Toen Estland in 1991 onafhankelijk werd van Rusland maakte het van de gelegenheid gebruik om zijn onderwijssysteem om te gooien. Mailis Reps, de huidige minister van Onderwijs, herinnert zich hoe ambtenaren en politici naar inspiratie zochten, van de Verenigde Staten tot Nederland. Toch kwamen ze altijd uit bij hun noordse buren. Reps: 'Zo goed als elk debat eindigde met de conclusie: "Laten we proberen wat ook in Zweden of Finland werkt."'
...

Toen Estland in 1991 onafhankelijk werd van Rusland maakte het van de gelegenheid gebruik om zijn onderwijssysteem om te gooien. Mailis Reps, de huidige minister van Onderwijs, herinnert zich hoe ambtenaren en politici naar inspiratie zochten, van de Verenigde Staten tot Nederland. Toch kwamen ze altijd uit bij hun noordse buren. Reps: 'Zo goed als elk debat eindigde met de conclusie: "Laten we proberen wat ook in Zweden of Finland werkt."'De Esten waren niet de enigen. Om de drie jaar publiceert de OESO resultaten van het Programme for International Student Assessment, intussen bekend of berucht als PISA. De meting, waarvan de laatste resultaten op 3 december werden vrijgegeven, test de kennis van lezen, wiskunde en wetenschappen bij 15- en 16-jarigen in de lidstaten van de OESO. De resultaten maken het mogelijk om de verschillende onderwijssystemen met elkaar te vergelijken. Intussen is het bijna twintig jaar geleden dat de eerste schijf werd bekendgemaakt. Toentertijd was er een verrassing: Finland, een land dat daarvoor niet bijzonder bekendstond om zijn onderwijs, stond op de eerste plaats voor lezen en scoorde ook uitzonderlijk goed in de andere categorieën.Het Scandinavische land had kennelijk een manier gevonden om briljante resultaten te boeken in de klas zonder de discipline en de bergen werk die leerlingen in Japan en Zuid-Korea te verduren krijgen - de andere toplanden uit die tijd. Horden onderwijsspecialisten streken in Helsinki neer. Ze lieten het thuisfront weten dat het Finse onderwijs niet alleen gratis en uitgebreid was, maar ook dat leraren er zeer gerespecteerd en goedopgeleid zijn én veel vrijheid krijgen in hun werk - wat vaak inhoudt dat leerlingen veel zelf mogen ontdekken. Scholen van over de hele wereld, van Schotland tot Zuid-Korea, probeerden zich aan de Finnen te spiegelen. De internationale schoolbezoeken werden zo populair dat de Finse regering leergeld begon te vragen. Wie vandaag inspiratie wil opdoen in een Finse school betaalt daar 1200 euro per dag voor. Toch begint het Finse model als onderwijsutopia achterhaald te lijken. In de recente PISA-meting daalt het Finse gemiddelde, en die tendens is al aan de gang sinds 2006. De kloof tussen rijke en arme leerlingen wordt groter, wat extra pijnlijk in een land dat zich voorstaat op zijn gelijkheidspolitiek. Estland, dat vroeger niet meer was dan een imitator, doet het nu het best van de hele OESO. Mart Laidmets, secretaris-generaal van het Estse ministerie van Onderwijs, merkt met enig plezier op dat Aziatische delegaties nog altijd naar Helsinki vliegen, maar steeds vaker als tussenstop op weg nar Tallinn.De Finse parabel helpt om uit te leggen waarom er in het algemeen weinig vooruitgang is geboekt sinds het eerste PISA-onderzoek. Bij het begin van het millennium leefde nog de hoop dat de berg informatie die de tests opleveren ons zouden kunnen leren waarom sommige onderwijssystemen zo goed aanslaan. Andere landen zouden dan hun voorbeeld kunnen volgen, wat dan een verbetering in de hele OESO zou moeten opleveren. Maar hoewel de uitgaven per leerling de voorbije tien jaar met 15 procent zijn gestegen, zijn de prestaties op het stuk van lezen, wiskunde en wetenschappen zowat gelijk gebleven.Zoals altijd kennen de nieuwe resultaten enkele uitschieters. De glansprestaties van Singapore zijn nog beter geworden - al is het niet overall de beste. Die eer gaat naar China, of preciezer: naar Peking, Shanghai, Jiangsu and Zhejiang (de OESO neemt geen resultaten op uit andere gebieden omdat de betrouwbaarheid niet kan worden gegarandeerd). Landen met een gemiddeld lager onderwijsniveau, waaronder Jordanië, Polen en Turkije, gaan vooruit. Maar voor elk Jordanië is er een Finland.Een deel van de reden waarom het onderwijs er in het algemeen niet op vooruitgaat, is dat scholen minder invloed hebben op de resultaten dan vaak wordt aangenomen. Cultuur en andere sociale factoren, zoals geletterdheid onder volwassenen, wegen zwaarder door. Wat betekent dat zelfs goed geïnformeerde beleidsmakers maar een beperkte impact hebben. 'Je zult altijd Oost-Aziatische landen boven aan de lijst hebben', meent John Jerrim, professor aan het Institute of Education van University College London. Bovendien, zo blijkt uit de gegevens, bestaat er boven een bepaald niveau (rond de 50.000 dollar per leerling, tussen de 6 en de 15 jaar) weinig verband tussen uitgaven en PISA-scores.Het belang van cultuur kun je goed zien in Estland en Finland. Beide landen hebben sinds lang een hoge graad van geletterdheid, vaak met de hulp van de plaatselijke protestantse kerk. Reps: 'Het gevoel leeft dat we dan wel geen edelstenen in de grond hebben zitten, maar we hebben wél ons onderwijs.' In Finland bestaat er een kinderboekenreeks over de Moemins - bleke, ronde wezens die over de hele wereld geliefd zijn bij jongeren. Overal in het land vind je bibliotheken, waaronder de spectaculaire bibliotheek naast het station in Helsinki. Oodi, zoals ze heet, werd gebouwd om de honderdste verjaardag van het land te vieren. Kostprijs: 98 miljoen euro. Zulke dingen vallen door andere landen moeilijk te kopiëren.Ook andere factoren liggen buiten de controle van onderwijsministers. Immigratie speelt een belangrijke rol. Mensen die recent zijn aangekomen scoren lager dan de autochtone bevolking. In Finland is het aantal migrantenleerlingen dat deelneemt aan de PISA-tests de voorbije tien jaar een heel klein beetje gestegen. Meer dan 80 procent van hen spreekt thuis geen Fins, wat de grote prestatiekloof met de autochtone kinderen mee verklaart. Estland heeft een vergelijkbare stijging van het aantal migrantenleerlingen gezien. Opvallend: de nieuwkomers daar zijn veel minder vaak arm dan bij de noorderburen.In het licht van de Finse achteruitgang lijken de experts een modderfiguur te slaan. Maar bij nader toezien kunnen we toch nog lessen leren uit het Finse voorbeeld. Het land heeft dan wel de reputatie 'knuffelonderwijs' aan te bieden, maar het heeft een stuggere traditie. In 1996, vier jaar voor de eerste PISA-resultaten, bezocht een groep Britse onderzoekers het land. Ze zagen er 'hele klassen die lijntje per lijntje het handboek volgenden, in een tempo dat door de leerkracht werd bepaald. We gingen van de ene school naar de andere en zagen vrijwel identieke lessen - je had de leerkrachten kunnen verwisselen en de leerlingen zouden het verschil niet gemerkt hebben.' Zoals econoom Gabriel Heller Sahlgren al opmerkte: de meeste kinderen die in de eerste PISA-ronde zo hoog scoorden hadden deze traditionele scholing gekregen.Maar tegen de tijd dat de resultaten bekend warden gemaakt, waren Finse scholen een andere kant opgegaan, en sloegen ze buitenlandse onderzoekers met verstomming. In de te verschijnen studie van Aino Saarinen en zijn collega's van de universiteiten van Helsinki en Oulu worden de PISA-resultaten van 2012 en 2015 tegen het licht gehouden. Daaruit blijkt dat kinderen op scholen waar de leerlingen meer vrijheid hebben om hun lessen te bepalen, slechter scoren voor wiskunde en wetenschappen. Kinderen uit arme gezinnen en migrantengezinnen lijden er het meest. Opvallend: de mogelijkheid om een happy medium te vinden tussen lezen uit een handboek en kinderen helemaal zelf laten beslissen, wordt geschuwd. Scholen blijven al jaren verder experimenteren. Er kwam een golf van nieuwe schoolgebouwen zonder klaslokalen. Het nieuwe curriculum, dat in 2016 werd ingevoerd, stimuleert lessen zonder vastgelegd onderwerp.Ondanks alle experimenten blijven er veel gelijkenissen bestaan tussen het Estse en het Finse onderwijs. Er zijn nauwelijks betalende scholen, en in beide landen beperken het aantal examens én opsplitsingen volgens de leermogelijkheden van de leerlingen. Rando Kuustik, hoofd van de Jakob Westholm School in Tallinn: 'Onze eerste prioriteit is het geluk van de kinderen. De tweede is hen helpen om beter met de wereld om te kunnen dan op de eerste dag dat ze hier kwamen.'Hoewel Kuustiks leerkrachten hun aanpak wat bijsturen, bijvoorbeeld met meer groepswerk, gaat het hier nog altijd om een 'heel traditionele school', houdt hij vol. Voordat de leerlingen in groepjes aan het werk gaan, controleert de leerkracht of ze het onderwerp wel grondig begrijpen. De regels zijn duidelijk, en de leerkracht leidt alles in goede banen van vooraan in de klas. Volgens academici wordt die aanpak in het het hele land gebruikt. Tim Oates van het testbedrijf Cambridge Assessment roemt het land om zijn rigoureuze, coherente curriculum.Van dit alles valt veel te leren. Maar elk land dat hoopt het Estse model integraal te kunnen kopiëren, zal van een kale reis terugkeren. De voorbije dertig jaar is de Estse economie snel gegroeid, wat wordt gelinkt aan de goede onderwijsresultaten. Bovendien heeft emigratie, gecombineerd met een lager geboortecijfer, ervoor gezorgd dat het aantal kinderen op de schoolbanken tussen 2000 en vandaag met 29% is gedaald. Andreas Schleicher, hoofd onderwijs bij de OESO, wijst erop dat er 'een gezonde competitie speelt' tussen scholen om de overblijvende leerlingen aan te trekken. In landelijke lagere scholen is het niet ongewoon dat klassen uit twee of drie leerlingen bestaan, zegt onderwijsminister Reps. Wat de facto betekent dat ze privéonderwijs krijgen. Een school is er zelfs in geslaagd om twee jaar open te blijven zónder kinderen. Sommige landen zullen wellicht niet alles kopiëren.© The Economist