Minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (SP.A) is zijn recente verleden als professor nog niet vergeten. De SP.A-vicepremier wil cijfers en rekenmodellen een centrale plaats geven in het beleid. Dat blijkt uit zijn beleidsverklaring Sociale Zaken.
...

Minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (SP.A) is zijn recente verleden als professor nog niet vergeten. De SP.A-vicepremier wil cijfers en rekenmodellen een centrale plaats geven in het beleid. Dat blijkt uit zijn beleidsverklaring Sociale Zaken. Concreet gaat het om het gebruik van de administratieve gegevens die de overheid al ter beschikking heeft. Denk aan data over fiscaliteit, gezondheidszorg en de sociale zekerheid. Vandenbroucke vindt dat die gegevens op dit moment onderbenut worden bij het uittekenen van nieuw beleid. 'We moeten naast monitoring en "ex post"-beleidsevaluaties, vaker "ex ante" nieuwe beleidsmaatregelen op hun doelmatigheid en financiële haalbaarheid evalueren,' aldus Vandenbroucke.In mensentaal: de regering moet niet enkel in de gaten houden welke effecten een beslissing teweegbrengt, maar die effecten al op voorhand zo goed mogelijk proberen in te calculeren. 'Die evaluaties kunnen beleidsmakers tijdig informeren over zowel de doelmatigheid als over de mogelijke ongewenste effecten', schrijft Vandenbroucke.Veel nieuwe kunstgrepen zijn daar niet voor nodig. De recepten voor zo'n manier van regeren zijn al voorhanden, zegt de SP.A'er. 'Zowel het Federaal Planbureau als de FOD Sociale Zekerheid beschikken over rekenmodellen die toelaten om zowel de budgettaire als de sociale impact van potentiële nieuwe maatregelen te evalueren op korte- en middellange termijn.'Vandenbroucke wil samen met de betrokken ministers in de regering werk maken van een begeleidingscomité waarin de 'voornaamste dataleveranciers en gebruikers' zetelen.Hoe vernieuwend is het voorstel van de professor-minister? Volgens professor Bestuurskunde Wouter Van Dooren (UA) staat er een kleine revolutie op til in de Wetstraat. 'In België en in Vlaanderen hebben we geen bestuurscultuur die onderzoek en kennis waardeert. Als we dat wel zouden doen, zouden we heel wat betere beslissingen kunnen nemen.'Maar is een becijferde beslissing per definitie een betere beslissing? Tijdens de verkiezingscampagne in 2019 lieten de politieke partijen voor het eerst alle partijprogramma's doorrekenen door het Planbureau. Maar die oefening kreeg kritiek. Het bleek onhaalbaar om volledige programma's te becijferen. Maatregelen als een miljonairstaks van de PVDA kónden volgens het Planbureau gewoon niet berekend worden.Van Dooren maakt een duidelijk onderscheid tussen die eerste oefening en het voornemen van Vandenbroucke. 'Ik niet zo'n fan van het doorrekenen van programma's. Dat zijn visies. Daar kan je zelden bedragen op plakken', zegt hij. 'We zouden beter die energie inzetten in het voorbereiden en evalueren van het regeringsbeleid. Dan wordt het concreter en kunnen we doelstellingen van beleidsprogramma's toetsen aan onderzoek.'Wetenschappers spreken dan ook niet langer over evidence-based beleid, maar over evidence-informed. 'Kennis en onderzoek kunnen immers niet voorschrijven wat politiek moet doen, maar kan wel een stukje van de onzekerheid wegnemen en de politieke besluitvorming informeren', aldus Van Dooren. 'Politici mogen zich niet wegsteken achter onderzoek.'