Lang leve de vergrijzing luidt de titel van het nieuwe boek waarmee demograaf Patrick Deboosere, professor aan de VUB, de pensioendiscussie een nieuwe richting uit wil sturen. 'Het is bevreemdend dat demografen al vijftig jaar hetzelfde plaatje draaien: de bevolking vergrijst en daardoor is ons pensioenstelsel onbetaalbaar. Nochtans zijn onze welvaart en onze productiviteit de voorbije decennia alleen maar toegenomen. In die context gaat het er bij mij niet in dat we in deze welvarende maatschappij een basisrecht als de pensioenen moeten opgeven.'
...

Lang leve de vergrijzing luidt de titel van het nieuwe boek waarmee demograaf Patrick Deboosere, professor aan de VUB, de pensioendiscussie een nieuwe richting uit wil sturen. 'Het is bevreemdend dat demografen al vijftig jaar hetzelfde plaatje draaien: de bevolking vergrijst en daardoor is ons pensioenstelsel onbetaalbaar. Nochtans zijn onze welvaart en onze productiviteit de voorbije decennia alleen maar toegenomen. In die context gaat het er bij mij niet in dat we in deze welvarende maatschappij een basisrecht als de pensioenen moeten opgeven.' U schrijft dat we de vergrijzing moeten omarmen. Waarom? Patrick Deboosere: De vergrijzing wordt steevast als iets heel negatiefs gezien, terwijl ze net een succesverhaal is. Want de vergrijzing gaat over het aantal mensen in onze maatschappij die een hogere leeftijd bereiken. De voorbije eeuw hebben we de vroegtijdige sterfte van baby's en kinderen uitgeschakeld en geleidelijk ook meer en meer de vroegtijdige sterfte van volwassenen. Het resultaat van die evolutie is de vergrijzing. Het is bijzonder jammer dat niemand die kant van het verhaal benadrukt. Begin vorige eeuw haalde een op de vier kinderen in ons land de leeftijd van vijf jaar niet. Het was normaal dat ouders hun kinderen zagen sterven. We kunnen er toch niet rouwig om zijn dat die tijd achter ons ligt? Niemand betwist dat de stijgende levensverwachting positief is. Maar dat neemt toch niet weg dat daar nieuwe maatschappelijke uitdagingen aan verbonden zijn? Deboosere: Uiteraard. We moeten als maatschappij goed nadenken over hoe we omgaan met die grote groep ouderen. En in landen zoals Japan en Italië - die ook nog met lage geboortecijfers kampen - is ontvolking een reëel probleem. Alleen zijn dat doorgaans niet de uitdagingen die aan de vergrijzing worden gekoppeld. Meestal gaat het enkel over de kostprijs en de houdbaarheid van ons pensioenstelsel. Maar de realiteit is complexer. De Europese Commissie schat dat de pensioenuitgaven tegen 2060 zullen oplopen tot 15 procent van het bbp, tegenover 10 procent in 2007. Dat gaat jaarlijks over miljarden euro's aan bijkomende overheidsuitgaven. Is ons pensioensysteem dan niet te duur? Deboosere: Toen eind 19e eeuw de eerste wetten op de ouderdomspensioenen werden ingevoerd, was 6 procent van de bevolking ouder dan 65 jaar. Bij de oprichting van ons socialezekerheidsstelsel, 75 jaar geleden, bedroeg het aandeel 65-plussers ongeveer 10 procent en vandaag is zo'n 19 procent van de bevolking 65-plusser. Die sterke stijging heeft onze maatschappij de voorbije jaren perfect kunnen dragen. De komende decennia zal het aantal 65-plussers nog verder stijgen tot 24 procent in 2040, om vermoedelijk vervolgens lange tijd te stagneren op ongeveer een kwart van de bevolking. Demografisch hebben we de sterkste stijging dus al achter de rug. En wat vaak wordt vergeten: tegelijkertijd zal ook de economie en dus ook onze welvaart jaarlijks toenemen. Die extra inkomsten kunnen we perfect gebruiken om de pensioenlasten te betalen. Het klopt dus niet dat we enkel door langer te werken iedereen een pensioen kunnen garanderen. Dat is vooral een kwestie van de juiste keuzes maken. Maar wat is erop tegen om langer te werken, als we toch langer leven? Deboosere: Dat is het nu net: het is een grote misvatting dat we langer leven, hoewel politici dat argument steevast aanhalen om een hogere pensioenleeftijd te rechtvaardigen. Het klopt dat de levensverwachting stijgt, maar dat betekent niet dat we ouder worden. Het betekent wel dat een steeds grotere groep oud wordt. De levensverwachting is nu eenmaal een gemiddelde en dat is de voorbije decennia vooral gestegen omdat de vroegtijdige sterfte bijna helemaal is uitgeroeid in de westerse wereld. Het verouderingsproces zelf is daarentegen de voorbije 2000 jaar niet wezenlijk veranderd. Zodra je dat beseft, weet je ook dat langer werken echt geen correcte oplossing is. Mensen zijn niet gemaakt om na hun 50e nog hard te werken. Wie van zijn passie zijn beroep maakte - denk maar aan kunstenaars of schrijvers - zal vaak tot op hoge leeftijd actief blijven. Maar voor de meeste mensen zijn hun professionele activiteiten vooral een manier om geld te verdienen en te overleven. En dan zie je toch dat velen op de beperkingen van hun fysieke capaciteiten en hun veerkracht botsen zodra ze 55 jaar zijn. Intussen gaan er stemmen op om de pensioenleeftijd te koppelen aan de levensverwachting. Hoe staat u daar tegenover? Deboosere: In Nederland is de pensioenleeftijd al gekoppeld aan de levensverwachting, wat een goede illustratie is van de heersende misvatting over de echte betekenis van de toenemende levensverwachting. Aanvankelijk ging de pensioenleeftijd met een maand omhoog zodra ook de levensverwachting een maand steeg. Intussen is de stijging van de pensioenleeftijd al afgezwakt en op termijn zal dat systeem helemaal verdwijnen. Je kunt mensen nu eenmaal niet verplichten om tot hun 70e of langer te blijven werken. Dat is totaal onzinnig. In Nederland zijn nog nooit zo veel mensen in de ziekteverzekering terechtgekomen. En uit een recente enquête blijkt dat ook bij werkgevers het verzet groeit, omdat zij intussen wel de fysieke beperkingen ervaren van hun oudere werknemers. Nederland slaagt er wel in om de pensioenuitgaven onder controle te houden. Deboosere: De pensioenuitgaven van de Nederlandse overheid zijn gedaald, maar intussen zijn mensen wel verplicht om bij een privé-instelling een aanvullend pensioen op te bouwen. Dat is niet meer dan een boekhoudkundige truc die de uitgaven verschuift van de overheid naar de mensen zelf. De overheidsfinanciën ogen gezond, maar het zijn de mensen die de rekening betalen. U schrijft dat de pensioenkwestie verweven is met het neoliberale offensief. Wat bedoelt u daarmee? Deboosere: Zolang je niet beseft dat het pensioendebat samenhangt met een bepaalde wereldvisie en economische politiek, ga je natuurlijk mee met het verhaal dat de toenemende levensverwachting ons dwingt langer te werken. De pensioendiscussie is een sleutelkwestie in het offensief van het neoliberalisme. Die economische stroming vertrekt vanuit belastingverlagingen waar vooral de rijksten van profiteren, privatiseringen en de afbraak van de sociale zekerheid. De pensioenen waren het voorbeeld bij uitstek van het solidariteitsprincipe. Ze vormden een van de hoekstenen van de moderne welvaartsstaat. Onder het mom van rationaliteit en betaalbaarheid, op basis van een verkeerd begrepen concept van levensverwachting, heeft het neoliberalisme de aanval ingezet op het pensioenstelsel. De verhoging van de pensioenleeftijd is in ons land ingezet door de regering van Elio Di Rupo. Hem kun je toch bezwaarlijk een neoliberaal noemen? Deboosere: Er zijn heel veel elementen van het neoliberale denken die gemeengoed zijn geworden, die zo verspreid zijn dat we er zelfs niet bij stilstaan. Heel wat mensen zijn best kritisch voor het neoliberale discours, maar nemen er, soms ongewild, denkschema's van over. Daardoor klinkt haast overal unisono hetzelfde verhaal wanneer het gaat over de pensioenleeftijd en de betaalbaarheid van onze pensioenen. Het lijkt alsof we geen andere keuze hebben dan langer te werken, terwijl dat louter wordt opgedrongen vanuit een bepaalde ideologie. Daarom is het ook zo belangrijk dat we ons economisch kompas opnieuw oriënteren. De economie moet ten dienste staan van de mensen en hun welvaart, terwijl we er nu vooral slaaf van zijn.