Elke week komen in heel de wereld duizenden klimaatspijbelaars op straat om politici tot actie aan te sporen. De veelgehoorde klaagzang over de geringe maatschappelijke betrokkenheid van jongeren, lijkt dus niet te kloppen. 'Mijn indruk is juist dat de laatste tijd ook door jongeren weer heel veel wordt geprotesteerd', zegt Jacquelien van Stekelenburg, die onderzoek doet naar demonstraties en collectieve actie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. 'Dat zien we nu met de klimaatspijbelaars, maar dat zagen we eigenlijk ook al met de indignados en Occupy Wall Street.'
...

Elke week komen in heel de wereld duizenden klimaatspijbelaars op straat om politici tot actie aan te sporen. De veelgehoorde klaagzang over de geringe maatschappelijke betrokkenheid van jongeren, lijkt dus niet te kloppen. 'Mijn indruk is juist dat de laatste tijd ook door jongeren weer heel veel wordt geprotesteerd', zegt Jacquelien van Stekelenburg, die onderzoek doet naar demonstraties en collectieve actie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. 'Dat zien we nu met de klimaatspijbelaars, maar dat zagen we eigenlijk ook al met de indignados en Occupy Wall Street.' Verschillen die jongerendemonstraties sterk van vroegere betogingen? Jacquelien van Stekelenburg: Betogingen hebben altijd een politiek motief en dat is vandaag niet anders dan in de jaren 1960. Wat wel nieuw is, en wat ook tot een ander soort mobilisatie lijkt te leiden, zijn de sociale media. In de vakliteratuur wordt dat het verschil tussen collective en connective action genoemd, waarbij collectieve actie slaat op de klassieke mobilisatie via organisaties als de vakbond. Die hebben een tot in de puntjes uitgewerkt script voor een demonstratie, ze bedenken zelfs de leuzen en verschaffen ook vaak nog de banners en het treinkaartje. Dat wordt allemaal van bovenaf bepaald. Dankzij de sociale media kunnen we tegenwoordig allemaal een demonstratie organiseren. Dat is vaak een soort leaderless protest, zonder script en vaak ook zonder sprekers. Zulke demonstraties vinden ook vaak op verschillende plekken plaats. De gele hesjes en de klimaatspijbelaars zijn daar mooie voorbeelden van. Er is geen centrale organisatie die het protest top down bepaalt, nee, het gebeurt juist bottom up. Bij de gele hesjes lopen de protesten vaak uit de hand. Kan zulk straatgeweld effectief zijn? Van Stekelenburg: ' Making it to the news' is superbelangrijk. Het kleine beetje onderzoek dat daarover bestaat, laat zien dat twee dingen belangrijk zijn om op het journaal te komen: een onverwacht grote opkomst, zoals met de klimaatspijbelaars meestal het geval is, en een klein beetje geweld. Als er heel veel geweld is, gaat alle berichtgeving alleen maar over het geweld. Maar bij een klein beetje geweld moeten journalisten de ruimte nog verder invullen, en dan gaat het ook over de organisatoren en de issues. Dus als wij een recept meegeven, zeggen we altijd: zorg voor een onverwacht grote opkomst en een heel klein beetje geweld. Wat ook altijd heel goed helpt om in de krant te komen, zijn ludieke acties. Volgens u is met de klimaatspijbelaars een nieuwe protestgeneratie opgestaan? Van Stekelenburg: Wat is een protestgeneratie? Dat is een generatie die iets meemaakt in haar sociaal-politieke omgeving waarvan ze denkt: fuck, dit is echt heel heftig. Dat is wat nu rondom het klimaat gebeurd lijkt te zijn, een soort gekristalliseerde verontwaardiging waarover iedereen het heeft. Daardoor kan dit inderdaad een protestgeneratie worden.