De Federale wetgever vindt sommige beroepen zo belangrijk dat ze alleen maar kunnen worden uitgeoefend binnen een bepaald wettelijk kader. Het gaat vaak om beroepen waaraan een wettelijk monopolie kleeft en waarbij de vertrouwelijkheid van de relatie met de consument (de bouwheer, de cliënt...) essentieel wordt bevonden. Naast een beroepsgeheim wordt, precies gelet op het maatschappelijk belang van de beroepsuitoefening, ook ingezet op de waardigheid van de beroepsgroep als geheel.

Het beroep van architect, bedrijfsrevisor, advocaat en ook psycholoog bijvoorbeeld, mag men maar uitoefenen als men aan bepaalde voorwaarden voldoet. Een diploma halen en zichzelf architect noemen, volstaat niet. Om het beroep te kunnen uitoefenen moet men zijn ingeschreven op een lijst, die soms beheerd wordt door een Orde (zoals de Orde van Architecten of de Orde van Advocaten), en soms door een Commissie (zoals de Psychologencommissie).

Die organen zijn bij (Federale) wet in het leven geroepen. Om de titel van psycholoog te kunnen dragen moet men én het vereiste diploma hebben gehaald, én ingeschreven zijn op de lijst van de Psychologencommissie. Niemand is daartoe verplicht, zoals niemand verplicht is om zich priester te laten wijden, of lid te worden van een plaatselijke tennisclub.

Het vrijblijvend publiekelijk ondergraven van een wettelijk ingesteld tuchtorgaan is niet zonder risico.

Alleen is het wel zo, dat als men beslist om dat toch te doen, er bepaalde regels gelden. Het gaat om specifieke regels, gedragsregels waaraan men zich, zowel in het belang van de consument of cliënt als in het belang van de collega's aan te houden heeft, met name deontologische regels. Dergelijke deontologische regels zijn niet alleen van toepassing op de zogenaamde vrije beroepen, maar ook op magistraten en ambtenaren.

De beroepsorganisaties zijn verplicht om eventuele klachten te behandelen. Zij moeten immers nagaan of hun leden zich wel aan de regels houden. Als blijkt dat een psycholoog zich niet aan de deontologische regels houdt, kan ze tuchtrechtelijk bestraft worden. Dat is maar goed ook: de consument of cliënt van deze vrije beroepen is immers een stuk afhankelijk van de dienstverlener, en in het geval van psychologen ook vaak kwetsbaar. Vaak zijn mentale of emotionele kwetsbaarheid, een moeilijke periode of trauma de aanleiding van een bezoek aan de psycholoog.

Men moet zich veilig voelen in dat contact, het vertrouwen mag niet geschaad worden en de verwachtingen moeten juist gemanaged worden: men moet als mogelijke cliënt duidelijk weten voor welke dienstverlening men wel en voor welke men niet te rade kan gaan bij een psycholoog. Daarom rusten er op elke psycholoog een aantal verplichtingen zoals een discretieplicht (die ook geldt voor activiteiten die haar of hem niet verplichten tot het beroepsgeheim) en een beroepsgeheim (wat overigens ook strafrechtelijk wordt beteugeld) maar ook de eerbiediging van de waardigheid van de persoon, deskundigheid en integriteit.

Tuchtprocedures zijn geen uitzondering, in de ene sector komen ze al vaker voor dan de andere. Dat er een tuchtorgaan is, mag geruststellend heten voor alle betrokkenen. De werking en de samenstelling ervan is ook wettelijk georganiseerd. Wie het niet eens is met een tuchtbeslissing kan daartegen beroep aantekenen. Een tuchtcommissie doet geen uitspraak over hoe men zich in het algemeen als man of vrouw moet gedragen, mag kleden e.d.m., wel heeft deze commissie in dit verband geoordeeld hoe mevrouw Kaat Bollen zich als psycholoog dient te gedragen of beter niet gedraagt.

Men hoeft het daarmee niet eens te zijn, maar men hoeft ook geen psycholoog te zijn. Er werd blijkbaar een lichte tuchtstraf opgelegd (de waarschuwing, wat een soort van verwittiging is zonder financiële of operationele gevolgen). Daarop heeft mevrouw Bollen besloten de titel van psycholoog niet meer te dragen. Dat besluit lijkt drastischer te zijn dan de beslissing zelf, maar ook dat is haar goed recht. Mevrouw Bollen wil niet verder in haar handelingsvrijheid worden beperkt door de deontologische code van psychologen.

Het is in wezen niet meer of niet minder dan dat. Wie wil intreden in een katholieke kloosterorde, heeft bepaalde regels in acht te nemen - maar iedereen heeft vooraf de vrijheid om die keuze te maken. Niemand is verplicht om non of priester te worden. Doch als men die keuze maakt, heeft men bepaalde regels in acht te nemen, ook wat haar of zijn publieke optreden betreft.

Het maatschappelijk "debat" dat zich gisteren dan ook even ontwikkelde doet toch enigszins de wenkbrauwen fronsen. Het is wel een graadmeter van het niveau waarop het maatschappelijk debat vandaag gevoerd wordt. Alles wordt ongenuanceerd en ongedifferentieerd op een hoopje gegooid. De psychologencommissie wordt gebasht als conservatief en een Vlaams minister verklaart onmiddellijk dat het ongehoord is dat men vrouwen in Vlaanderen anno 2021 nog zegt hoe ze zich moeten kleden. Hij roept in één beweging de Psychologencommissie op het matje. Ook Unia wordt er bij gehaald, alsof Unia als een deus ex machina de oplossing is voor elke maatschappelijke discussie als het over mannen of vrouwen of seksualiteit gaat.

Ten eerste lijkt de Vlaams Minister voor Inburgering en Gelijke Kansen onbevoegd te zijn ( de psychologencommissie is opgericht op basis van een federale wet en de bevoegde voogdijminister is de Federale Minister van Middenstand). Bovendien kreeg mevrouw Bollen geen waarschuwing omdat ze vrouw is, maar wel omdat ze zich (ongeacht haar geslacht) op een bepaalde uitdagende manier kleedt waarvan men (terecht of onterecht) oordeelt dat die deontologisch niet correct is.

Ten tweede is het vrijblijvend publiekelijk ondergraven van een wettelijk ingesteld tuchtorgaan niet zonder risico. Dat tuchtorgaan is immers (gelet op haar wettelijke basis) ingericht om een algemeen belang te vrijwaren: de bescherming van de cliënt en van de beroepsgroep.

Als men het niet eens is met de uitspraak, gooit men het verhaal zonder de minste nuance of context op sociale media om de goegemeente dan maar te laten oordelen: het is een techniek die blijkbaar werkt. Dat daardoor het gezag van de commissie in een beweging wordt aangetast, wordt er zonder moeite bij genomen.

Dit is geen pleidooi voor tuchtrechtelijke vervolging, maar wel een voor respect voor wettelijk ingestelde organen die de kwaliteit van beroepsuitoefenaars dienen te controleren en te bewaken. Er zijn gevallen bekend van psychologen die het niet zo nauw nemen met hun beroepsgeheim, of die bepaalde rollen al eens durven te vermengen, met alle kwalijke gevolgen van dien. Als daar geen gevolgen aan kleven, dan verliest een deontologische code alle betekenis.

Dit is evenmin een pleidooi voor of tegen een bepaalde klederdracht: ieder kiest zelf hoever zij of hij zich wil ontbloten. Ik laat ook in het midden of de Psychologencommissie terecht heeft geoordeeld. Het is, uiteindelijk, een orgaan van onze democratische rechtstaat en ongeacht of men het met de uitspraak eens is, men heeft de besluitvorming te respecteren of adequaat te bestrijden. Mevrouw Bollen heeft achter zich de deur dichtgetrokken en berust daarmee kennelijk in de uitspraak. Niettemin heeft ze (door één en ander publiek te maken) de deur geopend voor een hoop, op de persoon gerichte, beschuldigingen aan (de leden van) de Commissie.

Het is inderdaad opmerkelijk hoe het debat rond Kaat Bollen zo snel evolueert naar een polarisatie tussen bekrompenheid vs. openheid van geest, naar een discussie over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Over smaken en kleuren mag men gelukkig van mening verschillen, maar mevrouw Bollen mag zich in beginsel kleden zoals zij dat wenst. Ze mag ook de discretieplicht over boord mag gooien, alleen moet ze er dan voor kiezen (wat ze ook consequent heeft gedaan) om geen deel meer uit te maken van de groep die andere, mogelijk strengere, verwachtingen heeft.

Stijn Verbist is jurist en specialist Tuchtrecht en Deontologie. Hij oprichter van het tijdschrift Tuchtrecht en Deontologie.

De Federale wetgever vindt sommige beroepen zo belangrijk dat ze alleen maar kunnen worden uitgeoefend binnen een bepaald wettelijk kader. Het gaat vaak om beroepen waaraan een wettelijk monopolie kleeft en waarbij de vertrouwelijkheid van de relatie met de consument (de bouwheer, de cliënt...) essentieel wordt bevonden. Naast een beroepsgeheim wordt, precies gelet op het maatschappelijk belang van de beroepsuitoefening, ook ingezet op de waardigheid van de beroepsgroep als geheel.Het beroep van architect, bedrijfsrevisor, advocaat en ook psycholoog bijvoorbeeld, mag men maar uitoefenen als men aan bepaalde voorwaarden voldoet. Een diploma halen en zichzelf architect noemen, volstaat niet. Om het beroep te kunnen uitoefenen moet men zijn ingeschreven op een lijst, die soms beheerd wordt door een Orde (zoals de Orde van Architecten of de Orde van Advocaten), en soms door een Commissie (zoals de Psychologencommissie).Die organen zijn bij (Federale) wet in het leven geroepen. Om de titel van psycholoog te kunnen dragen moet men én het vereiste diploma hebben gehaald, én ingeschreven zijn op de lijst van de Psychologencommissie. Niemand is daartoe verplicht, zoals niemand verplicht is om zich priester te laten wijden, of lid te worden van een plaatselijke tennisclub. Alleen is het wel zo, dat als men beslist om dat toch te doen, er bepaalde regels gelden. Het gaat om specifieke regels, gedragsregels waaraan men zich, zowel in het belang van de consument of cliënt als in het belang van de collega's aan te houden heeft, met name deontologische regels. Dergelijke deontologische regels zijn niet alleen van toepassing op de zogenaamde vrije beroepen, maar ook op magistraten en ambtenaren. De beroepsorganisaties zijn verplicht om eventuele klachten te behandelen. Zij moeten immers nagaan of hun leden zich wel aan de regels houden. Als blijkt dat een psycholoog zich niet aan de deontologische regels houdt, kan ze tuchtrechtelijk bestraft worden. Dat is maar goed ook: de consument of cliënt van deze vrije beroepen is immers een stuk afhankelijk van de dienstverlener, en in het geval van psychologen ook vaak kwetsbaar. Vaak zijn mentale of emotionele kwetsbaarheid, een moeilijke periode of trauma de aanleiding van een bezoek aan de psycholoog. Men moet zich veilig voelen in dat contact, het vertrouwen mag niet geschaad worden en de verwachtingen moeten juist gemanaged worden: men moet als mogelijke cliënt duidelijk weten voor welke dienstverlening men wel en voor welke men niet te rade kan gaan bij een psycholoog. Daarom rusten er op elke psycholoog een aantal verplichtingen zoals een discretieplicht (die ook geldt voor activiteiten die haar of hem niet verplichten tot het beroepsgeheim) en een beroepsgeheim (wat overigens ook strafrechtelijk wordt beteugeld) maar ook de eerbiediging van de waardigheid van de persoon, deskundigheid en integriteit. Tuchtprocedures zijn geen uitzondering, in de ene sector komen ze al vaker voor dan de andere. Dat er een tuchtorgaan is, mag geruststellend heten voor alle betrokkenen. De werking en de samenstelling ervan is ook wettelijk georganiseerd. Wie het niet eens is met een tuchtbeslissing kan daartegen beroep aantekenen. Een tuchtcommissie doet geen uitspraak over hoe men zich in het algemeen als man of vrouw moet gedragen, mag kleden e.d.m., wel heeft deze commissie in dit verband geoordeeld hoe mevrouw Kaat Bollen zich als psycholoog dient te gedragen of beter niet gedraagt. Men hoeft het daarmee niet eens te zijn, maar men hoeft ook geen psycholoog te zijn. Er werd blijkbaar een lichte tuchtstraf opgelegd (de waarschuwing, wat een soort van verwittiging is zonder financiële of operationele gevolgen). Daarop heeft mevrouw Bollen besloten de titel van psycholoog niet meer te dragen. Dat besluit lijkt drastischer te zijn dan de beslissing zelf, maar ook dat is haar goed recht. Mevrouw Bollen wil niet verder in haar handelingsvrijheid worden beperkt door de deontologische code van psychologen. Het is in wezen niet meer of niet minder dan dat. Wie wil intreden in een katholieke kloosterorde, heeft bepaalde regels in acht te nemen - maar iedereen heeft vooraf de vrijheid om die keuze te maken. Niemand is verplicht om non of priester te worden. Doch als men die keuze maakt, heeft men bepaalde regels in acht te nemen, ook wat haar of zijn publieke optreden betreft. Het maatschappelijk "debat" dat zich gisteren dan ook even ontwikkelde doet toch enigszins de wenkbrauwen fronsen. Het is wel een graadmeter van het niveau waarop het maatschappelijk debat vandaag gevoerd wordt. Alles wordt ongenuanceerd en ongedifferentieerd op een hoopje gegooid. De psychologencommissie wordt gebasht als conservatief en een Vlaams minister verklaart onmiddellijk dat het ongehoord is dat men vrouwen in Vlaanderen anno 2021 nog zegt hoe ze zich moeten kleden. Hij roept in één beweging de Psychologencommissie op het matje. Ook Unia wordt er bij gehaald, alsof Unia als een deus ex machina de oplossing is voor elke maatschappelijke discussie als het over mannen of vrouwen of seksualiteit gaat. Ten eerste lijkt de Vlaams Minister voor Inburgering en Gelijke Kansen onbevoegd te zijn ( de psychologencommissie is opgericht op basis van een federale wet en de bevoegde voogdijminister is de Federale Minister van Middenstand). Bovendien kreeg mevrouw Bollen geen waarschuwing omdat ze vrouw is, maar wel omdat ze zich (ongeacht haar geslacht) op een bepaalde uitdagende manier kleedt waarvan men (terecht of onterecht) oordeelt dat die deontologisch niet correct is. Ten tweede is het vrijblijvend publiekelijk ondergraven van een wettelijk ingesteld tuchtorgaan niet zonder risico. Dat tuchtorgaan is immers (gelet op haar wettelijke basis) ingericht om een algemeen belang te vrijwaren: de bescherming van de cliënt en van de beroepsgroep. Als men het niet eens is met de uitspraak, gooit men het verhaal zonder de minste nuance of context op sociale media om de goegemeente dan maar te laten oordelen: het is een techniek die blijkbaar werkt. Dat daardoor het gezag van de commissie in een beweging wordt aangetast, wordt er zonder moeite bij genomen. Dit is geen pleidooi voor tuchtrechtelijke vervolging, maar wel een voor respect voor wettelijk ingestelde organen die de kwaliteit van beroepsuitoefenaars dienen te controleren en te bewaken. Er zijn gevallen bekend van psychologen die het niet zo nauw nemen met hun beroepsgeheim, of die bepaalde rollen al eens durven te vermengen, met alle kwalijke gevolgen van dien. Als daar geen gevolgen aan kleven, dan verliest een deontologische code alle betekenis. Dit is evenmin een pleidooi voor of tegen een bepaalde klederdracht: ieder kiest zelf hoever zij of hij zich wil ontbloten. Ik laat ook in het midden of de Psychologencommissie terecht heeft geoordeeld. Het is, uiteindelijk, een orgaan van onze democratische rechtstaat en ongeacht of men het met de uitspraak eens is, men heeft de besluitvorming te respecteren of adequaat te bestrijden. Mevrouw Bollen heeft achter zich de deur dichtgetrokken en berust daarmee kennelijk in de uitspraak. Niettemin heeft ze (door één en ander publiek te maken) de deur geopend voor een hoop, op de persoon gerichte, beschuldigingen aan (de leden van) de Commissie. Het is inderdaad opmerkelijk hoe het debat rond Kaat Bollen zo snel evolueert naar een polarisatie tussen bekrompenheid vs. openheid van geest, naar een discussie over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Over smaken en kleuren mag men gelukkig van mening verschillen, maar mevrouw Bollen mag zich in beginsel kleden zoals zij dat wenst. Ze mag ook de discretieplicht over boord mag gooien, alleen moet ze er dan voor kiezen (wat ze ook consequent heeft gedaan) om geen deel meer uit te maken van de groep die andere, mogelijk strengere, verwachtingen heeft. Stijn Verbist is jurist en specialist Tuchtrecht en Deontologie. Hij oprichter van het tijdschrift Tuchtrecht en Deontologie.