Ooit zag ik Herman Brusselmans en Kader Abdolah samen op tv. Iedere keer dat Kader Herman aansprak, noemde hij hem 'Hermansss'. Hij kon uit dramatische overwegingen niet genoeg s'en in die naam persen. 'Hermansss Brusselssmansss.' Hij prees Herman totaal de hemel in, maar bleef hem verkeerd noemen. De Vlaamse Bef... Lettergod gaf geen krimp, hij trok zijn gebruikelijke doodongelukkige hoofd en liet Abdolah rustig door-oreren. Dat vond ik zo mooi dat ik ter p...

Ooit zag ik Herman Brusselmans en Kader Abdolah samen op tv. Iedere keer dat Kader Herman aansprak, noemde hij hem 'Hermansss'. Hij kon uit dramatische overwegingen niet genoeg s'en in die naam persen. 'Hermansss Brusselssmansss.' Hij prees Herman totaal de hemel in, maar bleef hem verkeerd noemen. De Vlaamse Bef... Lettergod gaf geen krimp, hij trok zijn gebruikelijke doodongelukkige hoofd en liet Abdolah rustig door-oreren. Dat vond ik zo mooi dat ik ter plekke verliefd op hem werd. Ik wás dat al eens geweest, maar dat was ik vergeten. Iedere keer dat ik Herman nu zie, denk ik dwangmatig die s'en erbij in mijn hoofd. Hermansss Brusselsmansss. Hij is zo cool, met zijn leren jack. Met zijn pokdalige harses. Hoe hij het woord 'neeeeuuken' uitsmeert in de tijd, alsof je het kunt eten op toastjes. Ik zou graag met hem trouwen, maar hij is bang voor mij. Dat zei hij laatst in de Playboy. Hij vindt mij een enge feministe met grote tieten. Misschien vreest hij dat ik zijn hoofd daartussen zou duwen en hem langzaam zou laten stikken. Maar niets is minder waar, Hermansss. Ik zou je beschermen, lieve man. Ik zou met je meeroken. Samen uit, samen kanker. Ik zou je op schoot nemen en over je uitgekauwde haren aaien. We zouden peukpijpen en borrelbeffen tot het ochtendgloren. Ik zou niets seksueels hoeven, Hermansss. Ik weet dat ik veel te oud voor je ben. Ik zou je alleen vertellen dat je nooit meer een boek moet schrijven. En ook geen columns voor Humo en Nieuwe Revu. Ik zou je vertellen dat je aan zelfinflatie doet. Dat als je incontinent bent, je niet meer moet proberen over anderen heen te zeiken. Dat ik ook geld in het laatje kan brengen. Je hebt zo vreselijk veel goeds geproduceerd, de meest schitterende zinnen, de meest tragihilarische boeken. Je bent een groot schrijver. Dat laat ik niet van je afpakken, verdomme. Je hoort allang gelauwerd op je lauweren te rusten. Je hoeft nu alleen nog maar gewichtig te kijken en langzaam te praten, zoals Connie P. en Tommy W. En je hoeft alleen maar bij mij te zijn, Hermansss Brusselsmansss. Je hoofd tussen mijn feministische tieten te vlijen en me voor te lezen. Ik zal mijn ogen sluiten en me waarschijnlijk meteen weer herinneren waarom ik voor het eerst verliefd op je werd.