Vijftien jaar nadat drie mannen in Oostende de bronzen hand van een Congolese slaaf aan het standbeeld van Leopold II hebben afgezaagd, willen ze een graantje meepikken van alle aandacht die dezer dagen naar ons koloniale verleden gaat. Piet Wittevrongel, de 'geestelijke vader' van de actie, beweert zelfs dat het AfricaMuseum achter de hand aanzit.
...

Vijftien jaar nadat drie mannen in Oostende de bronzen hand van een Congolese slaaf aan het standbeeld van Leopold II hebben afgezaagd, willen ze een graantje meepikken van alle aandacht die dezer dagen naar ons koloniale verleden gaat. Piet Wittevrongel, de 'geestelijke vader' van de actie, beweert zelfs dat het AfricaMuseum achter de hand aanzit.***Een gure winternacht in 2004. Drie mannen stappen over de Oostendse Zeedijk in de richting van de Drie Gapers. Aan het ruiterstandbeeld van koning Leopold II houden ze halt. Ze speuren de dijk af - niemand te zien. Dan halen ze een ijzerzaag boven en zetten die doelbewust tegen de arm van een van de Congolese slaven die dankbaar naar de vorst opkijken. Al hun kracht hebben ze nodig om de zaag door het brons te jagen. Eén keer moeten ze hun bezigheden staken, wanneer een oude vrouw in peignoir haar hondje komt uitlaten. Pas uren later kunnen de mannen de hand van het beeld loswrikken. Maar wat moeten ze ermee? In een opwelling besluiten ze hun buit in de tuin van een nietsvermoedende kennis te begraven. En dan begint het wachten. Tot hun grote verbazing gaan de dagen voorbij zonder dat iemand de verdwijning van de hand opmerkt. Dus sturen de samenzweerders een brief naar het stadsbestuur van Oostende. Ondergetekende: ' De Stoeten Ostendenoare'. Wil het stadsbestuur de afgezaagde hand nog terugzien, dan moet het bordje dat uitleg geeft over het standbeeld worden aangepast. Omdat er geen reactie komt, zullen ze de tekst uiteindelijk zelf vervangen door een volgens hen correctere versie. Ook dat wordt pas opgemerkt wanneer ze zelf een journalist tippen. Ondertussen begint de actiegroep de goegemeente danig op de zenuwen te werken. Zeker als ze in januari 2005, op de verjaardag van de moord op de eerste Congolese premier Patrice Lumumba, het standbeeld van koning Boudewijn verderop op de Zeedijk met rode verf overgieten. Tegen die tijd heeft het gerecht zich al in de zaak vastgebeten. Er volgen ondervragingen en huiszoekingen, en al snel wijst alles in de richting van Blankenbergs gemeenteraadslid en notoir republikein Piet Wittevrongel. Maar niemand die dat ook hard kan maken. Bijna vijftien jaar later, nu de zaak is verjaard en grotendeels ook vergeten, geeft Wittevrongel gretig toe dat hij de 'geestelijke vader' van de actie was. 'Als gemeenteraadslid had ik hier in Blankenberge actiegevoerd om de tekst op het bordje bij het standbeeld van de kolonialen Jozef Lippens en Henri De Bruyne te laten vervangen. Nadat ik een documentaire over de Belgische kolonie had gezien, vond ik dat het geen pas gaf dat zij als helden werden afgeschilderd', vertelt hij in zijn aan de vrije meningsuiting opgedragen privémuseumpje in Blankenberge. 'Mijn initiatief kreeg zo veel weerklank dat ik zelfs werd uitgenodigd om samen met Herman De Croo (Open VLD) in De zevende dag te gaan zitten.' Toen bevriende anarchisten uit Oostende Wittevrongel daarmee feliciteerden, kon hij het niet laten hen erop te wijzen dat hun eigen stad vol staat met monumenten die het kolonialisme verheerlijken. Zo rijpte het plan om Leopold II van zijn stenen paard te lichten. Maar omdat zelfs anarchisten soms door de realiteit worden ingehaald, namen ze uiteindelijk genoegen met een hand. 'Het was natuurlijk één grote provocatie', aldus Wittevrongel. 'Daarom vind ik het jammer dat ze nooit bewijzen tegen ons hebben gevonden. Als ze ons voor de rechter hadden gebracht, hadden we nog meer aandacht gekregen. Om te beginnen zouden we dan een zwarte advocaat hebben ingehuurd om ons te verdedigen. Ik zou ook geëist hebben dat ze de foto van de koning en de koningin van de muur haalden. Hoe zou een rechter onze zaak objectief kunnen beoordelen met de blik van een nazaat van Leopold II op zich gericht? Dat wij op provocatie uit waren, wisten ze natuurlijk - ik denk dat sommigen binnen het gerecht het potje daarom liever gedekt hielden.' Nu de zaak verjaard is, is de kans op een showproces verkeken. Maar dat laten de samenzweerders niet aan hun hart komen. Zeker nu het beladen koloniale verleden van België weer de hele tijd in het nieuws is door de opening van het herboren AfricaMuseum en de Canvas-reeks Kinderen van de kolonie. Geen beter moment om het nog eens over de afgezaagde hand te hebben, moeten ze hebben gedacht. Wittevrongel beweert zelfs bij hoog en laag dat het AfricaMuseum achter hun buit aan zit. 'De mensen van het museum beschouwen ons als de voorlopers van alle actievoerders die later de misdaden van het koloniale bestuur hebben aangeklaagd', zegt Wittevrongel. 'Dat klopt ook: wij hebben veel in beweging gezet. Daar ben ik trots op.' AfricaMuseum-directeur Guido Gryseels ontkent in alle toonaarden dat hij geïnteresseerd is in de wel erg symbolische hand. 'Waarom zou ik die willen? Zelfs als een van onze medewerkers die piste aan het aftasten zou zijn - wat ik onwaarschijnlijk acht - wil dat nog niet zeggen dat de hand in de collectie kan komen. Daar bestaan tegenwoordig strikte procedures voor. De tijd dat iedereen hier zomaar alles kon komen afzetten, is echt wel voorbij.' Toch onderhandelt Wittevrongel ondertussen 'met tussenpersonen' over de overdracht van de hand aan het museum. Een van die tussenpersonen is professor Karel Arnaut van het Centrum Interculturalisme, Migratie en Minderheden (KU Leuven). 'Het klopt dat de mogelijkheid om de hand aan het AfricaMuseum te geven op een informele manier wordt afgetast. Onder meer via mij', zegt Arnaut. 'Het enige wat ik daar nog over kan zeggen, is dat het initiatief niet van het museum is uitgegaan.' Hoe dan ook is de kans klein dat de hand in Tervuren terecht zal komen. Wittevrongel en zijn kompanen zijn met de jaren niet bepaald milder geworden. Als het AfricaMuseum de hand wil, moeten hun eisen eerst worden ingewilligd. Nog altijd willen ze dat de Belgische koninklijke familie haar excuses aanbiedt voor wat Leopold II in Congo heeft gedaan. Daarnaast willen ze dat de tand van Patrice Lumumba, die volgens hen in een doos in het Brusselse Justitiepaleis wordt bewaard, aan zijn familie wordt teruggegeven. Ten slotte eisen ze dat het ruiterstandbeeld van Leopold II in Oostende, waar het allemaal mee begon, wordt weggehaald. Pas als aan die voorwaarden is voldaan, zijn ze bereid om de hand, die ondertussen een eigen sokkel heeft gekregen, af te staan. Maar waar is de hand eigenlijk? Nadat de samenzweerders hem weer hadden opgegraven in de tuin van hun kennis, werd hij even in bewaring gegeven aan leden van de Congolese gemeenschap uit de Brusselse Matongewijk. Er is ook een replica van gemaakt, die Wittevrongel in zijn museumpje bewaart. Waar het origineel vandaag is, weten alleen de drie actievoerders. En dat willen ze ook zo houden. 'Wij beseffen maar al te goed dat de kans dat ze onze eisen inwilligen zo goed als onbestaand is. Stiekem hopen we daar ook een beetje op', zegt Wittevrongel. 'Na al die jaren willen we de hand liever niet meer weggeven. Een mens raakt daaraan gehecht. Als hij niet naar het museum gaat, leggen we hem in de kist van de eerste van ons die overlijdt. We zijn van plan om ons geheim letterlijk mee te nemen in ons graf.' 'Zolang de afgezaagde hand een mythe blijft, zullen mensen erover praten en zich onze boodschap herinneren. Als het aan ons ligt, blijft de hand voor eeuwig en altijd zo mysterieus als het verdwenen paneel van het Lam Gods.'