Het is geen geheim dat Guy Verhofstadt in 1991 en 1992, toen hij de liberale Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) omvormde tot de Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD), gesprekken voerde met uiteenlopende groepen en denktanks. De contouren daarvan zijn beschreven, de namen van de deelnemers werden al onthuld, onder meer door Karl Drabbe op de website van Doorbraak in 2013.
...

Het is geen geheim dat Guy Verhofstadt in 1991 en 1992, toen hij de liberale Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) omvormde tot de Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD), gesprekken voerde met uiteenlopende groepen en denktanks. De contouren daarvan zijn beschreven, de namen van de deelnemers werden al onthuld, onder meer door Karl Drabbe op de website van Doorbraak in 2013. Toch lijkt de werkelijke omvang van die operatie nog groter dan gedacht. Recent kwam Knack, via de Gentse politicoloog Carl Devos, in het bezit van de uitgebreide correspondentie en notities die Paul Belien destijds opstelde. Belien, de echtgenoot van ex-VB-parlementslid Alexandra Colen, is een conservatieve opiniemaker en publicist die tegenwoordig in Nederland voor Geert Wilders werkt. In de bewuste jaren 1991-1992 was hij journalist bij Gazet van Antwerpen. Tegelijk schreef hij voor Nucleus, een bij het grote publiek onbekend opinieblad dat gretig gelezen en besproken werd in Vlaamse en christelijke kringen. Die 'Papieren Belien' is een merkwaardig tijdsdocument. In een begeleidende brief heeft de auteur het over 'meer dan 200 bladzijden verslagen door mijzelf opgesteld voor mijn vriend, advocaat Fernand Keuleneer, die toen in New York woonde (voor het advocatenkantoor De Bandt, van Hecke en Lagae, nvdr) en die ik bijna dagelijks via de fax op de hoogte hield van de gesprekken met Verhofstadt, Tindemans, Gabriels enzovoort.' Zo is de hele bundel een fascinerend dag-aan-dagrelaas, waarbij handgeschreven notities en ontelbare kladversies van beginselverklaringen en manifesten afgewisseld worden met uitnodigingen voor vergaderingen en bijeenkomsten en met verslagen van tête-à-têtes tussen diverse hoofdrolspelers. De bundel is een uitgebreid ooggetuigenverslag van gesprekken die niet voor buitenstaanders bedoeld waren. Alles begint, zo noteerde Belien op 20 februari 1991, tijdens een bijeenkomst ten huize van de Gentse hoogleraar Boudewijn Bouckaert. Die man, tussen 2009 en 2014 Vlaams Parlementslid voor Lijst Dedecker (LDD), zou van Forza Flandria een politiek project voor het leven maken. Vorige week werd hij nog in Knack genoemd door Hendrik Vuye en Veerle Wouters als medestander indien Jean-Marie Dedecker het licht op groen had gezet voor een nieuwe versie van Forza Flandria. In het voorjaar van 1991 was Bouckaert een politieke raadgever van PVV-voorzitter Guy Verhofstadt. Tegen hun eigen verwachting in waren de liberalen in 1989 in de oppositie beland. Verhofstadt hield daar een afkeer van de christendemocraten aan over. Hij wilde zijn partij sterker dan ooit maken, om zo zelf de politiek te kunnen domineren. Bouckaert vertelde Belien dat Verhofstadt in dat kader 'toenadering zocht tot conservatieve katholieken'. Dat was niet evident, zo kort na de abortuscrisis van 1990. Die was er gekomen nadat de liberale senator Lucienne Herman-Michielsens de drijvende kracht was geweest achter een wet die abortus uit het strafrecht haalde. Voor de conservatief-katholieke vleugel van de CVP was dat een traumatische nederlaag. Het boegbeeld van die radicale anti-abortus-CVP'ers was Bob Gijs, de invloedrijke fractieleider in de Senaat. De bijeenkomst bij Bouckaert inspireerde Belien tot een provocerend artikel in het juninummer van Nucleus: 'De conservatieven zijn in Vlaanderen verdeeld over de CVP, de PVV, de VU en het VB. Men vindt bij elk van deze formaties mensen terug die zich perfect thuis zouden voelen bij de Duitse CDU of de Britse Tories. Al vormen conservatieven in Vlaanderen de meerderheid, ze kunnen dit politiek nooit vertalen.' Dat komt omdat binnen de CVP 'het door progressieve kaders gedomineerde ACW' verhindert dat die partij zich zou ontwikkelen tot 'een soort Vlaamse CDU', aldus Belien. Verhofstadt las de tekst en wilde de auteur ontmoeten. Op de ochtend van maandag 15 juli 1991 legde hij Belien uit dat ook hij 'een verbreding' beoogde naar 'de conservatieve katholieken'. Het ging Verhofstadt 'niet om een verruimingsoperatie waarbij één of twee CVP'ers tot de PVV zouden toetreden: hij mikte op een electorale alliantie van de conservatieven met de PVV, waarbij beide groepen hun onafhankelijkheid zouden bewaren maar ze met één lijst de verkiezingen zouden ingaan'. Verhofstadt, zo staat te lezen in de notities van Belien, 'vroeg mij of Gerolf Annemans niet bereid zou zijn tot die lijst toe te treden. Ik ben hem dat gaan vragen. Antwoord van Annemans: "Ik zou wel gek zijn om mijn partij te verlaten op [het] moment dat ze [een] verkiezingsoverwinning gaat boeken."' Die passage illustreert de honger van Verhofstadt en de politieke grenzen die hij daarvoor wilde overschrijden. In 1991 was elk gesprek met een top-VB'er volstrekt taboe door het cordon sanitaire tegen die partij. Dat dateert uit 1989, en op een paar uitzonderingen na houdt het cordon tot op vandaag feitelijk stand. Blijkbaar wilde Verhofstadt het in 1991 al doorbreken. Verhofstadt zei dat hij als voorzitter onmogelijk zelf die externe gesprekken kon voeren, en vroeg Belien of Lode Claes een geschikte tussenpersoon zou zijn. De hoogbejaarde Claes (1913-1997) was een invloedrijk man met een uitgebreid netwerk in rechtse kringen. Claes vond het een 'schitterend idee' om mee te werken aan de stichting van een Vlaamse, conservatieve, liberale partij. Er werd een denktank gevormd met Claes als voorzitter en Belien als secretaris. De eerste vergadering vond plaats in de mooie bibliotheek van de Universitaire Stichting in de Egmontstraat in Brussel op 1 oktober 1991. Vandaar de naam '1 Oktobergroep'. Belien: 'Claes lanceerde het beeld van de groep als driehoek: wij verdedigen op sociaaleconomisch vlak de vrije markt (liberaal), op filosofisch vlak de westerse waarden (conservatief), op communautair vlak het Vlaams Belang (Vlaams).' Een tweede vergadering van deze groep vond op 15 oktober 1991 plaats in Zellik. Belien maakte toen een tekening van de plaatsing van het gezelschap rond de tafel, en noteerde de namen van bekende academici, juristen, ondernemers en andere Vlaamsgezinde en/of conservatieve figuren (zie illustratie). Op latere vergaderingen doken nog andere namen op. Op de bijeenkomsten van de 1 Oktobergroep sprak Verhofstadt 'voor de vuist weg'. Hij was, zo noteerde Belien, 'een en al tegemoetkomendheid' jegens de katholieke figuren in de groep. Op hun expliciete vraag naar 'ethische garanties' zei de man die acht jaar later premier zou zijn van de paarse regering 'niet te verwachten dat er een euthanasiedebat zou komen zoals in Nederland: "Wij drijven in ons land de zaken niet zo op de spits als de Hollanders."' Maar zoals dat in dit soort denktanks gaat: de leden lagen onderling over alles overhoop. Verhofstadt had graag gezien dat zij een manifest zouden schrijven, maar zelfs dat lukte niet. Econoom Paul De Grauwe liet weten 'dat hij niet op de rest van de groep zou wachten en de stap naar de PVV reeds zou zetten'. Verhofstadt had hem een parlementair mandaat beloofd, en na de verkiezingen van 24 november werd De Grauwe gecoöpteerd senator voor de PVV. Hoewel partijwoordvoerder Guy Vanhengel dat destijds met klem ontkende, sprak Verhofstadt ook met Paul Belien over mogelijk verkiesbare plaatsen op PVV-lijsten voor conservatieve katholieken. Naast Belien waren onder meer Albert Raes (ex-administrateur-directeur-generaal Staatsveiligheid), Luc De Paepe (woordvoerder VBO), Jean-Pierre De Bandt (advocaat), Gerard Bodifée (filosoof) en Luc Rochtus (notaris) 'bereid zich verregaand te engageren'. Helemaal in de geest van Kaas van Willem Elsschot hadden Belien en co. al een naam voor zichzelf bedacht voor er ook maar iets echt concreet was: de Christelijk Liberale Alliantie. Officieel omdat de tijd te kort was om de PVV-lijsten open te breken werd alles opgeschort tot na de verkiezingen van 24 november 1991. Die dag, die de geschiedenis in zou gaan als Zwarte Zondag, kende het Vlaams Blok zijn definitieve doorbraak, kwam de antipolitieke 'partij' Rossem met drie Kamerleden en één senator in het parlement, was er een lichte winst voor de liberalen van de PVV en de groenen van Agalev, maar vooral zwaar verlies voor de christendemocraten van de CVP (onder de 30 procent), de socialisten van de SP (onder de 20 procent) én de gematigde Vlaams-nationalisten van de VU (onder de 10 procent). Verhofstadt zag in de pijnlijke verkiezingsuitslag vooral de bevestiging van zijn eigen gelijk. Al voor de verkiezingen wist hij waar hij naartoe wilde: naar wat Vlaanderen verlangde, namelijk 'een partij van 30 à 35 procent van de stemmen die goed de volksaard aanvoelt (Belien: 'Het was de tweede keer dat ik hem over de volksaard hoorde spreken'), die de waarden van de vrije markt verdedigt, en die een tegenwicht kan bieden aan (PS-voorzitter Guy) Spitaels.' Vandaag lijkt het alsof Guy Verhofstadt al in de herfst van 1991 de contouren schetste van wat de N-VA bij de verkiezingen van 2014 zal worden: een conservatieve en neoliberale Vlaamse partij die de Waalse socialisten als vijand nummer één heeft, en die met dat programma ongeveer één derde van de Vlaamse stemmen behaalt. Pikant detail: Verhofstadt, in de maanden voor de verkiezingen nog de aanjager van een Forza Flandria, zou van 9 tot 18 december 1991 als formateur werken aan... de vorming van een paars-groene regering. Toen dat mislukte, profileerde hij zich vanaf maart 1992 weer als conservatief en rechts. En als erg Vlaamsgezind. Door de slechte verkiezingsuitslag was de Volksunie in een existentiële crisis beland. Het VU-partijbestuur had daarom gesprekken toegestaan om 'het terrein af te tasten over de mogelijkheid van politieke herverkaveling'. Al op 28 maart ontmoetten delegaties van de PVV en de VU elkaar in restaurant De Bouverie in Gavere. Het was het begin van een interne strijd bij de Volksunie, waarbij voorzitter Jaak Gabriels en medestanders zoals Bart Somers uiteindelijk bij de liberalen zouden aansluiten. Tegelijk deed Verhofstadt een kloeke poging om rechtse CVP'ers aan te trekken. Belien had eerder, op 13 maart 1992, in het Antwerpse Holiday Inn Plaza Hotel ('De Crest') een eerste ontmoeting geregeld tussen Verhofstadt en de conservatieve CVP'er Bob Gijs. Ze praatten van iets over achten tot bijna middernacht. In een nagesprek met Nucleus-man en 1 Oktober-lid Pieter Huys zou Gijs over Verhofstadt zeggen: 'Ik geloof in zijn eerlijkheid.' Huys: 'Ik ook.' Huys en Gijs waren twee conservatieve katholieken die hoopten dat ze een breuk konden veroorzaken binnen de CVP. Ze hadden aanvankelijk ook goede redenen om te hopen op de goede afloop van dat plan. Vier dagen na de ontmoeting tussen Verhofstadt en Gijs, op 17 maart, vond er een nog veel discretere ontmoeting plaats. Het verslag ervan is getikt op Senaatspapier van Bob Gijs en draagt het briefhoofd 'vertrouwelijk'. Aanwezig bij dat gesprek waren Pieter Huys, de CVP-senatoren Johan Weyts en Bob Gijs, en... Leo Tindemans. Vooral de aanwezigheid van Tindemans was van groot belang. Als oud-premier, oud-voorzitter, oud-minister (onder meer) van Buitenlandse Zaken en op dat moment nog actief als EVP-fractieleider in het Europees Parlement was Tindemans de levende incarnatie van de christendemocratische politicus. Hij beschouwde zichzelf als het geweten van zijn partij, en mat zich die rol ook aan. De besluiten van die vergadering sloten verbazend goed - soms zelfs woordelijk - aan bij het discours van Verhofstadt: 'Er wordt vastgesteld dat de traditionele partijen er blijkbaar steeds minder in slagen aan de verwachtingen van de burgers te voldoen. Dit geldt ook voor de CVP, hoewel uit opinie-onderzoek blijkt dat er een latente vraag bestaat naar een echte centrumrechtse volkspartij, die de meerderheid van het Vlaamse kiezerspubliek kan aanspreken. Een dergelijke partij moet zich conservatief opstellen als het om waarden, deugden en morele principes gaat die aan de basis liggen van de groei van onze Christelijke Westerse beschaving en welvaart.' Er wordt ook opgeroepen tot 'actie': in alle Vlaamse provincies zouden 'gespreksronden' moeten worden georganiseerd. Daaruit zouden 'vaste kernen kunnen worden ontwikkeld die aan de nieuwe beweging een zekere structuur, inhoud en programma kunnen geven'. Indien er voldoende respons zou komen, zouden 'het bestaan, de strekking en het basisprogramma van de nieuwe politieke beweging worden publiek gemaakt'. Eén dag later, op 18 maart, faxte Belien nog meer details over de bijeenkomst naar zijn vriend Fernand Keuleneer (nog een Nucleus-oprichter) in New York. 'Tindemans zit,' aldus Pieter (Huys, nvdr), 'vol wrokgevoelens tegenover Martens en Dehaene, maar hij sprak ook zijn ontgoocheling uit over Herman Van Rompuy (toen CVP-voorzitter, nvdr) omdat die "nog niets heeft bereikt".' Ook Verhofstadt werd op de hoogte gebracht van die christendemocratische opening. Hij suggereerde meteen zelf namen van 'bruikbare' CVP'ers': VBO-man Luc De Paepe en de jonge Leuvense schepen Carl Devlies, topadvocaat Carl Bevernage, industrieel en medeoprichter van Nucleus Andries Van den Abeele, Jan Huygebaert van de Kredietbank, oud- De Standaard journalist Hugo De Ridder, en de toen nog totaal onbekende Pieter De Crem. 'Aalter, zoon van de burgemeester', voegde Belien er in een nota aan toe. Niemand kende De Crem, want het zou nog tot 1995 duren voor hij verkozen zou worden in de Kamer. In 1992 was hij kabinetsattaché van minister van Defensie Leo Delcroix en voorzitter van de Oost-Vlaamse CVP-Jongeren - zijn reputatie (en talent) was Verhofstadt toen al niet ontgaan. Van Tindemans wilde Verhofstadt nochtans weinig weten: 'Die gaat nooit breken met de CVP.' Het blijft onduidelijk welke CVP'ers ook echt gepolst werden. Tussen de notities van Belien zit het verslag van een ontmoeting met Carl Devlies, op woensdag 29 april. Devlies was 'eerlijk en open', maar bewoog tegelijk 'zeer zenuwachtig met de handen', en 'schuift op en neer op zijn stoel als hij spreekt'. Zeker, Devlies kende en bewonderde Verhofstadt: 'Een man die dingen in beweging wil zetten, weet wat hij wil: de impasse doorbreken.' Maar de CVP verlaten was voor Devlies geen optie. Belien betreurde dat hij daarvoor 'de klassieke argumenten' gebruikte: 'Dat zou een verraad zijn aan de partij waarin ik al zo lang zit.' Ook samen met andere CVP'ers toetreden tot een conservatieve 'overleggroep' die het doorbreken van de bestaande partijpolitieke grenzen niet uitsluit, zag hij niet zitten: 'Volgens Devlies is dat een breuk met de CVP. Het zal in elk geval als dusdanig geïnterpreteerd worden.' Uiteindelijk leek de Nucleus-groep van oordeel dat de figuur van Leo Tindemans de enige zekerheid was dat een betekenisvolle groep CVP'ers mee zou stappen in het verhaal van een nieuwe partij. Zonder Tindemans zou niets bewegen. Maar om de oude en nukkige staatsman echt te doen opstaan, was een plan nodig. Meer nog: een samenzwering. De contouren daarvan stonden beschreven in een merkwaardig openhartige fax aan Fernand Keuleneer, zij het dat er dit keer - uitzonderlijk - 'Vertrouwelijk' bij stond. 'Probleem met T. (Tindemans) is dat hij 1) slechts in beweging zal komen als we hem aanporren. We moeten hem echter wel de indruk geven dat hij dé man is. We moeten dus achter hem staan en hem vervolgens duwen. Bovendien is ook hij 2) beïnvloedbaar.' Concreet: 'G. (Gijs) stelt voor een vier- of vijftal vergaderingen te beleggen, verspreid over het hele Vlaams land, (...) waar we Tindemans telkens mee naartoe sleuren. Tindemans mag die voorzitten. (...) 'Als we er dan voor zorgen dat er vanuit de zaal telkens een bepaalde stelling verkondigd wordt (bijvoorbeeld dat een breuk met de CVP niet uitgesloten mag worden), dan zal T. daarvan onder de indruk komen en die idee gemakkelijk assimileren. Uit eigen beweging zal hij op zijn 70e nooit de CVP, waarin hij al zijn hele leven zit, laten vallen. Maar, zegt G., hij is zeer ontevreden. We moeten hem alleen overtuigen van het feit, aldus G., dat "een partij geen doel is maar een middel, en dat als zou blijken dat ons doel via dit middel niet meer te verwezenlijken is, we ons moeten bezinnen over een ander middel". G. regelt een nieuwe ontmoeting met T. voor eind april.' Voor die vergadering met Leo Tindemans was het wachten tot 24 juni 1992, in het VKW-gebouw in Wilrijk. Uit de lijst genodigden blijkt dat men mikte op echte zwaargewichten van de zuil waarvan bekend was dat ze zich niet herkenden in de te linkse, te weinig katholieke koers van de CVP. Zo had Jos Daniëls, de invloedrijke administrateur-generaal van verzekeraar ABB uit de Boerenbondgroep, een uitnodiging gekregen, net als René Stockman van de Broeders van Liefde. Op de eigenlijke vergadering op 24 juni waren de meeste grote namen verontschuldigd. Er waren amper twintig aanwezigen. Tindemans was twee uur te laat, gaf een uiteenzetting over de geschiedenis van de CVP, toonde zich ontgoocheld in zijn partij, maar maakte ook duidelijk dat hij niets moest hebben van Verhofstadt: 'Ik zie de happening van de PVV op televisie: een soort Vlaamse kermis. Ik ken de psychologie van de Vlaming. Het is dat niet wat ons volk aanspreekt: er is fundamenteel geen vertrouwen in de PVV-mensen. Overstappen van een verouderd systeem naar een ander verouderd systeem heeft geen zin. Ik weet niet wat we kunnen doen. Gespreksgroepen oprichten?' Ook tijdens een nieuwe afspraak, de volgende zaterdag om 10.30 uur bij Tindemans thuis in Edegem, bleef hij bij zijn standpunt - zij het dat ergens de deur openbleef voor een politiek initiatief los van de CVP: 'Ik blijf erbij dat mijn voorstel het meest realistische is: we moeten onze gesprekken verder zetten en een forum opzetten waarbij christendemocraten en liberalen zich kunnen aansluiten.' Concreet werd het nooit. En van uitstel kwam definitief afstel. Op donderdag 24 september verwachtte Pieter Huys een telefoon van Leo Tindemans over een vergadering op woensdag 30 september, maar hij hoorde niets. Huys belde dan maar zelf. Tindemans' secretaresse, mevrouw Oversteyns, zei 'dat hij net de deur uit was, maar volgens Huys zat Tindemans er wellicht wel. De secretaresse liet weten dat Tindemans belet is woensdag en niet kan komen. Huys vroeg naar een andere datum, maar de secretaresse zei dat zijn agenda tot het einde van het jaar vol zit.' Tindemans had definitief afgehaakt. Intussen smeekte Belien Verhofstadt dat 'een breuk in stijl van optreden tussen de huidige PVV en de nieuwe partij' geboden is. 'De nieuwe partij moet zich ook in haar manier van optreden onderscheiden van de andere bestaande partijen. Anders is de hele operatie zinloos.' Verhofstadt liet het steeds minder aan zijn hart komen. Hij had ervoor gezorgd dat hij alvast een deel van de pers op zijn hand had. Met enige trots liet Verhofstadt zich ontvallen dat hij bij Manu Ruys, de invloedrijke journalist van De Standaard, was geweest, 'en dat ik nog nooit ergens zo goed ontvangen ben geweest als door Ruys'. Ruys had beloofd hem te steunen, noteerde Belien: 'Hij zou zelfs de raad van bestuur van De Standaard bewerken zodat die de verruiming van de PVV zouden steunen.' Ruys had hem ook gezegd dat belangrijke Wetstraatjournalisten van De Standaard, zoals 'Dirk Achten en Pol Van Den Driessche, het initiatief van Verhofstadt genegen zijn'. Achten zou in 2002 overstappen naar de Open VLD. In 2011 zou Van den Driessche voor de N-VA kiezen. Op een grootscheeps vierdaags partijcongres, van 12 tot 15 november 1992, werd uiteindelijk de PVV verlaten en een nieuwe partij opgericht en voorgesteld: de VLD, Vlaamse Liberalen en Democraten. Guy Verhofstadt roemde in de pers de gesprekken met Jaak Gabriels als 'het startpunt' van alles. Over de talloze contacten met de conservatief-katholieke partners repte hij met geen woord. Integendeel. Alle aandacht ging naar Pierre Chevalier, de socialist die plots liberaal was geworden. VRT-radiojournalist Jos Bouveroux noteerde: 'Verhofstadt ontkende dat de nieuwe partij een conservatieve beweging is. "Ik heb geen boodschap aan begrippen als links of rechts."'