Op de opening van het academisch jaar in Antwerpen toonde de Antwerpse burgemeester Bart De Wever zich bezorgd over de afnemende taalvaardigheid bij studenten. Het thema was een paar weken terug het onderwerp van de dag toen enkele professoren melding maakten van de vele spellingsfouten, grammaticale missers en ongepaste formuleringen die hen dagelijks bereiken. Als het van de burgemeester afhangt, komt hierin verandering want de arbeidsmarkt van de toekomst vraagt om taalvaardige werknemers.

Wel wordt het een forse opgave want vandaag spreken in Antwerpen heel wat kinderen thuis geen Nederlands. De vraag of er een aangetoond verband is tussen die meertalige achtergrond en de beheersing van het Nederlands, kwam niet aan bod maar de nevenschikking van beide vaststellingen suggereerde dat wel.

Kleuteronderwijs verplichten? Dan zijn er meer investeringen nodig in infrastructuur en personeel.

Nochtans is er niks mis mee dat gezinnen thuis hun moedertaal spreken, ook als die niet het Nederlands is. Taalkundigen hebben al lang achterhaald dat mensen die hun moedertaal goed beheersen gemakkelijker een tweede of derde taal leren. Alle reden dus om gezinnen met een andere moedertaal dan het Nederlands aan te moedigen om er in die moedertaal op los te babbelen en het Nederlands elders te oefenen. De kleuterschool is daarvoor een goede plaats.

Daarom gebeuren er de laatste tijd veel inspanningen om kinderen zo vroeg mogelijk naar de kleuterschool te sturen. Vandaag gaat 15% van de Antwerpse kinderen niet naar de kleuterschool en die wil de burgemeester daar toch krijgen, desnoods door het kleuteronderwijs te verplichten. Die oproep is niet nieuw en sluit aan bij het actieplan van de Vlaamse regering om de kleuterparticipatie te verhogen dat kleuters vanaf 5 jaar graag een minimum aantal dagen in de kleuterschool wil krijgen.

Wij zijn de democratische gedachte achter een toegankelijk kleuteronderwijs genegen en juichen alle inspanningen toe om het kleuteronderwijs bij alle ouders bekend te maken. Toch hebben wij onze twijfels bij de aanname achter het pleidooi voor verplicht kleuteronderwijs. Dat pleidooi gaat er immers vanuit dat ouders de onderwijskansen van hun kinderen torpederen als ze hen niet naar de kleuterschool brengen. De kleuterschool zou namelijk de plaats zijn waar alle kinderen hun taalvaardigheid in het Nederlands kunnen ontwikkelen.

De Antwerpse kleuterscholen zouden dus 15% meer kleuters moeten opvangen met hetzelfde budget?

Die laatste aanname lijkt ons terecht maar in de huidige budgettaire context veel te optimistisch. We hoorden donderdag namelijk niemand pleiten voor een budgetverhoging. De Antwerpse kleuterscholen zouden dus 15% meer kleuters moeten opvangen met hetzelfde budget? En dat terwijl die budgetten nu niet volstaan om ons kleuteronderwijs zo te organiseren dat elk kind er onder meer zijn taalvermogen kan ontwikkelen.

Vorig jaar nog bleek uit een onderzoek in kleuterklassen dat niet alle kinderen evenveel spreekkansen krijgen of even vaak individueel worden toegesproken, twee zaken die cruciaal zijn om een taal te leren. Dat hoeft niet te verwonderen want in de meeste kleuterklassen is één kleuteronderwijzer verantwoordelijk voor minstens 25 kinderen. Soms wordt hij of zij bijgestaan door een zorgkundige maar daar is lang niet altijd een budget voor. Ga er maar eens aan staan: met een groep van 25 kleuters de dag doorbrengen, ervoor zorgen dat kinderen iets eten tijdens de pauze, naar het toilet kunnen gaan maar ook dat ze zich thuis voelen en de kans krijgt om iets bij te leren.

In vergelijking met de ons omringende landen is de participatie aan het kleuteronderwijs in Vlaanderen erg groot en is het personeel hoogopgeleid. Alle kleuteronderwijzers hebben namelijk een bachelordiploma terwijl in vele landen bachelors werken naast assistenten of begeleiders. De bewondering hiervoor ebt meestal weg wanneer men hoort voor hoeveel kinderen één personeelslid verantwoordelijk is. In de meeste landen delen drie volwassenen de zorg voor een groep van 25 kinderen. Niet al deze medewerkers hebben een bachelordiploma maar ze zijn wel beschikbaar om zorg op te nemen, de drukke overgangen van binnen naar buiten of van de klas naar de eetruimte te begeleiden en terwijl kinderen leerkansen te bieden. Want voor kleuters gaan zorg en leren samen. Niet voor niets is de term 'educare' intussen gemunt in internationale publicaties over leeromgevingen voor jonge kinderen.

Met meer personeel in de scholen komt er meer ruimte om met ouders te spreken zodat zij weten dat hun kind meetelt op school.

Zo'n aanpak vraagt ook om een aangepaste infrastructuur, waar het bijvoorbeeld makkelijk is om van de ene ruimte naar de andere te gaan en waar ook de gang een functie kan hebben of waar gemeenschappelijke ruimtes zijn, zodat een groepje kinderen even apart kan zitten. Maar ook in de schoolinfrastructuur blijven de investeringen in Vlaanderen beperkt.

Als we echt voor alle jonge kinderen kansen willen creëren om te leren en om zich te ontplooien, in het Nederlands maar evengoed in andere aspecten zoals omgaan met leeftijdsgenoten, zullen we weinig opschieten met louter een verplichte deelname aan het kleuteronderwijs. Een maximale kleuterparticipatie kan pas slagen als die gepaard gaat met grotere investeringen in personeel en infrastructuur. Met meer personeel in de scholen komt er meer ruimte om met ouders te spreken zodat zij weten dat hun kind meetelt op school. Daarmee worden de kleuterscholen aantrekkelijker voor ouders die hun kind er nu niet heenbrengen. En misschien wordt een verplichting dan overbodig omdat de school voor iedereen een logische keuze is.

Jill Schoonvliet, Opleidingshoofd lerarenopleiding Kleuteronderwijs.

Sandra Janssens, Opleidingshoofd lerarenopleiding Lager Onderwijs.

Dietlinde Willockx, Hoofd Expertisecentrum Pedagogische Ondersteuning in Kinderopvang en School.

Op de opening van het academisch jaar in Antwerpen toonde de Antwerpse burgemeester Bart De Wever zich bezorgd over de afnemende taalvaardigheid bij studenten. Het thema was een paar weken terug het onderwerp van de dag toen enkele professoren melding maakten van de vele spellingsfouten, grammaticale missers en ongepaste formuleringen die hen dagelijks bereiken. Als het van de burgemeester afhangt, komt hierin verandering want de arbeidsmarkt van de toekomst vraagt om taalvaardige werknemers. Wel wordt het een forse opgave want vandaag spreken in Antwerpen heel wat kinderen thuis geen Nederlands. De vraag of er een aangetoond verband is tussen die meertalige achtergrond en de beheersing van het Nederlands, kwam niet aan bod maar de nevenschikking van beide vaststellingen suggereerde dat wel. Nochtans is er niks mis mee dat gezinnen thuis hun moedertaal spreken, ook als die niet het Nederlands is. Taalkundigen hebben al lang achterhaald dat mensen die hun moedertaal goed beheersen gemakkelijker een tweede of derde taal leren. Alle reden dus om gezinnen met een andere moedertaal dan het Nederlands aan te moedigen om er in die moedertaal op los te babbelen en het Nederlands elders te oefenen. De kleuterschool is daarvoor een goede plaats. Daarom gebeuren er de laatste tijd veel inspanningen om kinderen zo vroeg mogelijk naar de kleuterschool te sturen. Vandaag gaat 15% van de Antwerpse kinderen niet naar de kleuterschool en die wil de burgemeester daar toch krijgen, desnoods door het kleuteronderwijs te verplichten. Die oproep is niet nieuw en sluit aan bij het actieplan van de Vlaamse regering om de kleuterparticipatie te verhogen dat kleuters vanaf 5 jaar graag een minimum aantal dagen in de kleuterschool wil krijgen. Wij zijn de democratische gedachte achter een toegankelijk kleuteronderwijs genegen en juichen alle inspanningen toe om het kleuteronderwijs bij alle ouders bekend te maken. Toch hebben wij onze twijfels bij de aanname achter het pleidooi voor verplicht kleuteronderwijs. Dat pleidooi gaat er immers vanuit dat ouders de onderwijskansen van hun kinderen torpederen als ze hen niet naar de kleuterschool brengen. De kleuterschool zou namelijk de plaats zijn waar alle kinderen hun taalvaardigheid in het Nederlands kunnen ontwikkelen. Die laatste aanname lijkt ons terecht maar in de huidige budgettaire context veel te optimistisch. We hoorden donderdag namelijk niemand pleiten voor een budgetverhoging. De Antwerpse kleuterscholen zouden dus 15% meer kleuters moeten opvangen met hetzelfde budget? En dat terwijl die budgetten nu niet volstaan om ons kleuteronderwijs zo te organiseren dat elk kind er onder meer zijn taalvermogen kan ontwikkelen. Vorig jaar nog bleek uit een onderzoek in kleuterklassen dat niet alle kinderen evenveel spreekkansen krijgen of even vaak individueel worden toegesproken, twee zaken die cruciaal zijn om een taal te leren. Dat hoeft niet te verwonderen want in de meeste kleuterklassen is één kleuteronderwijzer verantwoordelijk voor minstens 25 kinderen. Soms wordt hij of zij bijgestaan door een zorgkundige maar daar is lang niet altijd een budget voor. Ga er maar eens aan staan: met een groep van 25 kleuters de dag doorbrengen, ervoor zorgen dat kinderen iets eten tijdens de pauze, naar het toilet kunnen gaan maar ook dat ze zich thuis voelen en de kans krijgt om iets bij te leren. In vergelijking met de ons omringende landen is de participatie aan het kleuteronderwijs in Vlaanderen erg groot en is het personeel hoogopgeleid. Alle kleuteronderwijzers hebben namelijk een bachelordiploma terwijl in vele landen bachelors werken naast assistenten of begeleiders. De bewondering hiervoor ebt meestal weg wanneer men hoort voor hoeveel kinderen één personeelslid verantwoordelijk is. In de meeste landen delen drie volwassenen de zorg voor een groep van 25 kinderen. Niet al deze medewerkers hebben een bachelordiploma maar ze zijn wel beschikbaar om zorg op te nemen, de drukke overgangen van binnen naar buiten of van de klas naar de eetruimte te begeleiden en terwijl kinderen leerkansen te bieden. Want voor kleuters gaan zorg en leren samen. Niet voor niets is de term 'educare' intussen gemunt in internationale publicaties over leeromgevingen voor jonge kinderen. Zo'n aanpak vraagt ook om een aangepaste infrastructuur, waar het bijvoorbeeld makkelijk is om van de ene ruimte naar de andere te gaan en waar ook de gang een functie kan hebben of waar gemeenschappelijke ruimtes zijn, zodat een groepje kinderen even apart kan zitten. Maar ook in de schoolinfrastructuur blijven de investeringen in Vlaanderen beperkt.Als we echt voor alle jonge kinderen kansen willen creëren om te leren en om zich te ontplooien, in het Nederlands maar evengoed in andere aspecten zoals omgaan met leeftijdsgenoten, zullen we weinig opschieten met louter een verplichte deelname aan het kleuteronderwijs. Een maximale kleuterparticipatie kan pas slagen als die gepaard gaat met grotere investeringen in personeel en infrastructuur. Met meer personeel in de scholen komt er meer ruimte om met ouders te spreken zodat zij weten dat hun kind meetelt op school. Daarmee worden de kleuterscholen aantrekkelijker voor ouders die hun kind er nu niet heenbrengen. En misschien wordt een verplichting dan overbodig omdat de school voor iedereen een logische keuze is.Jill Schoonvliet, Opleidingshoofd lerarenopleiding Kleuteronderwijs.Sandra Janssens, Opleidingshoofd lerarenopleiding Lager Onderwijs.Dietlinde Willockx, Hoofd Expertisecentrum Pedagogische Ondersteuning in Kinderopvang en School.