Het activeren van Vlamingen met buitenlandse roots wordt één van de grootste en moeilijkste werven van de nieuwe Vlaamse regering, als ze wil slagen in haar opzet om de tewerkstellingsgraad op te trekken van 75 naar 80 procent. 'Ik besef dat er veel werk aan de winkel is en dat we zeer creatief zullen moeten zijn', zegt Hilde Crevits aan Knack, deze ochtend na de Vlaamse ministerraad.
...

Het activeren van Vlamingen met buitenlandse roots wordt één van de grootste en moeilijkste werven van de nieuwe Vlaamse regering, als ze wil slagen in haar opzet om de tewerkstellingsgraad op te trekken van 75 naar 80 procent. 'Ik besef dat er veel werk aan de winkel is en dat we zeer creatief zullen moeten zijn', zegt Hilde Crevits aan Knack, deze ochtend na de Vlaamse ministerraad.Er blijken in België en Vlaanderen bijzonder grote barrières te bestaan tussen nieuwkomers en de arbeidsmarkt. Hun tewerkstellingsgraad stagneert tussen de 40 en 50 procent, terwijl die in Vlaanderen gemiddeld 75,1 procent is. Nergens anders in Europa is het verschil in werkzaamheidsgraad zo groot. De Europese commissie had eerder al kritiek op ons land: de arbeidsmarkt is te gepolariseerd: niet alleen laaggeschoolden en ouderen maar ook migranten vinden te moeilijk een vaste job. 'We willen gedurende twee tot drie jaar een 1-op-1-begeleiding van mensen met een migratieachtergrond die een job zoeken', besliste de Vlaamse ministerraad vandaag. Hilde Crevits: 'We stellen vast dat er redenen zijn waarom het vinden van een job moeilijker verloopt: de taal die ze onvoldoende spreken, of de weg die ze minder kennen naar de plaatsen waar je aan een job kan geraken.'Het is een van de eerste beleidsbeslissingen van Hilde Crevits als nieuwe Vlaamse minister van Werk. De regering kondigde dan wel zeer ambitieus aan dat er tegen 2024 zowat 120.000 extra jobs moeten zijn, maar niemand kan die zo maar uit de hoed toveren. Lees verder onder de videoreportage'Die extra jobs zijn nodig, bedrijven snakken naar arbeidskrachten' zegt Crevits, 'en we zien dat de werkloosheid nog altijd veel te hoog is bij mensen met een migratieachtergrond.' Naar buitenlands voorbeeld breidt de regering 'mentoring naar werk' verder uit: een werkzoekende wordt gekoppeld aan een vrijwilliger die de lokale arbeidsmarkt goed kent. Ze krijgen ook hulp van een professionele coach. Het is de VDAB die organisaties inschakelt om de rol van mentor-coach op te nemen. Indien de aanpak blijkt te werken, kan het huidige budget van 3,1 miljoen euro in de toekomst opgetrokken worden. Een bijzondere doelgroep zijn laaggeschoolde vrouwen met een andere afkomst: daar is slechts 1 op de 3 aan het werk. Hilde Crevits: 'Werken emancipeert en dus vind ik het van belang om alle doelgroepen aan te spreken, ook de vrouwen. Daar kan het onderwijs al een steentje bijdragen. Ik besef dat er veel werk aan de winkel is en dat we zeer creatief zullen moeten zijn.'De VDAB zal via individuele begeleiding ook rekruteren in Brussel, om jonge Brusselaars aan de slag te krijgen in de Vlaamse Rand rond de hoofdstad, waar veel vacatures niet ingevuld raken. Met steun van Brussels ministers en minister van jeugd Benjamin Dalle (CD&V): 'In Brussel zoeken 90.000 mensen nog naar werk. Een belangrijk punt hier is de kennis van het Nederlands. We moeten daar echt werk van maken, ook om in Vlaanderen vacatures in te vullen.'