Begin december vorig jaar kreeg bakker Geert Moerkerke uit Staden, een landelijke gemeente in de Westhoek, een opmerkelijk telefoontje. Of hij 300 sinterklaaskoeken kon leveren aan het asielcentrum van buurgemeente Langemark-Poelkapelle? De opdrachtgever, die verder anoniem wenste te blijven, betaalde de rekening per overschrijving, waarna bakker Moerkerke deed wat hem was gevraagd. Op 6 december meldde hij zich met de 300 koeken aan bij het onthaal van het asielcentrum. 'Fedasil Poelkapelle voelt zich geliefd', zo stond die avond op de Facebookaccount van het centrum te lezen.
...

Begin december vorig jaar kreeg bakker Geert Moerkerke uit Staden, een landelijke gemeente in de Westhoek, een opmerkelijk telefoontje. Of hij 300 sinterklaaskoeken kon leveren aan het asielcentrum van buurgemeente Langemark-Poelkapelle? De opdrachtgever, die verder anoniem wenste te blijven, betaalde de rekening per overschrijving, waarna bakker Moerkerke deed wat hem was gevraagd. Op 6 december meldde hij zich met de 300 koeken aan bij het onthaal van het asielcentrum. 'Fedasil Poelkapelle voelt zich geliefd', zo stond die avond op de Facebookaccount van het centrum te lezen. Sofie Desseyn, directrice van de asielcentra in Poelkapelle en Bredene, vertelt dat zulke gestes wel vaker gedaan worden. 'Vreselijke incidenten als de brandstichting in Bilzen of onmenselijke commentaren op sociale media overschaduwen te vaak een andere realiteit. Het centrum in Poelkapelle is nu tien jaar open, en nog altijd krijgen we evenveel schenkingen als in onze begindagen. De groep vrijwilligers die ons ondersteunt is in die jaren alleen maar groter geworden.' Desseyn gelooft niet dat het draagvlak voor asiel vandaag kleiner is. 'Als er de afgelopen tien jaar iets veranderd is,' zegt ze, 'is het de toon van de tegenstanders. Die is luider en brutaler geworden. Het andere kamp maakt niet zo veel lawaai. Wie geen problemen heeft met de opvang van asielzoekers laat zich zelden horen. De mensen die ons actief steunen, doen dat - zoals de gulle schenker van de sinterklaaskoeken - vaak anoniem. Daardoor ontstaat een totaal vertekend beeld.' Desseyn was sinds de opening van het asielcentrum in Poelkapelle ook betrokken bij openingen in Gent, Koksijde, Bredene en Lombardsijde. Telkens weer zag ze hoe de komst van een asielcentrum het draagvlak bij de lokale bevolking eerder vergroot dan verkleint. Haar vaststelling wordt bevestigd door sociologisch onderzoek. Over de impact van asielcentra op lokale gemeenschappen in België schreven Elien Diels en Marije Reidsma, beiden onderzoeker aan de KU Leuven, een uitgebreid artikel voor het boek The Refugee Reception Crisis in Europe. Samen met enkele collega's trokken Diels en Reidsma in de loop van 2018 naar een tiental Belgische gemeenten en steden waar asielcentra waren neergeplant. Uit gesprekken met de omwonenden bleek dat initiële afkeer van een deel van de bevolking in veel gevallen plaatsmaakte voor berusting, gewenning en soms zelfs eerder positieve sentimenten. 'Meestal blijkt het allemaal beter mee te vallen dan ze voor de komst van het centrum hadden gedacht', vertelt Marije Reidsma. 'Die reactie kwam tijdens onze gesprekken vaak terug.' Volgens haar collega Elien Diels heerst aanvankelijk soms enige angst voor het onbekende. 'Er wordt gevreesd voor een disruptie in de gemeente', zegt Diels. 'Een deel van die angst kan al weggenomen worden door snelle, heldere communicatie. Maar het belangrijkste werk wordt hier geleverd door de realiteit: al snel merken mensen dat er niet zo veel verandert. De verwachte zware incidenten of overlast blijven uit, de rust keert weer en er treedt een zekere gewenning op.' Diels gewaagt van een 'vreedzaam naast elkaar leven'. Van echt samenleven is, ondanks de vele inspanningen van de centra, middenveldorganisaties of lokale besturen, meestal geen sprake. 'Als asielcentra een opendeurdag houden,' vertelt Reidsma, 'wordt die in de regel bezocht door een minderheid van mensen die er al voor openstonden. Dat wil niet zeggen dat zulke initiatieven niet belangrijk zijn. Ook mensen die daar niet aan deelnemen, geven aan dat ze het belangrijk vinden dat het gebeurt. Het is een teken van openheid dat vertrouwen wekt.' Dat vertrouwen, zo ontdekten de onderzoeksters, komt in kleinere, eerder monoculturele gemeenten eerder te voet dan te paard. De initiële angsten blijken er hardnekkiger dan in de steden. 'Dat is ook logisch', vertelt Reidsma. 'In een diverse stad als Brussel merk je na de komst van een centrum weinig verschil in het straatbeeld. Dat is uiteraard anders in landelijke gemeenten. Daar zullen asielcentra en lokale besturen harder moeten werken om de ongerustheid weg te nemen.' Fedasil maakte het zichzelf dus niet makkelijk toen het tien jaar geleden besloot om een verlaten kazerne in het agrarische en dunbevolkte Langemark-Poelkapelle om te bouwen tot een asielcentrum. Toch lijken de attitudes ook hier duidelijk veranderd. Sociologe Elise Allegaert (UGent) interviewde voor haar eindverhandeling vijftien omwonenden van het centrum. Uit die diepte-interviews, afgenomen in 2018, bleek dat de meeste respondenten hun opinies sinds de opening in de positieve zin hadden bijgesteld. Een belangrijke uitzondering: bij bewoners die in de straat van het centrum woonden, bleven de attitudes onveranderd, zowel in positieve als in negatieve zin. Daarbij viel het de onderzoekster op dat de buurtbewoners met een negatieve houding onderling hun negativisme nog versterkten, onder meer door geruchten met elkaar uit te wisselen. Verhalen over asielzoekers die smartphones cadeau zouden krijgen, bijvoorbeeld. Dat zulke verhalen uit de lucht gegrepen zijn, neemt niet weg dat er veel waarde aan wordt toegekend. 'Mensen die positiever ingesteld zijn,' schrijft Allegaert, 'krijgen die foutieve informatie ook te horen, maar ze zullen de verhalen meer ter discussie stellen.' Is het draagvlak voor asiel in Vlaanderen aan het krimpen? Geconfronteerd met die vraag moet Mieke Candaele, directeur communicatie van Fedasil, even nadenken. 'Er is zeker nog een draagvlak', stelt ze. 'Maar het is wel broos. En het wordt meer dan ooit ondermijnd. Lokaal protest tegen de opening van een nieuw centrum is zeker niet nieuw. Ik herinner me een bijzonder heftige infoavond in Lommel, tijdens de crisis van 2015. Ook valse informatie is geen nieuw fenomeen. Wél nieuw is de manier waarop het protest en de valse informatie zich verspreiden. Ik heb het dan vooral over sociale media, en de impact daarvan. Die is sinds de asielcrisis van 2015 onmiskenbaar groter geworden. Wij hebben sinds anderhalf jaar iemand in onze rangen die zo goed als voltijds bezig is met social media en het weerleggen van fake news. Ik zou niet meer zonder kunnen werken.' Candaele vertelt dat die strijd niet altijd gemakkelijk is. 'Wij zijn een neutrale overheidsinstelling. Moet je ook de confrontatie aangaan met politici die valste berichten de wereld in sturen? Is het onze taak om politici terecht te wijzen? Wij hebben het de voorbije maanden een aantal keer gedaan. Omdat het te flagrant was. De eerste keer ging het om een bericht van onafhankelijk Kamerlid Dries Van Langenhove, die suggereerde dat wij elektrische fietsen wilden aankopen voor asielzoekers. Niet veel later hebben we een uitspraak van N-VA-kopstuk Theo Francken over het aantal mannelijke alleenstaande asielzoekers rechtgezet. Op die factcheck hebben we heel veel positieve commentaren gekregen. Maar of we daarmee de aangerichte schade in de publieke opinie hebben hersteld? Ik weet het niet.' Candaele noemt nog een andere factor die het draagvlak bedreigt. Ze wijst op de snelle afbouw van centra onder Theo Francken als staatssecretaris voor Asiel en Migratie. In korte tijd werd het aantal opvangplaatsen teruggebracht van 35.700 naar 22.700. Tegelijk werd fors gesnoeid in het personeelsbestand van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS), twee diensten die hun taakomschrijving nog zagen verbreden. Het gevolg is dat asielprocedures vandaag veel langer aanslepen. In combinatie met een licht verhoogde instroom leidt dat ertoe dat Fedasil en het Rode Kruis maandelijks ongeveer 700 nieuwe opvangplaatsen moeten vinden. 'De indruk kan ontstaan dat we vandaag te maken hebben met een ongecontroleerde instroom van asielzoekers', zegt Candaele. 'Die perceptie is fout en veroorzaakt onnodig onrust bij de bevolking.' De snelheid waarmee Fedasil en het Rode Kruis moeten werken, brengt nog een ander probleem met zich mee: vaak ontbreekt de tijd om correct en voldoende te communiceren. En laat dat net cruciaal zijn. 'De gebrekkige, laattijdige communicatie heeft in verschillende gemeenten tot onvrede geleid', vertelt Elien Diels. 'Mensen vernamen via de media dat er een centrum zou komen, in plaats van via persoonlijke communicatie. Dat voedt wantrouwen en onbegrip. Uit onderzoek weten we dat snelle en correcte communicatie en informatievoorziening essentieel zijn om een draagvlak te creëren.' 'De verstrekte informatie moet bovendien zo concreet mogelijk zijn. Mensen willen weten over hoeveel asielzoekers het gaat, uit welke landen ze afkomstig zijn, en of het alleenstaande mannen of gezinnen zijn. Burgemeesters kunnen daar natuurlijk alleen helder over communiceren als ze zelf over de juiste informatie beschikken. En die informatie komt, door de korte termijn waarop centra moeten worden geopend, vaak te laat. Dit probleem had vermeden kunnen worden. Iedereen weet dat asiel een volatiel gegeven is. De opvangpartners hebben er altijd voor gepleit om buffercapaciteit te houden. Daar is helaas geen gehoor aan gegeven.' Zo snel mogelijk zo veel mogelijk nieuwe opvangcentra openen: ook bij het Rode Kruis weten ze hoe moeilijk dat is. Begin deze maand opende de organisatie een pop-upcentrum in Bekkevoort, en binnenkort volgt een noodopvangcentrum in Beveren. Telkens weer leidt dat tot kleine maar sterk gemediatiseerde protestmarsen en een moeilijke zoektocht naar geschikt personeel. 'We moeten keer op keer van nul af aan beginnen', zegt Steven Van Landeghem, stafmedewerker van het Rode Kruis. Hij wijst erop dat de opvang niet ophoudt bij het aanbieden van bed, bad en brood. 'Wij begeleiden de asielzoekers ook. We wijzen hun de weg in de Belgische samenleving. Dat doe je bij voorkeur met ervaren medewerkers. Op korte termijn kun je die helaas niet altijd vinden. We proberen daarom altijd te werken met een mix van schoolverlaters en mensen die zich kunnen beroepen op heel wat ervaring.' Aan ervaring ontbreekt het Van Landeghem niet. Al vijftien jaar werkt hij voor de dienst Opvang Asielzoekers van Rode Kruis-Vlaanderen. 'In al die tijd heb ik altijd dezelfde klacht zien terugkeren: er is te laat en/of onvoldoende geïnformeerd. Voor ons is het moeilijk om op die klacht te antwoorden. Meestal stappen wij ook pas in het verhaal wanneer een centrum zo snel mogelijk open moet. En hetzelfde geldt uiteindelijk voor de burgemeesters. Je zou kunnen overwegen om hen al te laten communiceren wanneer nog niet zeker is of een locatie als opvangcentrum zal dienen. Maar zou dat dan tot minder protest leiden?' De rol van de vorige staatssecretaris is in dit artikel al aan bod gekomen. Behalve Theo Franckens communicatie zou ook zijn beslissing om de capaciteit zo snel mogelijk af te bouwen het draagvlak ondermijnd hebben. Dezelfde kritiek kwam er afgelopen vrijdag, toen hij op de hem kenmerkende wijze vragen stelde bij een offerteaanvraag voor de aankoop van tien paar bokshandschoenen, bestemd voor het centrum in Poelkapelle. Bij Fedasil werd met verbijstering op die commentaar gereageerd. Maar of zulke uitlatingen ook veel invloed hebben op het lokale niveau? 'Wat federale politici zeggen,' stelt Marije Reidsma, 'is zeker niet onbelangrijk voor de attitudes over migratie in het algemeen. Maar als het gaat over het draagvlak voor een asielcentrum in de eigen buurt zien we dat de rol van de burgemeester zwaarder doorweegt. Hun retoriek is veel bepalender.' Sofie Desseyn, de directrice in Poelkapelle die vanwege de huidige crisis ook tijdelijk het opvangcentrum in Bredene leidt, spreekt dat niet tegen. 'Veel burgers kijken op naar hun burgemeester', weet ze. 'Als hij of zij zegt: "Ik stap mee in het verhaal", zal bijna automatisch een meerderheid van de bevolking volgen. Dat heb ik mogen ervaren in Gent, maar ook over de houding van de burgemeesters van Langemark-Poelkapelle kan ik niks verkeerds zeggen. Met hen hebben we altijd uitstekend samengewerkt.' Dat ligt enigszins anders bij de burgemeester van Koksijde. Al sinds de asielcrisis van 2015 leven Marc Vanden Bussche (Open VLD) en Fedasil op gespannen voet. Vanden Bussche was een van de weinige burgemeesters die zich resoluut tegen een groot asielcentrum in zijn gemeente uitsprak. Pas na tussenkomst van de federale regering legde hij zich neer bij de komst van een centrum. Toen eind vorig jaar bekend raakte dat Fedasil opnieuw een centrum in de kustgemeente wilde openen, spartelde hij andermaal tegen. Dit keer was het minister van Asiel en Migratie Maggie De Block (Open VLD) die hem overtuigde om, weliswaar tijdelijk, 300 asielzoekers op te vangen. 'Beide partijen hebben water bij de wijn gedaan', vat Vanden Bussche samen. Waarom dat verzet? Vanden Bussche verwijst naar de actualiteit. Wanneer we hem spreken, is de politie in buurgemeente De Panne nog op zoek naar migranten zonder papieren die er het Kanaal wilden oversteken. 'Transmigratie brengt niet alleen overlast met zich mee, maar ook mensensmokkel', stelt Vanden Bussche. 'De politie heeft daar al de handen mee vol. Daar komt nu nog eens een asielcentrum bovenop. Zo'n centrum werkt als een magneet op mensensmokkelaars. Mijn collega's in Noord-Frankrijk verklaren me voor gek als ik hun vertel dat wij hier een asielcentrum hebben.' De burgemeester zucht. 'Kijk, u wilde graag weten of er in Koksijde een draagvlak is voor het opnemen van asielzoekers. Mijn antwoord is: ja. Stuur 50 asielzoekers naar hier, en bijna niemand zal daar bezwaren tegen hebben. Dan mogen ze hier zelfs tijdens het hoogseizoen blijven. Maar 300? Nee.' Vanden Bussche is in veel opzichten de tegenpool van zijn collega in Bredene, dertig kilometer verderop. 'Wij zullen die mensen met open armen ontvangen', reageerde Steve Vandenberghe (SP.A) nadat Fedasil gevraagd had om tijdelijk 300 asielzoekers onder te mogen brengen in het jeugdverblijf Horizon. In interviews verwees Vandenberghe naar de ervaringen van 2015, die volgens hem zonder meer positief waren. 'Er was toen totaal geen extra criminaliteit, integendeel.' Opmerkelijk genoeg vertelt Vanden Bussche ongeveer het tegenovergestelde verhaal. Hij komt nog eens terug op een veelbesproken incident uit 2016: een jonge Irakees zou toen een meisje van tien in het zwembad hebben betast. De twintiger werd overgebracht naar een gesloten centrum, maar wegens gebrek aan bewijs weer vrijgelaten. Vanden Bussche houdt vol dat er toen 'iets' is gebeurd. 'Maar dat nadeel heb je als burgemeester: je krijgt van de politie bepaalde info, en je mag daar vervolgens niet over communiceren. Maar ik ga ook niet doen alsof zo'n centrum geen gevaren met zich meebrengt. Als je alleen naar vrijwilligers en het Rode Kruis luistert, zijn er nergens problemen. Als je luistert naar de politie weet je: het is een kruitvat.' Terug naar Poelkapelle. Na een aantal mislukte pogingen is het ons alsnog gelukt om een afspraak te maken met Daniel Vanlerberghe en zijn vrouw Simonne Roose, beiden actieve zeventigers. Mevrouw Roose en haar man, ereschepen voor de CD&V, vormen al tien jaar wat zijzelf noemen 'een tandem in de strijd tegen negativiteit en fake news over het asielcentrum'. Hun engagement ontstond in 2010, tijdens de donkere dagen voor Kerstmis. 'Toen bekend werd dat de legerkazerne een asielcentrum zou worden, kwam er meteen felle tegenwind', vertelt Vanlergberghe. Hij slaat een map open en haalt er een geel-zwart foldertje uit. 'Optocht tegen opstart asielcentrum', staat erop. 'Dat vond ik echt te gortig', zegt Vanlerberghe. 'In volle kerstperiode, zo veel haat? Wij hebben dan voor een tegenreactie gezorgd door een vrijwilligersgroep op te richten. Onze eerste manifestatie bracht veel meer volk op de been dan die optocht van Vlaams Belang.' In samenwerking met het asielcentrum organiseerde de vrijwilligersgroep de afgelopen jaren onder meer optredens, opendeurdagen, rommelmarkten en 'sneukeltochten'. Die activiteiten slaan meer en meer aan, vertelt Vanlerberghe. 'Aanvankelijk waren de mensen vooral terughoudend. "We gaan daar niet binnen," zeiden ze, "want we zullen besmet raken." Dat is nu gebeterd. Ik denk dat we erin geslaagd zijn om de scherpe kantjes wat af te schaven.' Wat Vanlerberghe vertelt, lijkt in tegenspraak met de uitslag van de verkiezingen vorig jaar. Vlaams Belang behaalde in Langemark-Poelkapelle meer dan 25 procent. Of er een verband is met de komst van het asielcentrum? 'Nee', denkt Vanlerberghe. 'In Vleteren behaalde Vlaams Belang hetzelfde resultaat, terwijl daar nauwelijks een vreemdeling woont.' Hij schudt het hoofd. 'Weet u wat het is? Mensen zijn van nature bang voor het vreemde. Ze denken dat die vremden hun werk of hun kindergeld zullen afpakken. Vlaams Belang geeft hun gelijk, en dat hebben ze graag.' Zijn vrouw knikt. 'De andere partijen gaan er niet tegenin. Ze zijn benauwd van Vlaams Belang. (boos) Weet u nog, toen onze gouverneur Carl Decaluwé zei dat we geen eten mochten geven aan mensen zonder papieren? Ik snap dat niet. Hij komt toch uit het ACW?' Het asielcentrum een kruitvat? Over de asielzoekers in Poelkapelle kan mevrouw Roose weinig verkeerds vertellen. 'Er is in die tien jaar niet één serieus incident geweest. Wel zijn er geregeld wat ik noem akkefietjes. Het zijn natuurlijk wel mensen met andere gewoonten. Ze verplaatsen zich ook vaak in grote groepen. Dat komt soms bedreigend over voor mensen die dat niet gewend zijn.' Het gebeurt ook dat asielzoekers onvoldoende bereik hebben met hun gsm, vertelt Daniel Vanlerberghe. 'Dan gaan ze weleens voor iemands deur staan. Ik snap dat mensen dan schrikken. Maar dat zijn problemen die je kunt oplossen. Inmiddels heeft de gemeente de zendmast trouwens versterkt.' Het grootste probleem zit volgens Vanlerberghe in de hoofden. 'Nog altijd hoor ik mensen zeggen dat die asielzoekers onze kinderbijslag onbetaalbaar zullen maken. Ik wijs hun dan op de feiten: het gaat over 0,1 procent van het totale budget. Maar blijkbaar geloven ze liever de nonsens. Mijn gebuur vertelde me onlangs nog dat asielzoekers met hun kindergeld een huis kunnen kopen. Ik vertelde hem dat dat niet juist is. "Allee, Vanlerberghe," antwoordde hij, "weet gij het misschien beter dan onze minister- president?"