In het grote huis in Vilvoorde is het al jaren stil. Sinds haar zonen naar Syrië zijn vertrokken, woont de gescheiden Ghita B. er in haar eentje. Een tijdlang dacht ze aan verhuizen. Naar Turkije, waar ze dichter bij haar zonen kon zijn en hen misschien kon opvangen als ze het zelfuitgeroepen kalifaat achter zich wilden laten. Maar ze bleef toch. Ze runt haar eigen business als zelfstandige, en die loopt goed. Maar wachten doet ze nog steeds.
...

In het grote huis in Vilvoorde is het al jaren stil. Sinds haar zonen naar Syrië zijn vertrokken, woont de gescheiden Ghita B. er in haar eentje. Een tijdlang dacht ze aan verhuizen. Naar Turkije, waar ze dichter bij haar zonen kon zijn en hen misschien kon opvangen als ze het zelfuitgeroepen kalifaat achter zich wilden laten. Maar ze bleef toch. Ze runt haar eigen business als zelfstandige, en die loopt goed. Maar wachten doet ze nog steeds. Ooit hoopt ze haar drie kleinkinderen te kunnen zien, twee zoontjes van haar oudste zoon Zacharia Iddoub (1990) en eentje van jongste zoon Ismaël Iddoub (1996). Beide zonen zijn in België bij verstek veroordeeld, de oudste tot 15 jaar cel, de jongste tot 5 jaar. Zacharia was 23 en zat bij de eerste golf vertrekkers naar Syrië toen hij in januari 2013 zijn biezen pakte. Zijn jongere broer volgde hem drie maanden later, hij was zestien jaar. Ghita B. liet het er niet bij. Ze trok meermaals naar Turkije en werd op den duur op de luchthaven in Istanbul tegengehouden en teruggestuurd. In april 2019 klaagde ze de Belgische staat aan voor verzuim. De overheid had niets gedaan om haar zonen tegen te houden toen ze naar Syrië vertrokken, klonk het. Intussen werd ze ook zelf aangeklaagd voor het financieren van terrorisme omdat ze regelmatig geld naar haar zonen stuurde. Hoewel ze aanneemt dat haar beide kinderen dood zijn, heeft Ghita B. toch nog een sprankeltje hoop over haar jongste zoon: 'De mensen mogen denken dat ik de realiteit niet onder ogen wil zien, maar er zijn meer dood gewaande Syriëgangers die nog bleken te leven. Ik geef het nog niet helemaal op, misschien zit hij ergens gevangen. Bij de Koerden of de Syrische overheid.' Waarom wilde u een boek schrijven over de stap van uw kinderen om naar Syrië te gaan? Ghita B.: Ik wilde het al langer maar kon het niet omdat het te emotioneel was. Mijn beide zonen, de enige kinderen die ik heb, zijn er niet meer. Het is nog altijd heel emotioneel, maar ik vond dat de tijd rijp was om het verhaal op te schrijven. In de media werden mijn zonen omschreven als Syriëstrijders, dus per definitie slecht. Ze zíjn naar Syrië gegaan, dat is een feit, maar ik wilde meer duiding en achtergrond geven. Over wie ze waren als kind, als tiener. Hoe de oudste vertrok onder invloed van ronselaar Jean-Louis Denis en waarom zijn jongere broer hem volgde. U zegt dat het boek een gezamenlijke getuigenis is in naam van alle families en slachtoffers met de hoop 'de waanzin te doen stoppen'. Wie zijn die slachtoffers en welke waanzin bedoelt u? Ghita B.: Met de waanzin bedoel ik de toenemende haat voor iedere Europese staatsburger die ooit naar Syrië is getrokken. Er wordt geen onderscheid gemaakt. Daarmee wil ik de Syriëstrijders niet goedpraten, integendeel. Maar je moet ze niet allemaal over één kam scheren. Er waren er ook die vóór het ontstaan van de IS vertrokken om de bevolking te helpen tegen president Bashar al-Assad. Zoals er twaalfjarigen waren die in de eerste jaren van de oorlog door hun ouders werden meegenomen en daar nu zitten met een kind van een overleden Syriëstrijder. Met de slachtoffers bedoel ik vooral de kinderen die in de Koerdische kampen zitten. En de ouders en grootouders in België. Een aantal IS-vrouwen is inmiddels teruggekeerd naar Nederland en België. De jezidigemeenschap in beide landen verzet zich daartegen: de jezidi's zijn de échte slachtoffers terwijl de IS-vrouwen er met een paar jaar cel vanaf komen, zeggen ze. Wat vindt u daarvan? Ghita B.: Ik begrijp de woede en onmacht van de jezidi's. Zoals ik ook de algemene angst en bezorgdheid over de terugkeer van Syriëstrijders begrijp. Een celstraf van een paar jaar is niet voldoende. Ik geloof veel meer in een degelijke opvang en psychologische begeleiding. Opsluiting zonder enige vorm van opvang zet mensen alleen maar aan tot meer haat. Die begeleiding is geen makkelijke taak, maar het is niet onmogelijk. De afgelopen twee, drie jaar zijn er ongeveer 140 mensen teruggekeerd naar België. De meesten van hen zijn weer thuis en dat gaat redelijk goed. Veertig terugkeerders zitten nog in de cel. Statistisch gezien moet het dus te doen zijn. In april klaagde u de Belgische staat aan voor verzuim. Toen uw jongste zoon in 2013 naar Syrië vertrok, bleef hij eerst drie dagen in Turkije. In de aanklacht staat dat één telefoontje van de Belgische autoriteiten aan de Turkse overheid de oversteek van uw zoon had kunnen tegenhouden. Ghita B.: De politie luisterde de gsm van Ismaël af. Ze moet dus ook geweten hebben dat hij die drie dagen in Turkije gewoon bereikbaar was via zijn mobiel. Ik kon hem daarop bereiken. Maar de politie heeft niets gedaan. Toen de oudste vertrok, zijn we hem achterna gereisd. De Turkse politie werkte absoluut mee, ze gaf ons alle informatie die voorhanden was. In België heb ik die medewerking nooit gekregen. Dat ze mijn oudste, meerderjarige zoon niet konden tegenhouden omdat hij naar Turkije vertrok, begrijp ik. Maar dat ze Ismaël hebben laten gaan, is iets anders. Hij was 16, ze luisterden hem af en hebben het vervolgens op zijn beloop gelaten. Voor Ismaël vertrok, ben ik meermaals naar de politie gestapt met de vraag of ze mijn zoon konden beschermen. Maar daar hadden ze toestemming van een jeugdrechter voor nodig, klonk het. De politie zegt dus dat ze geen actie kon ondernemen. Maar ze heeft het zelfs nooit geprobeerd. Terwijl het om een minderjarige gaat van wie de ouders naar de politie stappen en om hulp vragen. Ik verwijt hun een totaal gebrek aan medewerking. De zaak is in december voorgekomen, de uitspraak is over twee maanden. Uw advocaat eist 60.000 euro schadevergoeding. Dat veroorzaakte kritiek. Mensen noemen het 'de wereld op haar kop'. Ghita B.: Het spijt me, maar door dit drama ben ik mijn beide zonen verloren. Dat is op geen enkele manier te compenseren en dat vragen we ook niet. We vragen 10.000 euro morele en 50.000 euro materiële schadevergoeding. Omdat ik advocaten moet betalen en heel wat dagen werk en dus inkomsten heb verloren door mijn pogingen mijn zonen op te sporen. Wat met de rechtszaak die tegen u is aangespannen voor financiering van terrorisme? Ghita B.: Die aanklacht loopt nog. De zaak wordt onderzocht. Zoals ik het begrijp, is de staat op zoek naar een link tussen de terreuraanslagen in Parijs en de ouders die geld stuurden naar hun kinderen in Syrië. Wat absoluut nonsens is, ik heb altijd kleine bedragen naar mijn zonen gestuurd voor dagelijks gebruik. Ik ben pas drie jaar geleden grotere bedragen beginnen te sturen, toen Zacharia overleed en ik de rest van mijn familie zo snel mogelijk naar huis wilde brengen. U voert geregeld actie met Moeders van Europa voor de terugkeer van de kinderen uit Koerdische kampen. Weet u waar uw kleinkinderen zijn? Ghita B.: Om mijn familie te beschermen geef ik daar liever geen antwoord op. Laten we het erop houden dat ik net als andere grootouders hoop dat de kinderen uit de kampen worden weggehaald. Als ze daar blijven, hebben we er geen vat op wat er van hen wordt. De kans dat ze radicaliseren is reëel. Door ze naar hier te brengen, houden we er een oog op. Dat zeg ik niet alleen, ook OCAD-directeur Paul Van Tigchelt is van mening dat iedereen moet worden teruggebracht, mannen, vrouwen en kinderen.