In 1978 kreeg de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Rik Boel in Knack een vraag over de intercommunales, die 'oncontroleerbare, gesloten instellingen lijken waar de burger als dusdanig vreemd tegen aankijkt'. De minister antwoordde daarop dat hij van amper de helft van de intercommunales kon zeggen hoeveel zitpenningen, wedden en representatiekosten er werden betaald. Hij toonde zich daarover verbaasd, want 'het is toch nuttig om te weten waarvoor het geld van de gemeenschap wordt gebruikt'.
...

In 1978 kreeg de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Rik Boel in Knack een vraag over de intercommunales, die 'oncontroleerbare, gesloten instellingen lijken waar de burger als dusdanig vreemd tegen aankijkt'. De minister antwoordde daarop dat hij van amper de helft van de intercommunales kon zeggen hoeveel zitpenningen, wedden en representatiekosten er werden betaald. Hij toonde zich daarover verbaasd, want 'het is toch nuttig om te weten waarvoor het geld van de gemeenschap wordt gebruikt'. Veertig jaar later blijkt er nog niet zo veel veranderd. Integendeel, alle traditionele partijen hebben de wildgroei aan intercommunales en vergoedingen al die tijd laten voortwoekeren én hielden de potjes angstvallig zo lang mogelijk gedekt. Dat bleek nog begin dit jaar toen de schandalen uitbraken rond het Luikse Publifin en het Gentse Publipart, intercommunales waar gemeenten samenwerken om onder meer elektriciteit, gas en water te beheren. De jaarrekeningen werden er opgesmukt, presentiegeld uitgekeerd zonder dat men vergaderingen bijwoonde, familieleden aan een job geholpen enzoverder. Daarna ontstond er ophef over de Brusselse daklozenorganisatie Samusocial, waar socialistische politici constructies hadden opgezet om zich geld toe te eigenen dat de daklozen toekwam. Frank Van Massenhove, jarenlang kabinetschef en nu voorzitter van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid, merkte niet zonder cynisme op dat de intercommunales en vzw's geen toeval of uitwas zijn, maar 'een noodzaak'. Want als je medestanders naast een politiek mandaat grijpen, kun je hen tevreden houden met een postje dat hun aanzien vergroot of hun portefeuille aandikt. 'Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten in ondoorzichtige nevenorganisaties van reguliere overheidsorganen', aldus Van Massenhove. De intercommunales evolueerden tot 'pure politieke machtsinstituten met talrijke lucratieve mandaten als politieke cadeautjes', schrijft Peter Reekmans (LDD) in De Vlaamse ziekte. Het web van de intercommunales. De burgemeester van Lubbeek onderzocht 127 intercommunales, waar 5322 politici zitpenningen of vergoedingen voor betaald krijgen, en schetst hoe de intercommunales net het tegenovergestelde bereikten van wat de bedoeling was: 'De basisbehoeften worden bijna onbetaalbaar gemaakt omdat de politieke belangen duidelijk primeren op het algemeen belang.' Reekmans gaat zo bijvoorbeeld dieper in op de energiefactuur. Die is voor een doorsneegezin in Vlaanderen in tien jaar tijd (2007-2017) dubbel zo duur geworden. Dat komt vooral omdat de distributietarieven in Vlaanderen met 152 procent zijn gestegen, terwijl dat in Wallonië maar met 40 procent en in Brussel slechts 20 procent was. 'Deze feiten bewijzen dat de Vlaamse ziekte van politiek wanbeheer duidelijk erger is dan de Waalse en Brusselse ziekte', aldus Reekmans. In het boek wordt beschreven hoe de elektriciteitsfactuur eigenlijk een verkapte belastingaanslag geworden is. Die factuur bestaat namelijk uit vier componenten: de productiekosten, de distributiekosten via de hoogspanningslijnen van Elia, de distributiekosten van de laagspanning via de intercommunales Infrax of Eandis en ten slotte de btw. Van elke elektriciteitsfactuur gaat slechts 28 procent naar de productiekosten. Het zijn de kosten van transport en distributie, en de btw, heffingen en taksen die de factuur de hoogte injagen. Reekmans: 'Alle middelen zijn goed om vers geld binnen te halen en de bodemloze put van de staatskas een beetje te dempen.' Transparantie over het reilen en zeilen van de intercommunales is vanzelfsprekend wenselijk en natuurlijk moeten de overbodige postjes worden geschrapt. Maar er dringt zich een fundamenteler debat op: welke intercommunales moeten we afschaffen en welke fuseren? In zijn boek doet Reekmans daarover een hele reeks concrete voorstellen, waar niemand meer omheen kan. Zijn oproep voor een interne Vlaamse staatshervorming met minder structuren en mandaten verdient gehoor. Laten we hopen dat we over veertig jaar niet opnieuw moeten vaststellen dat er niets is gebeurd.