Als Vlaanderen weigert om een ernstig en groen industriebeleid uit te werken, dreigen we te eindigen als Wallonië. Dat bleef in de vorige eeuw ook geloven in economische sectoren die toen al in de geschiedenisboeken thuishoorden. Die conclusie valt te trekken uit een nieuw rapport van de Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace en Arbeid&Milieu. De drie ngo's gingen na welke energievoordelen en subsidies zes grote multinationals in Vlaanderen krijgen: ExxonMobil, Total, BASF, Borealis, Ineos en ArcelorMittal. Aangezien die er de afgelopen tien jaar niet in zijn geslaagd hun energiegebruik aanmerkelijk efficiënter te maken, is er in de ogen van de ngo's sprake van veel weggesmeten geld.
...

Als Vlaanderen weigert om een ernstig en groen industriebeleid uit te werken, dreigen we te eindigen als Wallonië. Dat bleef in de vorige eeuw ook geloven in economische sectoren die toen al in de geschiedenisboeken thuishoorden. Die conclusie valt te trekken uit een nieuw rapport van de Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace en Arbeid&Milieu. De drie ngo's gingen na welke energievoordelen en subsidies zes grote multinationals in Vlaanderen krijgen: ExxonMobil, Total, BASF, Borealis, Ineos en ArcelorMittal. Aangezien die er de afgelopen tien jaar niet in zijn geslaagd hun energiegebruik aanmerkelijk efficiënter te maken, is er in de ogen van de ngo's sprake van veel weggesmeten geld. Olivier Beys (BBL): 'De zes bedrijven staan symbool voor de grote industrie in Vlaanderen. Ze krijgen massaal overheidssteun in de vorm van subsidies, vrijstellingen en compensaties, zonder dat daar concrete klimaatdoelstellingen tegenover staan. Jaarlijks gaat het over een miljard euro aan steun, zonder dat er één ton CO2 minder wordt uitgestoten. Oliebedrijf ExxonMobil kan rekenen op wel dertien verschillende steunmaatregelen. Het klimaat- en energiebeleid in Vlaanderen ten overstaan van de industrie gaat dan ook over punten en komma's, terwijl we echt dringend een nieuw hoofdstuk moeten beginnen te schrijven. We hebben het hier voor de industrie in Vlaanderen ook over zo'n 200.000 jobs. Als die bedrijven zich niet aanpassen, of als de overheid hen daar niet toe dwingt, dreigen die arbeidsplaatsen verloren te gaan. Die sectoren zouden een sleutelrol moeten spelen in de klimaattransitie. Maar wat zullen de grote raffinaderijen in Antwerpen produceren als we geen fossiele brandstoffen meer gebruiken? Momenteel zien wij geen enkel ernstig toekomstplan daarvoor.' De Vlaamse overheid hanteert vrijwillige overeenkomsten met grote bedrijven. Waarom werkt dat niet? Olivier Beys: Ze noemt dat haar belangrijkste beleidsinstrument, hoewel het erop neerkomt dat ze geld uitdeelt aan grote bedrijven die in ruil daarvoor geen vooruitgang hoeven te boeken. Als de aangekondigde investeringen van Ineos en Borealis er komen, stijgt de industriële uitstoot zelfs nog eens met tien procent. De verbeteringen die bedrijven soms wel degelijk doorvoeren, zijn ook heel erg versnipperd. Elke visie ontbreekt, terwijl we dus net immense investeringen nodig hebben in een nieuwe infrastructuur, hernieuwbare energie en waterstofnetwerken. Daar zou dat geld beter voor gebruikt worden, maar dat is een taak van de overheid, want bedrijven zullen daar nooit op hun eentje aan beginnen. We rekenen nu te veel op de goodwill van de multinationals zelf. Is het niet naïef te denken dat een regio als Vlaanderen het klimaatbeleid van grote multinationals kan beïnvloeden? Beys: Binnen die multinationals concurreren de verschillende vestigingen ook met elkaar. Zij kijken waar ze pilots kunnen bouwen voor onderzoeksprojecten of andere innovatieve technologieën. Die bazen zijn op zoek naar regio's of steden om daarmee te beginnen, en dan zorgen we er maar beter voor dat ze voor Antwerpen of Gent kiezen. We beleven ook een unieke kans om daar alles op in te zetten. De betekenis van de Green New Deal die de Europese Commissie nu uitwerkt, kan niet worden overschat. Er komen miljarden en miljarden euro's aan Europees geld vrij om te investeren in groene projecten. Als Vlaanderen daar een deel van wil binnenhalen, zal het echt meer moeten doen dan vrijwillige afspraken maken met bedrijven. Die grote bedrijven betalen ook veel lagere energieprijzen dan gezinnen en kmo's. Hoe is dat mogelijk? Beys: Die prijzen en tarieven zijn degressief gemaakt, waardoor de zwakste schouders de zwaarste lasten dragen. De bijdragen voor groene stroom liggen, bijvoorbeeld, verhoudingsgewijs twintig keer hoger voor gezinnen dan voor de zes bedrijven die wij onderzochten. Soms ligt het tarief zelfs dertig keer hoger. De reden die daar altijd voor wordt gegeven, is dat we ervoor moeten zorgen dat de bedrijven concurrentieel blijven in vergelijking met onze buurlanden. Geen kwaad argument natuurlijk, anders gaan er nog sneller jobs verloren. Beys: Het brengt ons wel in een race to the bottom waar alle landen slechter van worden. Zulke maatregelen zouden beter Europees worden uitgedacht, hoewel we nu ook wel zien dat er landen zijn die het daadwerkelijk veel beter doen dan België. Nederland en Duitsland lopen voorop als het gaat om het uitdenken van zo'n groen industriebeleid. Als wij daar niet in volgen, zijn we over vijf of tien jaar gezien. Hoe komt het dat die landen het beter doen? Beys: De overheid, en eigenlijk de hele samenleving beseft daar veel beter wat er op het spel staat. In Vlaanderen gaan ze ervan uit dat een welvaartsmachine zoals de haven van Antwerpen altijd zal blijven bestaan. We missen ook leiderschap, binnen de overheid is er niemand die hier echt een prioriteit van maakt. De bedrijven die echt vooruit willen, komen daardoor ook vaak alleen te staan. Jullie hebben ook het Europese systeem van emissiehandel doorgelicht. Negentig procent van de industriële uitstoot die daaronder valt, zal het komende decennium nog altijd gratis mogen gebeuren, luidt jullie conclusie. Beys: In totaal gaat dat over miljarden euro's die aan gratis emissierechten worden weggegeven. Voor Vlaanderen ging dat alleen al in 2018 om een marktwaarde van 371 miljoen euro, waarvan 265 miljoen euro voor de zes multinationals. Het argument daarvoor is carbon leakage, waarbij bedrijven zouden verhuizen naar regio's waar hun uitstoot niet belast wordt. Echt doorslaggevend bewijs is daar nochtans niet voor, dus Europa zou beter inzetten op klimaatvriendelijke en circulaire productnormen. Zo kan geen enkel bedrijf dat in Europa wil verkopen eraan ontsnappen. In dat kluwen aan voordelen, subsidies en kortingen lijken lobbyisten beter thuis dan politici. Klopt dat? Beys: Ja. We zijn zelf ook geregeld de weg kwijt geraakt. Het lijkt wat op ons belastingsysteem, waar ook almaar nieuwe koterijen aan worden bijgebouwd. De Vlaamse supercap is daarvan een recent en goed voorbeeld. Het is een gunstmaatregel voor vrijstellingen op de bijdragen aan groene stroom, hoewel heel veel bedrijven daar al een voordelige regeling voor hadden. Het nieuwe tarief wordt dus maar gebruikt door een heel klein aantal bedrijven, en toch moest het er per se komen. Er zijn bepaalde belangengroepen die zichzelf heel goed kunnen verkopen.