Elke week vraagt Knack aan ondernemende Belgen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

Net wanneer Irma Wijsman de deur van haar appartement in het centrum van Amsterdam achter zich heeft dichtgeslagen, om via de rolstoellift haar man naar beneden te begeleiden, gaat haar telefoon over. Hij ligt verweesd op de keukentafel. ' Fo-or-midable, fo-or-midable.' De stem van Stromae vult de kamer. ' Tu étais formidable, j'étais fort minable.' Beneden slaat nu ook de voordeur dicht. ' Nous étions formidables.' In de boekenkast leunt Sprakeloos van Tom Lanoye tegen Stiller van Max Frisch. Opwaartse voetstappen op de trap in de gang. Boven de kast hangen zwart-witportretten van Wijsman en haar man: acteur Michel Van Dousselaere (72), bekend van theater, film en televisie. De foto's, gemaakt door Stephan Vanfleteren, zijn te zien in het boek Onuitgesproken en nog heel even in de gelijknamige expo in het Gentse Museum Dr. Guislain. Ze tonen man en vrouw aan het IJsselmeer, in de studio, in bed, als oud-Griekse beelden verstild in elkaars armen. 'Wij hebben geen woorden meer nodig', schrijft Wijsman in Onuitgesproken. 'De ziekte heeft de taal versplinterd en de woorden verloren doen gaan, de herkenning verzwakt en het geheugen bijna laten verdwijnen. Michel is stil geworden, desondanks blijft hij wie hij is: uitgesproken.' De deur van het appartement zwaait opnieuw open. Eind 2014 kreeg Van Dousselaere de diagnose 'progressieve niet-vloeiende afasie', een zeldzame hersenaandoening die in eerste instantie het spraakvermogen aantast en zich in een later stadium naar andere delen van de hersenen uitbreidt. 'Je ontmoet me in de meest heftige, kwetsbare periode sinds de diagnose.' Wijsman is haar appartement weer binnengekomen. Ze maakt koffie, legt haar telefoon weg en gaat aan de keukentafel zitten. 'Aan alles voel ik dat we in onze laatste fase samen zitten. Michel levert iedere keer in, hij trekt zich steeds verder terug. De dood komt nu wel heel dichtbij. Binnenkort is hij jarig en ik besef goed dat dit zijn laatste verjaardag zal zijn.' Praten lukt hem niet meer? Irma Wijsman: Heel af en toe, dan verrast hij me en ben ik enorm gelukkig. Vorige week was Stephan (Vanfleteren, nvdr) op bezoek en bij het afscheid zei Michel plots, hardop: A la prochaine! Ik schrok me rot, ik had zijn prachtige, aparte stem al bijna twee maanden niet meer gehoord. 'Goedemorgen schattebout', was het laatste wat hij ervoor had gezegd, toen ik op een ochtend de kamer binnenkwam. Michels lichaam is het stilaan aan het opgeven, voel ik. Sinds september kan hij niet meer lopen en twee weken geleden is hij ineens heel ziek geworden: een nierbekkenontsteking en een longontsteking, complicaties waaraan je sterft. Gelukkig sloeg hij zich er weer doorheen, maar vorige week hadden we een heel moeilijk gesprek met de huisarts. We hebben alles allang vastgelegd, maar euthanasie is sowieso heel ingewikkeld en het uitgangspunt blijft dat het niet gebeurt zolang er voldoende levenskwaliteit is. Michel moet pret kunnen hebben, dat hebben we met elkaar afgesproken. Als er geen pret meer is, wil hij niet meer. Hij zal zelf bepalen wanneer hij het niet meer de moeite waard vindt, daar vertrouw ik op. Houden van betekent ook: laten gaan. Dat weet Michel ook. Hij weet dat hij mag gaan. En ik zal hem nooit naar een verpleegtehuis sturen, omdat die naar mijn gevoel sterfhuizen zijn. Hij zal hier sterven en niet in een ziekenhuis. Hoe communiceren jullie met elkaar? Wijsman: In deze fase enkel nog via lichaamstaal. We kennen elkaar al zesentwintig jaar, we hebben geen woorden meer nodig, zoals ik ook in het boek heb geschreven. En als Michel iets wil, maakt hij dat wel duidelijk. Met zijn intuïtie of zijn eigenzinnigheid is niets mis. Als hij liever jus d'orange drinkt dan perensap, om maar wat te zeggen, dan pakt hij het glas jus d'orange heus wel beet. Is hij nog altijd Michel? Wijsman: Voor mij wel. Hij is nog steeds mijn man. En ik ben niet alleen zijn mantelzorger, ik ben nog steeds zijn vrouw. Fysiek kan hij niet zoveel meer, hij is compleet afhankelijk, maar hij is wel nog steeds heel ondeugend en heel zacht. Als er vrienden op bezoek komen, volgt hij nog alles. Dan zie je hem echt kijken en genieten, zoals altijd. Michel is niet dement in de traditionele zin, hij snapt donders goed wat er met hem gebeurt. Hij ís er nog, hij kijkt je aan, hij maakt contact, hij is in connectie met zijn omgeving. Alleen weet je niet wat er allemaal in zijn hoofd gebeurt. Hij is natuurlijk niet meer de man die hij voor 2014 was, maar daar wil ik nu niet te veel mee bezig zijn. Op het moment dat ik ga nadenken over wat hij de voorbije jaren allemaal heeft verloren, kan ik niet meer verder. Het diepe verdriet dat in mij zit, laat ik weliswaar heel even toe wanneer ik het voel opwellen, maar ik moet toch telkens weer door. Ik kan niet anders. Tijdens het gesprek met de dokter vorige week moest ik huilen, maar Michel houdt me zo in de gaten dat hij op zo'n moment ook meteen breekt. U moet nu sterk zijn? Wijsman: Het zal misschien vreemd klinken, maar ik ben niet ongelukkig. Ik ben verdrietig, maar niet ongelukkig. Ik ben sterk genoeg om dit te dragen, dat weet Michel, en het is ook helemaal geen last. We krijgen veel hulp en ik vind het nog altijd heel fijn om bij hem te zijn. Al slaap ik wel een pak slechter dan vroeger. Iedere keer als ik wakker word, wil ik Michel vastpakken, hem ruiken, hem voelen. Dan ga ik met mijn hoofd op zijn borst liggen, zodat hij me zachtjes kan strelen en koesteren. (begint te lachen) Hij is weleens midden in de nacht uit bed gerold. Dan krijg ik hem er in mijn eentje niet meteen weer in en dus zeg ik op zo'n moment: 'Kom Doesje, we gaan nog eens kamperen, zoals vroeger.' Kussens, dekens, hond erbij, lekker gezellig allemaal dicht bij elkaar en pas 's ochtends aanbellen bij de bovenbuur met de vraag of hij ons een handje wil komen helpen: heel fijn was dat. Michel en ik hebben altijd een beetje op het scherpst van de snee geleefd, we hebben nooit voor voorzichtigheid gekozen, ik ga dat nu ook niet veranderen. Wat houdt hem recht? Wijsman: Humor. Levensvreugde. En een enorme mentale kracht. Michel is heel eigenzinnig en tegelijk heel zacht. In al die jaren is hij ook niet één keer boos geweest, zelfs niet toen hij zo ziek was... (denkt na) Michel is ongewenst op de wereld gekomen en is heel snel in kostscholen beland, harde afschuwelijke scholen, plekken waar je zeker in die tijd niet wilde zijn. Al van jongs af aan heeft hij zo moeten knokken om er te mogen zijn, om bestaansrecht te krijgen, dat hij ook nu niet snel zal ophouden met vechten. De documentaire die we kort na zijn diagnose nog samen hebben gemaakt ( Acteur verliest de woorden is nog altijd te bekijken via vrt.nu, nvdr) en het boek dat er nu is, hebben hem zeker ook rechtgehouden. Michel heeft gevoeld hoe geliefd hij is, hoeveel mensen hem koesteren. Zijn redding is bovendien ook dat hij zich compleet kan overgeven, dat hij me blindelings vertrouwt. Ik weet niet of ik dat zelf zou kunnen. In dat opzicht zijn we best verschillend. Wat voor iemand was u voor u Michel leerde kennen? Wijsman: Ik kwam uit een dorp bij Nijmegen, ik had eerst fysiotherapie gestudeerd en daarna pas toneelschool, omdat ik aanvankelijk nog niet goed durfde, en ik kwam uit een veilig nest. Mijn ouders hebben mij, mijn broer en mijn zussen altijd onvoorwaardelijke liefde gegeven. We vormden een warm, soms heftig gezin. Een beetje op zijn Italiaans: er werd bij ons thuis altijd intens gediscussieerd. Ik ging ook liever met jongens om dan met meisjes. Ik ben altijd een heel fysiek iemand geweest. Niet per se breed of gespierd, maar wel op mijn lichaam gericht. In mijn jongere jaren ben ik een paar keer Nederlands kampioen taekwondo geworden en ook in Spanje en België heb ik veel toernooien gewonnen. En toen kwam Michel met al zijn charmes het café van De Brakke Grond binnen, het Vlaams cultureel centrum in Amsterdam waar u achter de bar werkte. Wijsman: En waar hij met zijn theatergezelschap, de Blauwe Maandag Compagnie, kind aan huis was. Ik vond hem meteen heel fascinerend. Hij was de eerste man die niet spontaan voor mij opzij ging, hij bleef gewoon staan. Totaal niet te imponeren, die man. Fuck, dacht ik, wat eng, ik zal uit een ander vaatje moeten tappen. Hij daagde me uit om de diepte in te gaan, om alle uiterlijkheden en alle pose achterwege te laten, maar op dat moment was ik daar nog helemaal niet klaar voor. 'Onze zielen raakten elkaar, ondanks verdriet en angst voor verlies', hebt u in Onuitgesproken geschreven.Wijsman: Michel wist na die eerste ontmoeting kennelijk direct dat ik zijn vrouw was. Ik niet, ik had toen nog een relatie. Michel is bovendien veertien jaar ouder en je voelde dat het een man was met een verleden. Hij dook echt op me, terwijl je dat bij mij juist níét moet doen. Je moet me ruimte geven, dan kom ik wel naar je toe. Mijn vader heeft dat ooit letterlijk tegen Michel gezegd: 'Je moet haar loslaten, je drukt veel te hard, dat werkt bij haar niet.' Ik hield sowieso van de heftigheid van de Vlaamse acteurs, het fysieke, het bloemrijke van hun taal, helemaal het tegenovergestelde van de cerebrale Nederlanders, en uiteindelijk heeft Michel me verleid met taal. Veel verhalen en gedichten verteld, veel champagne getrakteerd, niet opgegeven. We hebben veel met elkaar gevochten, in de beginjaren was de intensiteit soms te groot, en we hebben samen veel ellende meegemaakt. Maar we hebben niets laten liggen, niets uitgesteld. We hebben het leven gepakt. Er hangt geen bucketlist meer aan ons prikbord, en gelukkig maar. Op maandagmiddag champagne met oesters? Waarom niet. Een weekend naar Rome? Leuk. Een nacht in de jungle van Sulawesi, nadat we er hopeloos verdwaald waren? Doen we gewoon. De intensiteit van die eerste ontmoeting, en de spanning van alle jaren die erop zijn gevolgd, zijn er nog steeds. Op kleinere schaal weliswaar, maar toch. Er moet nog elke keer iets gebeuren tussen ons, anders is het de moeite niet waard. Taal was zijn kracht. De ziekte heeft hem recht in het hart getroffen. Wijsman: Michel ís taal, ja. Taal was zijn identiteit. Hij spreekt vijf talen, heeft een fotografisch geheugen voor taal, is extreem taalgevoelig. Ik heb zelf toneelschool gedaan: wat ik op een dag instudeerde, kon hij in een uur. Maar door de jaren heen ging het steeds minder goed. Op een filmset kon hij zijn teksten minder en minder onthouden, als ik even van huis weg was begon hij me steeds vaker te bellen, wat hij anders nooit deed, en hij worstelde steeds meer met het aanleren van een nieuwe rol of een nieuw dialect, zoals op de set van Het goddelijke monster, waar hij constant aan het vloeken was omdat hij dat verdomde West-Vlaams maar niet onder de knie kreeg. Achteraf bekeken waren dat de eerste symptomen. Is dit nu de puurste vorm van liefde, ontdaan van alle taal, maskers en opsmuk? Wijsman: Voor mij wel. Je kunt goede seks met iemand hebben, wat ook een heel belangrijk aspect van liefde is, en je kunt elkaar intellectueel uitdagen, maar als dat allemaal wegvalt hou je alleen een soort kern over waarin je elkaar in stilte moet vinden. Nu hij zo stil geworden is, moet ik steeds harder werken om Michel te vinden, maar het gebeurt gelukkig nog wel. Op een niveau dat veel dieper gaat dan wat taal vermag. (lacht) En we zijn goede kussers, dan kom je sowieso al een heel eind. In zekere zin is dit uw ultieme rol. Wijsman: Misschien wel, maar ik ben toch eerder een maker dan een speler, denk ik. Of het nu in het Nederlandse taekwondoteam was, in de theaterwereld of met de cursussen rond coaching en leiderschap die ik al tien jaar geef, ik wil mensen in beweging brengen en dingen maken. Een documentaire, een boek: als er diep in mij iets speelt, moet ik het vormgeven. Op dit moment maakt u Michel. Wijsman: Zo had ik het nog niet bekeken. (zwijgt) Het is waar, maar ik kan dat alleen omdat Michel het toestaat. Het is echt een samenspel. We doen dit met twee. Het gekke is: ik ben altijd graag alleen geweest. Iedere keer als Michel een rol aangeboden kreeg in Vlaanderen was ik dubbel blij. Voor hem, maar ook voor mij. Dan wist ik dat ik weer wat ruimte voor mezelf zou hebben. Maar nu wil ik helemaal geen ruimte meer, ik wil juist de hele tijd bij hem zijn. Een leven zonder Michel wil ik me nog niet voorstellen. Ik weet al wel dat ik doorga, ik zal blijven vechten. Dat heb ik na de dood van mijn ouders ook gedaan, die relatief jong en kort na elkaar zijn gestorven. Een half jaar lang heb ik het alleen maar koud gehad, mijn lichaam werd niet meer warm, maar ik ben wel doorgegaan. Dansen Michel en u nog weleens? Wijsman: O ja! Toevallig dit weekend nog. Het is niet meer staand, zoals vroeger, maar het is wel nog altijd pret. Michel kon heel goed dansen, hij was de enige man die ik op de dansvloer echt wilde volgen. Ons favoriete nummer? 'I'm your man' van Leonard Cohen. (begint zachtjes te zingen) If you want a boxer, I will step into the ring for you...Onvoorwaardelijke liefde, daar gaat het om en dat is wat wij in alles hebben laten zien. Aan elkaar en aan de wereld.