Op grote schaal de genetische samenstelling van coronavirussen bepalen: het zou dé doorbraak zijn in de strijd tegen die virussen. Het topvakblad Nature beschreef vorige week hoe het volledige genetische materiaal van zo veel mogelijk coronavirusstaaltjes in kaart wordt gebracht. Dat zou toelaten de verspreiding van het huidige virus in detail te bestuderen. Zo zou je ook kunnen nagaan of het snel verandert. Eerdere coronavirussen lijken geleidelijk minder dodelijk te zijn geworden. Coronavirussen hebben wel een beperkte capaciteit tot genetische verandering: dat is gunstig voor wie weerstand heeft gekregen of om een vaccin te ontwikkelen.

Bij ons is vooral viroloog Piet Maes (KU Leuven), in de weer om van zo veel mogelijk virusstalen de genetische samenstelling te bepalen. Van zo'n vijfhonderd stalen van Belgische coronapatiënten, verspreid over het land, hebben ze het genoom al bepaald. De voornaamste conclusie: er zijn in België véél virale introducties geweest. Pano, het duidingsmagazine van de VRT, liet vorige week uitschijnen dat één Noord-Italiaans skihotel in de krokusvakantie centraal stond in de virusintroductie in ons land - maar dat strookt dus niet met de resultaten van dit onderzoek.

'De eerste tweehonderd stalen hebben we al gedetailleerd geanalyseerd', zegt Maes. 'Daaruit blijkt dat er veel infectiebronnen waren: unieke introducties maakten meer dan 50 procent van de stalen uit. Er zijn infecties binnengekomen uit China en Italië, maar ook uit Nederland, Duitsland en zelfs de Verenigde Staten. Al vóór de krokusvakantie kwamen infecties binnen, zelfs meer dan erna. En ook na de lockdown is het blijven gebeuren.'

De natte droom van virologen is dat ze dat werk op grote schaal kunnen uitrollen. 'Dan zouden we goed kunnen volgen hoe het virus zich in de bevolking beweegt, en hoe de bevolking zich met het virus gedraagt', stelt Maes. 'Het zou de ultieme manier zijn om aan contact tracing te doen.'

Op grote schaal de genetische samenstelling van coronavirussen bepalen: het zou dé doorbraak zijn in de strijd tegen die virussen. Het topvakblad Nature beschreef vorige week hoe het volledige genetische materiaal van zo veel mogelijk coronavirusstaaltjes in kaart wordt gebracht. Dat zou toelaten de verspreiding van het huidige virus in detail te bestuderen. Zo zou je ook kunnen nagaan of het snel verandert. Eerdere coronavirussen lijken geleidelijk minder dodelijk te zijn geworden. Coronavirussen hebben wel een beperkte capaciteit tot genetische verandering: dat is gunstig voor wie weerstand heeft gekregen of om een vaccin te ontwikkelen.Bij ons is vooral viroloog Piet Maes (KU Leuven), in de weer om van zo veel mogelijk virusstalen de genetische samenstelling te bepalen. Van zo'n vijfhonderd stalen van Belgische coronapatiënten, verspreid over het land, hebben ze het genoom al bepaald. De voornaamste conclusie: er zijn in België véél virale introducties geweest. Pano, het duidingsmagazine van de VRT, liet vorige week uitschijnen dat één Noord-Italiaans skihotel in de krokusvakantie centraal stond in de virusintroductie in ons land - maar dat strookt dus niet met de resultaten van dit onderzoek.'De eerste tweehonderd stalen hebben we al gedetailleerd geanalyseerd', zegt Maes. 'Daaruit blijkt dat er veel infectiebronnen waren: unieke introducties maakten meer dan 50 procent van de stalen uit. Er zijn infecties binnengekomen uit China en Italië, maar ook uit Nederland, Duitsland en zelfs de Verenigde Staten. Al vóór de krokusvakantie kwamen infecties binnen, zelfs meer dan erna. En ook na de lockdown is het blijven gebeuren.'De natte droom van virologen is dat ze dat werk op grote schaal kunnen uitrollen. 'Dan zouden we goed kunnen volgen hoe het virus zich in de bevolking beweegt, en hoe de bevolking zich met het virus gedraagt', stelt Maes. 'Het zou de ultieme manier zijn om aan contact tracing te doen.'