Iemand als pakweg Luc Tuymans maakt schilderijen en probeert die te verkopen. That's it. Iemand als Koen Vanmechelen creëert een universum waar hij een zo groot mogelijk deel van de wereld bij wil betrekken, of het nu zijn buren in Genk zijn of een Masai-stam in Tanzania.

Wie voeling wil krijgen met Vanmechelens wondere wereld kan sinds dit weekend terecht in een schitterende incarnatie van wat er allemaal in zijn rusteloze hoofd omgaat: op een oud mijnterrein van de stad Genk, waar ooit de illustere zoo van Zwartberg lag, creëerden Vanmechelen en zijn team Labiomista: een soms bijna hallucinerende trip op de kruispunten tussen cultuur en natuur, tussen genen en gedachten, tussen wild en getemd, tussen Vlaanderen en de rest van de wereld...

'Iemand als Koen Vanmechelen creëert een universum waar hij een zo groot mogelijk deel van de wereld bij wil betrekken, of het nu zijn buren in Genk zijn of een Masai-stam in Tanzania.' © Eliza Deacon

Het werkt zo stimulerend dat het zelfs politici tot bevlogen uitspraken inspireert. Tijdens de opening van Labiomista had Vlaams minister van steeds meer bevoegdheden Ben Weyts (N-VA) het, in zijn hoedanigheid van minister van Toerisme, over een 'durfproject': 'veel meer dan kunst, dan natuur, dan cultuur'. Samen met de eveneens door Weyts gesponsorde tentoonstelling van Grote Vlaamse Meesters moet Vanmechelen het maatschappelijk draagvlak voor kunst vergroten. Dat mag in een toeristische context.

Blijkbaar zat niet iedereen op dezelfde golflengte, want Weyts stipuleerde dat hij zijn investering had moeten 'verantwoorden'. Hij zei er niet bij aan wie en we kregen niet de kans het hem te vragen: aan zijn partij (die het niet zo voor 'subsidieslurpers' heeft) of aan zijn collega's van de Vlaamse regering? In ieder geval bedroeg de bijdrage van de Vlaamse regering slechts een fractie van wat Vanmechelen zelf en de stad Genk investeerden: elk zo'n 9 miljoen euro. Iemand als Koen Vanmechelen zoekt en vindt zijn eigen weg.

Burgemeester Wim Dries (CD&V) van Genk - een aura van saaiheid naast de hippe Vanmechelen, maar ook die combinatie werkt - hing zijn toelichting in eerste instantie voorzichtigheidshalve op aan een quote van Vanmechelen: dat de site van Labiomista 'een gewonde plek op het raakvlak tussen stad en natuur' is. Gewond, in de betekenis van eerst uitgegraven voor steenkool (wat, dixit Vanmechelen, veel energie vrijzette), vervolgens uitmondend in een sociaal drama bij de sluiting van de mijn, nadien nieuw leven ingeblazen door een zoo met een kwalijke reputatie door de weinig diervriendelijke manier van het presenteren van dieren, finaal doods na de sluiting van de zoo.

De site lag te wachten tot iemand als Vanmechelen er nieuw leven in zou blazen. Burgemeester Dries vatte het project samen als 'een nieuwe toekomst op oude fundamenten'. Hij omschreef Genk als 'de meest kosmopolitische stad van Vlaanderen met veel diversiteit en veel tegenstellingen', een gevolg van de oude mijncultuur. In die zin past Vanmechelens project er perfect.

© Koen Vanmechelen, foto door Kris Vervaeke

Labiomista bevindt zich letterlijk op de rand van de stad. Het wandelpark achter het complex gaat bijna naadloos over in de grootschalige natuur van het Nationaal Park Hoge Kempen. De Zwitserse architect Mario Botta, die al lang met Vanmechelen samenwerkt en de speciale nieuwe gebouwen op de site tekende, omschreef Vanmechelens werk als 'archeologie van het heden'. Hij benadrukte dat het geheel geen tentoonstellingsruimte is, maar een 'oord voor reflectie'.

Dat is het inderdaad. Zo is het park achter de gebouwen geen dierenpark, maar een wandeling doorheen het onconventionele leven van de kunstenaar die niet alleen zijn eigen dieren, maar ook zijn eigen fabels maakt, zowel gelardeerd met zijn vreemde (maar nooit absurde) fantasieën als met moderne wetenschappelijke inzichten. Het werkt. Het is de ideale kruisbestuiving tussen cultuur en natuur, tussen de mensenmaatschappij en de rest van de wereld. Het zegt veel over de enerzijds unieke, maar anderzijds toch tot bescheidenheid nopende positie van de mens op onze planeet.

'Ik wil dingen verenigen die in principe niet te verenigen zijn', stelde Vanmechelen op de opening van Labiomista. Verleden, heden en toekomst. Fruitetende vogels en roofvogels. Een stad en de natuur in haar omgeving. Kameelachtigen en loopvogels. Een kunstenaar en zijn publiek. Wilde kippen en gedomesticeerde kippen. Schimmels en stalstro. Een apart kunstenaarsproject en de volksbuurt waarin het zich bevindt - er is geen horeca op het domein, voor eten en drinken moet je naar de buren.

The Battery © Koen Vanmechelen, foto door Philippe van Gelooven

Soms denk je dat hij het erom doet, dat hij geforceerd naar dingen zoekt om ze met elkaar te confronteren. Maar zo werkt het niet, anders zou het niet zo mooi in elkaar overvloeien. Het gebeurt organisch en het hangt allemaal op een of andere manier samen in zijn universum - is het niet in onze dimensie, dan zeker wel in de zijne. Het is een uitdaging om alle draden in Vanmechelens verhaal te zoeken, uit elkaar te rafelen en weer met elkaar te vervlechten. Het is wat een bezoek aan Labiomista zo uitdagend en verrijkend maakt. Zelfs iemand die er argeloos binnenwandelt omdat hij of zij er van ver twee immense zeearenden in een kooi heeft zien zitten en denkt in een soort zoo terecht te komen, zal niet ontgoocheld worden. Maar het zal niet het bezoek geworden zijn dat hij of zij in gedachten had.

Je kunt op de site natuurlijk niet om de kippen (en eieren) heen, waar alles voor Vanmechelen mee begon. Het junglehoen dat aan de oorsprong van alle kippen in de wereld ligt, heeft een prominente plaats gekregen in The Battery: het hoofdgebouw op de site dat geen groter contrast kan bieden met de legbatterijen waarin de meeste van onze kippen een troosteloos kort bestaan leiden. De kip heeft zich in het zog van de mens opgewerkt tot de succesvolste vogel aller tijden, maar of ze ook de gelukkigste vogel aller tijden is, kan in vraag worden gesteld.

Dat geldt uiteraard niet voor Vanmechelens kippen. Alle kippen in zijn projecten sterven een natuurlijke dood en worden gereïncarneerd als kunstwerk. Hij wil door het kruisen van kippenrassen uit de hele wereld de ultieme kip creëren (maar de kans dat ze op het oorspronkelijke junglehoen zal gelijken is klein). Hij is nu aan de 24ste generatie van zijn kruisingen toe - je ziet ze rondlopen tussen de kamelen en struisvogels in het park. Een kip zegt ook wat over de mensen die ze maken, hoewel dat toeval kan zijn. Zo heeft de Franse kip het blauw, wit en rood uit de Franse vlag en klinkt de Turkse kip als een muezzin op zijn minaret.

In de meer dan twintig jaar dat zijn projecten lopen, is Koen Vanmechelen geen haar veranderd: hij is een geweldige mens gebleven, ondanks het enorm succesvolle parcours dat hij al gereden heeft. Je merkt het ook aan zijn inzet voor mensen- en vooral kinderrechten. De Cosmogolems, de reuzen die hij al op veertig plekken in de wereld heeft geplaatst en waarvan in het park een reusachtige stenen kop te zien is - 'die weegt meer dan het gebouw' -, zijn er de indrukwekkende getuigen van.

'Vandaag kan kunst zoals we ze kennen nooit overleven', zei Vanmechelen bij de opening van Labiomista. 'Een kunstenaar moet nu zelf een publiek maken. Toerisme is geen doel, maar een gevolg van de vernieuwde aanpak. Labiomista is een evoluerend kunstwerk. Met één zekerheid: we gaan de uitkomst ervan nooit kennen.'

Cosmogolem © Koen Vanmechelen - foto door Studio Tropics
Nomadland, een ontmoetingsplek vlakbij Labiomista, op het openingsweekend. © Tony van Galen, Stad Genk
Toekan © Koen Vanmechelen, foto door Kris Vervaeke