Als een noodkreet. Zo leest de open brief die zeven jongeren uit de Bijzondere Jeugdzorg onlangs aan alle Vlaamse jeugdrechters schreven. Ze willen dat er naar hen geluisterd wordt. Echt geluisterd. Dat gebeurt nu veel te weinig. Wel moeten ze keer op keer hun verhaal doen aan steeds weer andere hulpverleners, consulenten en jeugdrechters. Tot ze helemaal uitgepraat zijn. Daar worden dan notities van genomen die in het een of andere archief verdwijnen.
...

Als een noodkreet. Zo leest de open brief die zeven jongeren uit de Bijzondere Jeugdzorg onlangs aan alle Vlaamse jeugdrechters schreven. Ze willen dat er naar hen geluisterd wordt. Echt geluisterd. Dat gebeurt nu veel te weinig. Wel moeten ze keer op keer hun verhaal doen aan steeds weer andere hulpverleners, consulenten en jeugdrechters. Tot ze helemaal uitgepraat zijn. Daar worden dan notities van genomen die in het een of andere archief verdwijnen. Dus vragen ze nu onder meer om voor de zitting even alleen met de jeugdrechter te kunnen praten. Ze willen ook dat alleen hun eigen jeugdrechter doorslaggevende beslissingen kan nemen en dat hij of (in steeds meer gevallen) zij hen een paar keer per jaar komt opzoeken in de instelling. Ze willen dus dat er toch iemand is die hen kent, hen opvolgt en naar hen luistert. Kortom: ze willen dat iemand hen ziet.Net zoals het gros van de jongeren in de Bijzondere Jeugdzorg hebben de briefschrijvers niet echt iets mispeuterd. Het zijn wat in het jargon VOS'ers wordt genoemd: jongeren in een verontrustende opvoedingssituatie. Dat wil zeggen dat hun ouders er niet in slagen om voor hen te zorgen omdat ze zware psychologische problemen hebben, verslaafd zijn aan drugs of alcohol, of zo opgaan in een vechtscheiding dat ze hun kinderen mee de dieperik in sleuren. Anderen worden door hun vader of moeder verwaarloosd of zelfs mishandeld en misbruikt. En dan raken ze al eens op het verkeerde pad, ja, omdat ze thuis weglopen of andere manieren zoeken om iemand te zijn, om wat warmte en erkenning te krijgen. Zulke jongeren zien jeugdrechters steeds meer, veel vaker dan jeugdige delinquenten. Vorig jaar behandelden de jeugdparketten 76.572 zaken van kinderen en jongeren in een verontrustende opvoedingssituatie en dat aantal stijgt jaar na jaar.Onlangs nog trokken twee jeugdrechters in Knack aan de alarmbel: ze kunnen niet meer in alle onafhankelijkheid oordelen. Wegens plaatsgebrek in zowel de kinderpsychiatrie als de Medisch-Pedagogische Instituten (MPI), open voorzieningen en gemeenschapsinstellingen kunnen ze vaak niet de maatregel opleggen die hen het beste lijkt. Daardoor gebeurt het geregeld dat kinderen die met zware agressie worden geconfronteerd toch terug naar huis moeten of dat een meisje dat is weggelopen en in de prostitutie is terechtgekomen in een open instelling wordt geplaatst waar ze er meteen weer vandoor gaat. Duizenden kinderen en jongeren krijgen op die manier een valse start in het leven. Alleen maar omdat ze de pech hebben dat ze in het verkeerde gezin zijn geboren. Allemaal zouden ze beschermd moeten worden: tegen hun ouders, tegen mensen die het niet goed met hen voor hebben of tegen zichzelf. Allemaal hebben ze het recht om gered te worden, om toch nog de kans te krijgen iets van hun leven te maken. Ze moeten op de een of andere manier het gevoel krijgen dat ze meetellen in de samenleving. Dat ze toch voor iemand belangrijk zijn. Als het dan niet voor hun vader en moeder is, dan tenminste toch voor 'het systeem'. Dat betekent dat er écht naar hen moet worden geluisterd en dat er meer moet worden geïnvesteerd in geschikte plaatsen voor elke jongere. Want op een dag worden ze achttien en stoot de Bijzondere Jeugdzorg hen uit. Je mag er niet aan denken dat meer dan 75.00 jongvolwassenen op eigen benen komen te staan, een relatie beginnen en zelf kinderen krijgen met de diepe overtuiging dat ze voor niets en niemand meetellen. Over tijdbommen gesproken.