De Vlaamse regering heeft het eindelijk begrepen: om in België ernstig te worden genomen, moet een regering tot aan de rand van de afgrond durven te gaan voor een akkoord. De week die voorafging aan de Septemberverklaring was daar al een beginnetje van. Er werd duchtig naar de kranten gelekt, en alle partijen namen de tijd om zich met proefvoorstelletjes te profileren. Enkele weken later gaf de regering-De Croo met haar begrotingsakkoord een jaarlijkse masterclass in hoe het echt moet, en dus probeerde de regering-Jambon het nog eens met haar klimaatakkoord.

Het Vlaamse klimaatakkoord was, op een manier, een aangename verrassing.

Een échte strijdgeest ontbrak wel nog steeds. Woensdagavond ging de Vlaamse regering rond de klok van vijven zonder akkoord uit elkaar, alsof er alleen maar tijdens de kantooruren onderhandeld kan worden. Federale ministers beginnen pas echt als alle pendelaars Brussel al lang weer hebben verlaten. Wel stoer was dat de helft van de ministers tijdens de herfstvakantie vanaf hun vakantieadressen discussieerden, over een klimaatakkoord waarvan ze al ettelijke maanden wisten dat ze het moesten sluiten. Edgy!

Een van de verrassingen was de minister die het spektakel het best naar haar hand wist te zetten: Lydia Peeters. Sinds 2019 is ze minister in de Vlaamse regering, toen de Open VLD halsoverkop op zoek moest naar een vrouw om Bart Tommelein op te volgen, en tweeënhalf jaar later heeft ze eindelijk wat kleur gekregen. Ze slaagde er zelfs in zich een week lang op gelijke hoogte te zetten met Zuhal Demir. Peeters heeft de smaak duidelijk te pakken: in de weekendkrant van De Standaard jent ze haar coalitiepartners met de in haar ogen onvermijdelijke invoering van de kilometerheffing.

Tot voor kort leken N-VA'ers te denken dat het aantal graden dat de aarde nog zal opwarmen bepaald wordt door het aantal gascentrales dat Tinne Van der Straeten binnenkort voor open moet verklaren.

Nog verbazingwekkender was het resultaat van de onderhandelingen. Die werden afgeklopt toen de top van Glasgow al aan de gang was en Zuhal Demir, als haar kabinetschef geen corona had gekregen, al haar koffers aan het pakken was geweest. Op het Belgische niveau leveren dit soort marathons zelden resultaten op waar veel meer mensen tevreden over zijn dan degenen die er zelf over hebben onderhandeld. Het Vlaamse klimaatakkoord was voor mij in die zin een aangename verrassing.

Pas op, een regering die de naam van Jan Jambon draagt, zal nooit de strijd tegen de klimaatverandering geharnast voeren, als ze al de indruk wil wekken dat ze die strijd effectief wil winnen. Jambon spreekt nog altijd over 'haalbaar en betaalbaar' alsof hij niet doorheeft dat zo'n cliché alleen nog thuishoort in een carnavalsnummer. Toch lijkt de N-VA, en haar coalitiepartners in de Vlaamse regering, een bochtje te hebben genomen. Tot voor kort leken N-VA'ers te denken dat het aantal graden dat de aarde nog zal opwarmen bepaald wordt door het aantal gascentrales dat Tinne Van der Straeten binnenkort voor open moet verklaren. Het is allemaal slechts een kwestie van wat harder te geloven in nieuwe kerncentrales, of - handiger nog - Anuna De Wever en haar vriendinnen moeten wat vaker naar school in plaats van te spijbelen. Zo wenden wij in Vlaanderen een klimaatcatastrofe af.

Maar kijk: vanaf 2023 verplichte renovatie voor energieverslindende woningen, vanaf 2026 een verbod op nieuwe gasaansluitingen en vanaf 2029 kunnen we alleen nog maar elektrische wagens kopen. De regering-Jambon heeft eindelijk begrepen dat de groene transitie er alleen zal komen als zij verbiedt en verplicht. De tijd dat de regering weigerde om zulke keuzes te maken, en enkel een beleid voerde dat mensen en bedrijven met premies zachtjes in de juiste richting duwde, is gelukkig voorbij. De kalender is niet heel ambitieus, de details van elke maatregel zijn soms frustrerend, maar Jambon, Demir en Peeters snappen nu wel dat het politici zijn die het stuur moeten vasthouden. Het is - ik weet het, we zijn 2021 - een begin.

De Vlaamse regering heeft het eindelijk begrepen: om in België ernstig te worden genomen, moet een regering tot aan de rand van de afgrond durven te gaan voor een akkoord. De week die voorafging aan de Septemberverklaring was daar al een beginnetje van. Er werd duchtig naar de kranten gelekt, en alle partijen namen de tijd om zich met proefvoorstelletjes te profileren. Enkele weken later gaf de regering-De Croo met haar begrotingsakkoord een jaarlijkse masterclass in hoe het echt moet, en dus probeerde de regering-Jambon het nog eens met haar klimaatakkoord.Een échte strijdgeest ontbrak wel nog steeds. Woensdagavond ging de Vlaamse regering rond de klok van vijven zonder akkoord uit elkaar, alsof er alleen maar tijdens de kantooruren onderhandeld kan worden. Federale ministers beginnen pas echt als alle pendelaars Brussel al lang weer hebben verlaten. Wel stoer was dat de helft van de ministers tijdens de herfstvakantie vanaf hun vakantieadressen discussieerden, over een klimaatakkoord waarvan ze al ettelijke maanden wisten dat ze het moesten sluiten. Edgy!Een van de verrassingen was de minister die het spektakel het best naar haar hand wist te zetten: Lydia Peeters. Sinds 2019 is ze minister in de Vlaamse regering, toen de Open VLD halsoverkop op zoek moest naar een vrouw om Bart Tommelein op te volgen, en tweeënhalf jaar later heeft ze eindelijk wat kleur gekregen. Ze slaagde er zelfs in zich een week lang op gelijke hoogte te zetten met Zuhal Demir. Peeters heeft de smaak duidelijk te pakken: in de weekendkrant van De Standaard jent ze haar coalitiepartners met de in haar ogen onvermijdelijke invoering van de kilometerheffing.Nog verbazingwekkender was het resultaat van de onderhandelingen. Die werden afgeklopt toen de top van Glasgow al aan de gang was en Zuhal Demir, als haar kabinetschef geen corona had gekregen, al haar koffers aan het pakken was geweest. Op het Belgische niveau leveren dit soort marathons zelden resultaten op waar veel meer mensen tevreden over zijn dan degenen die er zelf over hebben onderhandeld. Het Vlaamse klimaatakkoord was voor mij in die zin een aangename verrassing.Pas op, een regering die de naam van Jan Jambon draagt, zal nooit de strijd tegen de klimaatverandering geharnast voeren, als ze al de indruk wil wekken dat ze die strijd effectief wil winnen. Jambon spreekt nog altijd over 'haalbaar en betaalbaar' alsof hij niet doorheeft dat zo'n cliché alleen nog thuishoort in een carnavalsnummer. Toch lijkt de N-VA, en haar coalitiepartners in de Vlaamse regering, een bochtje te hebben genomen. Tot voor kort leken N-VA'ers te denken dat het aantal graden dat de aarde nog zal opwarmen bepaald wordt door het aantal gascentrales dat Tinne Van der Straeten binnenkort voor open moet verklaren. Het is allemaal slechts een kwestie van wat harder te geloven in nieuwe kerncentrales, of - handiger nog - Anuna De Wever en haar vriendinnen moeten wat vaker naar school in plaats van te spijbelen. Zo wenden wij in Vlaanderen een klimaatcatastrofe af.Maar kijk: vanaf 2023 verplichte renovatie voor energieverslindende woningen, vanaf 2026 een verbod op nieuwe gasaansluitingen en vanaf 2029 kunnen we alleen nog maar elektrische wagens kopen. De regering-Jambon heeft eindelijk begrepen dat de groene transitie er alleen zal komen als zij verbiedt en verplicht. De tijd dat de regering weigerde om zulke keuzes te maken, en enkel een beleid voerde dat mensen en bedrijven met premies zachtjes in de juiste richting duwde, is gelukkig voorbij. De kalender is niet heel ambitieus, de details van elke maatregel zijn soms frustrerend, maar Jambon, Demir en Peeters snappen nu wel dat het politici zijn die het stuur moeten vasthouden. Het is - ik weet het, we zijn 2021 - een begin.