Onlangs aan de keukentafel kwam het tot een discussie over de protesten van gele hesjes. Mijn moeder had het verhaal van een postbode gehoord die door de dure brandstof een flink deel van zijn wedde moest opofferen om op zijn werk te raken. Zij had het over de steeds strengere milieunormen waardoor mensen zich nauwelijks nog een woning kunnen veroorloven. Het kan niet, stelde ze, dat mensen zo worden uitgeperst. Ze had gelijk. Te veel mensen in onze samenleving komt het water tot de lippen. Terwijl de ene helft van de samenleving zich zorgen maakt om het einde van de wereld, ligt de andere helft wakker over het einde van de maand.

In plaats van vervuilende bedrijven te blijven verhuizen naar het buitenland, moeten we in ons eigen land nieuwe schone bedrijven bouwen.

En toch. Ik begrijp goed waarom steeds meer mensen opstandig worden door het duurdere leven, maar het is in niemands belang onze kinderen op te zadelen met een milieuramp. We moeten zoeken naar een beleid dat én opnieuw onze economie sterker maakt én zorg draagt voor het milieu. Jazeker, we kunnen ons er op korte termijn van afmaken met wat tegemoetkomingen, door bijvoorbeeld onze ambities voor een schoon milieu af te zwakken. Maar dan wordt de crisis op lange termijn eens zo groot. Er is dus moed nodig om de doelen scherp te formuleren én er is begrip nodig om mensen door de moeilijke aanpassingsperiode te loodsen.

Doel 1. In plaats van vervuilende bedrijven te blijven verhuizen naar het buitenland, moeten we in ons eigen land nieuwe schone bedrijven bouwen. De afgelopen tien jaar is de industrie in ons land met dertien procent gekrompen. Natuurlijk verarmt onze samenleving dan. We sluiten de fabrieken en krijgen Alibaba, Zalando en Bol.com in de plaats. Zo graaf je je economische graf. Laten we nieuwe, schone fabrieken bouwen die ons eigen staalschroot hergebruiken, in plaats van het op vervuilende schepen naar Azië te transporteren. En in plaats van textielfabrieken bankroet te laten gaan, nemen we beter een voorbeeld aan een bedrijf als Libeco, dat dankzij innovatie, creativiteit én duurzaamheid marktleider werd.

Doel 2. De bedrijvigheid bij de mensen houden. De voorbije decennia zijn we steeds meer afhankelijk geworden van werk dat rechtstreeks of onrechtstreeks door de overheid wordt gesubsidieerd in een beperkt aantal grote steden als Brussel en Antwerpen. Uiteraard moeten dan meer mensen pendelen en kosten die verplaatsingen ons veel geld. Gezinnen hebben nu twee of zelfs drie auto's nodig. Het doel moet zijn om in plaats van grote distributiecentra waar bijna niemand werkt meer échte bedrijven naar kleine en middelgrote steden te halen, zodat mensen kunnen wonen en werken op dezelfde plaats.

We sluiten de fabrieken en krijgen Alibaba, Zalando en Bol.com in de plaats. Zo graaf je je economische graf.

Doel 3. Vervuiling en slavernij weren. Een duurzame industriële revolutie die welvaart en jobs oplevert, komt er pas als we consequent zijn. Zolang we met ons geld de concurrentie van onze eigen industrie belonen, zullen we jaar na jaar vaststellen dat het zowel met de economie als met het milieu slechter gaat. De strenge, ambitieuze regels voor onze eigen markt, moeten we dus ook op de buitenlandse handel toegepassen.

Die correctie is niet makkelijk, want we zijn verslaafd geraakt aan vervuiling en uitbuiting. Maar ze is noodzakelijk. Consumeren zonder zelf te produceren leidt nog tot veel grotere problemen. Landen die zich daaraan bezondigen, profiteren wel enkele jaren van goedkope ingevoerde producten, maar daarna worden ze keihard getroffen. Kijk naar wat er met Griekenland is gebeurd, met Italië of zelfs met het Verenigd Koninkrijk. Door bedrijven te belonen voor betere en duurzame productie, dagen we ze uit om innovatief te zijn en meer te maken met minder grondstoffen. Dat betekent wellicht dat sommige producten duurder worden, maar ook dat we meer produceren, dat meer mensen werk hebben en dat we welvaart in ons land houden.

Tijdens die transitie is het cruciaal dat de overheid economische schokken opvangt en zorgt voor mensen die het moeilijk hebben. Maar laat er geen onduidelijkheid bestaan: elke transitie is moeilijk. We hebben boven onze stand geleefd. Alvorens er nieuwe bedrijven zullen ontstaan, zullen er ook oude bedrijven dichtgaan. Maar het is beter zélf een aanpassing door te voeren als je nog enige reserve hebt, dan te wachten tot de economie zo zwak is dat de aanpassing door anderen wordt opgelegd. Vraag dat maar aan de Grieken.

Dit artikel verschijnt woensdag 5 december in Knack.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.