Recent heeft de N-VA in het Brussels Parlement een resolutie ingediend om de lessen Nederlands in de Franstalige Brusselse scholen op te drijven. Uiteraard is dit een terechte bezorgdheid. Toch blijven de Vlaams-nationalisten steeds weer terugvallen op de bicommunautaire denkwijze waarmee ze de Brusselse problemen tracht op te lossen. Dit lukt steeds minder. Het analysekader van o.a. de N-VA gaat terug naar de grote communautaire discussies van de jaren zestig. Uit de toenmalige communautaire conflicten zijn ook de Brusselse bicommunautaire structuren - met de nadruk op taalpariteit - voortgekomen.

Internationaal knooppunt

Brussel is intussen geëvolueerd tot een internationaal economisch en politiek knooppunt, waarbij 2/3 van de bevolking van vreemde origine is en 1/3 een buitenlandse nationaliteit heeft. De diversiteit neemt nog dagelijks toe. Tegen 2020 zijn de Nederlandstaligen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geminoriseerd. De bicommunautaire structuren - inclusief het analysekader van de N-VA - vormen geen wissel op de toekomst. Integendeel. Ze liggen mee aan de oorzaak van de grote sociaaleconomische problemen die dit gewest teisteren.

In Brussel leeft meer dan 28 % van de bevolking onder de armoederisicogrens, veel meer dan in de rest van België. Er zijn grote verschillen in Brussel: in Sint-Joost is de mediane belastingaangifte maar half zo hoog als in Sint-Pieters-Woluwe. In Sint-Joost leeft 10% van de actieve bevolking van een leefloon, in Woluwe is dat 1%. De werkloosheid in Sint-Joost of in Sint-Jans-Molenbeek bereikt Spaanse of Griekse hoogtes: om en bij de 30 %. Van de Molenbeekse jongeren is 40 % werkloos. 35 % van de niet-Europese jongeren heeft geen diploma hoger middelbaar onderwijs. 50 % van de leerlingen van het eerste jaar secundair onderwijs heeft minstens een jaar achterstand. Er is een toenemende segregatie. De sociale kloof verbreedt.

De bicommunautarisering van de geesten en de instellingen heeft ervoor gezorgd dat we in een permanent conflict terecht zijn gekomen, waarbij het gezichtspunt wordt vernauwd tot de Vlaamse en Franse gemeenschappen. Heel wat andere, ingeweken gemeenschappen vallen uit de boot. Het gevolg is dat Brussel nog amper samenhang bezit. Daarbovenop zijn de Brusselse structuren hopeloos ingewikkeld en versplinterd. Brussel is de enige stad ter wereld die geen gecentraliseerd bestuur heeft. De versplintering en verspreiding van de diensten zorgen er o.a. voor dat heel wat Brusselse schoolverlaters de weg naar de arbeidsmarkt niet vinden.

Schoolverlaters combineren vaak verschillende nadelen: ze hebben geen diploma, hebben een migratie-achtergrond en wonen in achtergestelde wijken bij ouders die zelf geen werk hebben. Als werkzoekende worden ze bovendien geconfronteerd met een institutionele splitsing van de diensten voor arbeidsvoorziening en de opleidingsdienst voor werkzoekenden, met daarbovenop nog een versnippering van de diensten tussen het gewestelijk en het gemeentelijk niveau. Het overheidsbeleid - in verband met de doorstroming naar de arbeidsmarkt - vormt een labyrint - met een complexiteit aan trajecten met een onzekere afloop - en een onoverzichtelijke opeenstapeling van plannen, maatregelen en programma's. Het huidige beleid wordt doorkruist door verschillende spanningen en breuklijnen tussen de verschillende regeringen, netwerken van actoren uit de overheid, de verschillende verenigingen en de privésector en de moeilijke toeleiding van de verschillende doelgroepen naar opleidingen en werk.

Overkoepelende structuur

Jonge, kansarme werkloze jongeren - die dagelijks met segregatie en uitsluiting te maken krijgen - hebben niets aan politieke steekspelletjes of de profileringsdrang van een aantal partijen. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering moet een pact tussen de verschillende onderwijsnetten, opleidingscentra, arbeidsbemiddelingsorganisaties en werkgevers sluiten, waarbij de verbintenis wordt aangegaan om elke jonge werkzoekende op korte termijn een betrekking, een stage of een opleiding te bezorgen. Daarnaast moeten de werelden van het onderwijs, de verschillende opleidingen, de arbeidsbemiddeling en het beroepsleven worden ondergebracht in een overkoepelende structuur, met het oog op een allesomvattende, coherente en transparante sturing. Het doel hiervan is om duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt te realiseren, waarbij de verschillende actoren hun werking op elkaar afstemmen en de werkzoekende binnen een duidelijke en doorzichtige structuur zich in allerlei tewerkstellingstrajecten kan inschrijven.

Julien Borremans is leerkracht in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel

Recent heeft de N-VA in het Brussels Parlement een resolutie ingediend om de lessen Nederlands in de Franstalige Brusselse scholen op te drijven. Uiteraard is dit een terechte bezorgdheid. Toch blijven de Vlaams-nationalisten steeds weer terugvallen op de bicommunautaire denkwijze waarmee ze de Brusselse problemen tracht op te lossen. Dit lukt steeds minder. Het analysekader van o.a. de N-VA gaat terug naar de grote communautaire discussies van de jaren zestig. Uit de toenmalige communautaire conflicten zijn ook de Brusselse bicommunautaire structuren - met de nadruk op taalpariteit - voortgekomen. Internationaal knooppunt Brussel is intussen geëvolueerd tot een internationaal economisch en politiek knooppunt, waarbij 2/3 van de bevolking van vreemde origine is en 1/3 een buitenlandse nationaliteit heeft. De diversiteit neemt nog dagelijks toe. Tegen 2020 zijn de Nederlandstaligen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geminoriseerd. De bicommunautaire structuren - inclusief het analysekader van de N-VA - vormen geen wissel op de toekomst. Integendeel. Ze liggen mee aan de oorzaak van de grote sociaaleconomische problemen die dit gewest teisteren. In Brussel leeft meer dan 28 % van de bevolking onder de armoederisicogrens, veel meer dan in de rest van België. Er zijn grote verschillen in Brussel: in Sint-Joost is de mediane belastingaangifte maar half zo hoog als in Sint-Pieters-Woluwe. In Sint-Joost leeft 10% van de actieve bevolking van een leefloon, in Woluwe is dat 1%. De werkloosheid in Sint-Joost of in Sint-Jans-Molenbeek bereikt Spaanse of Griekse hoogtes: om en bij de 30 %. Van de Molenbeekse jongeren is 40 % werkloos. 35 % van de niet-Europese jongeren heeft geen diploma hoger middelbaar onderwijs. 50 % van de leerlingen van het eerste jaar secundair onderwijs heeft minstens een jaar achterstand. Er is een toenemende segregatie. De sociale kloof verbreedt.De bicommunautarisering van de geesten en de instellingen heeft ervoor gezorgd dat we in een permanent conflict terecht zijn gekomen, waarbij het gezichtspunt wordt vernauwd tot de Vlaamse en Franse gemeenschappen. Heel wat andere, ingeweken gemeenschappen vallen uit de boot. Het gevolg is dat Brussel nog amper samenhang bezit. Daarbovenop zijn de Brusselse structuren hopeloos ingewikkeld en versplinterd. Brussel is de enige stad ter wereld die geen gecentraliseerd bestuur heeft. De versplintering en verspreiding van de diensten zorgen er o.a. voor dat heel wat Brusselse schoolverlaters de weg naar de arbeidsmarkt niet vinden. Schoolverlaters combineren vaak verschillende nadelen: ze hebben geen diploma, hebben een migratie-achtergrond en wonen in achtergestelde wijken bij ouders die zelf geen werk hebben. Als werkzoekende worden ze bovendien geconfronteerd met een institutionele splitsing van de diensten voor arbeidsvoorziening en de opleidingsdienst voor werkzoekenden, met daarbovenop nog een versnippering van de diensten tussen het gewestelijk en het gemeentelijk niveau. Het overheidsbeleid - in verband met de doorstroming naar de arbeidsmarkt - vormt een labyrint - met een complexiteit aan trajecten met een onzekere afloop - en een onoverzichtelijke opeenstapeling van plannen, maatregelen en programma's. Het huidige beleid wordt doorkruist door verschillende spanningen en breuklijnen tussen de verschillende regeringen, netwerken van actoren uit de overheid, de verschillende verenigingen en de privésector en de moeilijke toeleiding van de verschillende doelgroepen naar opleidingen en werk. Jonge, kansarme werkloze jongeren - die dagelijks met segregatie en uitsluiting te maken krijgen - hebben niets aan politieke steekspelletjes of de profileringsdrang van een aantal partijen. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering moet een pact tussen de verschillende onderwijsnetten, opleidingscentra, arbeidsbemiddelingsorganisaties en werkgevers sluiten, waarbij de verbintenis wordt aangegaan om elke jonge werkzoekende op korte termijn een betrekking, een stage of een opleiding te bezorgen. Daarnaast moeten de werelden van het onderwijs, de verschillende opleidingen, de arbeidsbemiddeling en het beroepsleven worden ondergebracht in een overkoepelende structuur, met het oog op een allesomvattende, coherente en transparante sturing. Het doel hiervan is om duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt te realiseren, waarbij de verschillende actoren hun werking op elkaar afstemmen en de werkzoekende binnen een duidelijke en doorzichtige structuur zich in allerlei tewerkstellingstrajecten kan inschrijven.