Knack organiseerde samen met het Franstalige weekblad Le Vif en het onderzoeksbureau Kantar een online enquête bij 1006 Belgen. De meeste vragen gingen over de coronacrisis, maar we legden de deelnemers ook enkele partijpolitieke stellingen voor. Een van de vragen was: op welke van de partijvoorzitters zou u kunnen stemmen? Dat mochten er meerdere zijn. Conner Rousseau van Vooruit doet het daarbij opvallend goed. Bijna een op de drie ondervraagden (29,8 procent) zou misschien wel voor hem kiezen. Hij landt daarmee tussen Bart De Wever van N-VA (34,2 procent) en Tom Van Grieken van Vlaams Belang (23,6 procent). Hij is nog maar anderhalf jaar voorzitter, maar Rousseau slaagt er duidelijk in om een publiek aan te spreken dat breder is dan de socialistische achterban. Alleen lukt het hem nog niet om die mensen - in peilingen althans - effectief voor zijn partij te doen kiezen.

Lachaert en Coens onderin

Conner Rousseaus resultaat is des te opvallender, omdat de twee andere voorzitters van de traditionele partijen het dramatisch slecht doen. Slechts 11,1 procent kan zich voorstellen om voor Egbert Lachaert (Open VLD) te stemmen, en voor Joachim Coens is dat zelfs maar 10,6 procent. Hij doet het daarmee het slechtst van allemaal. Coens en Lachaert spreken in Vlaanderen nog maar even weinig kiezers aan als hun partijen stemmen behalen. Zij zijn nochtans verkozen tot voorzitter om met spoed op zoek te gaan naar nieuwe kiezers, en zo hun partijen in 2024 te behoeden voor de irrelevantie. Zeker voor Coens is dit resultaat een zoveelste tegenvaller: CD&V doet het al historisch slecht in de peilingen en de vernieuwing van de partij loopt moeizamer dan Coens had gehoopt. Voorlopig slaagt hij er zelf ook niet in om de aandacht van de Vlaming te trekken.

Ontevreden over Jambon

Zowel Peter Mertens (PVDA) als Meyrem Almaci (Groen) doet het slechts enkele procenten beter dan Coens en Lachaert. Almaci is bovendien de voorzitster die de meeste weerstand oproept: 60 procent van de ondervraagden kan niet voor haar stemmen. Aan Franstalige kant heeft Paul Magnette (PS) afgetekend de meeste aantrekkingskracht, gevolgd door Raoul Hedebouw (PTB) en Benoît Lutgen (CDH).

We peilden ook naar de tevredenheid over de ministers die het beleid het voorbije jaar vorm gaven. De regering-De Croo doet het daarbij beter dan de regering-Jambon. Over niemand heerst zo veel ontevredenheid als over de minister-president: zo'n 46 procent is ontevreden over N-VA'er Jan Jambon. De aanpak van premier Alexander De Croo (Open VLD) is dan weer het populairst. 38 procent van de respondenten is er dan ook van overtuigd dat zijn regering de crisis beter aanpakt dan de regering-Wilmès.

De online enquête werd uitgevoerd door Kantar bij 1006 Belgen van 18 jaar of ouder, van 2 tot en met 8 juni 2021. De maximale statistische fout bedraagt 3,1 procent boven en onder het bekomen resultaat voor uitspraken op de gehele steekproef. De steekproef werd herwogen op geslacht, leeftijd, beroep, opleiding en regio op basis van de meest recente CIM-cijfers voor deze sociodemografische variabelen.

Lees hier het volledige verslag: Grote corona-enquête van Knack/Le Vif: de Belg is er nog altijd niet gerust op

Knack organiseerde samen met het Franstalige weekblad Le Vif en het onderzoeksbureau Kantar een online enquête bij 1006 Belgen. De meeste vragen gingen over de coronacrisis, maar we legden de deelnemers ook enkele partijpolitieke stellingen voor. Een van de vragen was: op welke van de partijvoorzitters zou u kunnen stemmen? Dat mochten er meerdere zijn. Conner Rousseau van Vooruit doet het daarbij opvallend goed. Bijna een op de drie ondervraagden (29,8 procent) zou misschien wel voor hem kiezen. Hij landt daarmee tussen Bart De Wever van N-VA (34,2 procent) en Tom Van Grieken van Vlaams Belang (23,6 procent). Hij is nog maar anderhalf jaar voorzitter, maar Rousseau slaagt er duidelijk in om een publiek aan te spreken dat breder is dan de socialistische achterban. Alleen lukt het hem nog niet om die mensen - in peilingen althans - effectief voor zijn partij te doen kiezen.Conner Rousseaus resultaat is des te opvallender, omdat de twee andere voorzitters van de traditionele partijen het dramatisch slecht doen. Slechts 11,1 procent kan zich voorstellen om voor Egbert Lachaert (Open VLD) te stemmen, en voor Joachim Coens is dat zelfs maar 10,6 procent. Hij doet het daarmee het slechtst van allemaal. Coens en Lachaert spreken in Vlaanderen nog maar even weinig kiezers aan als hun partijen stemmen behalen. Zij zijn nochtans verkozen tot voorzitter om met spoed op zoek te gaan naar nieuwe kiezers, en zo hun partijen in 2024 te behoeden voor de irrelevantie. Zeker voor Coens is dit resultaat een zoveelste tegenvaller: CD&V doet het al historisch slecht in de peilingen en de vernieuwing van de partij loopt moeizamer dan Coens had gehoopt. Voorlopig slaagt hij er zelf ook niet in om de aandacht van de Vlaming te trekken.Zowel Peter Mertens (PVDA) als Meyrem Almaci (Groen) doet het slechts enkele procenten beter dan Coens en Lachaert. Almaci is bovendien de voorzitster die de meeste weerstand oproept: 60 procent van de ondervraagden kan niet voor haar stemmen. Aan Franstalige kant heeft Paul Magnette (PS) afgetekend de meeste aantrekkingskracht, gevolgd door Raoul Hedebouw (PTB) en Benoît Lutgen (CDH).We peilden ook naar de tevredenheid over de ministers die het beleid het voorbije jaar vorm gaven. De regering-De Croo doet het daarbij beter dan de regering-Jambon. Over niemand heerst zo veel ontevredenheid als over de minister-president: zo'n 46 procent is ontevreden over N-VA'er Jan Jambon. De aanpak van premier Alexander De Croo (Open VLD) is dan weer het populairst. 38 procent van de respondenten is er dan ook van overtuigd dat zijn regering de crisis beter aanpakt dan de regering-Wilmès.