We weten het al langer: er zijn in ons land te weinig mensen aan de slag en dat geldt zeker ook voor jongeren. De jeugdwerkloosheidsgraad - het percentage van mensen tussen 15 en 24 jaar dat werkloos is - bedroeg de voorbije tien jaar gemiddeld 21 procent, wat overeenkomt met het gemiddelde in de 15 'traditionele' EU-lidstaten. Er zijn evenwel grote verschillen tussen de regio's: in het Brussels Gewest was de jeugdwerkloosheid met 36 procent het hoogst, in Wallonië bedroeg ze 29 procent en in Vlaanderen 14 procent.
...

We weten het al langer: er zijn in ons land te weinig mensen aan de slag en dat geldt zeker ook voor jongeren. De jeugdwerkloosheidsgraad - het percentage van mensen tussen 15 en 24 jaar dat werkloos is - bedroeg de voorbije tien jaar gemiddeld 21 procent, wat overeenkomt met het gemiddelde in de 15 'traditionele' EU-lidstaten. Er zijn evenwel grote verschillen tussen de regio's: in het Brussels Gewest was de jeugdwerkloosheid met 36 procent het hoogst, in Wallonië bedroeg ze 29 procent en in Vlaanderen 14 procent. Toch mogen we ook in Vlaanderen niet achteroverleunen. 'Als je naar de jeugdwerkloosheid in Nederland (10 procent) en Duitsland (9 procent) kijkt, moet het mogelijk zijn om ook bij ons meer jongeren aan het werk te krijgen', zegt Dieter Verhaest, professor economie aan de KU Leuven, die meeschreef aan een rapport over duaal leren dat vrijdag wordt voorgesteld. Duaal leren lijkt dé sleutel om de jeugdwerkloosheid terug te dringen, maar het blijkt geen louter hoeraverhaal te zijn. Wat vooral opvalt, is dat Vlaanderen het qua jeugdwerkloosheid duidelijk minder goed doet dan landen waar een sterke traditie bestaat in duaal leren, waarbij les op school en opleiding op de werkvloer worden gecombineerd. Dat is niet alleen zo in Duitsland, maar ook in Denemarken (12 procent jeugdwerkloosheid), Oostenrijk (10 procent) en Zwitserland (8 procent). 'Bovendien is de kloof tussen de jeugdwerkloosheid en de werkloosheid onder volwassenen in Vlaanderen veel groter dan in die landen', stelt Verhaest. 'In een duaal onderwijssysteem combineren de leerlingen doorgaans per week één tot twee dagen les op school met drie tot vier dagen opleiding op de werkvloer', aldus Verhaest. 'Dat betekent dat zowel de school als de werkvloer essentieel is voor de opleiding. Ook de bedrijven dragen dus een grote verantwoordelijkheid. Samen moeten ze ervoor zorgen dat het onderwijs beter aansluit bij de noden van de arbeidsmarkt en dat de jongeren na hun opleiding vrijwel meteen inzetbaar zijn.' Na diverse proefprojecten heeft de Vlaamse overheid nu beslist om vanaf volgend schooljaar de klassieke vakschool grondig te hervormen. Vanaf 1 september 2019 kunnen leerlingen in het bso en tso hun diploma secundair onderwijs halen via duaal onderwijs. Het uitgebreide aanbod voorziet in opleidingen voor onder meer autotechnicus, fitnessbegeleider, bakker, slager, stukadoor, daktimmerman, kapper en zorgkundige. 'De invoering van een duaal onderwijssysteem is evenwel niet zonder gevaren', waarschuwt Verhaest op basis van ervaringen in landen waar het al is ingevoerd. 'Sommige studies wijzen erop dat de focus op directe inzetbaarheid van jongeren op de arbeidsmarkt op de lange termijn negatieve effecten kan hebben. Hun vaardigheden zijn soms al te zeer gekoppeld aan een specifieke job. En zeker nu de technologieën zo snel veranderen - denk aan robotisering en digitalisering - moeten ook de vaardigheden vlug kunnen worden aangepast. Dat wordt nog moeilijker nu werknemers meestal niet meer hun hele loopbaan bij één werkgever blijven en ze tot na hun 65 jaar moeten blijven werken.' 'Een tweede risico is dat duaal leren jongeren dreigt weg te houden van het hoger onderwijs', vervolgt Verhaest. 'In Duitsland zien we dat er veel minder jongeren in het hoger onderwijs zitten. Dat is natuurlijk geen goed nieuws, want juist het aantal banen voor hoger opgeleiden neemt toe, terwijl de jobs in het middensegment wegsmelten. Een derde risico is dat sommige jongeren maar moeilijk toegang vinden tot het duale leersysteem. Doorgaans moeten de jongeren zelf een werkplek vinden in een onderneming en dat blijkt niet altijd even vlot te lopen, zodat er nog steeds jongeren uit de boot vallen.' Verhaest wijst erop dat de invoering van het duale leersysteem niet overal een succes was. 'In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld hebben de herhaalde pogingen om de participatie in duaal leren te verhogen niet het verhoopte resultaat opgeleverd. Een aantal omgevingsfactoren, zoals de flexibiliteit van de arbeidsmarkt, lijken daarin een grote rol te spelen.' Of duaal leren echt tot verbeterde kansen van jongeren op de arbeidsmarkt leidt, hangt natuurlijk ook in grote mate af van de werkgevers. Verhaest vraagt zich af of de Vlaamse bedrijven voor voldoende kwalitatieve werkplaatsen zullen zorgen. 'Als er niet genoeg bedrijven willen meewerken aan dit nieuwe onderwijssysteem, zal het duaal leren minder succesvol zijn en vallen vooral de zwakkere leerlingen opnieuw uit de boot. We leren uit het buitenland dat bedrijven graag hun verantwoordelijkheid willen opnemen als er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo is de kostprijs van de leerjongen belangrijk. De werkgever wil ook dat zijn investering rendeert en ziet een goede leerling na zijn studies niet graag snel vertrekken.' In het buitenland blijkt duaal leren vooral bij grote ondernemingen goed te functioneren. 'Zij kunnen de vaste kosten van de opleidingen beter spreiden', zegt Verhaest. 'Ze kunnen de jongeren inzetten op verschillende functies en beschikken vaak over eigen opleidingscentra. Voor kleine bedrijven is dat anders en zoals we weten is Vlaanderen een land van kmo's. Dat is dus een nadeel waarmee we maar beter rekening kunnen houden als we het duaal leren lanceren.' Vanaf volgend schooljaar wordt het duaal leren op secundair niveau in Vlaanderen gelanceerd. Jongeren in het beroeps- of technisch onderwijs zullen dan kunnen kiezen of ze hun opleiding via duaal leren dan wel via voltijds school-gebaseerd leren volgen. 'In Nederland zit 20 procent van alle jongeren in het hoger secundair onderwijs in een duaal traject', aldus Verhaest. 'Als we dat succes willen benaderen, moeten we de risico's goed voor ogen houden. De werkgevers moeten beseffen dat die leerlingen geen goedkope arbeidskrachten zijn. Ze zullen bepaalde doelstellingen moeten nastreven en de leerlingen bepaalde vaardigheden moeten aanleren. De overheid en de scholen moeten erop toezien dat die doelstelling ook worden gehaald, want die kwaliteitsgarantie is van essentieel belang om ouders en leerlingen ervan te overtuigen dat duaal leren een valabele keuze is. En alleen dan zullen we meer jongeren aan de slag krijgen.'