Sorry voor mijn kampeerlook. Ik ben vanmorgen met het camperbusje vanuit mijn vakantieplek in Zeeland recht naar Gent gereden. Van vrijzwemmenmodus naar dansmodus.' Karen Joosten lacht. De volgende halte van haar busje is Leuven, waar ze vanaf nu de dansprogrammering van STUK bestiert. 'Ik werd veertig, en na tien jaar gewerkt te hebben als producer van enkele danskunstenaars wilde ik meer betekenen voor de hele danswereld. In STUK kan ik dat.'
...

Sorry voor mijn kampeerlook. Ik ben vanmorgen met het camperbusje vanuit mijn vakantieplek in Zeeland recht naar Gent gereden. Van vrijzwemmenmodus naar dansmodus.' Karen Joosten lacht. De volgende halte van haar busje is Leuven, waar ze vanaf nu de dansprogrammering van STUK bestiert. 'Ik werd veertig, en na tien jaar gewerkt te hebben als producer van enkele danskunstenaars wilde ik meer betekenen voor de hele danswereld. In STUK kan ik dat.' Het Leuvense kunstencentrum speelt sinds de oprichting in 1977 een cruciale rol in de ontwikkeling van de hedendaagse dans in Vlaanderen. Met het legendarische dansfestival Klapstuk, dat tussen 1981 en 2005 tweejaarlijks plaatsvond, lanceerde STUK de carrières van een rist grote choreografen, onder wie Anne Teresa De Keersmaeker en Wim Vandekeybus. Vandaag wil het huis opnieuw een baken verzetten. Nu steeds meer mensen op sociale media zonder schroom hun lichaam tonen, vergezeld van de hashtag #bodypositivity, maakt STUK, op aansturen van Joostens voorgangster Charlotte Vandevyver, van producties met 'imperfecte' lichamen een stevige pijler. Karen Joosten: Eindelijk, zeg. Elk lijf is evenwaardig. Die overtuiging verovert nu, mede dankzij #MeToo, de samenleving. Ik ben opgegroeid met dat idee. Als kind volgde ik drie jaar ballet, maar ik voelde me in een keurslijf geduwd door die verplichte, aansluitende maillot met driekwartmouwtjes. Danseres worden, was niets voor mij. Dans beleven wél. Vooral hedendaagse dans. Mijn moeder nam me vaak mee naar deSingel. Daar zag ik in maart 1997 What the Body Does Not Remember, de succesproductie van Wim Vandekeybus waarin dansers over de scène rennen, in elkaars armen vliegen en met bakstenen gooien. Wauw! Nog tijdens mijn studie communicatiewetenschappen scheef ik een sollicitatiebrief naar Vandekeybus' gezelschap Ultima Vez. Na een stage werd ik er aangenomen als tour- en communicatiemanager. Wim was toen een van de weinige choreografen die zocht naar dansers die niet zozeer een virtuoze techniek maar een sterke persoonlijkheid hadden. En een afgetraind lichaam. Joosten: Dat klopt. Al kwam daar intussen verandering in. Hij lanceerde in 2014 de danscarrière van hiphopper Yassin Mrabtifi, een lijvige buurjongen van Ultima Vez. En Seppe Baeyens, een van de jonge choreografen bij Ultima Vez, zet in op ateliers en voorstellingen waaraan iedereen - jonge dansers, een 92-jarige man, mensen met een beperking... - mag deelnemen. Dat is geweldig, maar productioneel is het een hele klus om met zo'n divers gezelschap op tournee te gaan. Het is een van dé uitdagingen van de sector om diversiteit niet langer als een klus te zien. U volgt Charlotte Vandevyver op. Zij leidt vanaf 2020 de dansschool P.A.R.T.S. Hoe kunnen dansopleidingen de opvatting dat dansers 'perfecte' lichamen moeten hebben de wereld uit helpen? Joosten: Hun verantwoordelijkheid daarin is groot, en er is nog een lange weg te gaan. Ik weet niet hoe P.A.R.T.S. of andere dansopleidingen daaraan werken. Ik ben gastdocent aan het Koninklijk Conservatorium voor Dans in Antwerpen. Daar doet men inspanningen om diversiteit en inclusie - op de scène en in de zaal - op de agenda te zetten, onder meer met het onderzoeksproject Rethinking Bodies. En, loont dat? Joosten: (zucht) Voorlopig sta ik nog voor klassen vol witte leerlingen met zogeheten 'normale' lijven. Maar de mentaliteitswijziging is ingezet. Door als kunstencentrum van body positivity een van dé thema's te maken, dragen we daaraan bij. En vooral binnen de hedendaagse dans wordt er steeds meer gewerkt met performers wier lichaam afwijkt van 'de norm'. Hoe beslist u welke performers op het STUK- podium staan? Joosten: Mijn leidraad is een zin uit de toespraak waarmee dramaturge Marianne Van Kerkhoven in 1994 Het Theaterfestival opende. Ze zei: 'Het theater ligt in de stad - rond die stad, zo ver we kunnen zien, ligt de hele verdere wereld en zelfs de hemel met zijn sterren - en de wanden zijn van huid.' Ik kies voorstellingen die de wereld niet negeren maar ermee in dialoog gaan. Voorbeeldje? Paradise Now van Michiel Vandevelde en fABULEUS. Dertien jongeren maken een tijdsreis van 1968 tot nu en spelen de vijftig meest iconische foto's uit dat tijdsgewricht na. Ze imiteren onder meer de foto van de Noord- Vietnamese soldaat die wordt geëxecuteerd tijdens de Vietnamoorlog, de slotscène van de film Titanic en de inauguratie van Barack Obama.Wat moeten we nog zien? Joosten:And So You See, een grappig stuk van Robyn Orlin over haar thuisland Zuid-Afrika, gedanst door de voluptueuze Albert Ibokwe Khoza. Ook Every Body Electric van Doris Uhlich is een must. Je kijkt naar acht performers, onder wie enkele mensen in een elektrische rolstoel. De trailer bracht me van mijn melk. In de eerste plaats zie je een verkrampt lijf in een rolstoel. Je moet daar, helaas, even aan wennen. Dans helpt om de schoonheid te zien van andersvalide lichamen die in onze samenleving te vaak verstopt worden. Veel mensen krijg je met geen stokken naar dans. 'Ik begrijp dat niet', klinkt het dan. Joosten:(lacht) De klassieker! Je hoeft dans niet te begrijpen. Je moet het op je af laten komen, voelen wat het met je doet en er nadien over praten. Zoals na een concert. Zo groeit de liefde voor dans. Hoe voedt u die liefde? Joosten: Door een ontmoetingsplek te zijn. Ik noem STUK een huis van en voor de danscommunity. We presenteren dans. Maar binnen- en buitenlandse kunstenaars repeteren hier ook. Ze doen research, werken aan hun decor, organiseren workshops en debatten. We willen bovendien meer mensen - dansliefhebbers en dansleken - de kans geven om toonmomenten mee te maken. Dan tonen makers pril werk voor het eerst aan een select publiek. Zulke intieme ontmoetingen smeden een band en intensifiëren de beleving. En misschien voeden ze de verontwaardiging over het beleid. U doelt op de recentste projectsubsidieronde? Joosten: (fel) Ja. Internationaal wordt nog altijd opgekeken naar wat hier aan dans gecreëerd wordt. Maar onze kunstenaars kunnen op almaar minder overheidssteun rekenen. De laatste projectsubsidieronde van juli 2019 is daar het droeve bewijs van. Op 15 juli honoreerde Sven Gatz, toen nog Vlaams minister van Cultuur, amper 17 procent van de aanvragen. Om te vermijden dat de projecten van een nieuwe generatie makers in de kiem gesmoord worden, moet de overheid nú het budget laten stijgen. Het festival STUK START opent het seizoen. Met welke danser stormt u de dansvloer op? Joosten: Met Miet Warlop. Zij maakt theater en beeldende kunst. Haar Ghost Writer and the Broken Hand Break is een ultrakort stuk waarin ze met twee performers tolt en zingt. Het is dans die de vrijheid viert en uitnodigt om dat te doen. Of met een danser van Platform-K, een Gentse compagnie voor dansers met een beperking. Van hen zag ik onlangs Sculpture. Dat is een duet tussen Veronique Mees, een danseres met een spierziekte, en drumster Karen Willems. Wondermooi!