Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken stelde op zijn blog 'Theo Tuurt' de controverse rond het opsluiten van gezinnen met kinderen voor alsof we tussen hamer en aambeeld zweven, gedoemd om te kiezen tussen detentie van kinderen enerzijds en het aanmoedigen van onwettig verblijf anderzijds. Beiden, zo stelt hij, kunnen schadelijk zijn voor kinderen, maar enkel het laatste op zo'n grote schaal.

Kinderen opsluiten is geen noodzakelijk kwaad.

Zo voorgesteld lijkt het inderdaad om een typisch Scylla en Charybdis scenario te gaan. Aan de ene kant het mythische zeskoppige monster dat gegarandeerd de bemanning verslindt, aan de andere kant het monster dat het volledige schip naar de bodem zuigt. De staatssecretaris laat uitschijnen naar het voorbeeld van Odysseus te handelen, te kiezen voor Scylla en enkelen met tegenzin te offeren om het schip, zijn beleid, te vrijwaren. Hij had evenwel beter het voorbeeld van de Argonauten gekozen: die laatsten konden door het nodige advies in te winnen netjes tussen beide monsters in laveren.

Dat advies zou in het geval van Francken als volgt kunnen luiden: niet alle middelen zijn legitiem om onwettig verblijf tegen te gaan of clandestiene migratie te ontmoedigen. Want de energie en middelen kunnen beter daar waar ze nodig zijn ingezet worden: bijvoorbeeld bij het verbeteren en op punt stellen van de bescherming die we elk kind kunnen en moeten bieden.

Het hoger belang van het kind moet altijd de eerste overweging zijn.

We moeten niet wachten tot bij de detentie om het hoger belang van het kind te laten spelen. Het Kinderrechtenverdrag, het Handvest van Grondrechten van de Europese Unie en onze Grondwet zijn duidelijk. Bij élke beslissing die een kind betreft moet het hoger belang van dit kind de eerste overweging zijn. Detentie van kinderen mag je dan ook niet in een vacuüm zien. Als er dan pas naar hun hoger belang gekeken wordt is het gewoonweg te laat.

Het VN-Kinderrechtencomité heeft namelijk in duidelijke bewoordingen uiteengezet hoe het belang van het kind dient onderzocht en toegepast te worden. Het hoger belang van het kind dient bepaald en afgewogen te worden, wat vereist dat de unieke kenmerken van het kind en diens omgeving bij elke beslissing dienen onderzocht te worden. De inschatting van het hoger belang moet zich richten op de mogelijkheden tot zorg, onderwijs, ontwikkeling en gezondheid en veiligheid van het kind. Er moet daarbij ook een inschatting gemaakt worden van toekomstige risico's en schade.

Eens het hoger belang van het kind in kaart gebracht werd kan het balanceren en afwegen met andere belangen beginnen. Bij voorkeur gebeurt dit alles door een multidisplinair team, samengesteld uit pedagogen, psychologen, en andere professionals, mét participatie van het kind. Wanneer er dan een beslissing genomen wordt dient de overheid telkens expliciet uit te leggen wat er precies werd afgewogen en op grond van welke criteria.

Telt het hoger belang van het kind bij ons dan niet?

De vraag is nu of dit gebeurt bij ons. Het antwoord is eenvoudig: voor een begeleide minderjarige gebeurt dit gewoon niet. Als een kind met zijn ouders wordt aangehouden, krijgt het gezin zonder meer een bevel om het grondgebied te verlaten: zonder tussenkomst van een tolk, zonder interview. Dit bevel begrijpen de meeste gezinnen niet, het is dan ook zelden uitvoerig opgesteld. Over het algemeen staat hoogstens de naam van het betrokken kind mee op het bevel van de moeder. Verder wordt er met geen woord gerept over wat nu in het het hoger belang van het kind in kwestie zou zijn, noch wordt er enig onderzoek daartoe gevoerd. Er wordt geen enkele brug geslagen en geen enkele informatie ingewonnen of gedeeld.

Als een gezin hier jaren verblijft, hebben zij meestal al een aantal van dergelijke bevelen gekregen. Als ze ooit de moed hebben gehad een verzoek tot verblijfsmachtiging in te dienen, dan wordt er noch met hen, noch met hun kinderen gesproken. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) houdt het erop dat het aan de mensen in kwestie is alle nuttige informatie aan te dragen. Zelf zouden ze geen onderzoeksplicht hebben.

Wordt er een beroep gedaan op het Kinderrechtenverdrag, dan antwoordt de DVZ dat dit verdrag geen directe werking kent. Dat betekent dat de DVZ er wel toe gehouden is het verdrag toe te passen, maar dat je niet kan aanvoeren voor een rechtbank dat het Kinderrechtenverdrag geschonden is wegens 'te vaag'. De DVZ houdt er bij gebrek aan effectieve controle dan ook verder geen rekening mee.

Daar sta je dan. Je kinderen zijn opgegroeid in de vijf jaar dat je hier bent. Je hebt verschillende negatieve beslissingen gekregen maar nooit werd er een onderzoek gedaan naar hoe de rechten van je kind zouden kunnen gegarandeerd worden en plots wordt er gesproken over een 'stok achter de deur', of een 'sluitstuk van het migratiebeleid'.

Hoe het anders kan

Voor niet-begeleide minderjarigen is het nochtans wel mogelijk om conform hun hoger belang te handelen. Er kan een procedure opgestart worden waarbij een gespecialiseerde dienst van de DVZ een onderzoek voert naar de 'duurzame oplossing' voor het kind. Hoewel die procedure niet perfect is wordt er kwalitatief werk geleverd.

Het is obsceen om te stellen dat we een stok achter de deur nodig hebben.

Indien er dan een weigeringsbeslissing wordt genomen, dan is die gebaseerd op onderzoek en wordt die omstandig gemotiveerd. Met een dergelijke beslissing weet een rechtszoekende waar hij of zij aan toe is. Dan, en enkel dan, is het mogelijk om op een constructieve manier over terugkeer te praten. Indien een gelijkaardig onderzoek gevoerd zou worden voor begeleide minderjarigen zou dit leiden tot betere beslissingen tot terugkeer, en zouden er meer mensen intekenen op een vrijwillig traject.

Het is obsceen om te stellen dat we een stok achter de deur nodig hebben, als we niet eerst alles op alles gezet hebben om de desbetreffende kinderen te bieden waar ze recht op hebben, namelijk een procedure die hun hoger belang onderzoekt, afweegt en laat primeren. Het is obsceen om kwistig te zijn met de bewegingsvrijheid van gezinnen en hun psychische integriteit, als we niet eerst alles eraan gedaan hebben om hun bezorgheden en grondrechten serieus te nemen. Een stok achter de deur als je eerst jarenlang systemisch doof gebleven bent voor legitieme bekommernissen komt eenduidig neer op zinloos geweld.

Een kind sluit je niet op. Ook niet voor eventjes.

Eens er een cultuur is bij de wetgever, de DVZ, de politiediensten en de bevoegde hoven en rechtbanken die doordrongen is van het Kinderrechtenverdrag, eens alles op alles gezet wordt om kinderen te geven waar ze recht op hebben en hun hoger belang wordt ingeschat en vastgesteld door een multidisciplinair team, dan pas kunnen we overgaan tot het bespreken van alternatieven voor detentie en de slaagkansen ervan.

Ik heb te veel respect voor wetenschappelijk onderzoek en kies ik er voor mij bij het VN-Kinderrechtencomité, Unicef, UNHCR en het middenveld te voegen. Voor zij die verwacht hadden dat ik ook ging aangeven wanneer de detentie van een kind dan wel moet kunnen heb ik dus slechts ontgoocheling in aanbod: een kind sluit je niet op. Punt. Ook niet voor eventjes.

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken stelde op zijn blog 'Theo Tuurt' de controverse rond het opsluiten van gezinnen met kinderen voor alsof we tussen hamer en aambeeld zweven, gedoemd om te kiezen tussen detentie van kinderen enerzijds en het aanmoedigen van onwettig verblijf anderzijds. Beiden, zo stelt hij, kunnen schadelijk zijn voor kinderen, maar enkel het laatste op zo'n grote schaal. Zo voorgesteld lijkt het inderdaad om een typisch Scylla en Charybdis scenario te gaan. Aan de ene kant het mythische zeskoppige monster dat gegarandeerd de bemanning verslindt, aan de andere kant het monster dat het volledige schip naar de bodem zuigt. De staatssecretaris laat uitschijnen naar het voorbeeld van Odysseus te handelen, te kiezen voor Scylla en enkelen met tegenzin te offeren om het schip, zijn beleid, te vrijwaren. Hij had evenwel beter het voorbeeld van de Argonauten gekozen: die laatsten konden door het nodige advies in te winnen netjes tussen beide monsters in laveren. Dat advies zou in het geval van Francken als volgt kunnen luiden: niet alle middelen zijn legitiem om onwettig verblijf tegen te gaan of clandestiene migratie te ontmoedigen. Want de energie en middelen kunnen beter daar waar ze nodig zijn ingezet worden: bijvoorbeeld bij het verbeteren en op punt stellen van de bescherming die we elk kind kunnen en moeten bieden. We moeten niet wachten tot bij de detentie om het hoger belang van het kind te laten spelen. Het Kinderrechtenverdrag, het Handvest van Grondrechten van de Europese Unie en onze Grondwet zijn duidelijk. Bij élke beslissing die een kind betreft moet het hoger belang van dit kind de eerste overweging zijn. Detentie van kinderen mag je dan ook niet in een vacuüm zien. Als er dan pas naar hun hoger belang gekeken wordt is het gewoonweg te laat. Het VN-Kinderrechtencomité heeft namelijk in duidelijke bewoordingen uiteengezet hoe het belang van het kind dient onderzocht en toegepast te worden. Het hoger belang van het kind dient bepaald en afgewogen te worden, wat vereist dat de unieke kenmerken van het kind en diens omgeving bij elke beslissing dienen onderzocht te worden. De inschatting van het hoger belang moet zich richten op de mogelijkheden tot zorg, onderwijs, ontwikkeling en gezondheid en veiligheid van het kind. Er moet daarbij ook een inschatting gemaakt worden van toekomstige risico's en schade. Eens het hoger belang van het kind in kaart gebracht werd kan het balanceren en afwegen met andere belangen beginnen. Bij voorkeur gebeurt dit alles door een multidisplinair team, samengesteld uit pedagogen, psychologen, en andere professionals, mét participatie van het kind. Wanneer er dan een beslissing genomen wordt dient de overheid telkens expliciet uit te leggen wat er precies werd afgewogen en op grond van welke criteria. De vraag is nu of dit gebeurt bij ons. Het antwoord is eenvoudig: voor een begeleide minderjarige gebeurt dit gewoon niet. Als een kind met zijn ouders wordt aangehouden, krijgt het gezin zonder meer een bevel om het grondgebied te verlaten: zonder tussenkomst van een tolk, zonder interview. Dit bevel begrijpen de meeste gezinnen niet, het is dan ook zelden uitvoerig opgesteld. Over het algemeen staat hoogstens de naam van het betrokken kind mee op het bevel van de moeder. Verder wordt er met geen woord gerept over wat nu in het het hoger belang van het kind in kwestie zou zijn, noch wordt er enig onderzoek daartoe gevoerd. Er wordt geen enkele brug geslagen en geen enkele informatie ingewonnen of gedeeld. Als een gezin hier jaren verblijft, hebben zij meestal al een aantal van dergelijke bevelen gekregen. Als ze ooit de moed hebben gehad een verzoek tot verblijfsmachtiging in te dienen, dan wordt er noch met hen, noch met hun kinderen gesproken. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) houdt het erop dat het aan de mensen in kwestie is alle nuttige informatie aan te dragen. Zelf zouden ze geen onderzoeksplicht hebben. Wordt er een beroep gedaan op het Kinderrechtenverdrag, dan antwoordt de DVZ dat dit verdrag geen directe werking kent. Dat betekent dat de DVZ er wel toe gehouden is het verdrag toe te passen, maar dat je niet kan aanvoeren voor een rechtbank dat het Kinderrechtenverdrag geschonden is wegens 'te vaag'. De DVZ houdt er bij gebrek aan effectieve controle dan ook verder geen rekening mee. Daar sta je dan. Je kinderen zijn opgegroeid in de vijf jaar dat je hier bent. Je hebt verschillende negatieve beslissingen gekregen maar nooit werd er een onderzoek gedaan naar hoe de rechten van je kind zouden kunnen gegarandeerd worden en plots wordt er gesproken over een 'stok achter de deur', of een 'sluitstuk van het migratiebeleid'. Voor niet-begeleide minderjarigen is het nochtans wel mogelijk om conform hun hoger belang te handelen. Er kan een procedure opgestart worden waarbij een gespecialiseerde dienst van de DVZ een onderzoek voert naar de 'duurzame oplossing' voor het kind. Hoewel die procedure niet perfect is wordt er kwalitatief werk geleverd. Indien er dan een weigeringsbeslissing wordt genomen, dan is die gebaseerd op onderzoek en wordt die omstandig gemotiveerd. Met een dergelijke beslissing weet een rechtszoekende waar hij of zij aan toe is. Dan, en enkel dan, is het mogelijk om op een constructieve manier over terugkeer te praten. Indien een gelijkaardig onderzoek gevoerd zou worden voor begeleide minderjarigen zou dit leiden tot betere beslissingen tot terugkeer, en zouden er meer mensen intekenen op een vrijwillig traject. Het is obsceen om te stellen dat we een stok achter de deur nodig hebben, als we niet eerst alles op alles gezet hebben om de desbetreffende kinderen te bieden waar ze recht op hebben, namelijk een procedure die hun hoger belang onderzoekt, afweegt en laat primeren. Het is obsceen om kwistig te zijn met de bewegingsvrijheid van gezinnen en hun psychische integriteit, als we niet eerst alles eraan gedaan hebben om hun bezorgheden en grondrechten serieus te nemen. Een stok achter de deur als je eerst jarenlang systemisch doof gebleven bent voor legitieme bekommernissen komt eenduidig neer op zinloos geweld. Eens er een cultuur is bij de wetgever, de DVZ, de politiediensten en de bevoegde hoven en rechtbanken die doordrongen is van het Kinderrechtenverdrag, eens alles op alles gezet wordt om kinderen te geven waar ze recht op hebben en hun hoger belang wordt ingeschat en vastgesteld door een multidisciplinair team, dan pas kunnen we overgaan tot het bespreken van alternatieven voor detentie en de slaagkansen ervan. Ik heb te veel respect voor wetenschappelijk onderzoek en kies ik er voor mij bij het VN-Kinderrechtencomité, Unicef, UNHCR en het middenveld te voegen. Voor zij die verwacht hadden dat ik ook ging aangeven wanneer de detentie van een kind dan wel moet kunnen heb ik dus slechts ontgoocheling in aanbod: een kind sluit je niet op. Punt. Ook niet voor eventjes.