'Als je geblinddoekt in de auto van Frankrijk, Duitsland of Nederland naar België rijdt, weet je zo wanneer je de grens oversteekt. Je vóélt het', zei de onlangs overleden oud-gouverneur Fons Verplaetse ooit in Knack. Dat onze wegen in slechtere staat zijn dan die in onze buurlanden wordt gestaafd door onderzoek van het World Economic Forum, dat elk jaar een index uitbrengt waarin de economieën gerangschikt staan volgens competitiviteit. De kwaliteit van de wegen is er een van de criteria. Nederland staat daar op plaats 2 (na Singapore), Frankrijk op 18, Duitsland op 22 en België op 56. Daarmee zijn we het op één na slechtste land van West-Europa, alleen de Italiaanse wegen zijn nog slechter. Wat dit alles nóg erger maakt: jaar na jaar verliezen we terrein.
...

'Als je geblinddoekt in de auto van Frankrijk, Duitsland of Nederland naar België rijdt, weet je zo wanneer je de grens oversteekt. Je vóélt het', zei de onlangs overleden oud-gouverneur Fons Verplaetse ooit in Knack. Dat onze wegen in slechtere staat zijn dan die in onze buurlanden wordt gestaafd door onderzoek van het World Economic Forum, dat elk jaar een index uitbrengt waarin de economieën gerangschikt staan volgens competitiviteit. De kwaliteit van de wegen is er een van de criteria. Nederland staat daar op plaats 2 (na Singapore), Frankrijk op 18, Duitsland op 22 en België op 56. Daarmee zijn we het op één na slechtste land van West-Europa, alleen de Italiaanse wegen zijn nog slechter. Wat dit alles nóg erger maakt: jaar na jaar verliezen we terrein. Verplaetse zocht het ooit uit voor dit blad: vanaf het begin van de jaren tachtig investeerden we veel minder in onze infrastructuur. 'Een put in de weg niet vullen kost nauwelijks stemmen', aldus Verplaetse. 'Men is er altijd van uitgegaan dat het ongenoegen van de kiezer minder groot zou zijn als men de investering in onze infrastructuur zou verlagen dan als men zou raken aan de courante bestedingen, zoals uitkeringen, subsidies enzovoort.' De Leuvense econoom Wim Moesen zei het ooit zo: 'België heeft ingeteerd op publieke investeringen om zijn besparingsdoelstellingen te halen. Het is de weg van de minste weerstand. Bakstenen betogen immers niet, en ze hebben geen politieke vertegenwoordigers.' Wat geldt voor onze wegen, gaat ook op voor tal van andere zaken. De Nederlandse econoom Mathijs Bouman maakt jaarlijks een 'ranglijst van ranglijstjes', waarin hij een reeks internationale rangschikkingen meeneemt. Daarin prijkt Nederland op plaats 2, Duitsland op 9 en België samen met Frankrijk op plaats 20. Dat zegt het helemaal. Aan de overheidsuitgaven kan het niet liggen, want met 52 procent van het bbp behoort België op dit vlak tot de wereldtop (de Nederlandse overheidsuitgaven bedragen 42 procent). Dat wordt weleens de Belgische paradox genoemd: ondanks hoge overheidsuitgaven presteren we op talloze vlakken ondermaats. En zelfs steeds slechter. De voorbije decennia is er kortzichtig bespaard en werd de weg van de minste weerstand gevolgd, 'maar dat is ook de weg van het minste verstand', placht Moesen te zeggen. En het verval dat daarvan het gevolg was, verliep sluipend. Pas na enkele decennia ondervonden we bijvoorbeeld echt de nadelen van het feit dat er minder geld ging naar nieuwe wegen of naar onderhoud, verlichting, fietspaden enzoverder. Bij de coronacrisis is dat anders: het lakse en kortzichtige beleid wordt meteen afgestraft. Ziekenhuizen lopen snel vol, de dodentol stijgt onverbiddelijk. De mondmaskers zijn symbolisch voor de manier waarop het coronabeleid in ons land wordt gevoerd. In 2006 werd er op verzoek van de overheid een plan opgesteld voor het beheer van een grieppandemie. Mondmaskers speelden daarin een cruciale rol, en er werden 38 miljoen stuks aangekocht. Ze werden niet optimaal bewaard en werden tussen 2015 en 2018 vernietigd omdat dat goedkoper was dan ze elders op te slaan. Ze werden niet vervangen. Het gevolg was een tekort aan mondmaskers bij het uitbreken van de coronapandemie. Zorgverleners en verpleegkundigen konden daardoor geen mondmasker dragen. Dat kan hebben geleid tot extra besmettingen en meer dodelijke slachtoffers. Onze hoge dodencijfers tijdens de eerste golf waren in elk geval internationaal nieuws. Het gaat daarbij niet alleen om geld, het is ook een houding. Politici liepen de voorbije maanden constant achter de feiten aan en vaardigden pas maatregelen uit als het te laat was. In de lente werd al gewaarschuwd voor een nieuwe uitbraak dit najaar en nu die er ook is, blijkt dat er de afgelopen zeven maand geen efficiënte aanpak werd opgezet. Zo hebben we nog steeds geen afdoend test-, track- en tracesysteem. Ook tijdens deze tweede golf is België bij de Europese landen die het hardst worden getroffen. Al jaren boeren we op talloze vlakken beetje bij beetje achteruit in vergelijking met onze buurlanden, we merken het bijna niet. Maar de coronacrisis drukt ons meteen en hard met neus op de feiten: de gevolgen van een laks en kortzichtig beleid zijn steeds desastreus.