Volgens Van Ostaeyen bestaat er geen twijfel over dat de man jihadistisch geïnspireerd was. Zo riep hij herhaaldelijk 'Allahu Akbar' en vroeg hij de poetsvrouw die hij gijzelde in het atheneum Léonie de Waha of ze moslim is en de ramadan volgt. 'Dat laatste wijst er duidelijk op dat hij het niet gemunt had op moslims', zegt Van Ostaeyen.
...

Volgens Van Ostaeyen bestaat er geen twijfel over dat de man jihadistisch geïnspireerd was. Zo riep hij herhaaldelijk 'Allahu Akbar' en vroeg hij de poetsvrouw die hij gijzelde in het atheneum Léonie de Waha of ze moslim is en de ramadan volgt. 'Dat laatste wijst er duidelijk op dat hij het niet gemunt had op moslims', zegt Van Ostaeyen.Woensdag meldde het federaal parket dat zowel de modus operandi van de schietpartij als de politionele informatie over Herman erop wijzen dat het om een terroristische aanslag kan gaan. Jihadwatchers, onder wie Van Ostaeyen, werpen wel enkele bedenkingen op. Zo is het onwaarschijnlijk dat een terrorist zijn plannen in gevaar brengt door een persoonlijke afrekening: Herman wordt immers ook verdacht van de moord op een ex-gedetineerde die hij kende uit het drugsmilieu de dag voor de schietpartij in Luik. Ook zijn er redenen om aan te nemen dat de man het al op de politie had gemunt vóór zijn bekering in de gevangenis. De vraag is dus in welke mate radicalisering echt een rol speelt in de feiten van dinsdag.De kranten van Sudpress schrijven donderdag dat een cipier van de gevangenis van Marche-en-Famenne afgelopen zaterdag nog in een rapport zijn ongerustheid uitte over de radicalisering van Herman. Volgens de bronnen van Sudpresse stond in het rapport dat Herman omging met een gevangene die op de lijst stond van geradicaliseerde gedetineerden.Van Ostaeyen stelt zich vooral vragen bij de opeising door de terroristische groepering Islamitische Staat, die zegt dat Herman 'de aanval heeft uitgevoerd na oproepen tot het viseren van de landen van de coalitie' die de 'jihadisten' bestrijdt in Syrië en Irak. 'Vooral omdat IS niets toevoegt,' zegt hij. 'De communicatie is zo algemeen dat het eigenlijk op eender wat kan slaan. Zo wordt er bijvoorbeeld niet over het aantal slachtoffers gesproken. We weten dus helemaal niet of de man wel degelijk gelieerd was aan IS, dat hem een soldaat van het kalifaat noemt.'