Historische boterfabriek in Merksem klaar voor de sloop: ‘Wéér een advies van Monumentenzorg genegeerd’

De voormalige boterfabriek. Ooit was Merksem de bakermat van de boter. © Onroerend Erfgoed CC BY 4.0
Stijn Tormans

In Antwerpen wil het stadsbestuur de fabriek N.V. Union slopen, de bakermat van de margarine in België. De oppositie is daar niet blij mee. ‘Dit is alweer een teken van het verleden dat zomaar verdwijnt.’

Vorig jaar stierf erfgoedautoriteit Adriaan Linters. Een merkwaardige man. Al was het maar omdat hij zijn volk leerde dat erfgoed over meer gaat dan over de bescherming van een kerk uit de 16e eeuw. Erfgoed, dat kan ook een station zijn. Of een fabriek. Omdat ze ook het verhaal van hun tijd vertellen.

Wat Linters niet meer meemaakte: onlangs besliste het Antwerpse stadsbestuur dat de oude boterfabriek N.V. Union in Merksem mag worden gesloopt. Nochtans een historische site: margarine is niet uitgevonden in België – dat was in Frankrijk in 1869. Maar Merksem speelde wel een cruciale rol.

‘Het Solo-moment’ – weet u wel? Het begon allemaal daar in Merksem. Met dank aan de familie Jurgens. Zij doopten in 1896 hun fabriek ‘Boterfabriek A. Jurgens, W. Prinzen & Cie’. Later werd dat N.V. Union.

Solo wordt er niet meer gemaakt in Merksem. Een paar jaar geleden sloot de Solo-fabriek definitief en verloren meer dan honderd mensen hun baan. De site had toen wel al de status van onroerend erfgoed gekregen, maar dat betekent duidelijk niet erg veel. In de plaats wil een projectontwikkelaar acht bedrijfshallen en 62 kmo-units bouwen.

‘Je breekt alles af om iets te bouwen waarvan je nog niet weet waarvoor het zal dienen.’

Zéér tegen de zin van de dienst Monumentenzorg. ‘We betreuren dat er niet werd gezocht naar een kwalitatief ontwerp met behoud van de site’, schrijven ze in hun advies. ‘De fabriek mag dan al wel verbouwd zijn in de loop der jaren, ze heeft nog genoeg architecturale elementen en kwaliteiten die dit industriële erfgoed kenmerken.’

Ook gemeenteraadslid Ilse van Dienderen van Groen is verbolgen over de beslissing van het stadsbestuur. ‘In de bouwcode van de stad Antwerpen, die de regels voor bouwen en verbouwen in de stad vastlegt, staat dat het erfgoed maximaal behouden moet blijven. Maar wat is maximaal? Het bureau Erfgoed en Visie, een gespecialiseerd architectuur- en adviesbureau voor erfgoed, stelt nu voor dat het nieuwe project zal worden opgetrokken in rode baksteen. En dat de dakparking zal worden voorzien van sheddaken. Dat volstaat voor hen als referentie naar het verleden. Ik vind dat bijzonder mager: zo ga je toch niet met erfgoed om?’

‘Als iets niet in het historische centrum ligt, is het duidelijk minder belangrijk. Het ene erfgoed is het andere niet.’

Moet de site dan leeg blijven staan?

Ilse van Dienderen: Natuurlijk niet. Je had ze ook een nieuwe toekomst kunnen geven, met behoud van de erfgoedelementen. Zoals Monumentenzorg voorstelt. Het stadsbestuur vindt de restauratie van het Stadhuis of het Vleeshuis belangrijk. Terecht. Maar als iets niet in het historische centrum ligt, is het duidelijk minder belangrijk. Het ene erfgoed is het andere niet: het is doodzonde dat straks alweer een teken van de tijd verloren gaat.

‘We betreuren dat er niet werd gezocht naar een kwalitatief ontwerp met behoud van de site’, schrijft Monumentenzorg. © Onroerend Erfgoed CC BY 4.0

Het is niet uw enige bezwaar tegen de sloop. U hekelt ook het aantal parkeerplaatsen.

Van Dienderen: De bouwcode is wat dat betreft bijzonder gul: voor een project van deze omvang zouden er vierhonderd parkeerplaatsen mogen komen. Maar de projectontwikkelaar doet er nog eens tweehonderd plaatsen bovenop. Hun redenering is: ‘We weten nog niet wat met die gebouwen gaan doen. Degene die het koopt of huurt, mag zelf de invulling voorzien.’ Dat is toch absurd? Je breekt alles af om iets te bouwen waarvan je nog niet weet waarvoor het zal dienen.

De fabriek ligt ook in een dichtbevolkte buurt. Is dat een probleem?

Van Dienderen: Ook daarom hebben wij vragen bij het nieuwe project. In de bouwcode staat dat bij nieuwe projecten die groter zijn dan 5000 vierkante meter twintig procent aan open ruimte moet worden besteed. Een goede zaak, trouwens. Helaas wordt ook die regel hier geschonden. Als je de parkeerplaatsen zou meerekenen – wat heel betwistbaar is of dat kwalitatieve open ruimte is – kom je nog maar op tien procent.

‘In de bouwcode staat dat bij nieuwe projecten die groter zijn dan 5000 vierkante meter twintig procent aan open ruimte moet worden besteed. Helaas wordt ook die regel hier geschonden.’

Je mag van de bouwcode afwijken als dat goed gemotiveerd is.

Van Dienderen: Ja, maar ook dat is hier niet gebeurd. Buurtbewoners kunnen nog tot 29 januari in beroep gaan bij de deputatie. Ik hoop dat ze dat ook doen, zeker omdat hun buurt schreeuwt om open ruimte. Dat schreef de stad trouwens zelf in het masterplan: ‘… dit is één van de meest dichtbevolkte buurten van Antwerpen met weinig extra ruimte voor publieke functies. Overlast en claimgedrag op straat leiden er tot een verminderd gevoel van veiligheid. Het plangebied is watergevoelig, heeft weinig groen en is quasi volledig verhard.’  Met Groen zullen we over deze vergunning zeker nog vragen stellen in de gemeenteraad.

‘De buurt schreeuwt om open ruimte’, zegt Ilse van Dienderen van Groen. © Stijn Tormans

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise