jaar een wegenkaart naar duurzame financiering uit te tekenen.

Dat die programma's succesvol kunnen zijn, bleek uit de getuigenis van Mohamed Sidibay. 'Ik was nog niet oud genoeg om de straat over te steken, maar wel om een geweer te dragen', zo omschreef de Sierra Leoner hoe hij in 1997 als vijfjarige jongen werd ontvoerd door een oorlogsheer. Nu, ruim vijftien jaar na zijn vrijlating, studeert hij rechten in New York. Ook Sidibay hamerde op het belang van de volledige voltooiing van de hele cyclus, met de hereniging met gezin en gemeenschap, psychosociale ondersteuning en toegang tot onderwijs als cruciale pijlers.

Wereldwijd worden tienduizenden kinderen ingezet in gewapende conflicten. Zij die het overleven, blijven achter met ernstige geestelijke trauma's en ondervinden de grootste moeite om hun plaats in de lokale gemeenschap terug te vinden en hun leven uit te bouwen. 'De fysieke wonden zijn vaak te genezen, maar de genezing is veel minder zeker wanneer het gaat om mentale trauma's', stipte Mathilde aan. De Belgische koningin, die in New York aanwezig is als ambassadeur van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN, wees erop dat deze oorlogstrauma's hele gemeenschappen kunnen ontwrichten en mee een 'vicieuze cirkel van geweld' in stand kunnen houden in landen in oorlog. 'Re-integratieprogramma's voor kinderen zijn van cruciaal belang op individueel niveau, maar ze vormen ook een kritieke factor voor duurzame vrede en collectieve veiligheid.' België was één van de organisatoren van het event, dat gemodereerd werd door minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders. De re-integratie van kindsoldaten is al langer een prioriteit van het buitenlands beleid van België, dat zelf wordt geconfronteerd met de terugkeer van kinderen van jihadisten die vochten in Syrië en Irak. Ons land wil de problematiek op de internationale agenda houden wanneer het vanaf januari twee jaar lang lid zal zijn van de VN-Veiligheidsraad. Want de middelen zijn ontoereikend. Sinds 2000 zijn al meer dan 125.000 kindsoldaten op vrije voeten gekomen. Alleen al vorig jaar ging het om ruim 10.000 kinderen. De VN runnen re-integratieprogramma's, maar de financiering schiet tekort, met name omdat de begeleiding een werk van lange adem is dat zich uitstrekt over verscheidene jaren. Volgens Virginia Gamba, de speciale VN-gezant voor kinderen in gewapende conflicten, kunnen ongeveer een kwart van de vrijgelaten kinderen geen programma volgen door een gebrek aan middelen. Met partners als België hoopt Gamba het komende jaar een wegenkaart naar duurzame financiering uit te tekenen. Dat die programma's succesvol kunnen zijn, bleek uit de getuigenis van Mohamed Sidibay. 'Ik was nog niet oud genoeg om de straat over te steken, maar wel om een geweer te dragen', zo omschreef de Sierra Leoner hoe hij in 1997 als vijfjarige jongen werd ontvoerd door een oorlogsheer. Nu, ruim vijftien jaar na zijn vrijlating, studeert hij rechten in New York. Ook Sidibay hamerde op het belang van de volledige voltooiing van de hele cyclus, met de hereniging met gezin en gemeenschap, psychosociale ondersteuning en toegang tot onderwijs als cruciale pijlers.