...

Een naar de natuur gemoduleerde naakte vrouwenfiguur die voorwaarts tegen een wand leunt, het hoofd en de schouders bedekt met geplooide dekens, mannelijke naakten die in krampachtige houdingen, meestal zonder hoofd, een symbool zouden kunnen zijn voor een onbeheersbare pijn, levensechte paardenlijven die in een getormenteerde houding liggen, een woud van olmentakken die in een onontwarbare knoop op de tentoonstellingszaal liggen in afwachting dat ze opgehaald worden. Het zijn maar enkele elementen die de kunstenares Berlinde De Bruyckere (Gent, 1964) gebruikt om haar houding tegenover het leven te materialiseren. Wat zij met haar haast mysterieuze werken bedoelt is aanvankelijk niet duidelijk maar bij een verdere analyse valt te begrijpen dat de kunstenares heel diepe emoties wil vertolken. Emoties die betrekking hebben op haar zelf en die ze wil meedelen. De dekens die ze gebruikt hebben een dubbele betekenis, enerzijds bescherming bieden en anderzijds zich onttrekken aan de omgeving. De dekens, zoals ze die vroeger in haar werk gebruikte, zijn wellicht metaforen voor het figuurlijk schuilen of nog het zich inkapselen uit zelfbehoud. De paardeninstallaties kunnen gezien worden als de onmacht van de dieren om te ontsnappen aan het doel van hun bestaan, onderdanigheid aan de mens. Hun trots is gebroken, hun lichaam gehavend, hulpeloos liggen ze neer als gevelde bomen.Het oeuvre van Berlinde De Bruyckere is doordrongen van medelijden en angst en het aanvoelen van de tijdelijkheid der dingen. Het verval, mentaal of fysiek, is bijna altijd aanwezig en wordt magistraal uitgebeeld in haar sculpturen-installaties. Naar aanleiding van de tentoonstelling ven de Besloten Hofjes in het Busleydenmuseum in Mechelen waarvan zij er een aantal zag in het Museum M in Leuven werd zij geïntrigeerd door het opeengestapelde werk van de religieuzen. Ze was vooral geboeid door de kunstig vervaardigde bloemen en zo kiemde de gedachte om het verval van die bloemen te gebruiken voor een reeks nieuwe werken.Ze wilde ook kasten maken maar dan op groot formaat met daarin verwelkte bloemen, vooral lelies die bij leven een bedwelmende geur afgeven en later hun hoofd laten hangen vooraleer te verwelken. De kasten werden gemaakt met planken afkomstig van de houten vloer uit haar woonhuis. In die kasten ontwierp ze reminiscenties van verlepte lelies en pioenen die gemaakt werden van oude dekens die verweerd, verrafeld of zelfs deels vergaan waren door lange tijd in haar tuin te liggen. Ook oud behangpapier dat ze van de muren van haar oude huis haalde, dierenhuiden en bewerkte was werden haar materialen waarmee ze de vergankelijkheid zowel van de bloem en symbolisch van het leven wilde uitbeelden. Al die verweerde materialen, de manier waarop ze een besloten ruimte vullen als amorfe vormen krijgen een dramatiek die de toeschouwer imponeren en tot nadenken stemmen. Het is niet altijd even duidelijk in deze ruwe en in ontbinding zijnde deelstukken om er de vergane glans van de bloemen in weer te vinden. Ieder werk is een raadsel, een blik op het verleden dat mooi en geurig was. Het is daarbij een allusie op de vergankelijkheid die ook des mensen is. Het is deze gelaagdheid die deze werken hun betekenis geeft en ver af staat van het vrijblijvende dat vele actuele kunstwerken kenmerkt. En dan zijn er de tekeningen die weer stoelen op het waarnemen van verlepte lelies. Ze hebben meestal een erotische connotatie, de vagina of de penis die we, met enige verbeelding, ook weer in de bloemen kunnen terug vinden. Ook in de tekeningen ervaart men de hand van een kunstenares die met de basismaterialen verbazingwekkende effecten weet op te roepen.Deze tentoonstelling van Berlinde De Bruyckere is andermaal een treffend voorbeeld van haar artistieke kunnen. Ook nu slaagt ze er in om haar persoonlijke gevoelens en gedachten in haar kunst te externaliseren en ze, ook nu weer prangend op de toeschouwer over te dragen.Deze tentoonstelling wordt begeleid door een map mat zes katernen die in detail de inhoud van de werken fotografisch weergeven met teksten van o.m. de kunstenares zelf. Het is een kunstwerk op zichzelf.