Er is geen hond op straat, zeggen ze dan. Maar dat klopt niet. Er zijn nog nooit zoveel honden op straat geweest. Altijd wel met een leiband. Soms zie ik vanachter mijn raam vijf keer per dag dezelfde hond met dezelfde baas voorbij sloffen. En dan denk ik aan wat dichteres Emily Dickinson ooit in een brief schreef over haar hond Carlo: 'U vraagt naar mijn gezelschap... een hond, die mijn vader voor mij kocht. Zij zijn beter dan mensen. Omdat ze alles weten, maar niet vertellen.'
...

Er is geen hond op straat, zeggen ze dan. Maar dat klopt niet. Er zijn nog nooit zoveel honden op straat geweest. Altijd wel met een leiband. Soms zie ik vanachter mijn raam vijf keer per dag dezelfde hond met dezelfde baas voorbij sloffen. En dan denk ik aan wat dichteres Emily Dickinson ooit in een brief schreef over haar hond Carlo: 'U vraagt naar mijn gezelschap... een hond, die mijn vader voor mij kocht. Zij zijn beter dan mensen. Omdat ze alles weten, maar niet vertellen.''Huisdieren voelen wel degelijk dat er iets aan de hand is', zegt Christel Moons, hoofddocent toegepast dierengedrag aan de UGent. 'Uiteraard snappen ze niets van de coronacrisis, maar ze merken wel dat we anders doen dan anders. Ze zien misschien ook dat we angstiger zijn.' En meer in ons kot zitten. 'Niet elk huisdier is daar even blij mee', zegt Moons. 'Bijvoorbeeld een kat die liever alleen is en plots geconfronteerd wordt met kinderen die de hele dag met haar willen bezig zijn.' Andere dieren zullen dat wel fijn vinden. 'Net als mensen hebben ook dieren een "persoonlijkheid". Daar zijn al experimenten over gedaan. Je hebt introverte en extraverte huisdieren. Net zoals je dieren hebt die het gezelschap van mensen waarderen en dieren die dat minder doen. Ook nu gaan ze dus anders reageren. Toch is het voor elk huisdier belangrijk dat je zo snel mogelijk een nieuwe routine vindt, zodat ze zich kunnen aanpassen. Dieren hebben nood aan gewoontes en voorspelbaarheid.' Maar hoe merk je of een huisdier opgetogen is met al die extra aandacht? 'Aan de lichaamstaal', zegt Moons. 'Een hond die kwaad blaft of een poes die bijt, dat is wel duidelijk. Maar vaak geven ze ook meer subtiele signalen. Als een hond wegkijkt, zijn oren achteruit legt of zijn staart laag houdt: dan vindt hij die extra knuffelsessie toch niet zo leuk. Geeuwen is nog zo'n duidelijk teken, zeker als het geen moment is om te rusten. Ook katten tonen subtielere signalen: oren die achteruit gaan, pupillen die vergroten en een staart of staartpunt die zenuwachtig slaat.' Huisdieren hebben geen nood aan privacy zoals wij die kennen, zegt Moons. 'Wel aan plaatsen waar ze ongestoord kunnen rusten. Laat daarom je huisdier af en toe met rust. Een poes die het gewoon is om buiten te zijn, laat je ook nu het best regelmatig buiten.' Is dat nog wel te vertrouwen? 'Er is inderdaad een kat gevonden met sporen van het virus,' zegt Moons, 'maar het is niet duidelijk of ze werkelijk geïnfecteerd is. De Small Animal Veterinary Association Belgium raadt daarom aan om iemand anders voor je huisdier te laten zorgen wanneer je zelf besmet bent. Zo vermijd je dat viruspartikels zich via de vacht van het dier naar andere mensen verspreiden. Maar wees gerust, je mag een poes nog buiten laten. Anders moet je binnen voor extra entertainment zorgen, dat kan ook.' En praten, professor, helpt dat? Op zijn laatste pagina vraagt Knack aan BV's of ze spreken tegen hun huisdier. De meesten antwoorden 'ja'. 'Een hond verstaat niet inhoudelijk wat je zegt', zegt Moons. 'Maar als je voor bepaalde activiteiten altijd dezelfde woorden gebruikt, zoals "gaan we naar buiten?", dan krijgt dat een betekenis. Dan weet de hond dat het tijd is voor de leiband of de tuin. Toch is een heel gesprek voeren zeker niet zinloos, alleen al omdat we er zelf iets aan hebben. En honden begrijpen onze lichaamstaal vaak beter dan wij bij hen.' Misschien had Emily Dickinson dan toch gelijk.