Het was de voorbije week goed raak met de zaak rond Bart De Pauw. Vooral op de zogenaamde social media was het alle remmen los. Iedereen leek wel een mening te moeten ventileren over De Pauw en de (voorlopig) onbekende vrouwen die over zijn grensoverschrijdende gedrag hebben geklaagd. Naast de vele doordachte reacties, waren de vunzige commentaren nog talrijker. Wat is er eigenlijk sociaal aan die media?
...

Het was de voorbije week goed raak met de zaak rond Bart De Pauw. Vooral op de zogenaamde social media was het alle remmen los. Iedereen leek wel een mening te moeten ventileren over De Pauw en de (voorlopig) onbekende vrouwen die over zijn grensoverschrijdende gedrag hebben geklaagd. Naast de vele doordachte reacties, waren de vunzige commentaren nog talrijker. Wat is er eigenlijk sociaal aan die media?Maar dit stukje gaat niet zozeer over de inhoud van de affaire, maar over de media die er soms flink van langs kregen voor hun berichtgeving. De kritiek kwam van alle kanten en vrij snel viel daarbij het hoge woord: trial by media. Het echode door vele reacties.De hele zaak is blijkbaar een pijnlijk voorbeeld van een schandelijk mediaproces - in het Nederlands bekt het wat minder - waarbij het recht van verdediging is geschonden en het vermoeden van onschuld weggevaagd. Een wat weggedeemsterde Brusselse oud-minister kwam op Facebook woorden te kort over die verwerpelijke media, al zette hij met zijn schuimbekkende stukje toch vooral zichzelf te kijk.Ernstiger klonk de scherpe kritiek van een aantal gereputeerde advocaten over het mediaproces waarvan De Pauw volgens hen duidelijk het slachtoffer is. De berichtgeving over De Pauw was de 'pervertering' van een normaal proces. De man was door de media 'zwaar gestraft als mens'. De 'sensatiedrang van de media' maakte elk sereen oordeel onmogelijk. Enzovoort. Kortom, de man kan na de mediaheisa, geen eerlijk proces meer krijgen - als het ooit tot een proces komt. Blijkbaar is het vertrouwen van sommige advocaten in onafhankelijk en afstandelijk oordelende magistraten niet erg groot. Nu kun je de media niet zomaar over één en dezelfde kam scheren. Dé media bestaan niet, daarvoor zijn de verschillen in journalistieke kwaliteit te groot en ook het publiek dat ze op hun eigen manier willen bereiken of 'bedienen' te divers. Wat advocaten, politici, communicatie-experts, lezers, kijkers of luisteraars ook mogen vinden van de recente mediaberichtgeving, het lijkt nuttig om een paar fundamentele principes van onafhankelijke journalistiek voor ogen te houden, ook als die misschien wat ongemakkelijk aanvoelen.Samengevat? Journalisten zijn géén medewerkers van Justitie en zijn niet gebonden door het vermoeden van onschuld. Ze hebben een totaal andere taak en ook andere, bescheidener middelen dan Justitie of advocatuur om bijvoorbeeld (gerechts)dossiers uit te vlooien en daarover verslag te doen. Toegegeven, de ene journalist is al wat scrupuleuzer met de journalistieke ethiek, dan de andere. Toegegeven, sommigen geraken wel eens de pedalen kwijt in de verschroeiende jacht op de scoop of in hun soms alles verterende scoringsdrang. Liever een bekend dan een goed journalist, lijkt het motto bij sommigen. Maar wie zich vergaloppeert, kan en moet worden teruggefloten door zijn of haar hoofdredactie, de Raad voor de Journalistiek of desnoods zelfs door het gerecht.Is Bart De Pauw de Vlaamse Harvey Weinstein, zoals hij hier en daar wordt neergezet? Tot nader order: nee. Is dat trial by media? Nee. Mogen journalisten of media dat soort redelijk grove vergelijkingen trekken? Ja. Dat besliste niet een of andere journalist, maar een rechtbank in de zaak van N-VA-senator Pol Van Den Driessche, die ook geconfronteerd werd met een resem klachten over zijn grensoverschrijdende gedrag met vrouwen. Jammer voor zijn partij, maar haar mandataris blijft in dezen een interessant schoolvoorbeeld.Van Den Driessche werd vergeleken met een seksueel roofdier als Dominique Strauss-Kahn (DSK). Hoewel de N-VA'er niet naadloos paste in de mal van DSK, toch besliste de rechtbank dat die vergelijking gepermitteerd was. Waarom? Omdat die vergelijking, aldus het vonnis, "vermoedelijk werd gekozen omdat deze choqueert. Door deze titel valt het artikel op, wat de potentiële lezers (...) moet aanzetten om het te lezen (...) en het heeft als gevolg dat andere media sneller aandacht besteden aan het artikel". De rechtbank vond dat ook dat "een titel die de weergave is van een idee choquerend mag zijn". Vergelijkingen met de zaak De Pauw liggen voor de hand.Sommige advocaten bepleiten dat media pas over gerechtszaken zouden mogen berichten wanneer er een definitieve beslissing van het gerecht is. Dat zou impliceren dat over pakweg de zaak van de Kasteelmoord nog geen letter had mogen verschijnen. Bepaalde politici zouden die advocaten wellicht 'wereldvreemd' noemen.Het vermoeden van onschuld bewaken, behoort bij de kerntaken van Justitie en al haar medewerkers. Maar nogmaals, journalisten zijn géén medewerkers van Justitie. Ze moeten wel omzichtig omspringen met het vermoeden van onschuld, maar ze hoeven dat niet te allen tijde te respecteren als ze daar feiten, getuigen of goede argumenten voor hebben. Misschien moeten criticasters wat rechtspraak van het Europees Mensenrechtenhof in Straatsburg doornemen over de rol van de media, vrijheid van meningsuiting, eerlijk proces en vermoeden van onschuld. Op een schaarse uitzondering na maken de arresten van het Hof duidelijk onderscheid tussen wat Justitie (en haar medewerkers, ook advocaten) op die verschillende vlakken moét doen en wat journalisten mógen publiceren of hoe ze hun informatie mogen brengen, zeker als het gaat over kwesties die het algemeen belang raken of debatten met een belangrijke maatschappelijke draagwijdte. Is dat laatste niet het geval in de zaak De Pauw?Betekent dat dan dat journalisten om het even wat mogen beweren of publiceren? Uiteraard niet. Dat soort arresten is geen vrijbrief. Ook niet als het gaat over bekende personen, waar media zich meer kunnen permitteren dan met een doorsnee persoon. Ook daarover werden interessante arresten geveld.De journalistieke basis blijft in alle gevallen: feiten. Zonder feiten heeft journalistiek geen bestaansrecht. Feiten die degelijk onderbouwd zijn, grondig gecontroleerd en afkomstig van betrouwbare bronnen. Dan kan en mag er veel, heel veel zelfs, ook als het vermoeden van onschuld daarmee in het gedrang lijkt te komen. Gaat de berichtgeving in de zaak-De Pauw dan niet over gecheckte feiten van betrouwbare bronnen?Vanzelfsprekend mag iedereen, ook advocaten, het jammer vinden dat journalisten niet gebonden zijn door dat vermoeden van onschuld of door de rechten van verdediging en mag daar felle kritiek op worden gegeven. Een goed journalist zal overigens ook die kritiek onder de aandacht van zijn of haar publiek brengen. Laten we in dit soort zaken dus vooral goed het onderscheid blijven maken tussen de totaal verschillende rol die journalisten, advocaten, magistraten en andere medewerkers van Justitie spelen en het daarover desnoods dan maar beargumenteerd grondig oneens zijn. Ook dat valt onder de vrijheid van meningsuiting. De permanente spanning en wrijvingen tussen media en Justitie zijn ook een feit en dat zal altijd zo blijven.Tot slot, ongetwijfeld komt binnenkort, bovenop alle bovenstaande kritiek op de media, het verwijt van schending van het geheim van het onderzoek, wanneer details uitlekken (en dat zal wellicht gebeuren) over het nu lopende gerechtelijk onderzoek in Mechelen. Ook door dat geheim van het onderzoek zijn journalisten niet gebonden. Journalistiek leeft vaak van lekken. En waar zullen die lekken in dezen wellicht vandaan komen? Juist.