Koning Albert II, prins Laurent en prinses Astrid wonen in riante kastelen en villa's zonder één euro huur te betalen. Dat hebben ze te danken aan koning Leopold II, die begin twintigste eeuw zijn bezittingen aan de Belgische staat schonk om te voorkomen dat zijn patrimonium verdeeld zou raken door erfenissen en echtscheidingen. De staat verwierf alle bossen, gronden en gebouwen, op voorwaarde dat toekomstige koningen het genot ervan zouden krijgen.

Van bij de aanvang stond de regering er wel op dat de schenking zelfbedruipend zou zijn. Dat werd nog eens benadrukt toen de Koninklijke Schenking in 1930 als 'zelfstandige openbare instelling' werd opgericht om de gronden en gebouwen te beheren, onderhouden en bewaren. Hoe wordt anno 2019 het koninklijk patrimonium in België beheerd? Wie profiteert van het vastgoed? Wie betaalt de rekening? En wie deelt de lakens uit? Knack, De Tijd, Apache en VRT NWS zochten het uit.

De meeste kosten worden gemaakt voor gebouwen waar de koninklijke familie zelf het genot van heeft.

Flashback naar mei 2018. Op Dataharvest in Mechelen, de Europese conferentie voor onderzoeksjournalistiek, lichtte de Noorse journalist Eiliv Frich Flydal toe hoe hij het patrimonium van het Noorse koningshuis in kaart had gebracht. Op basis van de wet op de openbaarheid van bestuur (wob) kon Flydal documenten bemachtigen waaruit bleek dat het Noorse koningshuis de belastingbetaler méér geld kostte dan tot dan toe bekend was. De vier Belgische media die Flydals presentatie bijwoonden, beslisten meteen om de krachten te bundelen en in België ook zo'n onderzoek te voeren. Het zou anderhalf jaar in beslag nemen.

In België wordt het koninklijke patrimonium op een unieke manier beheerd. Het behoort niet rechtstreeks toe aan de Belgische staat, maar is eigendom van de Koninklijke Schenking. Die openbare instelling mag je niet verwarren met de Civiele Lijst, de middelen die de staat jaarlijks ter beschikking stelt aan koning Filip. Ze bevat evenmin de privé-eigendommen van de royals. De Koninklijke Schenking, met 102 personeelsleden en aangestuurd door een tienkoppige raad van beheer, is bij het grote publiek niet zo bekend. En dat is ook niet verwonderlijk, want ze is erg gesloten. Een van de weinige sporen die je erover vindt in officiële bronnen is een summier financieel overzicht op de website van Financiën, met wat algemene info erbij. De Schenking heeft geen eigen website en publiceert evenmin een jaarverslag of jaarrekening. Een groot verschil met andere autonome openbare instellingen zoals de beurswaakhond FSMA, die een jaarverslag van 208 pagina's publiceert.

Kasteel Ciergnon. © Alexander Dumarey

De archieven zijn niet overgebracht naar het Rijksarchief. Huurcontracten kregen we na een advies van de Commissie voor de Toegang tot Bestuursdocumenten wél te pakken. En de jaarrekeningen van 2010 tot 2017 konden we ook inkijken, zij het enkel ter plekke op de hoofdzetel van de Koninklijke Schenking. De jaarrekening van 2018 stuurde ze ons wel op. Het gaat om een document van amper zes pagina's, wat toch bescheiden is voor een vastgoedbeheerder van zo'n gigantisch patrimonium.

Bonte mix

De Koninklijke Schenking bezorgde ons ook een pdf van 26 pagina's, met in detail opgelijst welke gronden en gebouwen ze bezit. Opgeteld gaat het om zo'n 7530 hectare, nog groter dan Brussel- Stad, Anderlecht en Ukkel samen. Dat komt neer op liefst 0,24 procent van de oppervlakte van België. Het patrimonium strekt zich uit van de Ardennen tot Oostende en is een bonte mix van minstens 77 panden en tal van terreinen, waaronder ruim 5000 hectare bosgebied en 1650 hectare landbouwgrond.

De Koninklijke Schenking beheert vandaag niet alleen de woning van koning Albert II (het kasteel Belvédère in Laken), de villa's van prinses Astrid en prins Laurent, en het buitenverblijf van koning Filip in Ciergnon. Tot haar patrimonium behoren ook zeven andere kastelen, die bijna allemaal worden verhuurd aan golfclubs en privépersonen. De lijst met andere gebouwen, bossen en gronden is ellenlang: drie kantoorgebouwen in Brussel, de bioscoop Vendôme in Elsene, het rusthuis James Ensor in Oostende, acht parken, twee schietterreinen, drie luxegolfclubs, enkele musea, een tenniscomplex, een renbaan, twee kapelletjes, een massa huizen en hoeves in de Ardennen, en ga zo maar door.

Het domein van Ardennen: 4821 hectare bossen. © Alexander Dumarey

De pdf is het meest omvattende overzicht van het koninklijke patrimonium dat voorhanden is, maar roept toch nog vragen op. Over een Frans stuk grond van 6 hectare langs de weg van Villefranche naar Beaulieu weet de Koninklijke Schenking bijvoorbeeld zelf niet goed hoe het zit: dat 'zou' eigendom zijn van de Schenking, maar 'gezien de documenten in de archieven, was hij nooit voorwerp van onroerendgoedbelasting geweest, wat de vrees doet wekken dat hij nooit in het kadaster is ingeschreven in naam van de Belgische staat of de Koninklijke Schenking.'

Opmerkelijk is dat de Koninklijke Schenking niet eens weet hoeveel haar gigantische patrimonium waard is. In de kasboekhouding die de ze voert - een eenvoudig overzicht van de inkomsten en uitgaven - staat geen waarde van activa opgegeven. De laatste raming dateert van 1999 en was nog in Belgische franken, omgerekend naar vandaag zo'n 221 miljoen euro.

'Groots gebaar'

Hoe zijn al die eigendommen precies in het bezit gekomen van de Koninklijke Schenking? Dat leert een oud Senaatsdocument uit 1901. Op 9 april 1900 schreef koning Leopold II een brief aan de minister van Financiën. 'Ter gelegenheid van mijn 65e verjaardag wens ik de Staat mijn eigendommen te overhandigen die bijdragen aan de aantrekkelijkheid en de schoonheid van de plaatsen waar ze zich bevinden', luidde het.

Zijn privé-eigendommen overhandigen aan de staat leek een nobele geste van de koning, maar er moest wel een bijzondere constructie worden opgezet: de 'Koninklijke Schenking'. Het parlement besefte dat die constructie inging tegen de grondwet. Want de koning zou op die manier geen successierechten hoeven te betalen op alle eigendommen die hij naliet. Het leek een signaal dat koning Leopold II boven de wet stond. Toch gingen de parlementsleden er uiteindelijk mee akkoord om een uitzondering te maken voor de koning, gelet op zijn 'grootse gebaar'.

Aan de gift verbond Leopold II drie voorwaarden: de gronden en gebouwen mochten nooit verkocht worden, sommige moesten hun oorspronkelijke functie en uitzicht bewaren, en ze moesten ter beschikking staan van de troonopvolgers.

Japanse Toren. © Alexander Dumarey

In 1908 volgde een tweede schenking en na de dood van Leopold II werd nog een derde reeks eigendommen (afkomstig van een Duitse stichting) toegevoegd aan het patrimonium van de Koninklijke Schenking. Tot 1929 werd er geen punt van gemaakt dat die schenking geld kostte aan de staat, hoewel dat niet de bedoeling was. De kosten waren toch verspreid over verschillende ministeries en over de inkomsten werd nog geen boekhouding bijgehouden. Niemand had er dus echt een duidelijk zicht op.

Maar dat veranderde allemaal met een koninklijk besluit van 1930, dat van de Koninklijke Schenking een 'zelfstandige openbare instelling maakte'. Het ministerie van Financiën moest de Schenking controleren. Als de Koninklijke Schenking eigendommen wilde verkopen, moest ze daarvoor de toestemming krijgen van de minister van Financiën. En de Koninklijke Schenking moest financieel volledig zelfbedruipend zijn. Zo staat het letterlijk in artikel 1 van het koninklijk besluit van 1930: 'Deze instelling moet al hare uitgaven bestrijden met de middelen waarover zij beschikt, zonder lasten voor de Openbare Schatkist.' Ook tijdens een Senaatsdebat in 2009 werd dat nog eens benadrukt door Katrin Stangherlin, auteur van het boek Le patrimoine royal. 'Artikel 1 (...) is zonneklaar over een essentieel punt, dat trouwens een hoeksteen was van het project van Leopold II: de Koninklijke Schenking moet financieel volledig op eigen benen staan.'

Inkomsten uit huur en hout

De eigendommen van de Koninklijke Schenking vallen uiteen in drie categorieën: goederen ter beschikking gesteld van het Koningshuis (zoals de serres van Laken), goederen met een bestemming van algemeen belang (zoals de Koloniale Tuin in Laken of het Arboretum van Tervuren), en privédomein verhuurd aan derden (zoals verschillende kantoorgebouwen in Brussel).

Die verhuur van vastgoed is de belangrijkste inkomstenbron van de Koninklijke Schenking. In 2018 ging het om 4,549 miljoen euro aan huurinkomsten, zo blijkt uit de jaarrekening. Opvallend is dat een deel van die huurinkomsten afkomstig zijn van de Belgische staat zelf. Die huurt niet alleen Hertoginnendal af voor 100.000 euro per jaar, maar ook het 4Bras-kantoorgebouw in Brussel, waar de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank is gevestigd.

Chinees Paviljoen. © Alexander Dumarey

Verder haalt de Schenking inkomsten uit houtverkoop (1,522 miljoen euro), jachtrecht (526.000 euro), visrechten (amper 23.000 euro), de verkoop van hooi (27.000 euro) en diversen (zoals de verkoop van gronden). Samen was dat vorig jaar goed voor 6,96 miljoen euro aan inkomsten.

Bovendien heeft de Schenking een flink spaarpotje uitstaan bij bpost bank. Dat bedroeg vorig jaar 35,64 miljoen euro - inkomsten uit de verkoop van allerhande gronden en panden. Het bedrag bleef de voorbije vijf jaar relatief stabiel.

Exclusief voor koningshuis

Als we de jaarrekeningen uitpluizen, valt op dat de Koninklijke Schenking weinig kosten maakt voor 7500 hectare vastgoed. In 2018 ging het om 6,45 miljoen euro. De vier jaren daarvoor was het nog minder: soms amper 5,8 miljoen euro. Van de kosten gaat elk jaar meer dan een half miljoen euro naar de eigen werking.

Wanneer we nagaan voor welke eigendommen kosten worden gemaakt, blijkt het om een fractie van alle gronden en gebouwen te gaan. In ieder geval gaat het om panden en terreinen waar de koninklijke familie zelf het genot van heeft. Zo ging vorig jaar bijna de helft van de kosten (2,91 miljoen euro) naar het koninklijk domein van Laken. Het Koninklijk Park in dat domein wordt exclusief gebruikt door het koningshuis. Het grote publiek mag er enkel drie weken per jaar een kijkje komen nemen.

De op één na grootste uitgave van de Schenking in 2018 (1,85 miljoen euro) was bestemd voor het Domaine d'Ardenne, waar onder meer het riante Kasteel van Ciergnon ligt. Ook dat staat exclusief ter beschikking van het koningshuis. Aan al de rest van het patrimonium besteedde de Koninklijke Schenking vorig jaar nog geen 740.000 euro.

Kassa kassa

Vraag is: wie betaalt dan de kosten van de andere eigendommen? Het antwoord is simpel: de belastingbetaler. De Belgische overheden - lokaal, gewestelijk en federaal - tasten wel vaker in de buidel om gebouwen en terreinen van de Koninklijke Schenking in stand te houden. (zie kaderstukjes) De Regie der Gebouwen bekostigt renovatiewerken aan Hertoginnedal, de Japanse Toren en het Chinees Paviljoen, en betaalt ook voor het beheer van enkele Brusselse parken die eigendom zijn van de Schenking. De dienst Leefmilieu financiert dan weer de renovatie van de vervallen Serres van Stuivenberg. En in Nieuwpoort legde de stad het Leopold II-park opnieuw aan, volledig op eigen kosten.

De Britse Crown Estate is wel transparant over zijn geldstromen en keert jaarlijks al zijn winst uit aan het ministerie van Financiën.

En er vloeit nog op een andere manier belastinggeld naar de Koninklijke Schenking. De afgelopen vijf jaar ontving ze meer dan 430.000 euro aan Europese landbouwsubsidies. In 2018 ging het nog om 89.641 euro. De Schenking kan die subsidies aanvragen dankzij haar arsenaal landbouwgrond in de Ardennen.

De Koninklijke Schenking moet haar uitgaven toch bekostigen 'zonder lasten voor de Openbare Schatkist'? Gedelegeerd bestuurder Philippe Lens benadrukt dat de schenking 'ontegensprekelijk' financieel op eigen benen staat: 'De Schenking bezit een eigen rechtspersoonlijkheid en volledige financiële autonomie. Ze valt volledig buiten het kader van de federale uitgavenbegroting.' Volgens Lens zijn er telkens goede redenen waarom overheden soms toch bijdragen in de kosten: omdat dat zo is afgesproken in huurovereenkomsten, of omdat het gaat om bestemmingen van algemeen belang waarvan het beheer is overgedragen aan de staat. Nochtans betaalt de Koninklijke Schenking voor het Dudenpark in Vorst wél een jaarlijkse vergoeding van 160.000 euro aan de dienst Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Lens: 'Die stemt overeen met de onderhoudslasten vermeld in de Schenkingsakte van 1900. '

Dat de Schenking 'net als alle andere landbouwproducenten' Europese subsidies ontvangt, kan volgens Lens doordat de Schenking 'vrijwillig deelneemt aan de milieuvriendelijke uitbating van een gedeelte van haar landbouwgronden (biologische productiemethode)'.

Insiders

Dat de overheid onderhouds- en renovatiekosten betaalt van vastgoed met een publieke functie is niet abnormaal. Maar het vastgoed blijft natuurlijk wel eigendom van de Koninklijke Schenking, en is dus niet rechtstreeks van de overheid. En bijgevolg is het de Koninklijke Schenking die beslissingen neemt over dat patrimonium. Zoals de beslissing om het beheer van een aantal eigendommen die geld kosten maar niets opbrengen over te laten aan de overheid. Hoe komen dat soort beslissingen eigenlijk tot stand? We vroegen de verslagen op van de tienkoppige raad van beheer maar kregen ze nooit te zien.

Hotel Belvue, Koningsplein in Brussel. © Alexander Dumarey

Insiders bevestigen dat het koningshuis een grote invloed uitoefent op de Schenking. In de raad van beheer, voorgezeten door graaf Paul Buysse, zitten onder meer econoom Geert Noels en Hans D'Hondt, voorzitter van de FOD Financiën. Maar ook het koningshuis is in de raad van beheer goed vertegenwoordigd, door vier dignitarissen van het hof. Alle beslissingen van de Schenking worden afgetoetst met het paleis, zo vernemen we off the record.

'Natuurlijk gebruiken ze allerlei trucs om kosten af te wentelen. Maar wie kan hen daarin tegenhouden?', zegt een insider. 'Als je het kasteel van Ciergnon op en top wilt renoveren, kun je daar ettelijke miljoenen aan spenderen. Dat geld is meteen opgesoupeerd. Overdrijven ze? Dat is moeilijk: wat is nodig en wat is luxe? Er wordt dan gezegd: het gaat hier wel over het staatshoofd. Tja, je hebt er intussen al meerdere: de oude koning, de huidige, de kroonprinses.'

The Crown Estate

Hoe uniek is de Koninklijke Schenking in internationaal perspectief? 'Persoonlijk heb ik nooit de opportuniteit gehad om een onderzoek te doen omtrent het bestaan van gelijkaardige constructies in andere landen', antwoordt Philippe Lens. Wij hebben dan maar zelf uitgezocht hoe het koninklijk vastgoed wordt beheerd in Noorwegen, Spanje, Nederland, Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Conclusie? Nergens bestaat er een constructie zoals de Koninklijke Schenking. En zeker met de Britse koninklijk vastgoedbeheerder The Crown Estate is het contrast groot.

In het Verenigd Koninkrijk beheert dat orgaan, onafhankelijk van de overheid en het koningshuis, het koninklijk vastgoed (met uitzondering van de koninklijke paleizen, zoals Buckingham Palace en Windsor Castle, en private landgoederen, zoals Balmoral). De Crown Estate is op zijn website transparant over zijn geldstromen. In tegenstelling tot de Koninklijke Schenking weet de Britse Crown Estate wél wat zijn vastgoedportefeuille waard is: 14,3 miljard Britse pond. En last but not least: de Crown Estate keert ook jaarlijks al zijn winst uit aan het ministerie van Financiën. Vorig jaar leverde dat de Britse schatkist 343,5 miljoen Britse pond op, zo staat in het 124 pagina's tellende publiek toegankelijke jaarverslag van 2018/2019.

En hoe kijkt het Belgische koningshuis naar de Koninklijke Schenking en haar Britse tegenhanger? We vroegen een interview aan met koning Filip. 'De Koninklijke Schenking is, zoals u weet, een autonome openbare instelling en valt onder de voogdij van het ministerie van Financiën', reageert Francis Sobry, directeur Media & Communicatie van het Kabinet van Z.M. de Koning. 'Dit betekent dat u zich tot hen moet richten en niet tot het Paleis. De Koning noch ikzelf - als woordvoerder van het Koninklijk Paleis - kunnen zich hierover uitspreken. Verder wil ik u ook meegeven dat de Koning, wegens de neutraliteit die met zijn functie gepaard gaat, geen interviews geeft.'

Lees hier de reactie van gedelegeerd bestuurder Philippe Lens: De Koninklijke Schenking bijt van zich af

Meer info op www.koningshuizen.be.

Hertoginnedal - Kosten: 637.000 euro

© Alexander Dumarey

In 2016 verhuurde de Koninklijke Schenking het kasteel Hertoginnedal (in Oudergem) aan de Regie der Gebouwen voor een periode van 18 jaar. De jaarlijkse huurprijs bedraagt 100.000 euro. Hertoginnedal staat ter beschikking van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister en de FOD Buitenlandse Zaken. Buitenlandse staatshoofden en regeringsleiders kunnen er logeren. De regering organiseert er ook conferenties, vergaderingen en recepties. Maar de overheid betaalt meer dan alleen maar huur. De Regie der Gebouwen heeft op haar eigen kosten in 2018-2019 ook het buitenschrijnwerk van Hertoginnedal laten restaureren. Kostprijs: 637.000 euro. 'In de huurovereenkomst staat dat alle werken en herstellingen, zowel aan de binnen- als buitenkant van de gebouwen, door de huurder moeten worden uitgevoerd', reageert Philippe Lens, gedelegeerd bestuurder van de Koninklijke Schenking. 'Gelet op de omvang en het exclusieve karakter van het domein, de lange huurtermijn en de relatief bescheiden huurprijs voor dit soort locatie, is overeengekomen dat deze werken gedragen worden door de Belgische staat', bevestigt Johan Vanderborght, woordvoerder van de Regie. 'Dit soort onroerend vastgoed is uitzonderlijk en het gebruik en beheer ervan zijn dus ook zeer specifiek.'

Japanse Toren en Chinees Paviljoen - Kosten: 3 miljoen euro

© Alexander Dumarey

De Japanse Toren en het Chinees Paviljoen in Laken zijn eigendom van de Koninklijke Schenking maar worden gebruikt door de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Sinds 2013 zijn ze om veiligheidsredenen gesloten. De toren kampt met stabiliteitsproblemen en de nok van het paviljoen dreigde naar beneden te donderen. De dringende instandhoudingswerken aan de Japanse Toren zijn al gestart, die aan het Chinees Paviljoen (prijskaartje: 160.000 euro) zijn gepland voor eind dit jaar. Voor algemenere restauratiewerken aan het paviljoen trekt de Regie bijna 3 miljoen euro uit. Ze hoopt die werken tegen eind 2023 te kunnen afronden, zodat het paviljoen in de lente van 2024 opnieuw de deuren kan openen.

Philippe Lens wijst erop dat beide gebouwen een bestemming van algemeen belang hebben. 'Het beheer werd al overgedragen aan de staat nog voor de Schenking als openbare instelling is opgericht. De beheers- en onderhoudskosten vallen ten laste van de Regie der Gebouwen. Wij halen uit beide gebouwen ook geen inkomsten.'

Leopold II-park in Nieuwpoort - Kosten: 1,6 miljoen euro

© Alexander Dumarey

In de periode 2008-2010 is het Leopold II-park in Nieuwpoort volledig heraangelegd. Ook dat park behoort tot het patrimonium van de Koninklijke Schenking. Prijskaartje van de heraanleg: 1,6 miljoen euro (zonder btw), bijna volledig bekostigd door de stad Nieuwpoort. Het Agentschap Natuur en Bos van de Vlaamse overheid betaalde daarvoor aan Nieuwpoort een subsidie van 150.000 euro. De Schenking heeft de gronden gratis overgedragen aan de stad Nieuwpoort (al blijven ze eigendom van de Schenking), die ze moet beheren als parkgebied. Dat onderhoud kost Nieuwpoort 37.000 euro per jaar. 'In de huurovereenkomst die we in 2007 afsloten met de Stad Nieuwpoort staat dat de huurder het domein volgens de algemeen gangbare normen moet onderhouden en in stand houden', reageert Philippe Lens van de Koninklijke Schenking. 'Bovendien zijn we geen eigenaar van de sportinfrastructuur die er is gebouwd - onder andere een zwembad. De Stad Nieuwpoort geniet een recht van opstal.'

Brusselse parken - Kosten: miljoenen euro's

© Alexander Dumarey

Aan de voet van het Atomium liggen drie parken die eigendom zijn van de Koninklijke Schenking: de Koloniale Tuin, het Sobieskipark en de Tuinen van de Bloemist. In 1992 nam het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het beheer ervan over. In de deal die premier Jean-Luc Dehaene (CVP) en Brussels minister-president Charles Picqué (PS) daarover sloten, staat dat de Regie der Gebouwen jaarlijks omgerekend zo'n 2 miljoen euro moet betalen aan het Brussels Gewest - in ruil voor het beheer van die 3 en nog 15 andere parken. 'De beheers- en onderhoudskosten vallen wettelijk ten laste van de staat', bevestigt de Koninklijke Schenking. 'We halen hier ook geen inkomsten uit.' Het contract loopt af in 2022.

De conciërgewoning aan de Koloniale Tuin, eveneens bezit van de Schenking, staat sinds april 2019 in de stellingen. Het dak wordt gerestaureerd op kosten van de dienst Leefmilieu van het Brussels Gewest. 'De factuur van 329.083 euro zullen we doorsturen naar de Regie der Gebouwen, want zij moet deze onderhoudswerken eigenlijk doen', reageert de dienst Leefmilieu. En dan zijn er nog de 17 vervallen serres van Stuyvenberg in de Tuinen van de Bloemist. Ook die zijn van de Schenking maar worden verhuurd aan de dienst Leefmilieu, die opstalrecht geniet. De dienst gaat de serres vanaf december afbreken en zes ervan opnieuw opbouwen. Leefmilieu Brussel draagt de kosten van naar schatting 3,5 miljoen euro.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.