Vrijheid is een ongelooflijk kostbaar en zeer hooggeschat goed in deze wereld: talloze mensen hebben er de uiterste offers voor gebracht, ervoor gevochten, revoluties en oorlogen gevoerd, zelfs hun levens voor gegeven. Zij die jarenlang in slavernij, onderdrukking of onder terreur geleefd hebben, zullen dit waarschijnlijk nog het meest van allemaal waarderen. Maar wat wanneer deze vrijheid verkregen is? Zijn dan alle problemen automatisch achter de rug? Ik heb het in mijn jaren als gevangenisaalmoezenier te vaak gezien. Vrijheid is een uiterst kostbaar goed, maar - net zoals macht en rijkdom - oh zo moeilijk te hanteren.

Wat Pasen dan met vrijheid te maken heeft? Is dat geen vreemde link? De meesten in onze seculiere maatschappij associëren kerk en christendom eerder met onvrijheid: verplichtingen, regeltjes, 'dit mag niet en dat mag niet'. Dit is waarschijnlijk de voornaamste reden waarom sinds de jaren '50 duizenden de kerk massaal de rug toekeren: een aversie tegen alles wat vroeger opgedrongen en door het strot geduwd werd. Ok, maar bestaat er ook zoiets als een niet-opgedrongen geloof, bewust en vrij gekozen? Er zijn vandaag ook miljoenen gelovigen die God omarmen als hun Bevrijder: omdat Hij hen vrij gemaakt heeft van drugs of alcohol, depressie of zelfhaat, schuld en schaamte, complexen of relatieproblemen.

Jezus was een vrijheidsstrijder in de volste zin van het woord.

De oppervlakkigste definitie van vrijheid is: de afwezigheid van regels, altijd je zin mogen doen, niemand boven jou hebben die je dicteert wat je moet doen. Maar dat is alleen weggelegd voor multimiljonairs die een eigen eiland gekocht hebben, en dan nog... Het is een erg puberale invulling van vrijheid. En ze leidt direct tot andere verslavingen - aan genot, directe bevrediging, kicks... - of tot ijdelheid, leegte of verveling. Echte onvrijheid zit dieper in ons van binnen: mensen kunnen gevangen zitten in angsten, bitterheid, kwetsuren, dwanggedrag... We hebben allemaal ergens onze grote of kleine verslavingen, waar we niet mee kunnen stoppen. Het zit vaak zelfs al in onze denkbeelden en perceptie: tallozen zitten geblokkeerd in minderwaardigheid, wantrouwen, zwart-witdenken, wij-zij-denken, perfectionisme...

Het werd in de kerken waarschijnlijk nooit duidelijk genoeg uitgelegd, maar Jezus' komst op aarde had inderdaad alles met dát soort vrijheid te maken. Zijn naam betekent reeds 'God redt': 'bevrijden' is in feite zijn levensprogramma. En het woord 'evangelie' betekent 'goed nieuws': iemand die het geloof gevonden heeft, zou alleen maar vrijer en gelukkiger moeten worden. Indien niet, is er iets ernstig misgroeid of uit balans. Jezus was in de volste zin van het woord een vrijheidsstrijder (daarover had ik het ook al in mijn vorige kerstcolumn).

Innerlijke vrijheid heeft alles te maken met de kunst om van harte te omarmen wie je bent en wat je plaats is op deze wereld. Een gelovige zegt dan: 'Ik omarm wie ik ben als geliefd schepsel van God, naar zijn beeld geschapen, met alle talenten en gaven die Hij mij gegeven heeft, en Zijn plan voor mijn leven'. Gemakkelijk is dit absoluut niet, vaak een levenslange worsteling. Maar wie (morele en andere) wetten kan omarmen, is een vrij mens.

Daarom kan iemand in een gevangeniscel vrijer zijn dan iemand daarbuiten, en een dakloze gelukkiger dan een miljardair. Daarom kon Samuel Lam, de Chinese evangelist die 20 jaar in afschuwelijke gevangenissen doorbracht, achteraf zeggen: 'Ik ben nooit tevoren of erna zo vrij geweest als toen in mijn cel!' Aan het kruis vastgenageld leek Jezus de meest onvrije en miserabele persoon ter wereld: hij kon zelfs zijn armen of benen niet bewegen zonder de afschuwelijkste pijn. Maar toch hing hij daar als een volkomen vrij mens: zelfs al was dit een zes uur durende foltering, hij had hier vrij voor gekozen. Hij zou het bij wijze van spreken indien nodig opnieuw gedaan hebben. Kunnen we ons zelfs voorstellen dat hij daar volkomen vrij van innerlijke haat of rancune hing? Toen hij uitriep: 'Vader, vergeef het hen', was dat bovenmenselijk moeilijk, maar toch gemeend.

Korte tijd tevoren had Jezus tegen zijn leerlingen gezegd: 'Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden' (Johannes 15:13). Je zou ook kunnen zeggen: 'Niemand is vrijer dan hij die zijn leven geeft, inzet, investeert in anderen'. Het is een heel andere houding dan wie zijn eigen leven krampachtig vastklampt en het angstvallig verdedigt tégen anderen: bevrijd van het ikke-ikke, van de taaie, maar bange zelfbehoudsdrang. Een vriend van mij had een heel goedbetaalde job als ingenieur bij een bouwbedrijf en had een mooie carrière voor zich; maar hij koos ervoor deze op te geven voor een baan in het onderwijs, om meer tijd te hebben voor zijn gezin, zijn pleegkinderen en ontelbare uren idealistisch vrijwilligerswerk: hij was vrij van de mammon, de verslaving aan geld en carrière.

De vrijheid die Jezus wou bewerken met Pasen, is ook verbonden met de absolute geweldloosheid die uit het verhaal spreekt. Want geweld is dwang en manipulatie, en fnuikt de vrijheid. Jezus deed dus exact het omgekeerde daarvan: hij was niet alleen weerloos, maar zoog het geweld als het ware in zich op. Hij incasseerde de klappen, de slagen en het speeksel in zijn gezicht, de bespottingen, de 39 geselslagen, tot de laatste. Het is een perfecte paradox: om mensen vrij te maken, liet Jezus zich bewust gevangen nemen; om aan ons leven te geven, nam hij de dood op zich. Was zijn kruisdood het toppunt van nederlaag en schande, of precies van overwinning en vrijheid?

Geweld is dwang en manipulatie, en fnuikt de vrijheid. Jezus deed dus exact het omgekeerde daarvan: hij was niet alleen weerloos, maar zoog het geweld als het ware in zich op.

Maar toch nog een laatste moeilijke vraag waarmee vele mensen worstelen: hééft Jezus dan het kwaad overwonnen? We zien toch overal in de wereld dat kwaad, oorlog en haat blijven bestaan? Het is één van de redenen waarom joden niet in Jezus geloven: als hij echt de Messias was, zou hij een messiaans vrederijk moeten gebracht hebben. Tja, daar zit wat in. Maar zo simpel is het niet: wij denken te gemakkelijk dat wij God kunnen voorrekenen hoe Hij het beter had moeten doen. 'Als ik God was geweest, ik zou...'. Als Jezus echter een Koninkrijk kwam verkondigen van liefde, hoe zou hij dan zijn heerschappij kunnen afdwingen? Hoe zou hij zijn wil en wetten kunnen forceren, zoals politie dat doet? Hoe zou hij kunnen zeggen: 'Heb je naaste lief zoals jezelf, anders krijg je 20 jaar gevangenis'? 'Vergeef je vijand, anders betaal je een boete'? Nee, ook na Pasen heeft hij nog altijd geen dwangmiddelen of 'religieuze politie' tot zijn beschikking: zijn Koninkrijk is er één van vrijheid. Enkel zij die haar wetten vrijwillig en uit liefde omarmen, zijn er de inwoners van. God respecteert de vrijheid van de mens. Wat een pijnlijk dilemma: almachtig zijn en machteloos tegelijk. 'Als ik God zou zijn...': we zouden allemaal voor de snelle oplossing kiezen: de 'slechteriken' hun vrijheid afpakken, mensen dwingen de wetten te respecteren, de 'pakkans verhogen'...

Dus eigenlijk, als je het zo bekijkt, vindt de moderne mens dat God aan de mensen niet te weinig vrijheid geeft, maar juist te véél? Misschien is dat Zijn grootste fout in de schepping: te (goed)gelovig? Als wij de vader van de verloren zoon zouden zijn, we zouden hem verbieden te vertrekken en deze 'onbeleefde snotaap' thuis kort aan het lijntje houden: het is duidelijk dat hij de vrijheid niet aankan. Wel, God heeft blijkbaar meer geloof dan wij. En machteloos is Hij allerminst: Hij heeft geduld, Hij wil het probleem ten gronde aanpakken. De vader wou het hárt van zijn zoon terugwinnen, niet zijn slaafse onderdanigheid-met-een-lang-gezicht. God is niet in paniek over deze wereld. Hij heerst met rustige standvastigheid.

Ignace Demaerel van de Evangelische Alliantie Vlaanderen (EAV) is godsdienstleraar en auteur.