De kogel is door de kerk, habemus gubernatio! Het Vlaams regeerakkoord van Jambon I werd een lange lijst aan princiepsverklaringen en maatregelen die ondertussen al uitvoerig werden gefileerd door menig opiniemaker en journalist. Eén rode draad die nochtans behoorlijk wat impact zal hebben in Vlaanderen is nog niet aan bod gekomen: de relatie tussen de nieuwe regering en het Vlaamse middenveld.

Dat de Vlaamse regering de samenwerking stopzet met zowel Unia als het Minderhedenforum, werd al snel gelekt. Maar daar stopt het niet. Want wat zeer duidelijk naar voor komt nu het regeerakkoord bekend is, is de controle die de nieuwe Vlaamse regering over haar geëngageerde burgers wil krijgen. Zo wil ze het armoedemiddenveld verenigen en rationaliseren. Dure woorden die in de praktijk betekenen dat armoedeorganisaties enkel nog aan dienstverlening zullen mogen doen binnen de lijnen uitgezet door de Vlaamse regering.

Koepelorganisaties die zich bezighouden met het verenigen van de stemmen van personen in armoede om zo tijdig signalen vanuit het werkveld te kunnen doorspelen en het beleid te kunnen versterken zijn niet meer gewenst.

Dit wegvallen van de politiek-kritische functie van het armoedemiddenveld gecombineerd met het weinig ambitieuze armoedebeleid in het regeerakkoord, betekent waarschijnlijk slecht nieuws voor de groeiende groep in onze samenleving die met armoede te kampen heeft. Ook de gelijke kansenorganisaties zijn hetzelfde lot beschoren.

In het licht van de vele opvallende maatregelen met betrekking tot onderwijs en inburgering, lijkt dit punt over het middenveld misschien triviaal te zijn.

En toch is het dat niet. Het staat symbool voor de plaats die deze regering aan haar eigen burgers geeft in het uitstippelen van het beleid. Met het wegzetten van de kritische functie van het middenveld wordt de afstand tussen burger en beleid namelijk alleen maar groter.

Het middenveld in Vlaanderen is nochtans altijd al een belangrijke speler geweest in de politieke arena, en dan gaat het niet enkel over de traditionele zuilenorganisaties. Burgers die zich verenigen om tot veranderingen te komen, hebben in het verleden vaak onze welvaartstaat en onze fundamentele rechten vooruit geholpen: zonder vakbonden geen minimumloon of betaald verlof, zonder vrouwenrechtenorganisaties geen stemrecht voor vrouwen of strijd voor gelijke vertegenwoordiging in topfuncties, zonder LGBTQI+-organisaties geen homohuwelijk of adoptierechten, zonder verenigingen van personen met een beperking geen vooruitgang op het vlak van aangepast werk of verkorte wachtlijsten voor de zorg, zonder ouderenverenigingen geen alarmbellen over te hoge facturen en te lage kwaliteit, zonder gelijke kansenorganisaties geen goede praktijken op het vlak van inburgering - zoals jobcoaches - waar dit regeerakkoord graag naar verwijst en op verder bouwt. En ga zo maar door.

Dat zijn allemaal verwezenlijkingen die voortkomen uit vrijwillig engagement. Dit regeerakkoord zet dan ook Vlamingen die vrijwilligerswerk doen in de bloemetjes, en terecht. Onze warme samenleving draait op mensen die maaltijden verdelen bij ouderen die niet meer goed te been zijn, voedselpakketten verzamelen voor gezinnen die de eindjes niet meer aan elkaar geknoopt krijgen, buddy worden van nieuwkomers om hen zo alle kansen te geven, huiswerkbegeleiding voorzien voor kinderen die een duwtje in de rug kunnen gebruiken enzovoort.

Maar deze vrijwilligers botsen ook allemaal op dingen die in de praktijk beter kunnen, zaken die het beleid zou moeten aanpakken. Wat baat het om voedselpakketten samen te stellen als de rij wachtenden alleen maar langer wordt? Hoe motiverend is het om huiswerkbegeleiding te voorzien voor een kind dat daarna toch aan zijn lot wordt overgelaten in de klas omdat de leerkracht overbevraagd is?

Net dáárom zijn koepelorganisaties uit de grond gestampt. Zij bouwen verder op de ervaringen van de vele vrijwilligers onder de Vlamingen met de bedoeling om iets aan die structurele problemen te kunnen doen. Dit soort koepelorganisaties zijn dus broodnodig om onze welvaartstaat en mensenrechtenstandaard te kunnen behouden.

Het regeerakkoord gaat ervan uit dat het beleid die signalen wel uit zichzelf zal kunnen opvangen zodat het kritische middenveld overbodig wordt. Maar wie trekt dan aan de alarmbel wanneer de overheid de mist in gaat?

Vanuit de Liga voor Mensenrechten maken wij ons dan ook zorgen over het afkalven van de kritische functie van het middenveld. Want hiermee dreigt onze democratie inderdaad herleid te worden tot het kleuren van een bolletje eens in de zoveel jaar, een zorgelijke evolutie in een tijd waar de bevolking al duidelijk aangaf net méér inspraak te willen bij de politieke elite.

En tot slot nog even dit: het regeerakkoord is doorspekt met referenties naar de verlichtingswaarden en onze fundamentele rechten. Nieuwkomers worden geacht ze te onderschrijven in een inburgeringscontract, sociaal-cultureel organisaties moeten ze breed uitdragen en de regering belooft plechtig om deze principes met hand en tand te verdedigen. Het recht op vrije meningsuiting - zowel individueel als in groep - behoort daar ook toe, net als het democratisch principe van beleidsparticipatie.

De vraag is waarom deze waarden, die onze Vlaamse samenleving zo welvarend hebben gemaakt, nu plots op de schop gaan.