In Italië worden alle niet-essentiële bedrijven gesloten. Kan dat ook bij ons nog gebeuren?
...

In Italië worden alle niet-essentiële bedrijven gesloten. Kan dat ook bij ons nog gebeuren? Erika Vlieghe: Ik denk van niet. Heel wat bedrijven hebben er zelf al voor gekozen om dicht te gaan. De sectoren waarin vandaag nog veel activiteit is, behoren nu al meestal tot de essentiële branches. We hebben meer te winnen bij het nog beter opvolgen van ziekte en infectie bij het personeel in de zorg en de ziekenhuizen, en een nog betere controle op het naleven van social distancing. Vorig weekend was het druk in parken en op andere openbare plaatsen. Gaan die dicht? Vlieghe: Dat hoeft niet per se, maar eventueel moet de toegang beter gereguleerd worden. Misschien moeten er quota komen voor bezoekers in parken, als de social distancing daar niet meer gegarandeerd kan worden. Dat afstand houden moet de eerste prioriteit zijn, maar wij hebben mensen ook altijd geadviseerd om buiten te komen en te sporten. Het moet leefbaar blijven, om het lang genoeg te kunnen volhouden. Zouden jullie zulke buitenactiviteiten nog altijd aanbevelen? Vlieghe: Ja, zolang mensen niet op een kluitje lopen in het park. Het risico dat het virus in de openlucht wordt doorgegeven, is nog altijd vele malen kleiner dan binnenskamers in familiale kring. Mensen hebben ook echt ademruimte nodig. Als we hun dat ontzeggen, gaan ze misschien binnen nog dichter op elkaar zitten, en ontstaan er thuis conflicten. Vorige week werden in China nog amper nieuwe gevallen van covid-19 gemeld. Zullen wij even snel op dat punt komen? Vlieghe: Dat kan niemand zeggen. Voorlopig weten we nog niet eens wanneer we onze piek zullen bereiken, hoewel men er in de meeste modellen vanuit gaat dat het begin april zal zijn. China heeft over deze curve ongeveer twee à tweeënhalve maand gedaan. In België zou je dan in hetzelfde tempo uitkomen op half tot eind mei. Heel veel hangt af van hoe goed de mensen de nieuwe gedragsregels respecteren. Het Imperial College London publiceerde vorige week een paper met verontrustende voorspellingen. Als we het virus helemaal de kop willen indrukken, moeten we de gedragsregels aanhouden tot er een vaccin beschikbaar is. Conclusie: dat kan nog achttien maanden duren. Vlieghe: Dat is een realiteit waarmee we rekening moeten houden. We moeten er dus vooral voor zorgen dat de maatregelen effectief zijn en tegelijkertijd houdbaar blijven voor mensen. We kunnen ze dus soms versoepelen maar later weer verstrakken, als we zien dat het virus weer meer verspreid geraakt. Dat wordt de jojo voor de komende maanden. Sommige maatregelen zijn voor de bevolking aanvaardbaarder dan andere, of hebben net een grotere economische en sociale impact. Ik denk aan alle rusthuizen waar geen bezoek meer mag komen. Dat is voor mensen heel pijnlijk. Aan de andere kant hebben universiteiten nu al beslist dat ze tot het eind van het academiejaar met online afstandsonderwijs zullen werken. Zij ontdekken daar nu de mogelijkheden van. Misschien zijn er wel meer bedrijven die zien dat ze met veel meer telewerk kunnen blijven draaien. Veel mensen hebben nog altijd 5 april in hun hoofd als 'de dag waarop het gewone leven weer kan beginnen'. Vlieghe: Het zal zeker niet op 5 april zijn. Op dat moment hebben we waarschijnlijk pas de piek bereikt, en dat betekent niet dat we meteen daarna onze greep op het virus mogen laten verslappen. Integendeel, we moeten dan dapper volhouden, minstens tot we onder een significante grens van het aantal nieuwe gevallen zijn gezakt. Stel dat die piek aan het begin van april valt: wanneer kunnen we dan aan versoepelingen denken? Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) zei in De Zondag dat deze situatie nog acht weken zal duren. Vlieghe: Daar zijn nog helemaal geen beslissingen over genomen, maar we moeten ons er ook geen illusies over maken. De eerste termijn is tot 5 april afgesproken omdat we moesten zien wat werkbaar was, en dat zullen we de komende tijd evalueren. Vergelijk het met een bergtocht: we zijn bezig aan de steile beklimming en we kunnen de top nog niet goed zien. We moeten ons daarop concentreren. Zodra we boven zijn, wordt het zwaar, maar dan kunnen we misschien ook beginnen te zien hoe we naar beneden raken. Pas als we dáármee bezig zijn, kunnen we plannen maken waar we pinten gaan drinken. Zo werkt het. Ook al zit een deel van de bevolking zich thuis steendood te vervelen, terwijl een ander deel ongelooflijk veel overuren draait. Er is veel discussie of dit virus een tweede piek zal kennen in het najaar, en of we onze immuniteit daarop moeten voorbereiden. Vlieghe: Er is heel weinig bekend over óf en hóé de immuniteit tegen dit virus werkt, en hoelang dat aanwezig blijft. We hebben heel veel geluk gehad dat het coronavirus is uitgebroken nadat we het griepseizoen ongeveer achter de rug hadden. Dat was dit jaar trouwens heel mild. Over wat er gebeurt als die twee virussen tegelijkertijd circuleren kan ik allerlei akelige simulaties maken, maar we weten het dus nog niet. Sinds de eerste uitbraak in Wuhan leren we dag na dag bij. Worden uw inschattingen positiever of negatiever? Vlieghe: Het hangt er wat vanaf. We zijn geschrokken toen we zagen dat ook mensen jonger dan 60 jaar ernstig ziek kunnen worden. Het blijft procentueel een kleine groep, maar we missen nog altijd een aantal risicofactoren. Tot slot: denkt u net als viroloog Marc Van Ranst dat we maar beter geen reis vastleggen voor deze zomer? Vlieghe: We moeten onszelf niet elk perspectief ontnemen: dit zal niet voorbij zijn op 5 april, maar op 5 juli of 5 augustus staan we alweer veel verder. Ik ben optimistisch van aard, en ik hoop in juli of augustus even te kunnen uitrusten met mijn naasten. Dat zal niet op Mallorca of in Rome zijn, maar dat hoeft ook niet. Er zijn verschillende manieren om vakantie te nemen. We zullen wel zien wanneer de internationale grenzen weer opengaan. De komende weken worden cruciaal en heel onprettig, om het zacht uit te drukken. We moeten elkaar nu vooral aanmoedigen om er samen door te raken.