De afgelopen dagen kondigden enkele Aziatische economische grootmachten aan dat ze zich opmaken om "klimaatneutraal" te worden de komende decennia. Japan en Zuid-Korea mikken op een netto-nuluitstoot van CO2 tegen 2050. China, de grootste vervuiler ter wereld, wil dit doel bereiken in 2060. Eerder had de EU de 2050 doelstelling al verankerd in haar Green Deal.

De recente Aziatische aankondigingen zijn best wel groot nieuws. Mocht China inderdaad slagen in haar opzet, dan zou de wereldwijde klimaatopwarming met 0.2-0.3°C beperkt kunnen worden. Bovenal biedt ook de kans om internationale klimaatonderhandelingen nieuw leven in te blazen.

Normen in internationale politiek

De aankondigingen rond klimaatneutraliteit zijn een klassiek voorbeeld van de formulering en verspreiding van een "internationale norm" in internationale politiek. Normen kunnen gezien worden als collectieve afspraken over acceptabel gedrag. Het gaat dus om wat in de internationale gemeenschap gezien wordt als moreel aanvaardbaar of laakbaar gedrag. Onderzoek toonde al aan dat veranderende normen een belangrijke rol speelden in de afschaffing van slavernij, de invoering van vrouwenstemrecht, of de totstandkoming van internationale nucleaire akkoorden.

Klimaatneutraliteit in 2050. Op naar een nieuwe internationale norm?

Nu dus ook in de strijd tegen klimaatverandering. Landen beseffen dat het gaat om een enorm precair mondiaal en nationaal probleem. Oude, collectieve gedragspatronen van ongebreidelde en vervuilende CO2-uitstoot in functie van economische groei, worden stilaan onhoudbaar én ook moreel onaanvaardbaar. Klimaatneutraliteit, of een netto-nuluitstoot, is het nieuwe, collectief aanvaarde doel.

De sterkte van zo'n norm is dat het niet noodzakelijk wettelijk afdwingbaar hoeft te zijn. Staten kunnen er op hun eigen manier invulling aan geven, leren van anderen en elkaars geslaagde beleidsideeën overnemen. Maar hoe kunnen we deze norm helpen verspreiden?

Nieuwe actoren en klimaatclubs

Staten zijn natuurlijk niet de enige relevante actoren in de internationale gemeenschap. Ook subnationale actoren (zoals steden en provincies), internationale organisaties, NGO's en multinationals zijn van groot belang. Ook zij scharen zich volop achter de nieuwe norm. Zo houdt het Internationale Energie Agentschap sinds kort ook rekening met netto-nuluitstoot in haar scenario's. Bedrijven en grote investeerders staan ook al veel verder dan landen. Enkele van 's werelds grootste multinationals zullen al in het komende decennium klimaatneutraal zijn.

Een andere manier om de norm verder te verspreiden is via een "klimaatclub". In zo'n club werkt een groep landen samen naar een gemeenschappelijk doel, op basis van gezamenlijke. In dit geval dus klimaatneutraliteit. Landen die lid zijn van de club werken nauw samen op basis van enkele gedeelde normen en regels. Niet-leden (of overtreders) worden dan "gestraft". Bijvoorbeeld door een taks te heffen op de invoer van CO2-intensieve producten.

Een norm is ook maar zo sterk als de staten die het onderschrijven. Het voordeel is dat de EU, China, Japan, Zuid-Korea en een select kransje andere landen al op nationaal niveau beslist hebben om volledig klimaatneutraal te worden. De stap om een klimaatclub op te richten, wordt dan ook kleiner voor hen. Vooral kleinere landen zullen er als de kippen bij zijn om deze nieuwe norm aan te nemen om 'bestraffing' te vermijden.

Er staat dus potentieel een droomcoalitie met enkele van de grootste economieën, met de meeste geopolitieke slagkracht, in de steigers om internationale klimaatinspanningen nieuw leven in te blazen.

Struikelblokken

Succes is natuurlijk geen zekerheid. Ten eerste worden internationale normen veelal vaag ingevuld. Op die manier is het natuurlijk gemakkelijker om dwarsliggers over de streep te trekken, maar het bemoeilijkt ook de formuleringen van gedetailleerde doelstellingen. Zo liggen de tijdslijnen van klimaatneutraliteit niet altijd gelijk, is er onduidelijkheid van over wat precies klimaatneutraliteit inhoudt en hoe dit bereikt moet worden.

Ten tweede zullen er spanningen ontstaan over de afdwingbaarheid van de norm. Landen zijn nooit happig om in een akkoord te stappen waarbij ze gestraft kunnen worden voor overtreding, tenzij de voordelen van samenwerking voldoende groot zijn. Dat is de reden geweest waarom het historische Kyotoprotocol uiteindelijk een stille dood stierf. Gelukkig ligt het principe van klimaatclubs in lijn met de "bottom-up" aanpak van het Akkoord van Parijs uit 2015.

Ten derde blijft de rol van de VS onduidelijk. De Democratische presidentskandidaat Biden heeft zich al akkoord verklaard met de norm én hij wil opnieuw het voortouw nemen in klimaatdiplomatie. Huidig president Trump trekt dan weer volop de kaart van fossiele brandstoffen. Met om het even welke president lijken de relaties met China echter sterk bekoeld. Samenwerking, zelfs op klimaatvlak, ligt dan ook heel moeilijk.

Hoe dan ook is 2020 zo goed als zeker op weg om wereldwijd het warmste jaar te worden sinds de start van de metingen. Er is nood aan een nieuwe klimaatarchitectuur, gebouwd rond normen en klimaatclubs, voor het laatste window of opportunity definitief sluit.

Dr. Mathieu Blondeel is verbonden aan de Warwick Business School (Verenigd Koninkrijk). Hij haalde zijn doctoraat aan het Ghent Institute for International Studies (UGent) waar hij onderzoek deed naar de opkomst en verspreiding van internationale klimaatnormen.

De afgelopen dagen kondigden enkele Aziatische economische grootmachten aan dat ze zich opmaken om "klimaatneutraal" te worden de komende decennia. Japan en Zuid-Korea mikken op een netto-nuluitstoot van CO2 tegen 2050. China, de grootste vervuiler ter wereld, wil dit doel bereiken in 2060. Eerder had de EU de 2050 doelstelling al verankerd in haar Green Deal.De recente Aziatische aankondigingen zijn best wel groot nieuws. Mocht China inderdaad slagen in haar opzet, dan zou de wereldwijde klimaatopwarming met 0.2-0.3°C beperkt kunnen worden. Bovenal biedt ook de kans om internationale klimaatonderhandelingen nieuw leven in te blazen.De aankondigingen rond klimaatneutraliteit zijn een klassiek voorbeeld van de formulering en verspreiding van een "internationale norm" in internationale politiek. Normen kunnen gezien worden als collectieve afspraken over acceptabel gedrag. Het gaat dus om wat in de internationale gemeenschap gezien wordt als moreel aanvaardbaar of laakbaar gedrag. Onderzoek toonde al aan dat veranderende normen een belangrijke rol speelden in de afschaffing van slavernij, de invoering van vrouwenstemrecht, of de totstandkoming van internationale nucleaire akkoorden. Nu dus ook in de strijd tegen klimaatverandering. Landen beseffen dat het gaat om een enorm precair mondiaal en nationaal probleem. Oude, collectieve gedragspatronen van ongebreidelde en vervuilende CO2-uitstoot in functie van economische groei, worden stilaan onhoudbaar én ook moreel onaanvaardbaar. Klimaatneutraliteit, of een netto-nuluitstoot, is het nieuwe, collectief aanvaarde doel. De sterkte van zo'n norm is dat het niet noodzakelijk wettelijk afdwingbaar hoeft te zijn. Staten kunnen er op hun eigen manier invulling aan geven, leren van anderen en elkaars geslaagde beleidsideeën overnemen. Maar hoe kunnen we deze norm helpen verspreiden?Staten zijn natuurlijk niet de enige relevante actoren in de internationale gemeenschap. Ook subnationale actoren (zoals steden en provincies), internationale organisaties, NGO's en multinationals zijn van groot belang. Ook zij scharen zich volop achter de nieuwe norm. Zo houdt het Internationale Energie Agentschap sinds kort ook rekening met netto-nuluitstoot in haar scenario's. Bedrijven en grote investeerders staan ook al veel verder dan landen. Enkele van 's werelds grootste multinationals zullen al in het komende decennium klimaatneutraal zijn. Een andere manier om de norm verder te verspreiden is via een "klimaatclub". In zo'n club werkt een groep landen samen naar een gemeenschappelijk doel, op basis van gezamenlijke. In dit geval dus klimaatneutraliteit. Landen die lid zijn van de club werken nauw samen op basis van enkele gedeelde normen en regels. Niet-leden (of overtreders) worden dan "gestraft". Bijvoorbeeld door een taks te heffen op de invoer van CO2-intensieve producten. Een norm is ook maar zo sterk als de staten die het onderschrijven. Het voordeel is dat de EU, China, Japan, Zuid-Korea en een select kransje andere landen al op nationaal niveau beslist hebben om volledig klimaatneutraal te worden. De stap om een klimaatclub op te richten, wordt dan ook kleiner voor hen. Vooral kleinere landen zullen er als de kippen bij zijn om deze nieuwe norm aan te nemen om 'bestraffing' te vermijden. Er staat dus potentieel een droomcoalitie met enkele van de grootste economieën, met de meeste geopolitieke slagkracht, in de steigers om internationale klimaatinspanningen nieuw leven in te blazen. Succes is natuurlijk geen zekerheid. Ten eerste worden internationale normen veelal vaag ingevuld. Op die manier is het natuurlijk gemakkelijker om dwarsliggers over de streep te trekken, maar het bemoeilijkt ook de formuleringen van gedetailleerde doelstellingen. Zo liggen de tijdslijnen van klimaatneutraliteit niet altijd gelijk, is er onduidelijkheid van over wat precies klimaatneutraliteit inhoudt en hoe dit bereikt moet worden. Ten tweede zullen er spanningen ontstaan over de afdwingbaarheid van de norm. Landen zijn nooit happig om in een akkoord te stappen waarbij ze gestraft kunnen worden voor overtreding, tenzij de voordelen van samenwerking voldoende groot zijn. Dat is de reden geweest waarom het historische Kyotoprotocol uiteindelijk een stille dood stierf. Gelukkig ligt het principe van klimaatclubs in lijn met de "bottom-up" aanpak van het Akkoord van Parijs uit 2015.Ten derde blijft de rol van de VS onduidelijk. De Democratische presidentskandidaat Biden heeft zich al akkoord verklaard met de norm én hij wil opnieuw het voortouw nemen in klimaatdiplomatie. Huidig president Trump trekt dan weer volop de kaart van fossiele brandstoffen. Met om het even welke president lijken de relaties met China echter sterk bekoeld. Samenwerking, zelfs op klimaatvlak, ligt dan ook heel moeilijk. Hoe dan ook is 2020 zo goed als zeker op weg om wereldwijd het warmste jaar te worden sinds de start van de metingen. Er is nood aan een nieuwe klimaatarchitectuur, gebouwd rond normen en klimaatclubs, voor het laatste window of opportunity definitief sluit. Dr. Mathieu Blondeel is verbonden aan de Warwick Business School (Verenigd Koninkrijk). Hij haalde zijn doctoraat aan het Ghent Institute for International Studies (UGent) waar hij onderzoek deed naar de opkomst en verspreiding van internationale klimaatnormen.