'Er is een ernstig probleem met onze sociale zekerheid', zegt Bea Cantillon. 'Er is geld te kort, en dat probleem wordt steeds groter.' Als het gaat over onze welvaartsstaat is Cantillon, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen, de leading lady. Vorige week was ze een van de experts die tijdens een parlementaire hoorzitting hun visie gaven op de financiering en betaalbaarheid van onze sociale zekerheid. Die wordt alom geroemd. Velen benijden onze terugbetalingen voor gezondheidszorg, onze kinderbijslagen, pensioenen, uitkeringen bij invaliditeit of werkloosheid enzovoort. Maar hoelang zal dat systeem betaalbaar blijven? Hoe houden we het overeind?

De sociale bijdragen dekken de uitgaven van de sociale zekerheid voor minder dan 60 procent.

1. Het tekort: '6,3 miljard in 2024'

Elk jaar gaapt er een financieel gat in onze sociale zekerheid. Niemand kijkt daar nog van op, maar de cijfers zijn hallucinant. Dit jaar zal het tekort bijna 1,5 miljard euro bedragen. Tegen 2021 wordt dat, bij ongewijzigd beleid, 4 miljard. En tegen 2024 zelfs 6,3 miljard. 'We kampen al met een begrotingstekort en met oplopende vergrijzingskosten', zegt econoom Gert Peersman (UGent). 'Als we niets doen, zitten we tegen 2040 met een tekort van minstens 4,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Om u een idee te geven: exclusief de bijdragen aan Europa en de sociale zekerheid geeft de federale overheid nu 5 procent van het bbp uit. Een tekort van bijna 5 procent is dus gigantisch.'

En dan geven de cijfers over het tekort in de sociale zekerheid nog een geflatteerde voorstelling. Het geld voor dat systeem komt in principe van de sociale bijdragen, die zowel werkgevers als werknemers storten. Bea Cantillon benadrukt graag het belang daarvan: 'De sociale bijdragen zorgen voor verantwoordelijkheid en wederkerigheid: je draagt iets bij en krijgt er iets voor terug. Dat zorgt er ook voor dat onze sociale zekerheid geen staatssysteem is. Het wordt gedragen door de sociale partners.' De overheid zelf heeft, met andere woorden, niet zo veel in de melk te brokkelen.

Het punt is: de sociale bijdragen volstaan allang niet meer om de uitgaven van de sociale zekerheid te dekken. In 1990 lukte dat nog voor 75 procent, in 2000 voor 68 procent. Vandaag lukt het voor minder dan 60 procent. De overheid past het tekort bij - en kan zich dus ook steeds meer moeien. Een deel van de btw-ontvangsten en inkomsten uit de roerende voorheffing stort ze door: in het jargon heet dat de 'alternatieve financiering'. Is er dan nog een gat, dan werkt de regering dat weg met een 'evenwichtsdotatie'. Dit jaar bedroeg die ongeveer 1,5 miljard euro. Maar de regering-Michel heeft beslist dat de evenwichtsdotatie in 2021 zal verdwijnen. Als er geen andere financiering komt, zal het geldprobleem dan aan de oppervlakte komen.

Met onze uitgaven voor sociale bescherming behoren we tot de top in de Europese Unie. In een nieuwe studie berekent professor Jozef Pacolet (KU Leuven) dat die uitgaven 30 procent van ons bbp bedragen. Dat is ongeveer 125 miljard euro. Alleen in Denemarken, Finland en Frankrijk liggen ze nog hoger. Wie de cijfers ontleedt, ziet dat de meeste sociale uitgaven in België blijven stijgen. Die uitgaven voor de gezondheidszorg zijn geklommen van 23 miljard in 2009 naar 26 miljard vandaag. De pensioenen van 33 miljard naar 44 miljard. De werkloosheidsvergoedingen zijn in diezelfde periode wel gedaald van 7 naar 6 miljard, maar de vergoedingen voor ziekte- en invaliditeit stegen van dan weer van 3 naar 9 miljard. Dat de overheid strenger is geworden bij de toekenning van de werkloosheidsuitkering, verklaart die stijging voor een deel.

© Zaza

2. De inkomsten: 'Laaghangend fruit'

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze sociale zekerheid niet verdrinkt in de rode cijfers? Yves Stevens, specialist in het sociaal recht en het pensioenrecht aan de KU Leuven, kijkt daarvoor naar de sociale bijdragen zélf. 'Er is veel laaghangend fruit', zegt hij. Stevens hekelt 'de wildgroei aan loonvormen om aan de klassieke bijdrage voor de sociale zekerheid te ontsnappen. Daar kan zeker iets aan gedaan worden.' (Zie ook blz. 45.)

Armoede-expert Wim Van Lancker (KU Leuven) pleit ervoor om ook te kijken naar de 'alternatieve financiering' van de sociale zekerheid. 'Misschien moet er meer geld uit de btw-ontvangsten naar de sociale zekerheid vloeien', zegt hij. 'We kunnen ook meer inkomsten halen uit de roerende voorheffing, en bijvoorbeeld het kapitaal belasten. Ook uit de onroerende voorheffing, van de belastingen op een tweede of derde huis, kan er meer geld komen.'

Bea Cantillon wandelt een heel eind mee op dat pad. 'Ook vermogens zouden tot de financiering van de sociale zekerheid moeten bijdragen', zegt ze - waarmee ze hint op een vermogensbelasting. Ze laat nog een proefballonnetje op: 'Vroeg of laat zal er een CO2-heffing komen. Waarom zouden we de inkomsten daarvan niet aanwenden voor de sociale zekerheid?'

Bij de pleidooien om de financieringsproblemen op te vangen met extra of nieuwe sociale bijdragen of belastingen, mogen we één ding niet vergeten: de belastingdruk in België is nu al bij de hoogste van Europa. Vorig jaar steeg hij nog lichtjes, tot 47,2 procent. Heb je dan nog wel veel ruimte? Alleen Frankrijk liggen de belastinginkomsten en sociale bijdragen nog hoger, met 48,4 procent van het bbp. Het gemiddelde in de eurozone is 41,7 procent.

3. De uitgaven: 'Later met pensioen'

Is er niets mogelijk aan de uitgavenkant? Kan er worden bespaard? Dat zien de experts niet meteen zitten. 'De werkingskosten van de Belgische sociale zekerheid zijn relatief laag', zegt Wim Van Lancker. 'We moeten nagaan hoe het nog efficiënter kan, natuurlijk. Maar daarmee zullen we de financieringsproblemen niet oplossen. En als we beknibbelen op uitkeringen en de toegang ertoe bemoeilijken, zullen we bepaalde groepen onvermijdelijk in de armoede duwen.'

Er zijn minstens 84 systemen om de klassieke socialezeker-heidsbijdragen te omzeilen.

Arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) pleit ervoor om meer mensen aan de slag te krijgen. 'In 2018 werkte in België 73 procent van alle 25- tot 64-jarigen. In Nederland is dat 80 procent, het EU-gemiddelde is 75 procent. Als meer mensen werken, zullen we niet alleen meer sociale bijdragen ontvangen, we zullen ook minder sociale uitkeringen moeten betalen.'

De knoop ligt niet bij de werklozen, benadrukt Baert. Van de 25- tot 64-jarigen is 4 procent werkloos: daarmee behoort België tot de beter presterende landen. 'Het probleem ligt bij de 23 procent van onze bevolking op arbeidsleeftijd die inactief is: mensen die geen werk hebben en er ook niet naar op zoek zijn. In Nederland is dat "maar" 17 procent. Op die groep moeten we ons richten. We moeten ervoor zorgen dat minder mensen vanuit de werkloosheid inactief worden. En de huidige inactieven moeten we weer aan de slag krijgen, door werken meer te laten lonen.'

Baert hamert er voorts op: mensen moeten echt later met pensioen gaan. 'Werkgevers vinden ouderen nu vaak te duur. De invloed van de anciënniteit op het loon kunnen we dus beter beperken. En de pensioenleeftijd moeten we koppelen aan de gezonde levensverwachting. Hoe langer we in goede gezondheid leven, hoe langer we moeten werken.'

Daar sluit Gert Peersman zich bij aan. 'We moeten de pensioenleeftijd sneller naar 66 jaar optrekken dan tegen 2025, zoals we nu van plan zijn', zegt hij. 'Onze buurlanden hebben dat al gedaan.'

'Het spreekt voor zich dat we langer moeten werken', zegt de Leuvense gezondheidseconoom en lid van de Pensioencommissie Erik Schokkaert. Hij denkt aan een bonus-malussysteem: wie eerder met pensioen gaat dan voorzien krijgt een lager pensioen, wie langer blijft werken een hoger pensioen. 'Het pensioensysteem zou ook zelfbedruipend moeten zijn. Als het zichzelf financiert, zal iedereen er opnieuw vertrouwen in krijgen.'

Schokkaert waarschuwt nog voor een andere, 'veel grotere uitdaging': de kosten van de gezondheidszorg. Die worden volgens hem schromelijk onderschat. 'De stijging van de uitgaven in de gezondheidszorg heeft niet in de eerste plaats te maken met de vergrijzing', beklemtoont hij. 'De uitgaven zitten geconcentreerd in het laatste levensjaar of zelfs de laatste maanden, of je nu sterft op je zeventiende, je vijfenzestigste of je negenennegentigste. Naarmate mensen langer leven, verschuiven ze gewoon.' Wat de stijging dan wél veroorzaakt? 'De technisch-wetenschappelijke vooruitgang. De gezondheidszorg is elke dag tot meer in staat. Ze wordt ook belangrijker in een almaar rijkere samenleving. Op een bepaald moment verkies je een jaar langer in goede gezondheid leven boven een tweede auto kopen. Ik weet dat het een rare boodschap is - we denken hier tenslotte na over hoe we de sociale zekerheid meer financiële ademruimte kunnen geven - maar als we de welvaart willen verhogen, moeten de uitgaven in gezondheidszorg in verhouding tot het bbp stijgen.'

23 procent van onze bevolking op arbeidsleeftijd is inactief. 'Op die groep moeten we ons richten.'

En denk maar niet dat we die stijging kunnen opvangen door verspillingen aan te pakken, zegt Schokkaert. 'Natuurlijk moeten we de effectiviteit en de efficiëntie van onze gezondheidszorg verhogen. Denk maar aan de manier waarop onze ziekenhuizen samenwerken. Maar dat zal de stijging van de uitgaven in de gezondheidszorg niet wegnemen.'

Schokkaert heeft een ander voorstel: 'Uit studies blijkt dat de ziekteverzekering het "populairste" onderdeel van onze sociale zekerheid is. Mensen beseffen hoe belangrijk ze is. Daarom denk ik dat je een aparte bijdrage voor de ziekteverzekering kunt vragen. De bevolking zal die willen betalen.'

4. En verder: 'Hervorm en investeer'

Als we onze sociale zekerheid overeind willen houden, zal alleen naar de inkomsten en de uitgaven kijken niet volstaan. Alle experts vinden dat er meer moet gebeuren. Veel meer, zelfs. 'Cruciaal is dat onze economie groeit', zegt Gert Peersman. 'Als ons bbp stijgt, krijg je meer werkgelegenheid en dus meer sociale bijdragen en belastinginkomsten, die je dan kunt gebruiken voor je sociale zekerheid.'

Meer mensen aan het werk krijgen is belangrijk, dat vindt ook Peersman. 'Maar nog belangrijker is dat ook de productiviteit toeneemt. De regering-Michel heeft via lastenverlaging en loonmatiging vooral ingezet op jobs, jobs, jobs. Inzetten op die cruciale productiviteitsgroei heeft ze nagelaten. De volgende regeringen zullen dat dus moeten doen: door te investeren in onderwijs, opleiding, mobiliteit, tunnels, wegen, digitale netwerken, noem maar op. Nu de rente laag staat, verdienen die investeringen zichzelf gemakkelijk terug.'

Erik Schokkaert heeft daarnaast fundamentele vragen bij de organisatie van onze sociale zekerheid. 'Er komen tenslotte enorm grote uitdagingen op ons af', zegt hij. Hij heeft het dan niet zozeer over de vergrijzing maar bijvoorbeeld over de klimaatverandering. 'Die zal tot structurele veranderingen in onze economie leiden. De migratiestromen zullen hetzelfde doen. Door die ingrijpende wijzigingen zullen er verliezers zijn in onze samenleving. De behoefte aan een goede, performante sociale zekerheid zal toenemen.'

We moeten de pensioenleeftijd sneller naar 66 jaar optrekken dan tegen 2025. Onze buurlanden hebben dat al gedaan.

Gert Peersman, econoom (UGent)

Daarom moet er met dat systeem iets gebeuren dat verder gaat dan zoeken naar geld. Schokkaert: 'De logica van een zelfbedruipend pensioensysteem en een aparte bijdrage aan de ziekteverzekering, waar ik zoals gezegd voor gewonnen ben, kun je doortrekken naar de hele sociale zekerheid. Daarom plaats ik vraagtekens bij een algemene solidariteitsbijdrage voor het hele systeem. Zoals ik ook vragen heb bij het globale beheer van de sociale zekerheid, waarbij alle onderdelen geld krijgen vanuit een centrale pot.'

'De financiering en de betaalbaarheid van de sociale zekerheid kun je alleen waarborgen via samenhangende en transparante hervormingen', concludeert Schokkaert. Hoe moeten die eruitzien? Dat is voer voor discussie. 'Maar ze zijn hoognodig.'

'Vrijwel geen enkele werkgever betaalt nog klassieke socialezekerheidsbijdragen'

Het is een echte business geworden in ons land: we proberen zo weinig mogelijk sociale bijdragen te betalen. 'Advocatenkantoren, consultancybedrijven, sociale secretariaten enzovoort, allemaal gaan ze op zoek naar loonvormen die fiscaal en parafiscaal het interessantst zijn', zegt Yves Stevens (KU Leuven). 'Vrijwel geen enkele werkgever betaalt nog de klassieke socialezekerheidsbijdragen. En elk jaar komen er nieuwe systemen bij om ze te omzeilen. Vandaag zijn er minstens 84.'

Stevens somt er enkele op, zoals de bedrijfsauto's, ecocheques, maaltijdcheques, fietsvergoedingen, pc-privéplannnen, aandelen die worden toegekend, baaldagen die worden gegund, strijk- en wasdiensten die worden verleend enzoverder. 'De creativiteit op dat vlak is soms op het randje van het wettelijke. Maar wie kijkt er naar de gevolgen voor de financiering van de sociale zekerheid?'

Eerder dit jaar werd voor het eerst becijferd dat al die loonvoordelen samen goed zijn voor 6,8 miljard euro. Omdat daarop meestal geen sociale bijdragen worden betaald (25 procent voor de werkgever, 13 procent voor de werknemer) loopt de sociale zekerheid 2,6 miljard euro aan inkomsten mis. 'Is die "loonoptimimalistie" nog te verantwoorden? Kunnen we die 84 verschillende loonvormen aanhouden?' vraagt Stevens zich af.

Stevens' boodschap is duidelijk: 'Als het gaat over de financiering van de sociale zekerheid, kunnen we nog veel geld vinden door te kijken naar hoe de lonen worden gevormd.' Dan moeten die speciale loonvormen wel worden aangepakt. Wie dat doet, zal botsen met lobbygroepen en bedrijven die er goed garen bij spinnen, zoals de leasingbedrijven bij de bedrijfsauto's, en met werknemers die er wel bij varen. Zowat iedereen geniet wel op de een of andere manier zo'n voordeel. En telkens is de sociale zekerheid de dupe.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.