De premier is niet verplicht om een vertrouwensstemming te houden over een regering met een nieuwe samenstelling. Het is wel een 'grondwettelijke gewoonte' dat te doen. Dat blijkt uit de nota van de juridische diensten van de Kamer, die Knack.be kon inkijken.
...

De premier is niet verplicht om een vertrouwensstemming te houden over een regering met een nieuwe samenstelling. Het is wel een 'grondwettelijke gewoonte' dat te doen. Dat blijkt uit de nota van de juridische diensten van de Kamer, die Knack.be kon inkijken. In de nota gaan de juridische diensten in op de vraag of het noodzakelijk is dat er een vertrouwensstemmig komt 'naar aanleiding van de installatie van een minderheidsregering'. Dat blijkt niet noodzakelijk te zijn, aldus de juridische diensten. Het is wél sinds 1919 een 'grondwettelijke gewoonte' dat zulks gebeurt. Een regering die dat vertrouwen nog niet heeft gekregen is dan wel een 'volwaardige regering, die al haar bevoegdheden kan uitoefenen', maar ze zal zich 'terughoudend en voorzichtig opstellen ' zolang ze dat niet heeft gekregen. Het is dus de vraag of de minderheidsregering van Michel met MR, Open VLD en CD&V een 'omslag' in het beleid kan maken, zoals vicepremier Alexander De Croo (Open VLD) zei of 'nieuwe accenten' kan leggen, zoals CD&V-vicepremier Kris Peeters verklaarde.De juridische diensten melden ook dat enkel de premier een motie van vertrouwen kan indienen. De Kamer kan enkel een motie van wantrouwen indienen. Een motie van vertrouwen moet met een volstrekte meerderheid (minstens de helft plus één en minstens de helft + één van de kamerleden moet aanwezig zijn) worden aangenomen. Wordt die motie verworpen, dan heeft dat juridisch enkel gevolgen wanneer het gebeurt met een gewone meerderheid van 76 stemmen (er zijn 150 Kamerleden) én wanneer de Kamer met dezelfde meerderheid binnen een termijn van drie dagen een opvolger voor de eerste minister aan de koning voordraagt.Opmerkelijk: wanneer die motie van vertrouwen van de premier wordt verworpen met een volstrekte meerderheid, dan nog is de regering strikt juridisch niet verplicht om haar ontslag aan te bieden. Dat was vroeger wel een 'grondwettelijke regel', geven de diensten mee.Als de regering haar programma of samenstelling wijzigt - dat laatste is alvast gebeurd door de bevoegdheden van de N-VA-excellenties te verdelen over MR, Open VLD en CD&V - dan moet volgend dezelfde grondwettelijke gewoonte gehandeld worden. Dan volgt een regeringsverklaring en volgt daarop een Kamerdebat en vertrouwensstemming. Die vertrouwensstemming vond altijd plaats wanneer een gewijzigde regering ging om meer dan het vervangen van afzonderlijke ministers of - en dit is cruciaal in deze - wanneer er geen twijfel kon instaan 'over de vraag of de regering nog wel het vertrouwen van de Kamer genoot'. Die twijfel is er nu absoluut wel. Zowel de linkse oppositie als nagelnieuwe oppositiepartij N-VA geven duidelijk aan niet zomaar de regering - weze het een Michel II of een voorzetting van Michel I - te zullen depanneren. De juridische diensten brengen in herinnering dat de regering in 1980 een mededeling deed en een vertrouwensstemming hield toen FDF (nu Défi) de regering verliet, net zo in 1991, toen de VU-ministers ontslag namen.De juridische diensten besluiten als volgt: 'Hoewel ze juridisch niet afdwingbaar is, bestaat er een grondwettelijke gewoonte volgens welke de regering niet alleen bij haar vorming maar, naargelang van de draagwijdte daarvan, ook naar aanleiding van een wijziging van haar samenstelling of programma een regeringsverklaring of regeringsmededeling doet, waarna een debat en een vertrouwensstemming volgen.'