Om te beginnen eerst even de cijfers. De stromen van belastinggeld naar religie zijn haast even onoverzichtelijk als het toekomstplan van voetbalclub Anderlecht. Gelukkig kon ik als parlementslid gegevens vragen aan ministers. Dat schepte enig licht in de duisternis. Tel je alle hoofdbrokken samen, kom je voor alle Vlamingen samen aan 475 miljoen euro. Dat is omgerekend zo'n 80 euro per Vlaming.

Een conservatieve schatting is dat. Er zijn nog onnoemelijk vele andere stromen die via schimmige tussenstructuren de godsdienstige machten bereiken. Weinig mensen in dit land die er een totaalzicht op hebben. Diegenen die het wel weten, zullen er niet voor uitkomen.

Vrijheid van godsdienst zou onze regeringen tot niets mogen verplichten.

Maar goed, een half miljard per jaar kan je wel in kaart brengen. Als dat niet overdreven klinkt: op een legislatuur van vijf jaar is dat bijna 2,5 miljard euro aan overheidsmiddelen. Daar kan je én alle wachtlijsten voor mensen met een beperking én die in de geestelijke gezondheidszorg in één ruk mee wegwerken. Wij geven het in de plaats aan het woord en de gebouwen van Allah, Jahweh en God. Dat moet anders.

Waarom doen we dat eigenlijk? Vaak wordt er naar de vrijheid van godsdienst in onze grondwet verwezen. Op zijn beurt een restant van een akkoord dat Napoleon meer dan twee eeuwen geleden met de kerkelijke macht smeedde. 'Er is nu éénmaal vrijheid van godsdienst, dus moet de staat betalen', hoor je vaak.

Die uitleg houdt volgens mij geen steek. Iedereen is vrij om religieus te zijn, maar de belastingbetaler hoeft dat niet te betalen. Ik ben zelf niet gelovig en gun iedereen zijn vrijheid om dat wel te zijn. Laat iedereen zijn legitieme expressie van individuele irrationaleit behouden. Dat betekent niet de staat daarvoor moet betalen.

De vrijheid van godsdienst zou onze regeringen tot niets mogen verplichten. Nul eurocent. We zijn 2019. Het is tijd om ons daarvan te verlossen. Vrijheid van godsdienst houdt geen automatische inning uit de zak van iedere Vlaming in.

Religielessen op school

Nog interessanter wordt het wanneer je naar de grootste stromen kijkt. In Vlaanderen hebben we een hallucinant systeem van religieuze lessen in het gemeenschapsonderwijs. Elke erkende godsdienst heeft zijn eigen vak. Met voor iedere religie bijhorende leerkrachten en boeken. Dat alleen al kost 292 miljoen ieder jaar.

Waarom in godsnaam moeten kinderen aparte religielessen krijgen die peperduur zijn voor de belastingbetaler? De uitzonderingsstatus van religie wordt er zo in het onderwijs ingebakken.

Een kind uit een streng Islamitisch gezin moet door onderwijs net kunnen zien dat de wereld breder is dan zijn ouders hem voorhouden. In plaats daarvan bevestigen we hem in de klas nu in zijn enge thuissituatie. Daar ligt de kiem van alles wat godsdienst zo problematisch maakt in een maatschappelijke context. Het onderwijs moet juist dé plek bij uitstek zijn om meteen duidelijk te maken wat religie is: een kleine stroming in de grote maatschappelijke rivier, niet de middelpuntvliedende spil der dingen.

Wij doen met dit systeem in het onderwijs net het omgekeerde. Meer taal, meer STEM, meer burgerschap: alternatieven zat, voor een fractie van de kostprijs. Werkelijk alles is beter dan dit absurd en peperduur systeem.

De lonen van de erediensten

Tweede hoofdbrok: de lonen en pensioenen van onze imans, priesters, rabijnen en andere geestelijken. Voor Vlaanderen een goede 100 miljoen euro. De redenering daarachter is dat je door de te financieren ook controle houdt. Lees: de staat betaalt en in de plaats is er nooit geen kans op religieus fundamentalisme.

Lees die laatste zin opnieuw luidop en je beseft meteen dat het geen steek houdt. Het financieren van godsdiensten heeft religieus fundamentalisme nooit tegengehouden. Logisch ook: als je religie een uitzonderingsstatus geeft en het telkens als héél erg speciaal behandelt, zullen er altijd malloten zijn die er nog een extremere variant van gaan aanhangen. Naar IS-gebied trekken bijvoorbeeld. Dat is alsof je voetbalsupporters subsidies zou geven om hooliganisme af te schrikken. Het één gaat het ander nooit uitsluiten.

Zonder financiering kan je trouwens nog steeds perfect controles doen. Oproepen tot haat is altijd strafbaar. Lonen van geestelijken betalen is daarvoor niet nodig.

Je zou kunnen zeggen: valt die financiering weg, het zou allemaal nog veel erger zijn. Ik durf het omgekeerde te beweren. Wat als we als overheid eens volop de verlichte waarden verdedigen voor iedereen, in plaats van steeds maar de uitzonderingstatus van iedere religie afzonderlijk, elke in zijn eigen hokje, met ieder zijn eigen financiering van afzonderlijke erediensten, zodat iedereen vooral op zijn eigen geloof en gemeenschap zou terugvallen? We gaan daar als samenleving op termijn niet alleen goedkoper, maar ook veel samen-leven-diger mee af zijn.

Last but not least: de gebouwen

45 miljoen spendeert de Vlaamse overheid aan religieuze gebouwen, veelal aan kerken. Minstens nog eens dat bedrag passen lokale besturen toe aan de zogenaamde kerkfabrieken. Dat geld gaat voornamelijk naar investeringen. Elke loshangende steen van een religieus gebouw wordt met uw belastinggeld weer rechtgezet.

Toegegeven: veel kerken behoren tot ons patrimonium. Onze geschiedenis zeg maar. Laten vervallen is geen aantrekkelijke optie. Maar je kan daar in de eerste plaats de godsdienste besturen wel voor verantwoordelijk houden.

Zij zitten nu - nationaal en internationaal- op een geweldig groot kapitaal, dat belegd wordt in de meest uiteenlopende investeringen. Ondertussen wordt de factuur van gebouwen elk jaar naar de Vlaamse overheid en gemeentebesturen gestuurd. Die kan enkel braaf tekenen voor akkoord. Zelfs voor de herbestemming van kerken die niet meer gebruikt moeten worden, draait de belastingbetaler op.

Moeten we dat anno 2019 zomaar aanvaarden? Ik ken geen één enkele organisatie die de factuur zo makkelijk kan doorspelen naar overheidsmiddelen. Religieuze besturen moeten hier in de eerste plaats hun eigen middelen voor inzetten.

Tijd voor een nieuwe pact, 200 jaar na Napoleon

Voor mij maakt deze gang van zaken duidelijk dat de stromen van belastinggeld die nu in de richting van religies vloeiren, niet langer maatschappelijk te verantwoorden zijn.

Daarom is het tijd voor een nieuwe definitie van godsdienstvrijheid, 200 jaar na Napoleon. Stel de belastingbetaler vrij nog langer verplicht aan te betalen. Laat ons de middelen gebruiken voor onze zorg, onderwijs en economie. Ondertussen kan iedereen die dat wil gelovig zijn. Zonder dat de belastingbetaler hiervoor moet opdraaien.

Om te beginnen eerst even de cijfers. De stromen van belastinggeld naar religie zijn haast even onoverzichtelijk als het toekomstplan van voetbalclub Anderlecht. Gelukkig kon ik als parlementslid gegevens vragen aan ministers. Dat schepte enig licht in de duisternis. Tel je alle hoofdbrokken samen, kom je voor alle Vlamingen samen aan 475 miljoen euro. Dat is omgerekend zo'n 80 euro per Vlaming. Een conservatieve schatting is dat. Er zijn nog onnoemelijk vele andere stromen die via schimmige tussenstructuren de godsdienstige machten bereiken. Weinig mensen in dit land die er een totaalzicht op hebben. Diegenen die het wel weten, zullen er niet voor uitkomen.Maar goed, een half miljard per jaar kan je wel in kaart brengen. Als dat niet overdreven klinkt: op een legislatuur van vijf jaar is dat bijna 2,5 miljard euro aan overheidsmiddelen. Daar kan je én alle wachtlijsten voor mensen met een beperking én die in de geestelijke gezondheidszorg in één ruk mee wegwerken. Wij geven het in de plaats aan het woord en de gebouwen van Allah, Jahweh en God. Dat moet anders.Waarom doen we dat eigenlijk? Vaak wordt er naar de vrijheid van godsdienst in onze grondwet verwezen. Op zijn beurt een restant van een akkoord dat Napoleon meer dan twee eeuwen geleden met de kerkelijke macht smeedde. 'Er is nu éénmaal vrijheid van godsdienst, dus moet de staat betalen', hoor je vaak.Die uitleg houdt volgens mij geen steek. Iedereen is vrij om religieus te zijn, maar de belastingbetaler hoeft dat niet te betalen. Ik ben zelf niet gelovig en gun iedereen zijn vrijheid om dat wel te zijn. Laat iedereen zijn legitieme expressie van individuele irrationaleit behouden. Dat betekent niet de staat daarvoor moet betalen. De vrijheid van godsdienst zou onze regeringen tot niets mogen verplichten. Nul eurocent. We zijn 2019. Het is tijd om ons daarvan te verlossen. Vrijheid van godsdienst houdt geen automatische inning uit de zak van iedere Vlaming in.Nog interessanter wordt het wanneer je naar de grootste stromen kijkt. In Vlaanderen hebben we een hallucinant systeem van religieuze lessen in het gemeenschapsonderwijs. Elke erkende godsdienst heeft zijn eigen vak. Met voor iedere religie bijhorende leerkrachten en boeken. Dat alleen al kost 292 miljoen ieder jaar. Waarom in godsnaam moeten kinderen aparte religielessen krijgen die peperduur zijn voor de belastingbetaler? De uitzonderingsstatus van religie wordt er zo in het onderwijs ingebakken. Een kind uit een streng Islamitisch gezin moet door onderwijs net kunnen zien dat de wereld breder is dan zijn ouders hem voorhouden. In plaats daarvan bevestigen we hem in de klas nu in zijn enge thuissituatie. Daar ligt de kiem van alles wat godsdienst zo problematisch maakt in een maatschappelijke context. Het onderwijs moet juist dé plek bij uitstek zijn om meteen duidelijk te maken wat religie is: een kleine stroming in de grote maatschappelijke rivier, niet de middelpuntvliedende spil der dingen. Wij doen met dit systeem in het onderwijs net het omgekeerde. Meer taal, meer STEM, meer burgerschap: alternatieven zat, voor een fractie van de kostprijs. Werkelijk alles is beter dan dit absurd en peperduur systeem. Tweede hoofdbrok: de lonen en pensioenen van onze imans, priesters, rabijnen en andere geestelijken. Voor Vlaanderen een goede 100 miljoen euro. De redenering daarachter is dat je door de te financieren ook controle houdt. Lees: de staat betaalt en in de plaats is er nooit geen kans op religieus fundamentalisme. Lees die laatste zin opnieuw luidop en je beseft meteen dat het geen steek houdt. Het financieren van godsdiensten heeft religieus fundamentalisme nooit tegengehouden. Logisch ook: als je religie een uitzonderingsstatus geeft en het telkens als héél erg speciaal behandelt, zullen er altijd malloten zijn die er nog een extremere variant van gaan aanhangen. Naar IS-gebied trekken bijvoorbeeld. Dat is alsof je voetbalsupporters subsidies zou geven om hooliganisme af te schrikken. Het één gaat het ander nooit uitsluiten. Zonder financiering kan je trouwens nog steeds perfect controles doen. Oproepen tot haat is altijd strafbaar. Lonen van geestelijken betalen is daarvoor niet nodig. Je zou kunnen zeggen: valt die financiering weg, het zou allemaal nog veel erger zijn. Ik durf het omgekeerde te beweren. Wat als we als overheid eens volop de verlichte waarden verdedigen voor iedereen, in plaats van steeds maar de uitzonderingstatus van iedere religie afzonderlijk, elke in zijn eigen hokje, met ieder zijn eigen financiering van afzonderlijke erediensten, zodat iedereen vooral op zijn eigen geloof en gemeenschap zou terugvallen? We gaan daar als samenleving op termijn niet alleen goedkoper, maar ook veel samen-leven-diger mee af zijn. 45 miljoen spendeert de Vlaamse overheid aan religieuze gebouwen, veelal aan kerken. Minstens nog eens dat bedrag passen lokale besturen toe aan de zogenaamde kerkfabrieken. Dat geld gaat voornamelijk naar investeringen. Elke loshangende steen van een religieus gebouw wordt met uw belastinggeld weer rechtgezet. Toegegeven: veel kerken behoren tot ons patrimonium. Onze geschiedenis zeg maar. Laten vervallen is geen aantrekkelijke optie. Maar je kan daar in de eerste plaats de godsdienste besturen wel voor verantwoordelijk houden. Zij zitten nu - nationaal en internationaal- op een geweldig groot kapitaal, dat belegd wordt in de meest uiteenlopende investeringen. Ondertussen wordt de factuur van gebouwen elk jaar naar de Vlaamse overheid en gemeentebesturen gestuurd. Die kan enkel braaf tekenen voor akkoord. Zelfs voor de herbestemming van kerken die niet meer gebruikt moeten worden, draait de belastingbetaler op. Moeten we dat anno 2019 zomaar aanvaarden? Ik ken geen één enkele organisatie die de factuur zo makkelijk kan doorspelen naar overheidsmiddelen. Religieuze besturen moeten hier in de eerste plaats hun eigen middelen voor inzetten.Voor mij maakt deze gang van zaken duidelijk dat de stromen van belastinggeld die nu in de richting van religies vloeiren, niet langer maatschappelijk te verantwoorden zijn. Daarom is het tijd voor een nieuwe definitie van godsdienstvrijheid, 200 jaar na Napoleon. Stel de belastingbetaler vrij nog langer verplicht aan te betalen. Laat ons de middelen gebruiken voor onze zorg, onderwijs en economie. Ondertussen kan iedereen die dat wil gelovig zijn. Zonder dat de belastingbetaler hiervoor moet opdraaien.