Gedurende de hele corona-pandemie wordt er sterke kritiek geuit op de beleidsmakers. Ze zouden te verdeeld zijn, wat een gecoördineerde aanpak quasi onmogelijk maakt. De klassieke boutade dat de inefficiënte staatsstructuur van dit land de voornaamste reden is van de aanzienlijke toename in het aantal coronagevallen, verdient echter nuance. Net voor het Ministerieel Besluit met verstrengde maatregelen van kracht zou zijn, was het op menig boulevard koppenlopen, net als in Sluis afgelopen woensdag, waardoor de lokale Nederlandse overheid zich genoodzaakt zag om op te treden.

In dit artikel leggen we uit hoe een sterke risico-aversie, in combinatie met een hoge mate van individualisme ons kwetsbaar maken tijdens deze crisis.

In de huidige discussie komt Duitsland steeds naar voren als een voorbeeldland omwille van drie zaken die ik gemakkelijkheidshalve even vertaal: stiptheid, nauwkeurigheid en gehoorzaamheid. Problematisch (en meer nog: symptomatisch) is het gebrek aan wetenschappelijke onderbouw in deze discussies.

Hoe zelfreflectie kan leiden tot meer solidariteit.

Veelal blijkt dat België gekenmerkt wordt als een land met een over het algemeen vrij uitgebreid en geëxpliciteerd regel - en gedragskader. De Belgische bevolking is sterk risico-avers in vergelijking met de buurlanden Nederland en Duitsland. Een sterk regelkader biedt ons een gevoel van houvast en controle. Echter, terzelfdertijd zijn we ook zeer individualistisch ingesteld, zeker in vergelijking met Duitsland. De 'excessieve regelgeving' vormt dan vaak een blok aan het been in situaties waarbij het ons individualisme te sterk bedreigt: regels worden dan snel gepercipieerd als disfunctioneel en zelfs onwenselijk, wat meteen een zeer goed moreel argument biedt om zich ertegen te verzetten door ze te ontwijken of ermee te breken.

Deze bevindingen zijn niet uit de lucht gegrepen. Uit onderzoek van Hofstede en Trompeneers dat ondertussen in vele honderden onderzoeken is gerepliceerd, komt de unieke positie van België naar voren inzake risico-aversie.

Naar het ontwijken van regels heb ik tijdens mijn doctoraatsonderzoek uitgebreid internationaal onderzoek gedaan. Door middel van een experimenteel onderzoek (het CorPuS-project) gaven we duizenden respondenten in 15 landen diverse situatieschetsen waarbij ze zich moesten identificeren met een personeelslid, tewerkgesteld in een sociale huisvestingsmaatschappij. Dit denkbeeldige personeelslid moest aanvragen behandelen en vervolgens prioritiseren. Voor de prioritisering van deze aanvragen was telkens expliciete toestemming nodig van een leidinggevende. We simuleerden vervolgens verschillende situaties, waarbij de mate van affectie met de aanvrager werd gemanipuleerd (in het ene geval was dit een voormalige IS-sympathisant, in het andere geval een alleenstaand persoon met een fysieke beperking en verschillende kinderen ten laste).

Wat blijkt? Onze respondenten in België, in vergelijking met buurlanden scoorden merkelijk hoger met het niet-respecteren van deze duidelijke regel: ondanks dat men wist dat het prioritiseren van dergelijke dossiers niet kon zonder expliciete toestemming van de leidinggevende deed men dit toch. Dit effect was bovendien sterk asymmetrisch: in het geval respondenten geen affectie hadden met de cliënt, ging men het dossier sterker tegenwerken dan in het positieve geval waarbij men wel affectie vertoonde met de aanvrager.

Daar komt nog een psychologisch effect bovenop, namelijk dat van cognitieve dissonantie. Om terug te grijpen naar de discussie rond de recente koopzondag: uiteraard had iedereen een prima excuus om zaterdag op de boulevards vertegenwoordigd te zijn. Dat varieerde van de absolute noodzaak van een retour tot het vervallen van een tegoedbon. Punt is dat iedereen zijn of haar gedrag probeert af te stemmen met het 'interne' morele kompas. Hoewel dat men rationeel zou beseffen dat dit gedrag in feite niet aanvaardbaar is (vandaar de terechte beslissingen om de koopzondagen te verbieden in diverse centrumsteden), probeert men zijn of haar gedrag toch steeds te vergoelijken.

Deze hypothese maakt ons kwetsbaar: we hebben het niet voor risico's, maar door de relatieve hoge mate van individualisme ontwijken we de regels waar we zelf behoefte aan hebben nadien over het algemeen eenvoudig. Dit gedrag rationaliseren we vervolgens omdat we ons eigen gedrag aanvaardbaar vinden in vergelijking met dat van onze mede-burgers. Immers, we hebben toch voldoende afstand afgehouden in de winkels en steeds ons mondmasker op gehad? Tenzij die ene keer om te telefoneren, maar dat kan geen kwaad, toch?

Probleem is dat, van zodra dit gedrag door honderdduizenden mensen wordt gerepliceerd, dit een potentieel gevaarlijke cascade in gang zet die aanleiding geeft tot een exponentiële verspreiding van het virus en, jammerlijk genoeg, een verdere beperking van onze vrijheden.

We moeten dus tot het besef komen dat dit mechanisme mogelijk eveneens een grote factor is in de verspreiding van het virus. Uiteraard is het eenvoudiger om de verantwoordelijkheid steeds door te schuiven naar de beleidsmakers. Maar laten we vooral ook eens aan zelfreflectie doen. We zouden er onze medemens én onszelf een dienst mee bewijzen.

Dr. Lode De Waele is vrijwillig onderzoeker bij Erasmus Hogeschool Brussel en de Universiteit Antwerpen. Hij schreef deze bijdrage in het kader van denktank Eleni.

Gedurende de hele corona-pandemie wordt er sterke kritiek geuit op de beleidsmakers. Ze zouden te verdeeld zijn, wat een gecoördineerde aanpak quasi onmogelijk maakt. De klassieke boutade dat de inefficiënte staatsstructuur van dit land de voornaamste reden is van de aanzienlijke toename in het aantal coronagevallen, verdient echter nuance. Net voor het Ministerieel Besluit met verstrengde maatregelen van kracht zou zijn, was het op menig boulevard koppenlopen, net als in Sluis afgelopen woensdag, waardoor de lokale Nederlandse overheid zich genoodzaakt zag om op te treden. In dit artikel leggen we uit hoe een sterke risico-aversie, in combinatie met een hoge mate van individualisme ons kwetsbaar maken tijdens deze crisis.In de huidige discussie komt Duitsland steeds naar voren als een voorbeeldland omwille van drie zaken die ik gemakkelijkheidshalve even vertaal: stiptheid, nauwkeurigheid en gehoorzaamheid. Problematisch (en meer nog: symptomatisch) is het gebrek aan wetenschappelijke onderbouw in deze discussies. Veelal blijkt dat België gekenmerkt wordt als een land met een over het algemeen vrij uitgebreid en geëxpliciteerd regel - en gedragskader. De Belgische bevolking is sterk risico-avers in vergelijking met de buurlanden Nederland en Duitsland. Een sterk regelkader biedt ons een gevoel van houvast en controle. Echter, terzelfdertijd zijn we ook zeer individualistisch ingesteld, zeker in vergelijking met Duitsland. De 'excessieve regelgeving' vormt dan vaak een blok aan het been in situaties waarbij het ons individualisme te sterk bedreigt: regels worden dan snel gepercipieerd als disfunctioneel en zelfs onwenselijk, wat meteen een zeer goed moreel argument biedt om zich ertegen te verzetten door ze te ontwijken of ermee te breken. Deze bevindingen zijn niet uit de lucht gegrepen. Uit onderzoek van Hofstede en Trompeneers dat ondertussen in vele honderden onderzoeken is gerepliceerd, komt de unieke positie van België naar voren inzake risico-aversie. Naar het ontwijken van regels heb ik tijdens mijn doctoraatsonderzoek uitgebreid internationaal onderzoek gedaan. Door middel van een experimenteel onderzoek (het CorPuS-project) gaven we duizenden respondenten in 15 landen diverse situatieschetsen waarbij ze zich moesten identificeren met een personeelslid, tewerkgesteld in een sociale huisvestingsmaatschappij. Dit denkbeeldige personeelslid moest aanvragen behandelen en vervolgens prioritiseren. Voor de prioritisering van deze aanvragen was telkens expliciete toestemming nodig van een leidinggevende. We simuleerden vervolgens verschillende situaties, waarbij de mate van affectie met de aanvrager werd gemanipuleerd (in het ene geval was dit een voormalige IS-sympathisant, in het andere geval een alleenstaand persoon met een fysieke beperking en verschillende kinderen ten laste). Wat blijkt? Onze respondenten in België, in vergelijking met buurlanden scoorden merkelijk hoger met het niet-respecteren van deze duidelijke regel: ondanks dat men wist dat het prioritiseren van dergelijke dossiers niet kon zonder expliciete toestemming van de leidinggevende deed men dit toch. Dit effect was bovendien sterk asymmetrisch: in het geval respondenten geen affectie hadden met de cliënt, ging men het dossier sterker tegenwerken dan in het positieve geval waarbij men wel affectie vertoonde met de aanvrager.Daar komt nog een psychologisch effect bovenop, namelijk dat van cognitieve dissonantie. Om terug te grijpen naar de discussie rond de recente koopzondag: uiteraard had iedereen een prima excuus om zaterdag op de boulevards vertegenwoordigd te zijn. Dat varieerde van de absolute noodzaak van een retour tot het vervallen van een tegoedbon. Punt is dat iedereen zijn of haar gedrag probeert af te stemmen met het 'interne' morele kompas. Hoewel dat men rationeel zou beseffen dat dit gedrag in feite niet aanvaardbaar is (vandaar de terechte beslissingen om de koopzondagen te verbieden in diverse centrumsteden), probeert men zijn of haar gedrag toch steeds te vergoelijken.Deze hypothese maakt ons kwetsbaar: we hebben het niet voor risico's, maar door de relatieve hoge mate van individualisme ontwijken we de regels waar we zelf behoefte aan hebben nadien over het algemeen eenvoudig. Dit gedrag rationaliseren we vervolgens omdat we ons eigen gedrag aanvaardbaar vinden in vergelijking met dat van onze mede-burgers. Immers, we hebben toch voldoende afstand afgehouden in de winkels en steeds ons mondmasker op gehad? Tenzij die ene keer om te telefoneren, maar dat kan geen kwaad, toch? Probleem is dat, van zodra dit gedrag door honderdduizenden mensen wordt gerepliceerd, dit een potentieel gevaarlijke cascade in gang zet die aanleiding geeft tot een exponentiële verspreiding van het virus en, jammerlijk genoeg, een verdere beperking van onze vrijheden.We moeten dus tot het besef komen dat dit mechanisme mogelijk eveneens een grote factor is in de verspreiding van het virus. Uiteraard is het eenvoudiger om de verantwoordelijkheid steeds door te schuiven naar de beleidsmakers. Maar laten we vooral ook eens aan zelfreflectie doen. We zouden er onze medemens én onszelf een dienst mee bewijzen.Dr. Lode De Waele is vrijwillig onderzoeker bij Erasmus Hogeschool Brussel en de Universiteit Antwerpen. Hij schreef deze bijdrage in het kader van denktank Eleni.