Vlaamse leerkrachten benutten de vrijheid die ze hebben amper om nieuwe methodes uit te proberen. Soms omdat ze daar weinig zin in hebben, maar ook wel omdat hun directie hen niet steunt.' Dat zei onderwijsspecialist Arne Verhaegen een jaar geleden in Knack. Maar is dat ook zo? Geven de regels en richtlijnen van de Vlaamse overheid en de onderwijskoepels scholen voldoende vrijheid om nieuwe dingen uit te proberen?
...

Vlaamse leerkrachten benutten de vrijheid die ze hebben amper om nieuwe methodes uit te proberen. Soms omdat ze daar weinig zin in hebben, maar ook wel omdat hun directie hen niet steunt.' Dat zei onderwijsspecialist Arne Verhaegen een jaar geleden in Knack. Maar is dat ook zo? Geven de regels en richtlijnen van de Vlaamse overheid en de onderwijskoepels scholen voldoende vrijheid om nieuwe dingen uit te proberen?Blijkbaar wel. In heel Vlaanderen zijn er tientallen scholen die de pedagogische ruimte die hun is gegund zoveel mogelijk oprekken. Wij selecteerden er zes, met een heel verschillende aanpak, achtergrond en overtuiging. Op de volgende bladzijden leest u wat die scholen zo anders maakt. Enig in hun soort zijn ze niet: veelal illustreren ze concepten waarmee steeds vaker wordt geëxperimenteerd. Zowel in Vlaanderen als elders in Europa. De scholen die we bezochten, halen al hun creativiteit uit de kast om steeds dwingender uitdagingen te beantwoorden: leerlingen die gedemotiveerd zijn, leer- of andere stoornissen hebben, leerlingen die een andere cultuur en moedertaal hebben, die opvallend jong zijn voor hun leeftijd, of die zonder diploma de school verlaten. Sommige scholen stellen daartoe de studiekeuze uit tot na de eerste graad, andere werken zonder punten, klassen of vakken. Er zijn er die compleet van koers veranderen omdat ze hun leerlingen steeds minder weten te boeien, soms zelfs met een leegloop tot gevolg. We gingen ook naar nagelnieuwe scholen, opgericht door mensen die geen genoegen meer wilden nemen met het klassieke systeem. Zo'n eigenzinnige koers varen blijkt niet altijd gemakkelijk, alleen al omdat het ontzettend veel vraagt van leerkrachten. Samen met collega's in de klas staan, lesgeven in één grote ruimte of geen punten mogen gebruiken om leerlingen te evalueren, is voor velen een enorme aanpassing. Er zijn zelfs leerkrachten die afhaken omdat ze niet aan hun nieuwe rol kunnen wennen. Scholen die voor een nieuwe aanpak kiezen, zien soms ook leerlingen vertrekken omdat ouders bang zijn dat de pedagogische lat niet hoog genoeg zal blijven liggen. Tegelijk trekt zo'n ommekeer meestal veel nieuwe leerlingen aan. De meeste directies zijn zich bewust van de valkuil die hun vernieuwingsdrang met zich meebrengt: ze riskeren buitenproportioneel veel leerlingen met een leer- of andere stoornis aan te trekken, die in het klassieke onderwijs moeilijk aarden. Dat is allesbehalve hun bedoeling: een goede mix vinden ze essentieel voor het slagen van hun project. Opvallend is in elk geval dat nieuwe scholen vlot onderdak weten te vinden bij een onderwijskoepel, en dat ook bestaande scholen die het over een andere boeg gooien daarin gesteund worden door het GO! of Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Terwijl onder politici weinig animo is voor een échte vernieuwing van het Vlaamse onderwijs, organiseren scholen in alle stilte hun eigen kleine aardverschuivingen.De school Wat directeur Wim Depoorter ook probeerde, alle vernieuwingspogingen liepen spaak. Sommige leerkrachten zochten naar nieuwe manieren van lesgeven, andere blokten elke verandering af. Ondertussen liep de school langzaam leeg. Het schoolbestuur gaf de directeur de opdracht om een grote reorganisatie op poten te zetten. Aanvankelijk hadden hij en zijn team geen idee hoe ze daaraan moesten beginnen en gebeurde er amper iets. De ommekeer kwam er toen ze scholen met een heel andere aanpak gingen bezoeken. 'Veel dingen die we onmogelijk achtten, bleken wel degelijk te kunnen werken', zegt Wim Depoorter. 'Dat gaf ons de moed om zelf nieuwe ideeën uit te proberen.'Met vallen en opstaan wisten ze uiteindelijk een vernieuwende visie voor de school uit te werken, die Depoorter en zijn team nu al twee jaar toepassen. Het concept Wie vandaag door de school wandelt, ziet overal kinderen die in groepjes zitten te praten of te werken. Leerlingen zitten dan ook niet langer in een klas maar in een nest. Verschillende nesten samen vormen een familie. De eerste familie bestaat bijvoorbeeld uit drie nesten (van de peuterklas tot en met de tweede kleuterklas) en de tweede familie uit de volgende twee nesten (de derde kleuterklas en het eerste leerjaar).Leerlingen beginnen en eindigen de schooldag in hun veilige nest, maar hebben ook vaak les met de rest van de familie. Dan zitten kinderen van verschillende leeftijden samen onder begeleiding van twee of meer leerkrachten. De school probeert de creatieve werkwijze, met hoekenwerk en projecten, uit de kleuterschool tot in het zesde leerjaar door te trekken. Leerlingen werken ook veel zelfstandiger dan vroeger. Knappe leerlingen kunnen meteen zelf aan de slag, andere leerlingen helpen elkaar daarbij, en een laatste groepje krijgt extra uitleg van de leerkracht. Op gezette tijden staan er ook zogenoemde mobiele leerkrachten in een nest of familie; het zijn zorgleerkrachten die op de een of andere manier ondersteuning bieden. Soms helpen ze met de hele groep, maar er zijn ook momenten dat ze kinderen in miniklasjes samen zetten.De mobiele leerkrachten houden zich zowel met de zwakkere leerlingen bezig als met de middenmoot en de knapste koppen. Zo krijgen kinderen die het moeilijk hebben niet zo snel meer een stigma. Het resultaat Sommige ouders reageerden enthousiast, andere waren bezorgd dat hun kinderen niet genoeg meer zouden leren, enkele haalden hun kroost zelfs van school. Maar er zijn ondertussen ook opvallend veel nieuwe leerlingen bij gekomen. Ook voor de leerkrachten was het wennen. Er waren er die het echt niet zagen zitten om de verantwoordelijkheid voor een nest te combineren met werken in een familie en taken verzinnen voor het mobiele team. Sommige gingen halftijds als mobiele leerkracht aan de slag, andere kozen voor een andere school. En de leerlingen zelf? Die zijn veel rustiger. De doorgedreven diversifiëring heeft veel frustraties weggenomen. Wim Depoorter is blij dat hij de sprong in het diepe heeft gewaagd. 'Anders bestond onze school vandaag niet meer', zegt hij. 'We hebben iets in beweging gezet, maar we weten nog niet waarheen dat ons zal leiden.'De school Tot vijf jaar geleden was dit een middenschool die vooral bekendstond voor zijn zorgcultuur. Opvallend veel leerlingen met attesten zoals dyslexie, dyscalculie of ADHD vonden hun weg naar de eerste graad op de in het groen gelegen campus. 'Daar heb ik komaf mee gemaakt', zegt Christel Moors. Moors, een gewezen leerkracht wiskunde-wetenschappen, greep als directrice de ontplooiing tot een volwaardig atheneum aan om een pedagogische revolutie te ontketenen. 'Kinderen met attesten zijn nog altijd welkom, we hebben vorig schooljaar trouwens tien M-decreters met succes onthaald. Maar we willen leerlingen niet meer vanuit hun beperking benaderen. We zijn van een systeem van verhoogde zorg voor enkelen overgestapt naar algemene basiszorg op maat.' Het concept Het Atheneum, dat vorig schooljaar 176 leerlingen telde, haalde de media als 'de school zonder punten'. De waarheid is genuanceerder, maar feit is dat het evaluatiesysteem drastisch werd vertimmerd, vooral in de eerste graad. In het eerste jaar worden helemaal geen examens afgenomen en vallen er eind juni geen A-, B- of C-attesten. In het tweede jaar zijn er wel oefenexamens, maar de voorbereiding en de feedback wegen veel zwaarder dan het resultaat. 'Aanvankelijk quoteerden we die examens nog', zegt Moors. 'Maar dan stelden we vast dat leerlingen en ouders zich toch op de punten blindstaarden. Net wat we niet willen, want in onze visie is het leerproces veel belangrijker dan het leerresultaat. We geven daarom geen punten meer en steken extra veel tijd in groeigerichte feedback.' Ook in de hogere graden werd de puntenobsessie aangepakt. In de tweede graad bestaan er al geen taalexamens meer, en punten voor dagelijks werk worden zowel in de tweede als de derde graad op het rapport vervangen door groeigerichte feedback. Dat is geen gemakkelijkheidsoplossing, zo'n evaluatie beloopt al gauw drie A4'tjes per leerling per vak. 'Het vergt veel van het team', zegt Moors. Haar benoeming viel samen met een generatiewissel in haar korps, en toch is er veel overredingskracht aan te pas gekomen. Nogal wat leerkrachten steigerden: zonder punten of examens dreigden ze hun macht over de klas te verliezen. 'Het gaat in de klas niet om macht maar om gezag', betoogt Moors.Met haar pilootproject wekt de directrice ook academische belangstelling: zowel de Universiteit Limburg als de Hogeschool PXL-UC Leuven-Limburg kijkt over haar schouders mee. De provincie Limburg ziet in het alternatieve evaluatiesysteem dan weer een remedie tegen het hardnekkige probleem van ongekwalificeerde schooluitval. Het resultaat De resultaten zijn bemoedigend. 95 procent van de leerlingen stroomt na de eerste graad door naar het aso of tso. 61 procent van de schoolverlaters slaagde in de sprong naar het hoger onderwijs. De vernieuwingsdrang van het Atheneum is daarmee nog niet gestild. 'De volgende stap is het volledig loslaten van de leerplannen', zegt Moors. 'In plaats daarvan zullen we met het team per studierichting tien kerndoelen bepalen, waaronder we de leerplandoelen en eindtermen een plaats zullen geven.'De school Ouders van kinderen die naar Brugse freinetscholen gingen, maakten zich zorgen over de bruuske overgang naar het klassieke middelbaar onderwijs. Ze besloten zelf een school te beginnen die voortborduurt op de positieve aspecten van het basisonderwijs. In september 2017 opende Stamina ('veerkracht') de deuren voor veertig leerlingen, die er aan het eerste jaar mochten beginnen. In september wordt er een tweede jaar opgestart en komen er nog veertig leerlingen bij. Het concept 'We hebben het wiel niet opnieuw uitgevonden', zegt coördinator Caroline Devriendt. 'Alles wat we hier op school doen, gebeurt ook elders. Soms zelfs al jaren. Alleen passen wij de ideeën in de hele school toe, terwijl het elders alleen op klasniveau gebeurt, omdat één leerkracht erin gelooft.' Een van de opvallendste verschillen met klassieke middelbare scholen is dat er geen vakken op het lesrooster staan. Leerkrachten vertrekken van dezelfde leerdoelen en werken met de leerplannen van het GO!, maar alle leerdoelen zijn ontvakt en in vijf domeinen ondergebracht: wetenschap en techniek, talen en cultuur, kunst en creatie, economie en organisatie, welzijn en maatschappij. Devriendt: 'Wij geloven in vakdoorbrekend, functioneel leren omdat ook de echte wereld zo in elkaar zit. Als ik in Brugge tussen de historische gebouwen wandel, ben ik bezig met geschiedenis, en om me te kunnen oriënteren heb ik aardrijkskunde nodig. Spreekt een toerist me aan, dan moet ik ook nog een vreemde taal bovenhalen.' Dat is ook de manier waarop de leerlingen van Stamina worden onderwezen. De verschillende leerdoelen, zoals aardrijkskunde, natuurwetenschappen en talen, komen er samen in projecten die telkens enkele weken lopen. Het thema kiezen de leerlingen in samenspraak met hun leerkrachten. Het afgelopen schooljaar werkten ze onder meer aan een project over uitvindingen en over dromen en slapen. 'Tijdens ons project Universiteit Eureka werkten de leerlingen bijvoorbeeld veel met constructiematerialen', zegt Devriendt. 'Onbewust gingen ze daarbij op zoek naar oplossingen voor wiskundige of natuurkundige problemen. Zo kwamen sommigen vanzelf tot de conclusie dat ze beter een driehoek konden gebruiken om te verhinderen dat hun constructie zou omvallen. Ze leren automatisch om de kennis uit de leerdoelen toe te passen.' Alleen voor de leerdoelen van Frans, Engels, wiskunde en in beperkte mate Nederlands staan er in het lesrooster nog vaste instructiemomenten. Nieuwe leerstof wordt dan op drie niveaus uitgelegd: sommige leerlingen mogen er meteen mee aan de slag, andere luisteren eerst naar de instructies en een derde groep krijgt uitgebreidere uitleg voor ze met de oefeningen kunnen beginnen. Bij zo'n instructiemoment, dat nooit langer dan 20 minuten duurt, staan er altijd twee leerkrachten in de klas. Het resultaat Omdat Stamina pas één schooljaar achter de rug heeft, is het nog wat vroeg voor een evaluatie. Wel valt de leerkrachten op dat veel leerlingen nu al een enorme evolutie hebben doorgemaakt. Sommige kunnen al heel zelfstandig aan de projecten werken en nemen steeds meer initiatief.De school Een moderne campus met fraaie sportfaciliteiten. Een groene dreef verbindt de middenschool met de gelijknamige bovenschool, een wenkend perspectief voor de leerlingen van de eerste graad, vorig schooljaar 652 in getal. Er zijn voor de dreef wel alternatieven: Sint-Maarten vormt samen met het Gemeentelijk Technisch Instituut Beveren en Sint-Joris Bazel een netoverschrijdende scholengemeenschap. Dat is zeldzaam in Vlaanderen, maar past bij de kruistocht die Guido Kersschot voert tegen iedere vorm van pedagogisch hokjesdenken. 'Een brede middenschool is de beste remedie tegen het funeste watervalsysteem dat ons secundair onderwijs kenmerkt', zegt de directeur. 'Wettelijk gezien bestaan er in de eerste graad geen richtingen aso, tso of bso, maar in de praktijk profileren vele scholen zich nog altijd vanaf het eerste jaar met die verschillende vormen. Wij niet, het is hier zelfs taboe om van aso, tso of bso te spreken. Dat zit ingebakken bij het team én de ouders. Onze school staat ervoor bekend dat kinderen hier kunnen rijpen. Leerlingen oriënteren en op hun 14e goed "afzetten", dat is onze missie.' Het concept Kersschot, die niet toevallig bestuurslid is van de koepel Lerend Inspirerend Eerstegraads Netwerk (LIEN), schaaft jaar na jaar aan zijn formule voor de ideale middenschool. Een belangrijk ingrediënt is het aanbod in één en dezelfde klas van twee beheersingsniveaus. Het basisniveau beantwoordt aan de minimumdoelstellingen van de leerplannen en leidt naar een attest. Het verdiepende niveau, afzonderlijk gepeild op het rapport, is bedoeld voor leerlingen die voor vakken zoals wiskunde of Frans extra uitdaging nodig hebben. Slimme differentiatie spreekt ook uit het aanbod van vijfurige pakketten met keuzevakken. In het eerste jaar voor Latijn of Techniek-Wetenschappen-Informatica kiezen betekent een uur wiskunde, Nederlands en Frans mislopen, maar voor de vakken in kwestie kun je wel een verdiepend niveau volgen. 'Een brede eerste graad betekent niet dat je de verschillen negeert', zegt Kersschot. 'Alle leerlingen in 2A zijn op weg naar een attest, maar dat wil niet zeggen dat ze allemaal in een aso-traject belanden. Wie het pakket creatie en vormgeving volgt, zal doorgaans voor een richting in het bso of tso kiezen.' Het resultaat Een flexibele inzet van het team hoort erbij. In het eerste jaar worden de klassen voor ieder hoofdvak één uur per week in twee groepen gesplitst, ideaal voor individuele begeleiding en remediëring. In het tweede jaar wordt die lijn doorgetrokken: dankzij co-teaching kunnen klassen in niveaugroepen worden opgedeeld. Nog een huisspecialiteit is studie-oriëntatie, een besogne die niet beperkt blijft tot oudercontacten of een CLB-advies. 'In het eerste jaar besteden we een uur per week aan leren leren', zegt Kersschot. 'In het tweede semester van het tweede jaar gaan we nog een stap verder. Dan bereiden we de sprong naar de bovenschool intensief voor. We leren onze kinderen hoe ze hun rapport moeten interpreteren, en maken hen wegwijs in de onderwijskiezer van het CLB, die overigens uitstekend in elkaar zit.' Kersschot zelf kan al een goed rapport voorleggen. '95 procent van zijn leerlingen behaalt in het derde jaar van het secundair een A-attest', zegt een trotse directeur.De school Het verhaal van De Studio begon als de droom van een groepje ouders, onder wie huidig directeur Lodewijck Jonckheere. 'In het basisonderwijs gingen onze kinderen naar methodescholen, en we vonden dat het middelbaar onderwijs hier in de streek daar te weinig bij aansloot.' Daarop begonnen de ouders zich te verdiepen in wetenschappelijk werk over vernieuwende onderwijsvormen en bezochten ze scholen in binnen- en buitenland. In september 2016 ging De Studio van start. Het afgelopen schooljaar zaten er 85 leerlingen in het eerste en tweede jaar en straks komt er ook een derde jaar bij. Het concept In een tijd dat zoveel scholieren gedemotiveerd en schoolmoe zijn, doet De Studio er alles aan om hen te blijven boeien. 'Terwijl de wereld almaar fascinerender wordt, dompelt het klassieke onderwijs jonge mensen onder in informatie die hen niet interesseert', zegt Jonckheere. 'Dat willen wij koste wat het kost vermijden.' Net als Stamina in Brugge, dat de mosterd onder meer bij De Studio haalde, wordt er meer met projecten in plaats van vakken gewerkt. Alleen Frans, Engels en wiskunde staan nog apart op het lesrooster. Naast projecten die aansluiten bij het leerplan mogen leerlingen ook zelf met onderwerpen komen aanzetten. De ene wil dan bijvoorbeeld Duits leren, de andere wil meer weten over ruimtevaart. Zo blijven ze volgens Jonckheere vanzelf gemotiveerd. 'Veel jongeren zien niet in waarvoor ze wiskunde of natuurwetenschappen nodig zouden hebben', zegt hij. 'Doordat onze leerlingen die kennis moeten gebruiken om hun projecten tot een goed einde te brengen, zien ze vanzelf het nut ervan in. Het gevoel van zinloosheid, dat op veel andere scholen zo demotiverend blijkt, leeft hier niet.' De jongeren krijgen ook veel ruimte om zelf initiatief te nemen, hun eigen leertraject te kiezen en te experimenteren. 'Dat vinden wij ontzettend belangrijk in een tijd dat burgers almaar meer verantwoordelijkheid krijgen en nemen om hun leven zelf vorm te geven', aldus Jonckheere. 'Ook kritisch denken moedigen we sterk aan. Als je wilt dat jongeren alle kennis die hen wordt ingelepeld slaafs doorslikken, vorm je geen creatieve burgers.' Daarom verwacht De Studio dat leerlingen hun mening durven te geven, onderling en tegenover hun leerkrachten. Soms doen ze dat op een constructieve manier, soms zijn ze ronduit onbeleefd. Ook dat is een leerproces. Jonckheere: 'Zelfs als er conflicten zijn of leerlingen zich niet aan de afspraken houden, nemen wij het niet van hen over. We zoeken samen met hen naar een oplossing. Daardoor voelen ze zich gerespecteerd en hebben ze ook meer respect voor ons.' Het resultaat Na twee schooljaren merken ze in De Studio dat de leerlingen hun eigen leertraject gaandeweg meer in handen nemen. Sommige mogen bijna altijd kiezen of ze de les mee volgen of ergens anders gaan zitten werken, andere zijn nog niet zover en hebben een vaster lesrooster. Volgens de directeur voelen de leerlingen zich goed op school en zijn ook de ouders tevreden.De school De Wereldreiziger heeft zijn naam niet gestolen. Vorig schooljaar telde de school 58 nationaliteiten en 66 talen onder 405 kinderen - een record in Vlaanderen. Ze was altijd al een plaats van aankomst. Oorlogsvluchtelingen, arbeidsmigranten, gezinsherenigers: de klassen stroomden jaar na jaar vol anderstalige nieuwkomers. Een uitdaging voor de leerkrachten, die elk afzonderlijk en zonder veel ondersteuning hun eigen pedagogische en didactische methodes ontwikkelden. Met de komst van voormalig kleuterleider Dirk Bicker als directeur begon het team aan een ambitieus veranderingstraject. Resultaat: zelfs buitenlandse experts hebben De Wereldreiziger als proeftuin voor superdivers onderwijs ontdekt. Het concept Een van de bijzonderheden: nieuwe kleuters en leerlingen zijn altijd welkom. Met of zonder verbijfsvergunning en ook na de teldag in februari, wanneer hun komst geen gesubsidieerde lesuren meer genereert. Nieuwkomers belanden altijd bij leeftijdgenoten. 'Een 11-jarige zet je niet in een eerste leerjaar', zegt Bicker, 'ook al is hij analfbeet of volstrekt Nederlandsonkundig. Onder leeftijdgenoten zal hij zich veel beter in zijn vel voelen - en bijgevolg ook meer van zijn leerachterstand inlopen'. Vanwege de complexiteit van de klassen koos de school ervoor om miniteams te vormen: drie leerkrachten voor twee klassen per leerjaar. 'Een leerkracht kan in zijn eentje nooit twaalf verschillende beheersingsniveaus wiskunde aan', zegt Bicker. 'Maar als drie leerkrachten elk vier niveaus in de vingers hebben, lukt dat wel.' Cruciaal in de aanpak zijn twee borden. Het eerste, voor de per vak wisselende groepsindeling, wordt beheerd door de drie leerkrachten. Het tweede, het Planbord, wordt door de leerlingen zelf bijgehouden en toont per vak wie zich op welk beheersingsniveau bevindt en in welke mate er zelfstandig kan worden gewerkt. Het resultaat Bij De Wereldreiziger wordt er niet gedoubleerd, de school huldigt het STAM-principe: Samen Tot Aan de Meet. Voor 65 à 70 procent van de leerlingen ligt aan de andere kant van die meet een aso-richting. Veel van dat succes is te danken aan de grote zorg voor welbevinden. Ondanks de schrijnende kansarmoede waarin ze vaak opgroeien, krijgen de leerlingen geen tweederangsgevoel. De school straalt hoge verwachtingen uit en er wordt niet op buitenschoolse uitstappen bezuinigd, met dank aan een indrukwekkend netwerk van mecenassen. Bij welbevinden hoort ook respect voor culturele eigenheid. Pools of Arabisch op de speelplaats? 'Geen probleem', zegt Bicker. 'Nederlands is sowieso de omgangstaal, precies vanwege de superdiversiteit.' De opdracht stopt niet bij de schoolpoort. Doorverwijzen naar voedselbanken of publieke douches, het regelen van betaalbare vrijetijdsbesteding: de zorgcoördinator heeft er de handen mee vol. Bij oudercontacten staat een batterij tolken klaar, Roemeens, Berbers of Pasjtoe vormen geen probleem. 'We halen een aanwezigheidsscore van meer dan 85 procent', zegt Bicker tevreden. 'Door ouders maximaal te betrekken, versterken we hun gevoel voor eigenwaarde, wat onrechtstreeks afstraalt op het welbevinden van de kinderen. Twee keer winst.'