Waar in 2012 nog 8,7% van de Vlaamse leerlingen het basisniveau van financiële geletterdheid niet haalde, loopt dit bij de meest recente meting op tot 12%.

Hoe we de financiële geletterdheid van Vlaamse jongeren kunnen én moeten verbeteren.

Deze leerlingen kunnen bijvoorbeeld niet de waarde van een eenvoudig budget herkennen, noch kunnen ze opvallende kenmerken in dagelijkse financiële documenten, zoals 'factuur', interpreteren.

Dat bijna 1 op de 8 van onze 15-jarige leerlingen zo over onvoldoende financiële vaardigheden beschikt om volwaardig te participeren aan de samenleving als onafhankelijke en verantwoordelijke burgers is vanuit maatschappelijk oogpunt ontoelaatbaar.

In een recente studie van Itinera duiden we de gevaren van lage financiële geletterdheid. Financiële geletterdheid hangt samen met een goede voorbereiding op het pensioen, beter schuldbeheer en meer financiële planning op lange termijn.

Voor leerlingen die deze basiscompetentie in financiële geletterdheid niet halen moeten we dringend een tandje bijsteken. Voor deze groep komt het opnemen van financiële educatie in het hervormde secundair onderwijs geen dag te laat. Vanaf 1 januari 2018 zullen alle leerlingen een basisniveau moeten behalen.

Omgekeerd is het percentage leerlingen die het hoogste scoren in financiële geletterdheid ook sterk toegenomen: van 19,7% in 2012 tot 24% in de meest recente meting. Deze leerlingen kunnen complexe financiële producten analyseren en zaken zoals 'transactiekosten' duiden. Deze groep van leerlingen zullen we in het hervormde secundair onderwijs moeten blijven uitdagen. Dit kan in heterogene klasgroepen waar er in het lesmateriaal expliciet oog is voor deze diversiteit in financiële competenties.

Het grote verschil tussen de sterk en zwak presterende leerlingen zien we ook terugkomen in de resultaten van de PISA-meting voor lezen en wiskunde. Meer dan 70% van de score op financiële geletterdheid kan verklaard worden door de score van lezen en wiskunde.

Dit bevestigt het belang om reeds op jonge leeftijd en op een graduele manier financiële educatie aan te bieden via een cross-curriculum aanpak (waarbij binnen de vakken duidelijke leerdoelen voor financiële educatie worden gedefinieerd).

Een graduele benadering laat niet enkel toe om de complexiteit stelselmatig te laten toenemen, maar geeft jongeren ook de kans om zich langzaam vertrouwd te maken met attitudes en denkkaders die relevant zijn.

Meer dan 70% van de score op financiële geletterdheid kan verklaard worden door de score van lezen en wiskunde.

Opvallend is ook dat een groot deel van de financiële geletterdheid verklaard kan worden door de socio-economische status van de leerlingen. Waar dit voor de andere OESO landen gemiddeld maar 10% is, loopt dit in Vlaanderen op tot maar liefst 16%.

Bovendien is het verschil tussen autochtone leerlingen en leerlingen met een migrantenafkomst in Vlaanderen het hoogst van alle onderzochte landen. Dit pleit opnieuw om financiële educatie vroeg in het curriculum op te nemen zodat alle jongeren financiële vorming krijgen en er geen selectie is die bij vrijwillige initiatieven bestaat.

Tot slot observeren we dat jongeren die reeds in aanraking kwamen met financiële producten beter presteren. Dit wijst op het belang van andere actoren dan het onderwijs alleen.

Waar er in het onderwijs een stevig fundament moet gelegd worden voor de kennis, vaardigheden en attitudes in financiële geletterdheid, is er op latere leeftijd ook 'just in time' vorming nodig. Dit kan bijvoorbeeld via rekenmodules, check-lists of informatie over levensmomenten zoals die op onafhankelijke websites als wikifin.be worden aangeboden.

Maar ook financiële instellingen hebben een rol door bijvoorbeeld de kleine lettertjes leesbaar te maken via 'smart disclosures'. Samen kunnen we ervoor zorgen dat de volgende PISA-resultaten wel een reden tot feesten zijn.

Kristof De Witte is houder van de Wikifin-Leerstoel Financiële Geletterdheid aan de KU Leuven en visiting fellow bij Itinera.

Waar in 2012 nog 8,7% van de Vlaamse leerlingen het basisniveau van financiële geletterdheid niet haalde, loopt dit bij de meest recente meting op tot 12%.Deze leerlingen kunnen bijvoorbeeld niet de waarde van een eenvoudig budget herkennen, noch kunnen ze opvallende kenmerken in dagelijkse financiële documenten, zoals 'factuur', interpreteren.Dat bijna 1 op de 8 van onze 15-jarige leerlingen zo over onvoldoende financiële vaardigheden beschikt om volwaardig te participeren aan de samenleving als onafhankelijke en verantwoordelijke burgers is vanuit maatschappelijk oogpunt ontoelaatbaar.In een recente studie van Itinera duiden we de gevaren van lage financiële geletterdheid. Financiële geletterdheid hangt samen met een goede voorbereiding op het pensioen, beter schuldbeheer en meer financiële planning op lange termijn.Voor leerlingen die deze basiscompetentie in financiële geletterdheid niet halen moeten we dringend een tandje bijsteken. Voor deze groep komt het opnemen van financiële educatie in het hervormde secundair onderwijs geen dag te laat. Vanaf 1 januari 2018 zullen alle leerlingen een basisniveau moeten behalen. Omgekeerd is het percentage leerlingen die het hoogste scoren in financiële geletterdheid ook sterk toegenomen: van 19,7% in 2012 tot 24% in de meest recente meting. Deze leerlingen kunnen complexe financiële producten analyseren en zaken zoals 'transactiekosten' duiden. Deze groep van leerlingen zullen we in het hervormde secundair onderwijs moeten blijven uitdagen. Dit kan in heterogene klasgroepen waar er in het lesmateriaal expliciet oog is voor deze diversiteit in financiële competenties.Het grote verschil tussen de sterk en zwak presterende leerlingen zien we ook terugkomen in de resultaten van de PISA-meting voor lezen en wiskunde. Meer dan 70% van de score op financiële geletterdheid kan verklaard worden door de score van lezen en wiskunde.Dit bevestigt het belang om reeds op jonge leeftijd en op een graduele manier financiële educatie aan te bieden via een cross-curriculum aanpak (waarbij binnen de vakken duidelijke leerdoelen voor financiële educatie worden gedefinieerd).Een graduele benadering laat niet enkel toe om de complexiteit stelselmatig te laten toenemen, maar geeft jongeren ook de kans om zich langzaam vertrouwd te maken met attitudes en denkkaders die relevant zijn.Opvallend is ook dat een groot deel van de financiële geletterdheid verklaard kan worden door de socio-economische status van de leerlingen. Waar dit voor de andere OESO landen gemiddeld maar 10% is, loopt dit in Vlaanderen op tot maar liefst 16%.Bovendien is het verschil tussen autochtone leerlingen en leerlingen met een migrantenafkomst in Vlaanderen het hoogst van alle onderzochte landen. Dit pleit opnieuw om financiële educatie vroeg in het curriculum op te nemen zodat alle jongeren financiële vorming krijgen en er geen selectie is die bij vrijwillige initiatieven bestaat.Tot slot observeren we dat jongeren die reeds in aanraking kwamen met financiële producten beter presteren. Dit wijst op het belang van andere actoren dan het onderwijs alleen.Waar er in het onderwijs een stevig fundament moet gelegd worden voor de kennis, vaardigheden en attitudes in financiële geletterdheid, is er op latere leeftijd ook 'just in time' vorming nodig. Dit kan bijvoorbeeld via rekenmodules, check-lists of informatie over levensmomenten zoals die op onafhankelijke websites als wikifin.be worden aangeboden.Maar ook financiële instellingen hebben een rol door bijvoorbeeld de kleine lettertjes leesbaar te maken via 'smart disclosures'. Samen kunnen we ervoor zorgen dat de volgende PISA-resultaten wel een reden tot feesten zijn. Kristof De Witte is houder van de Wikifin-Leerstoel Financiële Geletterdheid aan de KU Leuven en visiting fellow bij Itinera.