Liggend naakt, zo noem ik het. Het is het laatste schilderij. Het einde van een lange reeks.' Tegen het wandrek in het atelier van Karl Meersman leunt een metersgroot schilderij van een liggende olifant. Met de armen bijna synchroon gekruist over de borst kijken Karl Meersman en Wouter Deprez naar het doek. De linkerachterpoot van het dier hangt wat onbeholpen en gewrongen in de lucht. Het is een onbestemd beeld. Leeft de olifant? Slaapt hij? Speelt hij? Is het een hij?
...

Liggend naakt, zo noem ik het. Het is het laatste schilderij. Het einde van een lange reeks.' Tegen het wandrek in het atelier van Karl Meersman leunt een metersgroot schilderij van een liggende olifant. Met de armen bijna synchroon gekruist over de borst kijken Karl Meersman en Wouter Deprez naar het doek. De linkerachterpoot van het dier hangt wat onbeholpen en gewrongen in de lucht. Het is een onbestemd beeld. Leeft de olifant? Slaapt hij? Speelt hij? Is het een hij?Olifanten op doek, daar begon het in 2016 voor Meersman mee. Drie zwemmende olifanten, reusachtige vleeshompen die in het water een verbluffende elegantie ontvouwen. 'Olifanten zijn ontzettend goede zwemmers', vertelt hij in zijn atelier. 'Dat wist ik niet.' Meersman kreeg net de drukproeven van de catalogus die bij de tentoonstelling hoort. Nog wat donker, schat hij de kleuren in. Maar alles wat hij wil tonen en vertellen ligt voor ons uitgespreid. De zwemmende olifanten. De sponzen. De bomen met olifantenpoten. En de menselijke hoofden - kopkes heeft Wouter Deprez ze gedoopt - die Meersman met psychiatrische patiënten kneedde en boetseerde. Kwetsbaarheid is de onderliggende drager van het werk. Een triptiek van kwetsbaarheid. Van de planeet, de mens en de kunstenaar. '2016 was zo'n moment waarop ik als trouwe waarnemer van de maatschappij en de wereld dacht: nu loopt het echt mis', vertelt Meersman. 'De klimaatcrisis en hoe we ons eigen graf lijken te delven. Maar ook mensen om me heen die uitvielen met een burn-out, die worstelden met depressie en verslavingen. Ik voelde me stilaan rijp om de stap te zetten naar ander en groter werk.' Het werden in de eerste plaats olifanten, omdat ze hem al langer fascineren, omdat het hem raakt hoe mensen zo'n prachtig dier kunnen neerknallen om zijn tanden te verhandelen voor een bizar bijgeloof. Maar ook als metafoor voor alle andere bedreigde diersoorten. 'Ik kon ze moeilijk allemaal schilderen. Het zijn er te veel.' Hij knikt naar Deprez. 'Ik vroeg Wouter om teksten te schrijven. Hij zag dat niet zitten.' Deprez: 'Oei, zo herinner ik me dat niet.' Meersman: 'Je zei: ik hoor stemmen als ik naar je werk kijk.' Deprez: 'Ik zie verhalen. In Radio Plettenberg, de reeks reportages die ik ooit in Zuid-Afrika heb gemaakt, zat een aflevering over de olifanten in het woud, met conservator Gareth Patterson. Nu en dan kijk ik nog eens hoe het is met de olifanten in het woud en dan moet ik vaststellen dat het verhaal toch wat minder romantisch is dan ik op dat moment dacht. Of hoopte. Of wilde geloven. Volgens Gareth Patterson leven er meerdere olifanten in het woud, anderen beweren nu dat er maar een over is. Dat boeit me. Wat is een werkelijk verhaal, wat is onze interpretatie en wat zouden we willen dat het verhaal is? Voor de expo heb ik twee audiogidsen gemaakt, een voor kinderen, een voor volwassenen. In de kindergids kiezen de olifanten ervoor om onder water te duiken en zo te evolueren tot een nieuwe soort.' Meersman: 'De zwemfant.' Deprez: 'Daarin zijn ze misschien wel slimmer dan wij. Ze hebben het door: het is zwemmen of niets meer.' 2016 was voor u, meneer Meersman, het jaar waarin u het gevoel kreeg dat alles om ons heen erg wankel werd. Waarom toen? Karl Meersman: Mijn eerste tekeningen voor tijdschriften heb ik gemaakt in 1987. Al even lang beschouw ik de wereld, altijd met een mengeling van verontwaardiging en verwondering. Ik voel veel mededogen voor de mens. Ten eerste heeft niemand van ons gevraagd om hier te zijn en ten tweede belanden we in een systeem waar we niet noodzakelijk akkoord mee gaan en waarin we toch onze plaats moeten vinden. Ik zie veel mensen ploeteren en hun best doen, maar ik kijk ook met scherpe blik naar politici, machthebbers, topmanagers. Hoe zij hun macht gebruiken of weigeren te gebruiken, daar teken ik al dertig jaar over. Dus ja, die verontwaardiging is er altijd geweest. Maar ik voelde me niet rijp genoeg, of ik had er puur praktisch geen tijd voor. Ik ben ook blij dat ik het niet vroeger gedaan heb. Ik zou het niet goed gevonden hebben. Wouter Deprez: Soms lijkt het alsof ik aan een omgekeerde beweging bezig ben. Sinds mijn moeder is gestorven, loop ik minder met hele grote vragen in mijn hoofd rond. Mijn moeder was een ontzettend praktische vrouw, die in en voor haar omgeving kleine zaken deed die allemaal samen een verschil maakten. En dat was absoluut niet op de voorgrond of met grote standpunten. U staat bekend als een geëngageerde mens, meneer Deprez. U strijdt voor bossen, beschermt bijen. Onlangs zei u daarover: 'Is het allemaal geen druppel op een hete plaat?' Deprez: Waarschijnlijk wel. De vraag waar ik nu mee zit, is: heeft het zin om dat alleen te doen? Is dat geen ijdelheid? Zelfoverschatting? Ook dat speelt door mijn hoofd sinds de dood van mijn moeder. Het zal evengoed met de leeftijd te maken hebben. Op je 46e ben je klaar om je eigen blinde vlekken te onderzoeken. Welke blinde vlekken bedoelt u? Deprez: Als we het over de planeet hebben en de ecologische crisis, ben ik meer bereid dan vroeger om mijn blik te verruimen. Neem nu Roger Scruton, conservatieve denker en auteur van Groene filosofie. Een paar jaar geleden zou ik boos zijn geworden, omdat hij meent dat liefde voor het eigene genoeg kan zijn als oplossing. Nu denk ik: het is te weinig, je redt niet automatisch je omgeving omdat je die graag ziet, maar het is wel een goed idee om je omgeving graag te zien. Dus, dank u, meneer Scruton. Kanteltijd is de naam van de expo. Hij suggereert dat we in een overgangstijd leven. Met welk oog kijken jullie naar de toekomst? Meersman: Ik word opstandig van de manier waarop wij met de planeet omgaan. We botsen tegen de grenzen van ons economisch systeem aan en van dat hele groeimodel. Er is een strekking in onze maatschappij die meent dat de technologie het allemaal wel zal oplossen. Ik geloof dat niet. Die gedachte vloeit voort uit een soort pretentie van de mens die ons net gebracht heeft waar we nu staan. Deprez: Voor het eerst heb ik het gevoel dat de ernst van de zaak doordringt. Meersman: We stevenen af op 2 graden opwarming, Wouter. We zijn al veel kwijt. Deprez: Dat is inderdaad de sinistere realiteit. Maar toch durf ik te zeggen dat de noodzaak aan actie breed gedragen wordt. Meersman: Mensen willen dat al langer. Het falen van het klimaatbeleid is voor mij het falen van de politiek. Er is een totaal gebrek aan moed bij onze machthebbers. Deprez: Maar er gebeuren ook zaken die we gewoon over het hoofd zien. Een vriend van mij is bezig met elektrische fietsen. Hij zegt dat de echte revolutie achter de schermen bezig is. We staren graag naar die elektrische auto, maar die elektrische fiets is een groot verschil aan het maken. Je hoort er alleen niet zo veel over - tenzij die elektrische fiets een andere fietser van de baan rijdt. Meersman: Een vraag waar ik de laatste tijd mee zit, Wouter, dat woke- gegeven, is dat niet geboren uit angst voor de toekomst? Uit een beklemmend gevoel dat we het nu wel goed en correct moeten doen? Dat we geen kansen te verkwanselen hebben? Deprez: Zo heb ik dat nog nooit bekeken. Ik voel sympathie voor de goede bedoelingen van woke, maar wantrouw de rigide eenvoud van sommige verklaringen vanuit de Verenigde Staten. Dat alle ongelijke vertegenwoordiging van gekleurde mensen het gevolg is van racisme en discriminatie, bijvoorbeeld, zoals in de theorieën van Ibram X. Kendi. Daarmee maak je het onmogelijk om andere, even werkelijke problemen te bespreken. De resultaten van die manier van denken kunnen op lange termijn niet anders dan desastreus zijn, ook voor de mensen die ze zogezegd zouden moeten helpen. Zijn jullie voorzichtiger of terughoudender geworden in jullie werk? Meersman: Tegenwoordig denk ik drie keer na voor ik een invalshoek kies. Is dat niet te stigmatiserend voor een bepaalde groep? Kan het kwetsend overkomen? Zie ik iets over het hoofd? Die vrijheid van meningsuiting, ja, daar maak ik me wel zorgen over. Deprez: Als ik oud materiaal bekijk, vind ik dat ik behoorlijk platte dingen kon zeggen zonder dat ik me hoefde te verantwoorden. Het is niet slecht dat dat toch een klein beetje is opgeschoven. Verder heb ik er nog niet zo veel last van gehad. In mijn nieuwe voorstelling praat ik daar wel over. Het gaat dan over man-vrouwrollen. Mijn moeder was bij ons de stereotype man en mijn vader de gevoelige mens. We waren met vier jongens, speelden met poppen en vochten niet met elkaar. Ik had niets met comedy over de verschillen tussen man en vrouw, want ik herkende dat niet. Ondertussen ben ik meer beginnen na te denken over die verschillen en wel door de theorie dat de verschillen tussen man en vrouw geen biologische grond hebben, maar een gevolg zijn van de omgeving. Ik weet niet of ik het daarmee eens ben. Comedy is daarvoor een goed onderzoeksterrein. Er zijn meer mannelijke dan vrouwelijke comedians. Maar als ik grappige vrouwen probeer te overtuigen om een solovoorstelling te maken, krijg ik antwoorden die ik nooit had verwacht. Dat ze geen zin hebben om alleen op een podium te staan. Of dat ze twijfelen of ze boeiend genoeg zijn. Gedachten waar ik mezelf en mijn mannelijke collega's niet snel op betrap. Meer en meer denk ik dat er toch een biologische grond is, dat mannen op jonge leeftijd meer zelfoverschatting en branie hebben. Het voordeel is dat je het vanzelfsprekend vindt om de aandacht naar je toe te trekken, en dat is nodig voor dit beroep. Het nadeel is dat we vaak wat stommer zijn, en wat te veel aan onszelf denken. Meersman: Zeg je nu dat je geëvolueerd bent van 'volledig gelijk' naar 'minder gelijk'? Deprez: Ja, maar wel gelijkwaardig. Ik vrees dat ik totaal niet aangepast ben aan de nieuwe tijden die eraan komen. Tegelijkertijd denk ik: ik ga zo hard supporteren voor alle vrouwen die wel op dat podium kruipen, en als ik kan helpen: graag! Meersman: Willen ze wel door jou geholpen worden? Deprez: Dat is nog maar de vraag, haha! *** Terug naar 2016. In dat jaar wandelde Meersman ook wekelijks door de poorten van de psychiatrische instelling Sint- Hiëronymus in Sint-Niklaas. 'Welkom in de Gekke Wereld', meldde een bord. Niet boven de ingang, wel boven de uitgang. Iedere vrijdag richtte hij er een open atelier in waar patiënten samen met hem mensenhoofden uit klei konden boetseren. Deze gedeukte, geblutste, soms gekwelde en dan weer geknakte beeldjes inspireerden hem tot een eigen reeks van koppen, die Deprez voor de tentoonstelling een stem en een verhaal meegeeft. 'Op een gegeven moment stond er een man voor mij', vertelt Meersman over een van die dagen in de instelling. 'Hij wiebelde wat heen en weer op zijn benen. Dag Karl, zei hij, ken je me nog? Ik keek eens goed, zag het niet. Ik heb met jou in de klas gezeten, ging hij voort, Danny. Natuurlijk, den Danny. Ik zit hier al zeven jaar, vertelde hij. Dat heeft me geraakt. Tussen deze mensen is me duidelijk geworden dat de lijn tussen gek en niet gek flinterdun is. Er was een man. Hij had een burn-out. Van de ene dag op de andere kon hij niet meer opstaan. Zijn hoofd wilde wel, maar zijn benen niet meer. De veer was gebroken.' In uw blik op de mens, meneer Meersman, bespeur ik meer mededogen. Bij Wouter Deprez merk ik vooral scherpte op. Klopt dat? Meersman: Ik vind dat Wouter de mens heel goed aanvoelt. Deprez: Daar ga ik wel mee akkoord. (lacht) Maar ik wil iets zeggen over die kwetsbaarheid en dat we allemaal op elk moment kunnen breken. Ik word daar een beetje opstandig van. Is het echt zo dat we allemaal voortdurend op het randje van de psychiatrie staan? Waarom zien we de mens in het algemeen als zo kwetsbaar? Zijn we niet net ontzettend weerbaar en veerkrachtig? Met het beeld van elke mens die elk moment kan breken, dreigen we de grote psychologische crisissen van mensen in de psychiatrie ook te banaliseren. Voor het merendeel van de mensen lukt het gelukkig wel om door te gaan na tegenslagen. Dat is een grote vraag van onze tijd: is het vruchtbaar om onze levens zo individueel te leiden? Ik heb niets tegen therapie, ik heb dat ook gevolgd, maar hoe komt het dat we ons levensadvies zo moeilijk ontwikkelen met een gemeenschap? Misschien omdat de maatschappij te ongeduldig is? In de expo citeert u, meneer Meersman, psycholoog Paul Verhaeghe: 'Wat vandaag geldt als normaliteit is eigenlijk afwijkend.' Meersman: De wereld waarin we nu leven, de druk die mensen zichzelf en elkaar opleggen, is dat nog normaal? Mijn partner geeft training, onder andere timemanagement. Soms aan jonge, werkende ouders die in paniek raken omdat ze het niet gecombineerd krijgen: hun werk, hun kinderen, hun sociale media, hun partner en dan willen ze nog de Mont Ventoux beklimmen. Dan moet ze die mensen helpen en zeggen: het is niet erg dat je dat niet kunt doen. Deprez: Dat is misschien een domein waar een kunstenaar iets zinnigs te vertellen heeft, net zoals iedere mens die zelfstandig en alleen werkt . Ik heb er vroeg voor gekozen enkel te doen wat ik graag doe. Uit een grote romantiek. Uit zelfoverschatting. En omdat er een uitgestippeld pad was dat ik niet wilde bewandelen. Die boosheid heeft me vooruitgeholpen. Ondertussen is het dominante verhaal dat je alles kunt worden wat je wilt. Mooi, dacht ik vroeger. Nu denk ik: wat een stress. Wat als je geen heel specifieke talenten hebt? Maar ook: het leven waarin je je eigen goesting doet, is niet noodzakelijk eenvoudig. Je hebt discipline nodig en als je verwacht dat het altijd tof zal zijn of niet eenzaam, nee, dan doe je beter iets anders. Hebben jullie ooit de muur op jullie zien afkomen, waarbij jullie dachten: het lukt niet meer, ik ben op? Deprez: Ik ben van nature heel voorzichtig, dus ik heb er weinig verdienste aan dat ik de muur nog niet gezien heb. Ik ken wel periodes van existentiële twijfel. Dat is iets anders en het is zinnig koppen, door te maken. Net zoals er een gen is voor mijn voorzichtigheid, denk ik dat er een gen is voor mateloosheid. Voor heel veel dingen willen meemaken. Ik heb dat niet en kan daar bij anderen verwonderd naar kijken. Meersman: Het is niet alleen genetisch. Het is ook een soort maatschappelijke druk. Iedereen kent van die mannen die samen beginnen te fietsen, eerst uit liefhebberij, maar dan sluipt de competitiedrift er toch in en is het nooit goed genoeg. Dan is voor mij de fun eraf. Dat heb ik wel voor mezelf uitgemaakt: de wereld draait door, maar ik ga er niet volledig in mee. Als je niet kunt volgen, waarom dan hopeloos proberen aan te haken? Heeft dat met ouder worden te maken? Is dat het verschil tussen een man die vecht tegen de eigen veroudering en iemand die de voortschrijdende tijd aanvaardt? Deprez: Nu overschat je volgens mij het mannenbrein. Comedian Jerry Seinfeld heeft de man erg nauwkeurig beschreven. Op het dak van zijn auto heeft hij een tweepersoonsmatras liggen, al rijdend houdt hij die met een arm uit het raam op zijn plaats. Hij had geen touw om de matras vast te binden, maar is ervan overtuigd dat het hem zo ook lukt. Dat is een man. Meersman: Dan ben ik een vrouw. Even over de kwetsbaarheid van de kunstenaar. Uw werken op doek zijn ruwer, minder af, minder gepolijst dan we van u gewend zijn. Wilde u de perfectie loslaten? Meersman: Dat is voor mij een leerproces geweest. Ik ben heel klassiek geschoold. Kunstgeschiedenis, tekenen, schilderen, altijd was er dat streven naar perfectie. Dan is het verdorie moeilijk om je daarvan los te weken. Maar het werk wint aan zeggingskracht als het niet perfect is. Dat was een eyeopener. Is het ook een vorm van bevrijding? Meersman: Wat helpt om het los te laten, is dat de kwaliteit van het materiaal waarmee ik werk, verslechtert. Het papier waarvan ik zo hou, wordt niet meer gemaakt. Mijn penselen kan ik niet meer kopen. De verf is van mindere kwaliteit. Iedereen tekent op de computer. Ik heb dat nooit willen doen. Het gevolg is dat ik geen perfect werk meer kan maken met het materiaal dat ik heb. Deprez: Dat is afgevinkt. Meersman: Voilà. Dat helpt om de klik te maken naar het meer expressieve. Maar ik merk dat dat streven naar perfectie zo diep in mij zit ingesleten dat als ik me voorneem bruut en expressief te werken, ik na een kwartier alweer aan het polijsten ben. Deprez: Ik herken dat wel. Daarom treed ik zo graag op. Optreden is controle en roes. Uit mezelf zoek ik die roes niet snel op. Iets wilds schrijven als ik alleen achter mijn computer zit, dat is moeilijk. Het brein zit er altijd tussen. Maar als je optreedt, moet je in die roes raken en het is daar, op het podium dat je merkt dat wat je schreef best wat wilder mag. Meersman: Laat ik het zo zeggen: het is niet meer nodig om te bewijzen dat ik goed kan tekenen. Deprez: Maar om op dat punt te komen, heb je al die jaren nodig gehad waarin dat wel van tel was. Meersman: Daarom antwoord ik op de vraag hoelang ik aan een tekening werk: 45 jaar en twee dagen. Hebt u al die jaren nodig gehad omdat u het gewicht van uw eigen geschiedenis meedraagt? Uw grootvader was schilder, uw vader ook. Meersman: Ik ben derde generatie, ja. Ik sta op de schouders van mijn grootvader en mijn vader, maar zij staan ook op mijn schouders. Het is een cadeau om een verleden te hebben, maar het is ook een levenswerk om ervan los te komen. Net zoals het altijd een gevecht is om je te wapenen tegen kritiek. Die is toch voorspelbaar. Deprez: Oh ja? Meersman: Dat ik te narratief ben. Ik ben het als een compliment gaan aanvaarden. Wat betekent kunst als je mensen niet meer raakt? En dus doe ik er een schep bovenop en vraag ik Wouter erbij. Nog meer verhaal. Deprez: Daar heb ik wel bewondering voor. Dat je dat durft. Dat je me laat inbreken op wat jij doet. Meersman: Ik stel me kwetsbaar op. Ik kan één ding zeggen: dit is oprecht en doorleefd. Dat brengt ons bij de spons. U bekijkt de kunstenaar als sponswezen. Meersman: En bij uitbreiding de mens. Er komen zo veel indrukken op ons af, we moeten met zo veel aan de slag. De kunstenaar heeft daarbij gelukkig een uitlaatklep. Deprez: Ik heb niet zo veel met dat beeld. Alsof een kunstenaar een uitzonderlijke gevoeligheid zou hebben. In plaats van te focussen op verschillen, zou het goed zijn te kijken naar wat we met z'n allen gemeen hebben. Meersman: Dat vind ik nu zo mooi aan dit project. Ik maak honderd werken en Wouter breekt erop in, geeft tegengas. Deprez: En daar heb ik bewondering voor. Wat jij nu doet, zou ik niet kunnen. Daarvoor hou ik te graag de controle. Meersman: Het is een goede tijd om onszelf als mens te relativeren.