De RVDJ ging niet mee in de redenering dat de artikels een aantasting waren van de privacy van Van Dijck en beschouwde de klacht op dit punt ongegrond. Volgens de RVDJ is de politicus een publiek figuur en kunnen elementen uit het privéleven van publieke figuren invloed hebben op hun publieke functioneren. 'De Raad is van oordeel dat dit het geval is en dat het maatschappelijk belang van de berichtgeving opweegt tegen het privébelang van klager', klinkt het.

Maar Van Dijck voerde ook aan dat de artikels onwaarheden en lasterlijke aantijgingen bevatten, en op dit punt beschouwt de RVDJ de klacht wel als gegrond. Volgens Van Dijck wekten de artikels in hun geheel de indruk dat hij zich schuldig maakte aan sociale fraude. De RVDJ meent dat ze dit niet kan uitmaken, maar dat P-Magazine dit onvoldoende aannemelijk maakt. 'Ook de titel dat klager een meisje van plezier betaalde met belastinggeld, wordt op geen enkele manier gestaafd door de inhoud van het artikel en ook hiervoor haalt de journalist geen elementen aan die dit kunnen onderbouwen, terwijl het om ernstige verdachtmakingen gaat.'

Daarnaast had de journalist Van Dijck voor publicatie een kans op wederhoor moeten geven. De RVDJ noemt dit 'essentieel gezien de ernstige beschuldigingen die de eer en goede naam betreffen'.

Op 11 juli vorig jaar berichtte P-Magazine dat Kris Van Dijck betrokken zou zijn bij sociale fraude met belastinggeld voor een escortdame. Het nieuws werd uitgebracht op het moment dat Van Dijck als parlementsvoorzitter zijn 11 juli-toespraak hield in het Brusselse stadhuis. Later op de dag nam hij ontslag.

Ook burgerlijke procedure tegen P-Magazine

'De Raad voor de Journalistiek heeft enkel de klacht over de schending van de privacy niet weerhouden. Wel oordeelde ze dat de titel van het stuk niet in overeenstemming is met de inhoud en dat die inhoud niet kan afgeleid worden uit bronnen', reageert advocaat Walter Damen. Hij verwijst naar de titel van het eerste artikel dat P-Magazine publiceerde op 11 juli, 'Vlaams Parlementsvoorzitter betaalde meisje van plezier met uw centen'. Enkele zinnen uit het artikel kunnen ook de indruk wekken dat Van Dijck zich schuldig maakte aan sociale fraude.

Damen benadrukt dat nu al zowel de Raad voor de Journalistiek als de deontologische commissie van het Vlaams Parlement een oordeel hebben geveld waaruit naar voren komt 'dat Van Dijck geen fout of deontologische fout heeft begaan'. De commissie van het Vlaams Parlement verklaarde in oktober een klacht ongegrond over de manier waarop de N-VA-politicus was tussengekomen bij minister van Werk Kris Peeters (CD&V) in de zaak.

'De artikels van P-Magazine zijn met andere woorden pure leugens', zegt Damen. Nadat eind juli al een klacht met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter was ingediend tegen P-Magazine en de betrokken journalist, kondigt de advocaat nu ook een burgerlijke procedure aan om een schadevergoeding te eisen.

'Stap voor stap betekent dit herstel', zegt Damen. 'Het ongeval bleek een 'accident de parcours' (Van Dijck kreeg een rijverbod van vijftien dagen en een boete nadat hij in juli dronken tegen een aanhangwagen reed, nvdr). Nu wordt duidelijk dat zijn tussenkomst niet ongeoorloofd was, noch speciaal. En de inhoud van het artikel was niet oordeelkundig.'

De RVDJ ging niet mee in de redenering dat de artikels een aantasting waren van de privacy van Van Dijck en beschouwde de klacht op dit punt ongegrond. Volgens de RVDJ is de politicus een publiek figuur en kunnen elementen uit het privéleven van publieke figuren invloed hebben op hun publieke functioneren. 'De Raad is van oordeel dat dit het geval is en dat het maatschappelijk belang van de berichtgeving opweegt tegen het privébelang van klager', klinkt het. Maar Van Dijck voerde ook aan dat de artikels onwaarheden en lasterlijke aantijgingen bevatten, en op dit punt beschouwt de RVDJ de klacht wel als gegrond. Volgens Van Dijck wekten de artikels in hun geheel de indruk dat hij zich schuldig maakte aan sociale fraude. De RVDJ meent dat ze dit niet kan uitmaken, maar dat P-Magazine dit onvoldoende aannemelijk maakt. 'Ook de titel dat klager een meisje van plezier betaalde met belastinggeld, wordt op geen enkele manier gestaafd door de inhoud van het artikel en ook hiervoor haalt de journalist geen elementen aan die dit kunnen onderbouwen, terwijl het om ernstige verdachtmakingen gaat.' Daarnaast had de journalist Van Dijck voor publicatie een kans op wederhoor moeten geven. De RVDJ noemt dit 'essentieel gezien de ernstige beschuldigingen die de eer en goede naam betreffen'. Op 11 juli vorig jaar berichtte P-Magazine dat Kris Van Dijck betrokken zou zijn bij sociale fraude met belastinggeld voor een escortdame. Het nieuws werd uitgebracht op het moment dat Van Dijck als parlementsvoorzitter zijn 11 juli-toespraak hield in het Brusselse stadhuis. Later op de dag nam hij ontslag. 'De Raad voor de Journalistiek heeft enkel de klacht over de schending van de privacy niet weerhouden. Wel oordeelde ze dat de titel van het stuk niet in overeenstemming is met de inhoud en dat die inhoud niet kan afgeleid worden uit bronnen', reageert advocaat Walter Damen. Hij verwijst naar de titel van het eerste artikel dat P-Magazine publiceerde op 11 juli, 'Vlaams Parlementsvoorzitter betaalde meisje van plezier met uw centen'. Enkele zinnen uit het artikel kunnen ook de indruk wekken dat Van Dijck zich schuldig maakte aan sociale fraude. Damen benadrukt dat nu al zowel de Raad voor de Journalistiek als de deontologische commissie van het Vlaams Parlement een oordeel hebben geveld waaruit naar voren komt 'dat Van Dijck geen fout of deontologische fout heeft begaan'. De commissie van het Vlaams Parlement verklaarde in oktober een klacht ongegrond over de manier waarop de N-VA-politicus was tussengekomen bij minister van Werk Kris Peeters (CD&V) in de zaak. 'De artikels van P-Magazine zijn met andere woorden pure leugens', zegt Damen. Nadat eind juli al een klacht met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter was ingediend tegen P-Magazine en de betrokken journalist, kondigt de advocaat nu ook een burgerlijke procedure aan om een schadevergoeding te eisen. 'Stap voor stap betekent dit herstel', zegt Damen. 'Het ongeval bleek een 'accident de parcours' (Van Dijck kreeg een rijverbod van vijftien dagen en een boete nadat hij in juli dronken tegen een aanhangwagen reed, nvdr). Nu wordt duidelijk dat zijn tussenkomst niet ongeoorloofd was, noch speciaal. En de inhoud van het artikel was niet oordeelkundig.'